IndexPortalKalenderFAQZoekenGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 Mad harmony

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Mad harmony   di jan 01, 2013 4:08 am

Altijd al was het hier rustig geweest. De vogels fluitten iedere dag een mooi ochtendliedje dat iedereen wakker maakte, waarna het rustige en vredige leven van bijna alle inwoners op gang kwam. Niemand viel elkaar zomaar aan, tenzij het om eten ging. Sterker nog, als iemand gewond raakte werd het arme beestje al snel geholpen door anderen. Als de dader er nog bij stond werd deze op zijn fout gewezen. Iedereen begreep elkaar en zorgde voor elkaar. Dat hield de harmonie in dit deel van het bos in stand. Helaas zou het vandaag toch een beetje anders gaan. Één groot wezen dat alles op zijn, nee, háár pad verwoestte deed de hele samenhang in het bos wankelen. Het monster deed letterlijk de grond trillen en boezemde angst in bij ieder wezen dat ze tegenkwam. Een paar kleine wezentjes kropen achter een boom, terwijl een ander wezen dapper voor het monster ging staan. Dat duurde helaas niet lang: vlak voordat hij pijnlijk doch simpel om het leven kwam was hij al weggesprongen. “We moeten haar weghalen, het hele bos komt in gevaar!” Hij werd aangekeken door een kitsune. “En hoe wil je haar weghalen? Je bent zelf bijna gedood! Daarbij wil ik geen geweld gebruiken. Dit wil ze zelf ook niet,” protesteerde ze. Het leek alsof ze het monster kende. Het monster dat gefrustreerd door het bos raasde en alles op haar pad vernielde kende ik ook heel goed. Sterker nog, dat monster was.. Ikzelf. Een simpele vuistslag deed een van de bomen in het harmonieuze bos omvallen. Het opstuivende zand deed heel wat grondwezentjes vluchten. De rest vluchtte door een kwade brul. Het was weer zover. Ik had weer een nare ervaring erbij. En dit keer zou ik het helemaal uitvechten, in plaats van zielig tegen een boom gaan zitten. Ik had daar niks mee bereikt, ik was enkel een paar ervaringen rijker geworden. Ik sloeg nog een keer tegen een boom aan, die hetzelfde lot onderging als zijn voorganger. Alsof ik helemaal gek was geworden keek ik de boom na. Mijn pupillen waren dusdanig vernauwd dat ze kleine puntjes waren geworden, maar mijn ogen waren groot. Mijn gezicht was echter helemaal wit geworden. Dit waren tekenen van iemand die helemaal doorgedraaid was. En ook dat was waar.

Net toen ik een andere boom wilde doden hoorde ik wat geroep onder mij. Met een ruk draaide ik mij om, met diezelfde kwade blik in mijn ogen. Een klein legertje van kitsunes wilde het tegen mij opnemen. Tegen mij! Ha, wat een grap! De kleine vosjes met meerdere staarten sprongen tegen mij op en beten zich vast in mijn benen. Een paar kon ik nog loskrijgen, maar een paar waren heel vervelend aan het worden. Toen ik de zoveelste kitsune probeerde los te rukken, nam het beestje ook een stuk vel mee. Een deel van het legertje vluchtte voor de pijnlijke brul die hierna volgde. De andere kitsunes roken hun kans en sprongen weer op mijn been, zodat ze de wond groter konden maken. Gefrustreerd stampte ik met mijn voet op de grond, in de hoop de beestjes weg te krijgen. Ik kneep mijn ogen tot spleetjes toen dat mij niet lukte. Ik had een beter plan, al was het gek dat ik in deze staat nog kon denken. Ik sloeg mijn been tegen een van de bomen aan. Deze kreeg een deuk in zijn bast, maar de kleine vosjes lieten wel los. De anderen werden geplet en stierven vrijwel direct. Ongeïnteresseerd liep ik door, terwijl de dode kitsunes een voor een van mijn been af vielen. Tijdens het lopen sloeg ik hier en daar mijn vuist tegen een boom. Sommige bomen braken en vielen om door de kracht die de woede mij gaf, andere bomen hadden een dikke deuk in hun bast gekregen. Het bleek dat geweld niet werkte, integendeel: het maakte mij juist bozer dan ik al was. Misschien werkte rust wel, een vriend of een vriendelijk persoon dat mij rustig kon maken zou dan handig zijn. Zulke personen zouden zich echter wel twee keer bedenken om dit bos te naderen en daarbij was het nog niet eens zeker of het wel zou werken. Het kon natuurlijk ook zo zijn dat ik helemaal niet op zou letten, of dat ik juist in de tegenaanval ging. Ik snoof en stond stil. De wezentjes trokken zich nog dieper terug in hun struikjes, die hun maar weinig bescherming kon bieden. Boos slaakte ik een gefrustreerde kreet, die door mijn lage stem op een brul leek – net als alle brullen die deze voorbijgegaan waren. Ik was weer net zo erg bezig als de vorige keer in Latica. Zelfs erger: deze keer kon ik mijzelf nauwelijks onder controle houden..

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Masaomi
Administrator en Carer
avatar

Aantal berichten : 699
Punten : 87

Over jouw personage
Leeftijd: 16 Years
Groepsleider: -
Relatie: Ilva♥The best proof of love is trust.

BerichtOnderwerp: Re: Mad harmony   za jan 19, 2013 6:42 am

"Wanneer was nou de laatste keer dat ik écht iets heb verricht?" mompelde ik zacht tegen mezelf, terwijl ik nogmaals mijn blik over het gebied onder mij liet glijden. Was het eigenlijk raar dat ik mezelf als een soort held zag die nogal onbetrouwbaar was geworden door Fanterria continu te verlaten? Eigenlijk verliet ik Fanterria niet, maar ik was gewoon nauwelijks zichtbaar voor lange periodes. Ik kon mezelf niet bepaald een held noemen. Wilde ik eigenlijk een zogenaamde 'held' zijn? Ik ademde diep in en uit en balde mijn vuisten. Ik zou de boel voor mezelf duidelijker moeten maken. Als een 13-jarige was Fanterria een plek vol avontuur en gevaar geweest, maar nu lijk ik enkel de duistere kant van Fanterria te zien. De wezens werden overduidelijker gevaarlijker en ook de mensen, wegens een domme mens. Alsnog had ik in de tijd ervoor enkel de duisternis kunnen zien van de wezens hier. Er was immers veel gebeurd in de tijd dat ik een sfinx was tot en met nu. Zachtjes plofte ik neer op het stukje rots waarop ik zonet stond en sloot mijn ogen. Even weg van de duistere werkelijkheid. Het was inmiddels al zo erg dat ik Fanterria niet meer kon beschouwen als een kleurrijke wereld, maar enkel één met kolkend zwart. Hoe kon het toch zo eindigen? Ik hield mijn hoofd vast en leunde mijn elle bogen op mijn knieën. Sinds ik weer een mens was geworden was ik me al te ver gewaagd in de wereld van de wezens. Ik zag de obstakels die ze elke dag weer moesten beklimmen. Vergeleken met mijn leven voordat ik hier kwam, leek zo wel paradijs. Luid snoof ik en besloot mijn ogen eindelijk weer open te doen. Er was eigenlijk geen enkel verschil. Nog steeds zag ik Notoko onder me liggen met haast een duistere mist erom heen. Het begon me teveel te worden. Ik had genoeg van die duisternis, ongeacht of ik een 'held' of niet zou zijn. Traag hees ik mezelf overeind en greep ik een stuk geel gekleurde stof dat in mijn broekzak zat. Het was het teken van mijn oude clan geweest; The Yellow Scarves. Deze scheurde ik door midden en bond ik met moeite vast over mijn handen. Strak trok ik ze vast en keek ik voor een laatste maal richting Notoko. Ik zou de duisternis wegdrijven!

