IndexPortalKalenderFAQZoekenGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 An unexpected encounter

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Graeham
Wezen
avatar

Aantal berichten : 296
Punten : 43

Over jouw personage
Leeftijd: 19 years
Groepsleider: /
Relatie: ...

BerichtOnderwerp: An unexpected encounter   do sep 13, 2012 3:15 am

Wat ongemakkelijk keek ik weer over mijn schouder naar achter. Een spierwitte, gevleugelde hond bleef staan en hield zijn hoofd wat schuin. Hij volgde mij al de hele middag, en ik had geen idee waarom. Eerst had ik nog gedacht dat hij vanzelf weg zou gaan, maar blijkbaar had ik het mis. Toen ik weer verder ging lopen, wist ik dat de hond dat ook deed. Wat wilde hij van me? Hij zou toch bij een roedel moeten horen, aangezien ik hem niet ouder schatte dan zes maanden. Ik vroeg me af waarom hij alleen was. Misschien was hij zijn roedel kwijt, maar dat was nog geen reden om mij te volgen. Er moest iets zijn. Wist ik maar wat. Na nog een tijdje gelopen te hebben, bleef ik weer even staan en keek achterom. De hond was er nog steeds, en keek me zacht kwispelend aan. Ik zuchtte. Zo kon het niet langer. Ik draaide me om naar de hond. ‘Wat wil je van me?’ zei ik. Ik had geen idee of hij me kon verstaan of niet, maar er kwam wel een reactie. Met zijn kop wat laag en zacht kwispelend liep hij naar me toe, en ging zitten. Het leek alsof hij zich zo klein mogelijk wilde maken, en zijn oren waren onderdanig tegen zijn hoofd aangedrukt. Ik liet mezelf zakken, zodat ik gehurkt voor de hond zat, en ik stak voorzichtig mijn hand uit. Het dier snuffelde er even aan en gaf een vlugge lik over mijn vingers, waarna hij mij weer aankeek. Nu pas besefte ik dat zijn ogen een ijsblauwe kleur hadden, net als zijn vleugels. Zou hij misschien… Nee, dat zal wel niet. Ik had wel eens gehoord dat er gevleugelde honden waren die ook nog een extra kracht bezaten, maar de kans dat deze zwerver zo’n kracht had, was klein. Hoewel, het scheen dat sommige honden met een bepaalde kracht een band voelden met een magiër die dezelfde kracht beheerste. Wie weet, zou dat ook zo zijn met deze hond. Ach nee, ik moest mezelf niets wijsmaken. Ik stond op en vervolgde mijn weg. Achter me hoorde ik weer geluiden van pootstappen, en weer draaide ik me om. Ja hoor, de hond was ook opgestaan. ‘Je bent echt niet van plan om weg te gaan, hè?’ En alweer gekwispel. Een klein glimlachje verscheen op mijn gezicht. Ik maakte een korte, wenkende beweging met mijn hoofd. ‘Vooruit dan maar. Maar ik ben de baas, begrepen?’ Alsof hij het begrepen had, draafde de hond kwispelend naar me toe. Eigenlijk begon ik hem al wel te mogen. En misschien had ik wel gewoon behoefte aan wat gezelschap.

Ik liep weer verder, met de hond naast me. Ik vroeg me af of hij al een naam had. Vast niet, aangezien ik hem nog niet had horen praten – dat konden de meeste honden niet, dus dat was niet zo vreemd. Ach, een naam zou uiteindelijk vanzelf wel komen. Plotseling bleef de witte hond stilstaan, met gespitste oren. Ik keek op, en voor ons kwam er een enorm wezen uit de struiken. Toen het wezen eenmaal volledig zichtbaar was, zag ik dat het een grote hippogrief was. Toen het ons zag, begon het een krijsend geluid te maken, en het ging recht voor ons staan, agressief bewegend met zijn vleugels. Snel ging ik in mijn “aanvalshouding” staan, zodat ik, als het beest aanviel, ik snel ijsmagie kon gebruiken. De hond ging ook in zijn natuurlijke houding staan, die honden nu eenmaal aannamen als ze zich bedreigd voelden. Ik had gelijk. De hippogrief viel aan, maar voordat ik iets kon doen, zag ik in mijn ooghoek een felle straal die in de richting van de aanvaller ging. En ik herkende het meteen; het was ijs. Even was ik afgeleid en keek opzij. Grommend stond de hond naast me, en nu leek hij geen pup meer, maar eerder een sterke, volwassen hond, zoals hij daar stond. Had hij dan toch nog meer krachten behalve vliegen – ijskrachten zelfs? De hond merkte dat ik naar hem keek, en hij keek terug en hield even mijn blik vast. Ineens draaide hij zijn kop weer naar de hippogrief en blafte waarschuwend. Ik keek op en zag dat hij weer wilde aanvallen. Dit keer was het mijn beurt om ons te verdedigen. Na een paar handgebaren verschenen er speren van ijs, die op de hippogrief afvlogen en hem in een voorpoot raakten. Hij brulde luid, en even keek hij mij met felle ogen aan, waarna hij weer het bos in strompelde. Toen ik er zeker van was dat hij weg was, gleed mijn blik weer naar de hond. Hij had dus werkelijk ijskrachten. Ik aaide hem over zijn hoofd, en hij keek mij met glanzende ogen aan en ik besefte dat ik een goede vriend in hem zou kunnen vinden, en ik vond dat hij nu wel zijn naam verdiende. ‘Yuki,’ zei ik. ‘Wat vind je daarvan?’ De hond kwispelde weer. Ik wist niet of hij me wel helemaal begreep, maar dat maakte voor de rest niet zo veel uit. Plotseling draaide hij zijn hoofd in een bepaalde richting en begon de lucht op te snuiven, waarna hij mij weer aankeek en blafte. Ik wist niet meteen wat hij bedoelde, maar een seconde later hoorde ik voetstappen. Er was hier iemand.

===========================
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Charuru
Wezen
avatar

Aantal berichten : 58
Punten : 5

Over jouw personage
Leeftijd: 19 years.
Groepsleider: I don't interfere with guilds.
Relatie: Che, whatever.