Over duisternis gesproken, ik zag een al te bekende schim door het gebied dwalen als een wezen dat of teveel gedronken had-wat ik trouwens uitsloot- of een doorgedraaide Avani. Het duurde ook niet verrassend lang, totdat ik achter het antwoord was gekomen. Met een grijns staarde ik naar de enorme schim; Het blonde haar en haar ogen zeiden genoeg. Ze had de duisternis misschien niet gezien of een ander soort, maar ik wist wel één ding. Ze was er nog slechter aan toe dan de eerste keer dat ik haar was tegengekomen. De grijns verdween van mijn gezicht. Ik moest Avani helpen, maar weer zoals vroeger? Het jochie dat voor een weerwolf op sprong en de reus tegenhield met niets anders dan de waarheid waar ze niet aan toe wilde geven? Het was me allemaal iets te toevallig dat ik haar zo tegenkwam net nadat ik mijn oude simpele zelf dreigde te verlaten. Zou ik nog eenmaal mijn oude zelf zijn? Donkerder kon deze duisternis toch niet worden. En waarom waren anders mijn vuisten en mijn oude trots teruggekeerd? Ik was geschikt voor dit karwei. Het was nu eerder de vraag hoe ik Avani zou kunnen stoppen van haar woede en verwarring. Weer dezelfde preek uitspreken zou niet werken, omdat ik er zeker van was dat ze het onthouden en het haar helaas niet kon tegenhouden of juist een reden voor haar gedrag was. Moest ik het anders aanpakken? Letterlijk met mijn vuisten en voorbeelden? Wacht! Ik wist wat mij kon helpen. Binnen een paar tellen had ik mijn oude zakmes tevoorschijn getoverd in plaats van het wapen die de gluiperd 'Akis' mij ooit had gegeven. Dit zou de oplossing kunnen zijn! Mijn oude zakmes zou haar verwarring iets kunnen verergeren, maar wel zodat ze onze eerste ontmoeting zou onthouden en kon kalmeren. Nu had ik dus een strategie die een hele lage kans van slagen had, maar ik waagde het erop. Avani bleef een kostbare vriend en trouwens een lid van Fairy Tail.


Zonder een enige twijfel schoot ik weg van de rots waar ik nog net op stond en nam de snelste route naar het gebied beneden, Notoko. Nooit gedacht dat ik zo snel kon rennen, bedachte ik me toen het silhouet van Avani nog duidelijker te zien werd. Hoewel ik Notoko wel moeizaam betrad, merkte ik degelijk wel op dat ik nog geen wezens had gezien sinds ik in het gebied was. Zelfs bij de rots was er geen wezen te bekennen. Het werd steeds duidelijker dat Avani hen angst in boezemde en ze al waren gevlucht. Om zelfs geen vluchtende wezens te zien moest wel duidelijk maken dat de reuzin al een tijdje tekeer gaan aan het was. Dit was overduidelijk niet best en ik kon nu enkel maar hopen dat ze geen levens had beëindigd. Kort slikte ik. Dat zou meerdere dingen kunnen betekenen. Ze zou dan uit mijn clan moeten, maar ook worden gebruikt door Hunters, zoals 'Akis' of erger. Het ergste was dat ze helemaal een harteloze doder zou worden en alles op haar pad zou verslinden. Dat laatste was natuurlijk het ergste stadium en zo ver was ze gelukkig niet, maar het scheelde vrij weinig. Ik rende nog sneller, maar merkte wel op dat ik enorm moe begon te worden. Het zweet brak mij uit en mijn kalme ademhaling werd onregelmatig. Gelukkig zag ik dat ik er al bijna was; overal lagen omgevallen bomen en sporen van wezens. "Bijna.. bijna.. Avani, i-ik kom je redden!" zei ik hijgend, eerder tegen mezelf dan aan Avani. Ze zou mij niet kunnen horen en ik was bijna op het punt gekomen dat ik zou opgeven, aangezien ik totaal uitgeput was om een dergelijk grote afstand te overbruggen in een immens korte tijd. Ditmaal had ik wel wat geluk; ik zag de voeten van Avani verschijnen. Haast direct erna klonk er een luide brul van een niet al te blije Avani. Ik glimlachte, niet zozeer wegens haar gedrag, maar dat ik haar had gevonden.

Direct greep ik mijn zakmes en wierp ik met mijn andere hand kleine stenen naar het stuk grond voor Avani's voeten. Ik moest haar aandacht op mij laten vestigen nu ik haar gezicht niet kon zien. Kort erna wierp ik ook mijn zakmes die net voor haar voeten terecht kwam. Als ik als eerst uit de struiken sprong zou ze mij doden en mijn zakmes was ook waardevol, maar in vergelijking was mijn leven waardevoller voor me. Kort erna stapte ik kalmpjes de struiken uit, hoewel mijn hart nog in mijn keel klopte van het geren. "H-Hey, Avani, “begroette ik haar luid. De glimlach van eerder stond nog op mij gezicht, maar spoedig verdween die weer. In een dergelijk situatie moest je niet glimlachen. Pas toen ik recht naar voren keek in plaats van haar blik op te vangen, zag ik een hele groep dode kitsune ‘s op de grond liggen en de daarbij verkregen wonden bij Avani's voet. "Avani..." mompelde ik zachtjes. Dit was ernstig. Ze had wezens gedood? Ik balde mijn vuisten en probeerde Avani recht aan te kijken, terwijl ik mijn zakmes weg griste. "Ik hoef niet te weten waarom je dit nou doe, maar .. "ik pauzeerde even, omdat de brok in mijn keel groter werd," Stop hier echt mee! "