BerichtOnderwerp: Re: An unexpected encounter   do sep 13, 2012 6:01 am

Kikkers. Er waren overal kikkers. Charuru haatte kikkers. Ze waren slijmerig, luidruchtig en foeilelijk. Gefronst baande ze zich een weg door de kikkerplaag heen. Ze spietste er een hele boel die in haar weg stonden aan haar vierpuntige speer, maar ze leken zich iedere keer dat ze er een stel doodde te vermenigvuldigen. Charuru gromde gefrustreerd, en struikelde. Ze slaakte een zacht gilletje, en plette met haar val minstens vijftien kikkers. Ze sprong gelijk overeind, woedend en onder de ingewanden van kikkers. ‘Ugh!’ zei ze met een hoge stem van frustratie. Stomme, waardeloze wezens... Charuru’s speer kleurde paars, en er verscheen een andere speer, eentje met een zilver blad en gouden decoraties. Deze speer heette Ravelt, en was de aller krachtigste speer die Charuru bezat. Ze gebruikte hem eigenlijk alleen als ze geen zin meer had in een gevecht, maar deze kikkerplaag maakte haar ontzettend gek. De speerpunt begon paars te gloeien en er ontstond paars bliksem, dat rondom het zilveren blad kronkelde. Ze grijnsde kwaadaardig, en met een luide schreeuw stak ze de scherpe punt in de grond. Doordat ze de speer met al haar kracht de grond in boorde, gooide ze haar benen in de lucht. Er klonken kwaadaardige schokken, en de grond begon te trillen en te schudden. Ze landde weer op de grond, en trok de speer uit de aarde. Met een grijns keek ze naar alle geroosterde kikkerlijfjes. De grond schokte nog een beetje na, maar het speciale materiaal waar Charuru’s laarzen van gemaakt waren was onder andere schokbestendig. Nadat ze alle kikkers had uitgemoord, begon ze de geplette stukjes kikker van haarzelf af te halen. Toen ze weer helemaal schoon was, kwam Gruuyk aanvliegen. Het kleine wezentje was een mix van van alles. Hij had de kop van een uil, met felrode ogen. Hij had vleugels, die geplakt waren aan een kattenlichaam. De haren op zijn staart waren lang, en de staart zelf was ook behoorlijk lang. Het diertje was helemaal wit. Hij had zijn naam te danken aan het eerste beest waar ze samen op gejaagd hadden, een Gruuyk. Het was een dom beest, en Gruuyk had hem voor het vlees gejaagd, terwijl Charuru (die een stuk jonger was), hem wou ontleden. Het wezentje was toen amper anderhalf jaar oud, maar hij was uit het gezin geschopt omdat hij de jongste was, en Moeders niet iedereen eten had kunnen geven. Dus was Charuru voor hem gaan zorgen, en hun relatie was sterk geworden. Nu bezorgde hij briefjes en pakketjes voor Charuru, en ging hij verder zijn eigen gang. Soms kwam hij haar even opzoeken, zoals nu. Hij had nog geen briefje van Norm, een verknipte professor van Grimoire. Grimoire was een illegale groep waar Charuru bij zat. Hij zat heel goed verstopt, en was niet vindbaar voor mensen die geen Geheimhouders waren. Charuru was er een, maar van de groep was ze de enige. Er zaten echter maar zeven mensen plus zijzelf in de groep. Gruuyk wist ook waar het huis stond dat bij Grimoire hoorde, Frozen Stone. Het was een groot, blokkerig gebouw. Op de begaande grond werkte de leden, op de eerste verdieping was het kantoor, de slaapkamer en de badkamer van de baas, Richard, en op de tweede, derde en vierde verdieping sliepen de leden. Er was veel ruimte voor iedereen, maar dat kwam doordat ze allemaal in de villa woonde. Niemand buiten Richard en Charuru konden het gebouw terugvinden, dus mochten de leden niet weg. Soms moesten ze opdrachten doen, ergens in Fantosia, en dan mochten ze wel weg. Richard of Charuru (Richard dus) moest ze dan, zodra ze klaar waren, terugbrengen. Dit ging geblinddoekt. Als leden ooit zouden besluiten om de groep te verraden, konden ze hen in elk geval niet aanvallen of aangeven. In Grimoire waren ze allemaal, behalve Norm, een beetje bang voor Charuru. Dat vond ze eigenlijk wel leuk, omdat ze dan makkelijk orde kon houden, en ze hield van de angstige blikken die op haar geworpen werden als ze terug was van een missie. Het maakte haar eigenlijk niet zo veel uit dat ze maar twee vrienden had, waarvan één een verknipte professor was, en de andere een wezen dat niet kon spreken...

Het kleine mannetje kraste, en beet zachtjes in Charuru’s oor. ‘Hallo, ventje,’ zei Charuru, en ze aaide hem over zijn zachte vachtje. Ook al zou je het niet verwachten, Charuru kon echt aardig zijn. Helaas was de laatste keer dat ze aardig was tegen een jongen afgelopen met een keiharde afwijzing. Sinds dien is Charuru koud naar mensen die haar kunnen kwetsen. Norm kon dat niet, hij zou haar niet kunnen afwijzen want het was onmogelijk om verliefd te worden op iemand zoals Norm. Dat wist deze man zelf hele goed, en dat vond hij helemaal niet erg, zei hij altijd.

De zon begon te zakken, en de lucht kleurde roze en goud. Het was een zachte avond, en Charuru voelde aan dat het een koude nacht zou worden. Ze had de kikkerplaats verlaten en was naar een bos gegaan. Ze had er voor gezorgd dat ze niet in de buurt van een rivier of meer zat, want nog een kikkerplaag zou ze niet aankunnen. Vermoeid plofte ze neer. Gruuyk was de hele tijd bij haar gebleven, en samen hadden ze vissen gevangen. Het was lang geleden sinds hij zo lang gebleven was. Zonder vuur te maken, viel Charuru in een diepe slaap.

Ze was klein. Haar scharlaken haren waren kort, en ze zat onder de blauwe plekken, schrammen en stof. Ze kon niks zien, en zware blokken die ooit een gebouw vormde lagen bovenop haar. Ze schreeuwde, maar haar stembanden deden het niet. Er rolde tranen over haar. Ik ga dood, dacht ze in paniek. Plotseling verscheen er een Magie-cirkel. Haar lichaam verdween in krullende mist, en een paar meter buiten het rotsblok verscheen ze weer, uit diezelfde krullende mist. Ze viel op de grond, en hoestte. Ze ademde diep in, en negeerde het stof wat haar longen inkwamen. Tranen rolde nog steeds over haar wangen, terwijl ze bewonderend naar haar handen staarde. Ze had magie... Ze kon magie gebruiken! Charuru begon te lachen door haar geluk, maar haar lach ging over in een gil toen ze een gebouw zag instortten. De silhouet van het enorme monster dat dit gedaan had was nog maar piepklein en heel ver weg, maar nog steeds kon Charuru het gebrul horen. Ze viel weer op de grond, en haalde haar knieën open. Plotseling zag ze de donkere haren van haar buurjongen. Hij lag met zijn hoofd omlaag onder omgevallen puin. Charuru woonde pas net naast hem, maar hij was best wel aardig. Ze begon aan zijn arm te trekken, en riep dat hij vol moest houden, maar Charuru kreeg hem niet onder het puin vandaan, en het leek alsof het silhouet groter werd, dichterbij kwam. Charuru liet zijn slappe hand vallen, en in paniek en angst rende ze weg van de verwoestte stad...

Charuru werd met een gilletje wakker. Gruuyk’s rode ogen staarde haar aan, en de zon begon al weer op te komen. Charuru trok haar knieën op en verborg haar hoofd. Ze wou al die nare momenten niet weer beleven, ze haatte het. Haar verleden was één grote troep! Nadat Charuru gekalmeerd was, begon ze aan het ontbijt voor haar en Gruuyk. Ze bleef maar nadenken aan de ruwe beelden die weer vers waren en in haar gedachten sneden. De zon kroop omhoog, en toen Charuru al haar ontbijtspullen opgeruimd had, riep ze Gruuyk en trok ze verder door het bos. Ze zei niks, en Gruuyk was zo slim om niks te vragen. Hij zat gewoon op haar schouder, en wiegde mee. Zijn warmte leek Charuru te troosten. Plotseling hoorde ze geblaf. Charuru keek op, en zag door de struiken het figuur van een jongeman. Haar blik werd weer koud, en Gruuyk kraste fel. Toen Charuru de jongen beter in beeld kreeg, zag ze wat Gruuyk van streek maakte. Een witte hond, met baby blauwe vleugels stond naast de jongen met donker haar. Weer flitste de beelden van de verwoestte stad door haar hoofd. Ergens kende ze deze jongen van, maar ze wist niet waarvan. Maakte het ook uit? Hij zal vast een verdrietig stukje van haar verleden zijn geweest, zoals alle stukjes van haar verleden. ‘Hou die hond van je weg bij Gruuyk,’ zei Charuru fel, en haar Cannon Spear verscheen dreigend in haar hand.
Words: 1413.
Author's comment: Crap, nog 1 woord en ik had er 1414 gehad xD.
Used weapons:Cannon Spear, Ravelt.

===========================



Laatst aangepast door Charuru op vr sep 14, 2012 11:22 am; in totaal 2 keer bewerkt
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Graeham
Wezen
avatar

Aantal berichten : 296
Punten : 43

Over jouw personage
Leeftijd: 19 years
Groepsleider: /
Relatie: ...

BerichtOnderwerp: Re: An unexpected encounter   vr sep 14, 2012 5:10 am

Om me heen veranderde alles… De huizen stortten in elkaar, en vallende steenblokken lieten kilo’s stof opwaaien. Ik zag hoe mensen levend begraven werden onder het puin, en hoe ze hun laatste woorden uitriepen. Ik probeerde weg te komen, maar het lukte me niet. Mijn halve lichaam lag begraven onder het puin van verwoeste huizen, en verderop zag ik weer een huis instorten, en ik zag nog net het scharlakenrode haar van het meisje dat sinds kort naast ons woonde, voordat ze bedolven werd onder de vallende stenen. Ik riep haar naam, waarna ik een harde klap op mijn hoofd voelde, en toen werd alles zwart. Alles voelde koud aan. Toen voelde ik warmte bij mijn arm, en in de verte hoorde ik een stem. Maar wat de stem zei en van wie ze was wist ik niet. Daarna was de warmte net zo snel verdwenen als het was gekomen. Was ik dood? Het leek een paar seconden te duren, maar tegelijkertijd een eeuwigheid. Toen opende ik mijn ogen, en ik besefte na een aantal tellen wat er was gebeurd voordat ik bewusteloos raakte. Ik hoorde voetstappen. Ik keek om en zag een vrouw en een jongen aan komen rennen. "Lyon, een overlevende!" riep haar stem. En later zei diezelfde stem iets tegen mij. "Rustig maar, alles komt goed…"