Ik trok mijn ogen tot spleetjes die ongelovig Avani aankeken. Ik had dit nooit verwacht. Zij had wezens gedood in deze fase. H-Hoe durfde ze?! Ik trok mijn kop vlug weg en greep mijn zakmes nog steviger vast. "Wist je nog onze eerste ontmoeting? Jij was er ook zo aan toe en ik wist je toen nog net te stoppen. Mijn woorden hadden destijds jou geraakt en ik weet gewoon dat je elk woordje nog herinnert en probeert na te leven," begon ik, terwijl ik mijn woede weg probeerde te stoppen, "Maar nu ben je net zo slecht bezig a-....als.. Akis! Je doodt anderen om je eigen frustraties kwijt te raken en dat is haast hetzelfde als voor amusering anderen te doden. Beiden is het om jezelf een pleziertje te doen. En denk je aan de anderen? NU NIET! Waarom denk je dan zoiets te doen?!" De woede verdween en enkel de verontwaardiging bleef nog mijn hart omhullen. "Jij bent Avani niet, maar een rusteloos monster!" Riep ik luid naar haar toe. Dit hielp Avani niet. Nu was ik bijna even slecht bezig, maar mijn woorden... die hadden zeker wat losgemaakt bij haar. Mijn laatste zin moest haar hebben geholpen, want in een dergelijk situatie kan ik niet de vriendelijke Masaomi zijn. Ik moest initiatief tonen en rechtstreeks dingen bekend maken, anders bleef je het probleem ontlopen en verloor Avani haar frustraties niet. Die zouden namelijk voor altijd in haar schuilen en als een tijdbom ooit eens afgaan. "Die frustraties.... richt je maar af op mij als dat jouw wijze toch al is," zei ik zacht, maar hoorbaar terwijl ik mijn zakmes losliet en mijn lichaam ontspannen hield.

===========================

And as we lie beneath the stars

We realize how small we are

If they could love like you and me

Imagine what the world could be


If everyone cared and nobody cried

If everyone loved and nobody lied

If everyone shared and swallowed their pride

Then we'd see the day when nobody died

When nobody died...



Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Mad harmony   zo jan 27, 2013 9:40 am

"H-Hey, Avani,” hoorde ik iemand zachtjes zeggen. Ik richtte me nauwelijks meer op geluid, vandaar dat het zachter klonk dan anders. Ik keek even op, alsof ik dacht dat het iemand van mijn eigen lengte moest zijn, maar toen ik daar niks zag keek ik met een witgetrokken gezicht omlaag. Het blonde haar van het kleine wezentje deed mij meteen aan een bekende denken, maar ik ging er direct van uit dat dat niet de persoon was waar ik in eerste instantie aan dacht. De jongen keek naar voren. Waarschijnlijk naar die dode mormels. Het was hun eigen schuld! Zij vielen mij als eerste aan, ik had mijzelf alleen maar verdedigd! Ik snoof en keek de jongen recht aan, die mij inmiddels ook aankeek. En toen deed ik een klein stapje naar achteren. Mijn trillende handen balde ik onrustig tot vuisten en weer terug. Mijn vermoedens van eerder waren waar. Dit was mijn leider, mijn vriend. En nu had hij mijn andere kant gezien. Een kant waarvan ik nooit had gewild dat hij het had gezien. "Ik hoef niet te weten waarom je dit nou doet, maar," zei de jongen, waarna hij zijn wapen steviger vastgreep. Dat hij werkelijk met zo’n klein wapentje bescherming opzocht. "Stop hier echt mee!" Ik snoof en keek naar de grond voor hem. Al snel zei hij weer iets, maar hij had zijn blik al afgewend. "Wist je nog onze eerste ontmoeting? Jij was er ook zo aan toe en ik wist je toen nog net te stoppen. Mijn woorden hadden destijds jou geraakt en ik weet gewoon dat je elk woordje nog herinnert en probeert na te leven," vertelde hij. Hij was niet goed bij zijn hoofd. Er was een duidelijk verschil tussen irritatie en pure woede. Waarschijnlijk zag hij hier geen verschil tussen, want hij dacht een groot en gevaarlijk monster verbaal tegen te houden. Alsof dat hem zou lukken. Ik greep de dichtstbijzijnde tak vast en brak deze met enkel een vuist tot houtstukjes. De ‘tak’ was voor mij natuurlijk heel dun, maar hij was ongeveer zo dik als een mens. Ik deed dit niet om Masaomi angst in te boezemen. Ik deed dit zodat ik hem geen mep hoefde te geven. Hij had geluk dat ik mij nog inhield, want ik wilde hem op dit moment eigenlijk het liefste oppakken en net zo verpulveren als de tak van eerder. Hopelijk zag hij dat wél goed.

"Maar nu ben je net zo slecht bezig a-....als.. Akis! Je doodt anderen om je eigen frustraties kwijt te raken en dat is haast hetzelfde als voor amusering anderen te doden. Beiden is het om jezelf een pleziertje te doen. En denk je aan de anderen? NU NIET! Waarom denk je dan zoiets te doen?!" Ik bromde zachtjes en keek de jongen strak aan. Ik opende mijn mond om fel tegen zijn preek in te gaan – al zou ik toch niet in staat zijn om iets zinnigs uit te kramen – maar toen zei Masaomi nog iets. "Jij bent Avani niet, maar een rusteloos monster!" Ook al was ik zo gefrustreerd dat ik nauwelijks meer lette op wat hij zei, toch raakten deze woorden me. Heel diep van binnen deden deze woorden iets knappen. Ik had nog tegen mijzelf gezegd dat ik deze staat wilde voorkomen. Ik wilde niet zo zijn zoals ik nu was. Ik sloot mijn mond weer en staarde de jongen zwijgend aan. Heel even leek het alsof hij mij daadwerkelijk rustig had gekregen. Maar toch verscheen die kwade uitdrukking weer op mijn gezicht. Hij had geen idee waar hij het over had. Hij dacht vast en zeker dat ik die wezens voor de lol had gedood! Hoe kon hij dat nou denken? Ik snoof en wendde mijn blik af, met gesloten ogen en samengeknepen mond. De schijnende zon deed iets op mijn wang glinsteren. Je hoefde niet lang te raden om te weten dat dat een traan was. Ik was kwaad en gebroken tegelijkertijd. De jongen zei nog iets, maar daar dacht ik al niet meer aan. Al het geluid om mij heen vaagde weg, een rode waas verscheen voor mijn ogen. Die uitspraak zou ik hem zeker niet vergeven! Ik stapte naar voren en sloeg met een arm tegen een boom aan, waarna ik een kreet slaakte. Anders dan de voorgaande brullen klonk deze niet laag en dreigend. Deze klonk zelfs voor mij hoog. Nu klonk het meer als een lage doch hese krijs. Dat ene geluid bewees al dat ik haast extreem boos was. Eerst de honden, toen een woedeaanval in Latica, nu nog een.. En dan nog eens Masaomi’s toespraak. Nee, ik trok het niet meer. Ik kon het niet meer aan. “Ek woarskie jy,” siste ik met een haast onverstaanbaar lage stem, wetend dat die zin eigenlijk al te laat was. Ik haalde diep adem door mijn neus, waarna het begon.

Met een dreun viel mijn voet voor de jongen op de grond. Dat was niet eens expres. Ik had hem per ongeluk niet geraakt. Ik was nu pas in de staat gekomen die Masaomi eerder had omschreven: wezens doden om mijn frustraties kwijt te kunnen. Een staat die ook ik verachtte. Ik zou me verschrikkelijk voelen na afloop. Dat wist iedereen die mij goed kende ook. En toch deed ik het. Toch probeerde ik nu mijn vriend en leider te doden, enkel omdat die ene opmerking mij zo diep had geraakt. Ik sloeg mijn arm tegen een boom, die door de klap haast meteen brak. Als hij slim was zou Masaomi zich allang uit de voeten hebben gemaakt. Misschien niet de meest heldhaftige keuze, maar zeker wel de veiligste. Omdat ik haast letterlijk verblind van emoties was merkte ik namelijk niet of hij al gevlucht was of niet. Inmiddels waren alle wezens in een omtrek van enkele tientallen meters al compleet verdwenen. Ze waren gevlucht, niet gedood. De enkele wezens die ik had gedood waren de kitsunes, die ik ook nog eens uit zelfverdediging had gedood. Ik gromde en keek omlaag. Dat deed ik al de hele tijd, maar nu bekeek ik de grond iets beter. Ondanks dat alle wezens waren gevlucht, zag ik toch nog een klein wezentje voor me op de grond. Zonder verder na te denken greep ik de boom die ik eerder al had gebroken en rukte ik een ander deel los. Deze wierp ik op het wezentje voor me. Hierna besteedde ik helemaal geen aandacht meer aan het irritante beestje en besloot ik verder te gaan met waar ik zojuist nog mee bezig was geweest. Op momenten als deze was het lengteverschil tussen mij en veel van mijn vrienden niet zo handig: ik moest juist op dit soort momenten – het liefste fysiek – tegengehouden worden. Hopelijk zag Masaomi dat in en zou hij ook proberen om mij tegen te houden. Als ik daar gewond bij zou raken, maakte het mij niks uit. Ik wilde niet langer een gevaar vormen voor mijn leider en vriend. Ik zou hem zeker niet willen missen, al liet ik dat niet echt merken op dit moment. Sterker nog, mijn kwaadaardige ik wilde hem liever doden op dit moment. Gefrustreerd vanwege alle tegenslagen tot nu toe, duwde ik met nauwelijks wat moeite een boom omver en liet ik nog een brul horen.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Masaomi
Administrator en Carer
avatar

Aantal berichten : 699
Punten : 87

Over jouw personage
Leeftijd: 16 Years
Groepsleider: -
Relatie: Ilva♥The best proof of love is trust.

BerichtOnderwerp: Re: Mad harmony   za feb 02, 2013 7:24 am

Ik had Avani weten te bereiken met mijn rusteloze woordenspel. Mijn goede vriend had ik pijn gedaan, maar ik herkende haar écht niet meer. Haar houding stond dreigend en de kwade gezichtsuitdrukking op haar gezicht maakte het er niet beter op. De schim waar ik mee sprak had het uiterlijk van haar, maar niet het karakter. Diep van binnen wist ik dat ze zeker bij zinnen was en hoorde wat ik allemaal zei en het waarschijnlijk één grote vergissing was van hoe ik optrad, maar ik gaf er te laat aan toe. De schade was al aangericht en Avani zou mijn woorden niet meer vergeten. Het was vergelijkbaar om tegen een ander te schreeuwen dat hij geen 'mens' meer was tijdens een woede aanval van hem. Met moeite zag ik- toen ik weer opkeek- een traan wegglijden. Nee, hea. Werkelijk waar? Mijn verstand had me écht te laat gewaarschuwd, maar was dit dan geen sein dat ik haar wist te bereiken? Een zucht verliet mijn mond eerder dan de traan van Avani's wang afgleed. Waardeloos voelde ik me, maar ik wilde haar helpen. Wat zou een leider en vriend anders doen? Dat zou niet iemand kunnen antwoorden wanneer je vriend een reuzin bleek te zijn. Mijn blik hield ik op haar voet gericht. Ik wilde haar gezicht nu even niet zien. The damage was done, zoals ze vaak zeiden in boeken. Iets warms gleed weg vanuit mijn hand en hoorde ik vervolgens druppelen op de grond. Een kleine snee'tje had zich bij mijn vinger gevormd toen ik zeker de zakmes zonet had losgelaten. Door de commotie had ik waarschijnlijk niet eens beseft dat zich er een wond had gevormd. Als een klein peutertje hield ik de vinger deels in mijn mond, zodat het bloeden zou verminderen en zich er sneller een korst op kon vormen.
Het duurde even, voordat ik me weer wende tot Avani die niet al te vrolijk leek te zijn. Dat was logisch, maar toch bespeurde ik ondanks haar ogende rustige houding ook nog de bruisende woede in haar. Het enige wat ik verwachtte was gebrul van haar op het volgende moment, gezien de vorige ervaring die ik met deze 'Avani' had. Veel volgde niet, maar enkel een teleurgestelde Avani. "Avani.."stamelde ik, hoewel ik wist dat ze mij niet zou kunnen horen. Eigenlijk had ik in zo'n situatie niet eens het recht om zelfs maar haar naam uit te spreken. Pijn had ik haar aangericht en mijn aanwezigheid zou haar meer pijnigen. Iets liet me degelijk op mijn plek staan, koppigheid. Het was ook zo dat ik haar nu wel begreep en haar enkel wilde helpen, want enkel ik had een kans om een reuzin te kalmeren, een kleine kans.