Ik schudde mijn hoofd en knipperde fel met mijn ogen, alsof ik net had gedroomd. Vreemd, waarom schoot de herinnering van die vreselijke dag me weer te binnen? Waarom nu? De hond kon er in ieder geval niets mee te maken hebben, hij had daar nooit bij kunnen zijn. Hij was hooguit een maand of zes, en dit voorval was werkelijk jaren geleden gebeurd. Ik schudde mijn hoofd. Nee, hier wilde ik niet nog langer bij stilstaan. Yuki keek me schuin aan, alsof hij wist dat er iets mis was. Ik aaide even over zijn hoofd, en hij begon weer zacht te kwispelen. Ik glimlachte en stond op, toen ik achter me een stem hoorde. “Hou die hond van je weg bij Gruuyk.” Ik draaide me om naar de stem, en voor me stond een jonge vrouw van ongeveer mijn leeftijd, met felrood, lang haar. Ze hield dreigend een soort speer in haar hand, die me vaag aan een soort kanon deed denken. Op haar schouder zat een soort uil-achtig wezen. Mijn blik gleed naar Yuki, maar de sneeuwwitte hond leek het dier te negeren, en keek wantrouwend naar de speer. Het zag er niet naar uit dat hij het wezen – die dan waarschijnlijk “Gruuyk” heette – wilde aanvallen. Ik nam de jonge vrouw in me op. Ik kende haar ergens van, dat wist ik zeker. Maar waarvan wist ik niet. In ieder geval lang geleden, want ik kon me niet herinneren ooit zulke lange, rode haren te hebben gezien. Hoewel ze me zowat bedreigde met de kanon-speer, bleef ik rustig. Ik kon immers ook een werkend kanon creëren. 'Ken ik jou niet ergens van?' begon ik. Het klonk als een afgezaagde zin die een jongen we eens tegen een meisje zei als hij haar wel zag zitten. In mijn geval doelde ik niet daarop, maar was deze vraag volledig naar waarheid. Ik kneep mijn ogen tot spleetjes, in de hoop iets te kunnen herinneren dat met haar te maken had. 'Ik zweer het, ik ben jou al eerder tegengekomen...' Ik had het gevoel dat ik haar ooit redelijk goed gekend had.



Sorry, beetje een falende post van mij :3

===========================
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Charuru
Wezen
avatar

Aantal berichten : 58
Punten : 5

Over jouw personage
Leeftijd: 19 years.
Groepsleider: I don't interfere with guilds.
Relatie: Che, whatever.

BerichtOnderwerp: Re: An unexpected encounter   za sep 15, 2012 3:45 am

De jongeman draaide zich om. Hij had donkere ogen, die matchte met zijn haar. Zijn haar was piekerig, en Charuru wist zeker dat hij het kammen lang geleden opgegeven had: het zou toch niet goed blijven zitten. Iemand had dat ooit tegen haar gezegd. ‘Nee, tuurlijk kam ik mijn haar niet, het blijft toch nooit goed zitten.’. Charuru keek de jongen onderzoekend aan, en wierp toen even een walgende blik op de hond. Het beest stond gewaarschuwd naar Charuru’s speer te staren, en ze had de neiging naar hem te prikken. ‘Ken ik jou niet ergens van?’ vroeg de jongen. Charuru keek meteen terug. Haar blik was scherp geworden. Dit was nou echt zo’n jongetjeszinnetje. ’Ik zweer het, ik ben jou al eens eerder tegen gekomen,’ voegde hij er ook nog eens aan toe. ‘Nee,’ zei Charuru bot, maar zij herkende hem ook ergens van. Ze wist alleen niet waarvan. Het zou vast niet uitmaken. Alles in haar verleden was rotzooi. ’En als je me zou kennen, vind ik dat erg jammer voor je,’ voegde Charuru er mompelend aan toe. Er klonk een gevaarlijke ondertoon in haar stem. Ze keek even afkeurend naar zijn blote borst. Er klonk een zacht tikkend geluid. Charuru wist niet goed wat ze moest zeggen. Ze wou weten wie deze jongen was, want hij kwam haar bekend voor, maar ze wou hem ook gewoon uit de weg hebben, zodat ze verder kon gaan. Waar ging ze eigenlijk heen? Tik, tik, tik, tik... Charuru keek de jongen scherp aan, en doorzocht zijn ogen of er iets in was wat Charuru kon vertellen waar ze deze jongen moest plaatsten. Ze kon echter niets zien, alsof ze door een boterhamzakje keek. Tik, tik, tik, tik.... Hè, wat was dit vervelende getik nou weer? Ze opende net haar mond om geïrriteerd te vragen het tikkende geluid te laten stoppen, toen ze door had wat het was. Haar hoofd schoot naar links, en door dikke, groene blaadjes zag Charuru een rood lichtje knipperen. Meteen kwam ze in actie. De speer gloeide even paars, en het hoofd veranderde in een lang, zwart blad met ribbels. Ze zwaaide ermee door de lucht, en de jongen, zijn hond en Gruuyk begonnen te zweven. Zelfs, als gebruiker van de Gravity Core, kon Charuru op de grond blijven staan. Ze sprong op de jongen af, duwde haar hand tegen zijn blote borst, en duwde hem met al haar kracht weg, zodat hij door de lucht tolde en een paar meter verderop, buiten bereik van Charuru’s speer op de grond zou vallen. Ze gaf de hond een trap, zodat hij erachteraan zou vliegen, en riep tegen Gruuyk ze te volgen. Daarna veranderde de speer weer, en nu veranderde het hoofd in een rode punt, die zacht gloeide. Ze stak de speer met al haar geweld in de zwarte bom, en tegelijk explodeerde de bom, en maakte de speer ook een explosie. Charuru werd in plaats van in tienduizend geblazen te worden, naar achter geslingerd, onder het stof. Ze viel languit op de jongen, en sprong vlug op. Ze hijgde zachtjes, en veegde haar gezicht af terwijl ze tegen haar Explosion leunde. ’Je hebt geluk, ventje, denk maar niet dat ik je nog een keer ga redden. Ik kon je simpelweg niet opgeblazen laten worden, ik ben namelijk nog niet klaar met jou,’ zei Charuru dreigend. Hij moest zich nu niet in zijn hoofd gaan halen dat ze vrienden werden. Ze speer veranderde weer in de Canon Spear. Zo droeg ze haar Ten Commandments meestal met zich mee. Er wapperde een zwart vlaggetje, toekomstig van de bom omlaag, en Charuru ving het. Ze bekeek het even, en haar ogen werden zo duivels dat ze het papiertje bijna zou kunnen verbranden van woede. Ze smeet het op de grond, en stak de Canon Spear erop. Een fel, paars licht verscheen. De straal kon alleen maar de grond in, en boorde een flink gat. Ze haalde haar speer weer van het papiertje af, waar helemaal niks van over was. ’Ik ga hem vermoorden, ik ga die idioot vermoorden!’ zei Charuru woedend. Ze had het logo dat op het vlaggetje stond heel goed herkend. Dat was waarschijnlijk logisch, want ze had hetzelfde logo op haar enkel getatoeëerd. Het was een bom van Grimoire geweest, en de enige die die bommen plaatste was Richard. Als Charuru weer terug zou zijn... Of misschien daarvoor al. Die man had een enorm probleem! Charuru’s woede ebde weg toen ze de jongen weer zag. Oh, die was er ook nog. ‘Wie ben jij?’ vroeg ze ruw. Ze zou hem wel herinneren als hij belangrijk was, maar Charuru had de vervelende gewoonte gekregen alles helemaal uit te pluizen. Ze zou hem niet met rust kunnen laten tot ze wist wie hij was. Charuru snoof even de lucht op. Ja, Mage. Net als zijzelf. Het maakte de kans dat ze vijanden waren niet kleiner, want het meeste wat je van Charuru kon worden en rond haar leeftijd was, was een vijand. Maar misschien had ze hem tot vijand benoemd omdat ze hem interessant genoeg vond voor een potje knokken. Charuru had ook nog eens een goede neus. Echt een hele goede neus. Ze kon verschillen ruiken tussen mensen en wezens, en meestal kon ze ook ruiken wat voor wezen je was. Deze hier was een Mage, maar ze kon niet uitvogelen wat voor een. Waarschijnlijk omdat Charuru nog niet zo veel Mage’s kende. Ze moest al die geuren nog leren kennen. Ze wist de geur van een water-Mage. Ze was ooit tegen een klein meisje met een draak opgelopen. Charuru was erachter gekomen dat zij een water-Mage was, en had haar geur toen goed ingeprent. Dat meisje had ook andere krachten, maar haar ‘hoofd-kracht’, de kracht waarmee ze geboren was, was water geweest. Charuru had geen hoofdkracht. Ze was normaal geboren, van twee ouders die Mage’s waren, en had toen zo snel ze kon lessen gevolgd om Magie te leren. Mist Body was haar eerste kracht. Deze had ze voor het eerst gebruikt toen ze moest ontsnappen onder het puin van een verwoeste stad, de stad waar ze net was komen wonen met haar ouders. Daarna had ze Mist Body verder uitgewerkt, en kon ze nu ook gewoon op dezelfde plek blijven staan, maar toch in haar Mist Body vorm zijn, en de Mist uit haar vingertoppen laten schieten en grijpend en krullend naar de tegenstander slingeren. Ze had altijd gedaan dat Mist Body haar ‘hoofd-kracht’ was, maar niemand kon een iets wat ze later geleerd had haar hoofd-kracht noemen... Alleen Gruuyk en Norm wisten dat ze eigenlijk doodgewoon was, maar hen maakte het ook niet uit...
Words: 1142
Author's Comment: Ik wil eigenlijk een gevecht tussen Gray en Ru, gihi.
Used Weapons: Gravity Core, Explosion