Een hard geluid donderde mijn oren in en liet de grond meetrillen. Zonder er verder bij na te denken liet ik mij vallen op de grond en hield ik me laag. Mijn witte vest raakte onder de modder en zand, terwijl mijn broek nog wel redelijk schoon bleef wat een wonder was. De vinger die ik eerder bloedde en ik in mijn mond had gehouden klamden zich nu stevig aan de grond, waardoor de snee weer begon te bloeden. Moeizaam trok ik mijn hoofd omhoog, terwijl het vreselijke geluid doorgalmde in de nabije omgeving. Het deed mij geen goed en zeker de andere wezens niet. Wacht, 'andere wezens'? AVANI! Vlug keek ik op en zag ik dat Avani een pak rammel aan een boom had gegeven. Avani werd gevaarlijk, of eerder de situatie als geheel. Ik hees me snel overeind en probeerde de blik van haar op te vangen. Mijn hart klopte in mijn keel, terwijl ik de situatie goed anyliseerde; Avani was in een 'rage' aanval. Niks zou haar nu kunnen stoppen, want alles werd geluidloos en enorm wazig om haar heen. Met die klap van net verwachtte ik wel dat ze degelijk nog kon voelen. Daar moest ik gebruik van maken. 'Ek woarskie jy,'zei Avani te laat. Ik en zij wisten beiden dat ze er al in beland was geraakt en dingen zou doen waar ze spijt van zou hebben. Ze kon in deze staat volledige gebieden verwoesten en de levens van wezens ontnemen met gemak. Er was dan ook vrij weinig wat een reus kon tegenhouden. Er waren te weinig gigantische wezens die wisten hoe je een reus moest aanpakken. Alsnog wist ik in een paar tellen op een idee te komen. Je had eigenlijk niet enkel kracht en grootte nodig, right? Anders kon ik even King Kong of een gigantische Hulk inschakelen die het karwei konden opknappen. Nee, dit had een brein, een tactiek en wat vleugels nodig. De vleugels waren geen probleem, evenals de brein, maar het was de eerder de tactiek die problemen zou kunnen opleveren. Ik had dus een idee wat ik kon doen, maar Avani was onvoorspelbaar; haar enorme voet kwam direct naast mij neer op de grond met een bijbehorende harde klap. Gezien haar houding en de blik in haar ogen kon ik afleiden dat het per ongeluk mis was en zij op mij doelde.
Vlug schoot ik opzij en kwam ik keihard op mijn buik terecht. Een kreun wist ik binnen te houden, waarna ik me snel overeind hees. De wond bij mijn vinger was inmiddels weer een stukje groter geworden, maar nog niet op het niveau dat ik er veel aandacht aan moest besteden. Maar goed, ik moest me eerst in veiligheid brengen. Ik zette me af en door de adrenaline wist ik me sneller te bewegen.

Een kilometer verderop stopte ik pas, maar veel tijd had ik niet nodig om mijn tactiek en idee uit te kunnen werken. Avani kon namelijk één enkele kilometer al afleggen in een paar passen. Ik hield vlug twee vingers bij mijn mond en floot zo luid als ik maar kon om over het geluid van omvallende bomen en takken en Avani's gebrul heen te komen. Enkele tellen later gebeurde er nog niets, dus floot ik nogmaals op mijn luidst. Spoedig verscheen er een geel gedaante in de lucht, waarna ik moeite had om nog overeind te staan. Ik was zo gerust geworden dat de adrenaline verdween en ik de uitputting van mijn lichaam en geest weer voelde. Het was een teken dat ik snel moest handelen. De griffioen lande nog niet en ik klom al op zijn rug. We hadden immers veel haast en zelfs een simpele landing zou teveel tijd innemen. De grote ogen van de griffioen staarden me een moment lang aan, alsof hij aan mij vroeg waarom ik hem naar zo'n gevaarlijke situatie had gestuurd, maar spoedig leek het wezen in zichzelf te knikken alsof hij begreep dat ik zo'n 'troublesome' persoontje was en accepteerde de feit. Tja, hij had mij geholpen in veel moeilijke situaties die nogal over de top waren en dit was geen uitzondering erop.
Al vlug zag ik hoe Avani een stuk van een boom greep en het naar iets wierp. Het zag er levend uit en leek aangetrokken te zijn door mijn glimmende zakmes. Mijn griffioen hoefde niet lang na te denken en dook richting het kleine wezen. Veel zag ik er niet van, omdat ik de boom in de gaten hield. Het duurde ook even totdat ik besefte dat de griffioen het beestje al gegrepen had. "Nu naar Avani!"zei ik luid met enige aarzeling in mijn stem. Zo net zou ik haar nog 'monster' hebben genoemd, maar ik kon het alsnog niet over mijn keel krijgen. De griffioen naderde Avani en keek mij argwanend aan. 'Is dit wel slim?'leek hij mij te willen vragen, omdat hij zag dat ik zonet nog aan het aarzelen was. Ik wilde haar helpen op een hele absurde wijze. Ik knikte en keek haast automatisch naar het wezentje dat aan de klauwen van de griffioen aan het bungelen was. Het was een jonge kitsune van amper één maandje oud zo te zien. Dat verklaarde een boel. Ik greep voorzichtig de kitsune, terwijl ik mijn evenwicht probeerde te bewaren en tegelijk op Avani moest letten. Vlug trok ik de kitsune met één hand naar mijn borst toe, terwijl ik de griffioen zo wat stuurde door met mijn andere hand lichtjes aan zijn verenpak te trekken. "Achter hoofd!"riep ik luid, waarna hij snel schoot naar het hoofd van de reuzin. Met zijn klauwen hield de kraag vast en trok deze met al zijn kracht naar achteren. Het shirtje die Avani droeg(Weet niet wat ze draagt) zou dan een druk tegen haar keel creëren, waardoor ze lichtjes zou stikken en even bij zinnen zou komen. Onbewust voerde ik een druk uit op de jonge kitsune pup. De jonge kitsune pup voelde mijn hartslag en jankte zachtjes. "Het komt wel goed, kleintje,"stamelde ik, maar ik stond volledig achter mijn woorden. Het kwam wel goed.



===========================

And as we lie beneath the stars

We realize how small we are

If they could love like you and me

Imagine what the world could be


If everyone cared and nobody cried

If everyone loved and nobody lied

If everyone shared and swallowed their pride

Then we'd see the day when nobody died

When nobody died...



Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Mad harmony   zo feb 03, 2013 2:06 am

Ik hijgde zachtjes. Niet omdat bomen omver duwen en wezens doden zo moeilijk voor mij was, want dat was het niet. Mijn gedrag, dat zacht gezegd roekeloos was, vrat echter heel veel energie weg. Alle adrenaline zorgde voor een felle woede-uitbarsting, maar kon op zijn beurt ook weer voor grote vermoeidheid zorgen. Een tweede teken dat mijn energie wat opraakte, was dus het zachte gehijg dat uit mijn keel kwam. Toen ik in plaats van een rode waas opeens sterretjes begon te zien, was het voor mij al wel duidelijk dat ik moe werd. Rustig was ik echter nog lang niet. Dat bleek wel uit mijn volgende reactie: plotseling rechtte ik mijn rug en sloeg ik mijn beide armen uit elkaar. Gelukkig raakten ze alleen maar de gebladerde boomtoppen, zodat er nauwelijks schade was ontstaan. Ik snoof en keek ingespannen rond. Ik was nu werkelijk een weerwolf die naar een pegasus zocht. Even moordlustig in ieder geval. Want dat wilde ik. Ik wilde heel graag iemand doden, ook al raakte ik vermoeid van mijzelf. Om nu echter op te geven zou lang niet de beste keuze zijn: dit zou nóg een druppel kunnen zijn, misschien zelfs het druppeltje dat het meer zou doen overstromen. En dan zou ik letterlijk vechten tot ik er bij neer viel. Dan zou ik ook helemaal niks meer meekrijgen van mijn directe omgeving. In de verte hoorde ik een doffe fluit – ik kreeg nu dus wel wat mee. Als een kat keek ik direct op bij het horen van het geluid. Waar kwam dat geluid vandaan? Al een paar tellen later weerklonk de volgende fluit. Dit keer keek ik – onwetend – precies naar de plek waar Masaomi stond. Een gele vlek verscheen al snel in het luchtruim en dook ongeveer op diezelfde plek naar beneden. Dat stond mijn kwade ik helemaal niet aan. Toen ik op de gele vlek af wilde stappen steeg hij echter weer op. Hij nam het wezentje mee dat ik zojuist nog weg had gejaagd met een stuk boom. Misschien moest ik precies hetzelfde proberen. Ik greep, de gele vlek constant in de gaten houdend, een al afgebroken boom vast, waar ik nogmaals een stuk van af trok. Ik bromde zacht en zette een stap vooruit, klaar om het stuk hout naar het ‘bedreigende object’ te gooien.

Toen ik het stuk hout echter wilde gooien, was de gele vlek weg. Heel vaagjes hoorde ik iemand wat roepen. Al was het nog zo onduidelijk, ik wist meteen wie dit was. Bij het besef dat dit Masaomi was, iemand die ik op dit moment het liefste uit de weg zou willen ruimen, maakte ik aanstalten om me om te draaien. Een onverwachte druk op mijn keel hield mij tegen. Zonder na te denken brulde ik als tegenreactie, maar dat was niet het handigste wat ik kon doen: door die brul had ik minder lucht in mijn longen over. Omdat er nu een druk op mijn keel stond kwam er ook minder lucht binnen. Alleen al hierom raakte ik lichtjes in paniek. Ik liet het stuk hout los en probeerde houvast aan een nabije boom te houden. Langzaamaan ging het vermoeid hijgen over in wanhopig luchthappen. Toen pas kwam het idee in mij op om aan mijn kraag te voelen, die nu wel aardig strak om mijn keel ging zitten. Ik gaf er een harde ruk aan, maar voelde zo ook dat er een beetje weerstand was. Mijn kraag zat dus aan iets vast – wat onmogelijk was omdat er haast niks in dit bos leefde of groeide wat ongeveer even hoog als mijn kraag was – of er zat iemand aan mijn kraag te trekken. Die gele vlek was het laatste wezen dat ik had gezien en was ook nog langs mij gevlogen. Dan was hij de enige die dat zou kunnen doen. Ik draaide me ruw om, maar zag niemand. Natuurlijk, misschien trokken ze nog steeds aan mijn kraag. Ik bracht mijn hand daarom naar mijn nek, waar ik ook niemand voelde. Het besef dat ze misschien gevlucht waren, of hard tegen mijn nek waren gebotst, kwam niet in mij op. Ik bromde zacht, mijn hele lichaam trilde van de spanning. Het stond mij niet aan dat ik niet zeker wist waar de wezens nu waren. Het stond mij al helemaal niet aan dat ik wist dat bij de gele vlek ook Masaomi zat. “Woar is jy,” fluisterde ik in mijzelf. Het feit dat ik nu sprak, betekende al dat Masaomi’s plan om mij rustiger te maken had gewerkt. Diep van binnen was ik dan ook wel blij met zijn plan, maar ik was ook wel geschrokken. Dat liet ik echter niet merken. Gefrustreerd greep ik het stuk hout van eerder en wierp ik het een eindje verderop, waarna ik door ging met het vernielen van dit stukje van het bos.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Masaomi
Administrator en Carer
avatar

Aantal berichten : 699
Punten : 87

Over jouw personage
Leeftijd: 16 Years
Groepsleider: -
Relatie: Ilva♥The best proof of love is trust.

BerichtOnderwerp: Re: Mad harmony   di feb 05, 2013 6:15 am

Het kwam wel goed. Het zou ten minste goed kunnen komen. Een twijfelende glimlach kwam op mijn gezicht te staan. Ik moest de reuzin kalmeren en dat was logisch een hele karwei. De griffioen trok dan ook met al zijn kracht aan het stukje stof, zodat we een enige kans van slagen zouden hebben om de reuzin kalm weten te krijgen. Hij begon nog harder te trekken tot mijn verbazing. Ik dacht dat ik het limiet van zijn kracht al had gezien, maar nee; het stukje stof begon nu de reuzin te irriteren en werkelijk een blokkade te vormen. "Goed,"mompelde ik zachtjes. We hoefden niet verder dan dit punt te gaan voor het moment. We wilden haar niet pijnigen, enkel kalmeren. Maar ja, makkelijk gezegd dan gedaan. Ook had ik nog een zorgen om mijn hals gehaald; de jonge kitsune die ik haast plette onder mijn arm. Ik moest het jonge beestje ook in veiligheid brengen en daarna- als die nog leefde- naar zijn ouders. Dat laatste leek mij stug. Avani had ze stuk voor stuk gedood in de buurt van een veel gebruikte kitsune hol. Er waren zat andere jongen die nu wees waren geworden. Ook ik kende mijn limiet en kon ze zeker niet allemaal redden. Maar goed, ik kon er één redden en hopelijk Avani ook. De griffioen hield het stukje stof steeds losser vast, naarmate het een ergere blokkade werd voor de reuzin. Op het moment dat de griffioen het hardst had getrokken, brulde ze keihard, hoewel ze mij daarmee niet uit mijn gedachten wist te halen. Het was niet een bepaalde slimme actie van haar, hoewel het deels ook haar leven kon redden. Toen ze overging tot het happen van lucht, gaf ik het sein aan de griffioen dat hij het rustiger aan mocht doen. Haast van opluchting liet hij het stukje stof veel minder strak vast tussen zijn klauwen. Onbewust hield ik de jonge kitsune ook minder strak vast. Ik wist op dit punt niet wat ik verder kon doen. Ze zou namelijk zeker de dader van haar zuurstofgebrek willen opspeuren, maar dat was niet eens een zekerheid. Wat zou ik op dit punt verder moeten doen? Het was ook een verrassing dat mijn idee een goed effect leek te hebben op haar. Ik schraapte mijn keel en dacht vervolgens na, terwijl ik de griffioen strak aankeek. Hij was er voor mij en ik voor hem. Wanneer ik hem hielp, zou hij mij helpen, dat was besloten op de dag dat ik bevriend met hem raakte. Hij had mij zo net geholpen en nu was het mijn beurt om hem te helpen, hoewel de situatie nog enorm gevaarlijk was. Maar wat als ik hem zijn gangetje liet gaan? Ik deed vaak dingen op mijn wijze, maar waarom zou hij dat niet mogen? Een knikje. Meer was er niet nodig geweest om hem te laten weten dat hij nu deze situatie verder mocht oplossen. En dit was misschien mijn beste idee ooit.

Een harde plotselinge ruk liet mijn gedachten als sneeuw voor de zon verschijnen. Terwijl ik nog verward voor mij uitkeek, reageerde de griffioen door stevig het stof naar zich toe te trekken, waardoor we niet tegen de nek van Avani zouden botsen. Ik wilde opgelucht ademhalen, maar de tijd had ik er niet voor. Het wezen had het stukje stof spoedig weer losgelaten om daarna naar beneden te duiken. Wat zou zijn idee zijn? Kort fronste ik toen we de benen van Avani naderden. Wat ging hij doen? Net voordat we de benen waren gepasseerd beet hij keihard in de benen van de reuzin, waarna hij stevig tegen haar voeten pikte. Was dat zijn plan, Avani verwonden? Het zou het verwoesten van het bos verminderen. Alleen dat kon ik op het moment bedenken, doordat ik toen pas de ogen van hem wist te vinden. Hij leek heel geconcentreerd bezig te zijn - wat hij ook was- , maar ook er plezier in te hebben, alsof hij altijd al Avani wilde pesten. Ik liet hem zijn gang maar gaan, nu ik zijn idee begon te begrijpen en ik Avani 'Woar is jt,' hoorde zeggen. Dankzij zijn idee had Avani ons ook niet gevonden. Opeens steeg het wezen weer en viel het behendig en snel de armen en handen van Avani aan. Het leek alsof hij willekeurig aanviel, maar hij leek te weten wat hij deed en pas later zag ik dat hij op de aanhechtingsplaatsen van de pezen schrammen en wat wonden had gemaakt. Zo zou Avani zeker moeizamer alles kunnen verplaatsen wat haar op den duur zou kalmeren. Wie weet lukte het ons wel! Licht nerveus was ik nog weer wel, maar naarmate de griffioen dezelfde schrammen groter, maar niet levensbedreigend maakte, werd ik des te meer kalmer. Na een verloop van tijd stopte de griffioen en vloog hij naar de kop van Avani en bleef er op een veilige afstand vandaan vliegen, terwijl hij soms wat lager vloog. Nu moesten we afwachten. Het laatste zou zijn wat ik en de griffioen samen zouden doen. Een kalme energie uitstralen naar haar. De jonge kitsune wist niet wat hem of haar overkwam, maar werd ook kalmer. Voor het gezicht van een reuzin rondvliegen, daar werd je niet kalmer van, maar er was wel een zekere hoogte van hoe kalm je in zo'n situatie kon zijn en de hadden we met z'n drieën bereikt. Mijn mond vormde een streepje, terwijl ik wilde glimlachen, maar we moesten allemaal even kalm zijn. Het zou ons namelijk lukken om haar te kalmeren.

===========================

And as we lie beneath the stars

We realize how small we are

If they could love like you and me

Imagine what the world could be


If everyone cared and nobody cried

If everyone loved and nobody lied

If everyone shared and swallowed their pride

Then we'd see the day when nobody died

When nobody died...



Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Mad harmony   wo feb 06, 2013 1:10 am

Ik bromde zacht terwijl ik mijn zinnen op een onschuldige boom zette. Mijn vuist sloeg tegen de boom aan, die door alle vuistslagen al behoorlijk bebloed was. Een paar kleine boomwezens sprongen zo snel mogelijk uit de omvallende boom, maar helaas redden een paar het niet. Ik merkte een jong draakje op. Het was een Notokiaans draakje, eentje zonder vleugels en met een lang lijf, maar dat zich toch nog kon voortbewegen. Hij kon zelfs vliegen zonder zijn vleugels. Ik tilde de boom op en greep het beestje bij zijn staart, waarna ik hem optilde en voor mijn gezicht liet bungelen. Het arme draakje probeerde door noodbrullen zijn ouders te roepen, maar zijn ouders kwamen niet. Het hoge gekrijs werkte mij op mijn zenuwen. Toch deed ik niks. Ik hield het draakje alleen maar zo vast. De kwaadaardige Avani zou hem inmiddels in haar mond hebben gestopt, waarna ze op het nog levende beestje ging kauwen en uiteindelijk het dode wezentje zou doorslikken. Iets hield mij echter tegen. Ik staarde hem alleen maar aan met mijn groene en wijdgeopende ogen. Het leek er op alsof ik hem ieder moment kon gaan doden. Nu leek dat misschien wel zo, maar ik was het niet van plan: ik werd tegengehouden. Daarom zuchtte ik en legde ik het wezentje voor mijn voeten op de grond, waarna ik weer rechtop ging staan. Het draakje keek mij nog verbijsterd aan, maar zocht hierna zo snel mogelijk weer het bos op. Ik haalde diep adem door mijn neus. Wat was dit? Ik vroeg me af waarom ik dat beestje in Rocsnaam had laten gaan. Normaal zou ik hem allang hebben gedood. Ik ramde mijn andere hand in een al afgebroken boom. Ook op deze hand zaten open en dus bloedende schaafwonden, maar ik trok me daar niet zo veel van aan. Gefrustreerd omdat de hele situatie zo apart was haalde ik een gewonde hand door mijn haar, waarna ik weer een luide brul slaakte. Hierna zette ik een paar stappen naar voren, keek ik zoekend rond en greep ik een van de boomtoppen van de bomen vast, waarna ik het gebladerde stuk in een keer losrukte. Natuurlijk volgde hierna nog een gefrustreerde brul. Ik was zo verbaasd en gefrustreerd tegelijkertijd, dat ik eigenlijk heel gemakkelijk weer in mijn vorige fase terug kon vallen.

Opeens voelde ik wat geprik bij mijn benen. Het voelde niet als gekietel aan, maar het deed ook geen pijn. Wel was ik zo alert dat ik al bij de eerste prik een geschrokken brul liet horen. Ik had niet verwacht dat ik opeens geprikt zou worden. Het geprik verlaagde zich tot mijn voeten. Ik schoof ze wat naar achteren, maar het geprik bleef aanhouden. Toen ik het geprik ‘wegschopte’ was het opeens verdwenen, maar het verschoof weer naar mijn armen. En toen zag ik een geel wezentje bij mijn armen vliegen. Even geel als de gele vlek van eerst. De vuile.. Ik strekte een arm uit om het wezentje uit de lucht te vangen, maar een zachte pijn in mijn armen hield me tegen. Niet zeker wetend waarom ik die pijn opeens voelde, balde ik gefrustreerd mijn handen tot vuisten, maar dat zorgde voor hetzelfde gevoel in mijn handen. Hierom ontspande ik mijn handen en greep ik een boomtop vast, zodat ik hem los kon rukken en op het gele wezentje kon werpen. Toen ik hem echter vastpakte en wilde losrukken, voelde ik de zachte pijn weer. Echte pijn was het niet, eerder een soort blokkade. Alsnog trok ik de boomtop los en wierp ik deze richting de griffioen. Bij het werpen was mijn blik op mijn armen gevallen. Toen ik ernaar keek, merkte ik ook de wonden op mijn voeten en benen op. Met een geërgerd gezicht keek ik op, richting de griffioen. Deze vloog inmiddels, samen met Masaomi en een zielige kitsune op zijn rug, recht voor mijn gezicht. Ze straalden een kalmte uit die ik onmogelijk zelf kon voelen in deze staat. En toch sprong het enigszins over. Ik bromde zacht en hoewel ik nog steeds de neiging had om deze wezens met de vlakke hand op hun gezichten te slaan, hield juist die kalmte mij tegen. Ik gromde geïrriteerd en haalde met mijn rechterhand naar het groepje uit, maar zelfs ik zag dat het overduidelijk mis was. Dat was het punt. Ik gaf het op. Ik zuchtte, maar niet op de wezens voor me. Ze wilden op deze manier niks verkeerds doen. In tegenstelling tot mij waren ze heel rustig. Ik was diegene die alles vernielde. Ik was de boosdoener, diegene die levens soms letterlijk kapot maakte. En dat besef sneed zachtjes in mij.

Het was toen dat ik eindelijk weer bij zinnen kwam. Eindelijk werd ik weer wakker uit die eindeloze nare droom die veel kapot had gemaakt. Zowel letterlijk als figuurlijk. Natuurlijk was dit kleine deel van het bos wel compleet verwoest, mijn agressieve gedrag had vast ook emotioneel veel pijn gedaan. Niet alleen anderen leden nu echter pijn. Mijn hart brak toen ik rondkeek en alle verwoesting zag. Ik had dat gedaan. Dat was allemaal door mij, het rusteloze monster. “E-ek,” stotterde ik, maar woorden waren niet genoeg om dit goed te maken. Het bos had een hele lange tijd nodig om zich te herstellen van alle klappen, om nog maar niet van de emotionele pijn te spreken. Ik keek vol medeleven en schaamte naar de wezens die mij zojuist nog rustig wilden houden. Dat was wel gelukt, maar veel te laat: het kleine stukje bos was vernield en de emotionele banden hadden lelijke krassen opgelopen. Ik zuchtte en liet mijzelf op mijn knieën vallen, met mijn hand op mijn buik geplaatst. Ik werd hier echt niet vrolijk van. Mijn gezicht verloor zijn rozige kleur toen ik weer naar het bos keek. Wat er van over was in ieder geval. “Dit kan gewoon niet waar zijn,” mompelde ik in mijzelf, waarna ik een hand voor mijn mond plaatste. “Ik wilde dit nog zo voorkomen,” ging ik haperend verder. Ik haalde een keer diep adem en keek naar de grond. Daar zag ik de dode kitsunes. En dat was de druppel. “En toch ben ik er in gerold. Wat ben ik toch ook verschrikkelijk.. En waardeloos.” Ik zuchtte en keek weg. Ik had mijn ogen gesloten. Ik wilde niks zien van dit hele tafereel, maar toch was dit iets wat ik niet kon ontvluchten. Bij dat besef opende ik mijn ogen weer en keek ik Masaomi aan. “Wat doe je hier nog bij het rusteloze monster? Ga toch weg, je wilt me toch niet meer zien,” snauwde ik hem toe, al was dat helemaal niet op een kwade manier. Ik had nu een dusdanig naar gevoel in mijn buik dat ik helemaal niemand meer bij me in de buurt wilde hebben, maar aan de andere kant wilde ik niet alleen blijven. Ik wilde juist dat Masaomi bleef. Hij was de enige die mij nog enigszins begreep. Ik hoopte dat hij mij dit alles kon vergeven en dat hij wist dat ik helemaal niet zo was zoals ik me nu had gedragen, maar het leek mij sterk dat dat mogelijk was.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Masaomi
Administrator en Carer
avatar

Aantal berichten : 699
Punten : 87

Over jouw personage
Leeftijd: 16 Years
Groepsleider: -
Relatie: Ilva♥The best proof of love is trust.

BerichtOnderwerp: Re: Mad harmony   do feb 07, 2013 4:38 am

Het duurde even totdat het licht in Avani's ogen weer verscheen. Ze was weer bij zinnen, hoopte ik en zeker de rest van de wezens die onderdak hadden gezocht. Ik kon alsnog maar niet beseffen dat ik als mens met een griffioen en een jonge kitsune pup een reuzin in zo'n erge staat konden helpen, laat staan, eruit halen. Het was zeker dat ik in de verre toekomst nog hierom zou lachen, ik had een reuzin gestopt en de zonnegod en nachtgod gekalmeerd en nog wel wat meer gedaan. Het was waarschijnlijk weinig vergeleken met wat ik later zou doen, maar voor nu.. was dit nog wel het verbazingwekkendste wat ik ooit had gedaan. Maar als ik er vanuit een andere kant opkeek leek het volkomen logisch, wie hielp er nou niet een vriend in nood? Mijn vriend mocht wel een reuzin zijn, maar dat verandert vrij weinig aan de basis. Vrienden bleven vrienden, ongeacht wat voor een wezen ze waren. Ik besloot Avani recht in haar groene ogen aan te kijken en zag mezelf op de griffioen zitten met de pup. Wat zou er nu in Avani eigenlijk opgaan? Verbazing, haat of opluchting? Ik zag maar weinig in haar ogen, totdat ik de bomen erin zag, de verwoeste bomen. Ze keek naar het bos om haar heen die nu aan diggelen lag, zeker beseffend dat het bos nu jaren nodig had om zich te herstellen. Ik wilde haar wat gerustellends zeggen over de bomen die ze had verwoest, maar ik wist niets te bedenken. Dat was al apart voor mij, maar wat kon ik dan zeggen? Het bos herstelt zich weer