===========================

Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Graeham
Wezen
avatar

Aantal berichten : 296
Punten : 43

Over jouw personage
Leeftijd: 19 years
Groepsleider: /
Relatie: ...

BerichtOnderwerp: Re: An unexpected encounter   za sep 15, 2012 7:48 pm

De blik van de jonge vrouw werd scherp na mijn vraag, en ik vermoedde dat ze het verkeerd opvatte. “Nee,” zei haar stem bot. Ik kruiste mijn armen over elkaar voor mijn borst. Ze kon zeggen wat ze wilde, maar ik kende haar écht. “En als je me zou kennen, vind ik dat erg jammer voor je,” vervolgde ze. Er zat een ondertoon in de stem die me helemaal niet aanstond, het was haast een dreigement. 'Jammer voor mij dus, hè...' mompelde ik binnensmonds. Ik zag hoe ze afkeurend naar mijn shirtloze bovenlichaam keek. In andere situaties zou ik uit beleefdheid weer mijn shirt hebben aangetrokken, maar in dit geval had ze gewoon pech. Ik hoorde ergens een tikkend geluid dat ik niet meteen thuis kon brengen, en even gleed mijn blik naar de plek waarvan ik dacht dat het geluid vandaan kwam, maar ik zag niets bijzonders. Ik had het gevoel dat ik werd bekeken, en dat was ook zo. De blik van de jonge vrouw hield me scherp in de gaten. Mijn ogen waren weer nadenkend tot spleetjes geknepen. Wie was zij? Ze had iets in haar ogen en vorm van gezicht dat me bekend voorkwam, en het haar ook wel min of meer, maar daar bleef het bij. Ik keek wat geïrriteerd opzij toen het tikkende geluid weer mijn oren bereikte. Ik had geen idee wat het was, maar het voorspelde niet veel goeds. Ineens zag ik paars licht, en meteen gleed mijn blik terug naar de roodharige, jonge vrouw. De speer die ze in haar handen had lichtte paars op, en het hoofd ervan veranderde. Ze zwaaide ermee in de lucht, en vrijwel begonnen ik, Yuki en het andere witte wezen te zweven. Wat was dit voor magie? Ik had niet de indruk dat het een aanval was, aangezien het uil-achtige wezen aan haar kant stond. Ze rende in mijn richting en duwde me weg, en een aantal meter verder kwam ik hard neer op de grond, en ik greep richting mijn arm die de klap had moeten opvangen. Dat werd een blauwe plek. Ik keek op, en zag hoe het meisje de witte hond een trap gaf, zodat hij snel zijn vleugels uitsloeg en snel in mijn richting vloog. Ze riep iets in de richting van het witte wezen, die ook deze kant opkwam. Weer veranderde de speer die ze in haar handen had, en toen pas zag ik de reden voor wat ze aan het doen was; tussen de bladeren door zag ik een rood, knipperend lichtje. Het meisje stak haar roodgloeiende speer in het object, en vrijwel meteen explodeerde het, en ik hield mijn arm voor mijn ogen tegen het opwaaiende stof. Toen ik mijn ogen weer opende, zag ik een flits van scharlakenrood haar, en daarna gewicht op mijn lichaam. De jonge vrouw stond snel op, en ik kon weer vrij ademhalen. Ik ging rechtop zitten, nog steeds met mijn hand tegen mijn pijnlijke arm. Het meisje leunde tegen haar speer aan en ik zag dat ze hijgde.



Waarom had ze me gered? Had ze soms plotseling geweten waar ze me van kende? “Je hebt geluk, ventje, denk maar niet dat ik je nog een keer ga redden. Ik kon je simpelweg niet opgeblazen laten worden, ik ben namelijk nog niet klaar met jou.” Oké, die laatste theorie van mij klopte niet bepaald. 'Voor zover ik weet heb ik tegenover jou niet bepaald iets gedaan om dát de verdienen.' Ik doelde hierbij vooral op het laatste wat ze had gezegd. Ik stond op, terwijl de pijn in mijn arm begon weg te trekken. Nu ik stond, vond ik het fijner om magie te gebruiken. Ik legde mijn hand weer op mijn arm, en ik liet die plek afkoelen. Het was niet duidelijk te zien dat ik magie gebruikte, aangezien het niet veel was, maar de kou nam de pijn wat weg. 'In ieder geval, bedankt,' zei ik. Ik was blij dat ze me gered had, maar met de reden was ik minder gelukkig. De speer van het meisje veranderde weer in die ze eerst had. Een soort vlaggetje, waarvan ik vermoedde dat het van de bom afkomstig was, fladderde omlaag. De jonge vrouw ving het en bekeek het even, en haar ogen kregen een kwade glans, en het had niet veel gescheeld of die blik zou het papier bijna verbrand hebben. Ze smeet het op de grond en richtte haar speer erop, die begon op te lichten. Wat zou erop gestaan hebben dat haar zo kwaad maakte? “Ik ga hem vermoorden, ik ga die idioot vermoorden!” riep ze. Even schrok ik, maar ik besefte dat ze mij niet bedoelde. Of tenminste, nu nog niet. Ze keek weer mijn richting uit. “Wie ben jij?” vroeg ze ruw. Ik wilde eigenlijk ook wel weten wie zij was, maar ik besloot om toch eerst maar gewoon op haar vraag te antwoorden. Misschien dat zij zich mij wel kon herinneren, en met wat geluk, ik haar ook. 'Ik heet Gray Fullbuster. En jij bent...?' antwoordde ik rustig. Ik keek haar recht aan. Nog steeds had ik het sterke gevoel dat ik haar kende. Ik zou proberen om meer over haar te weten te komen, dan zou ik misschien wel weten waar we elkaar gezien hebben, en wanneer. Heel vaag deed ze me aan iemand denken die bij mij in de stad leefde... Nee, dat kon niet. Zij was dood, ik had zelf gezien hoe ze onder dat puin terecht was gekomen. Er was geen kans dat ze daar ooit nog uit was gekomen. En als ze al zou leven, wat ik erg betwijfelde, zou ze heus niet ineens voor me verschenen zijn.

===========================
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: An unexpected encounter   

Terug naar boven Go down
 
An unexpected encounter
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Fanterria :: Fantasonia :: Zielonylas :: Zielony Las-
Ga naar: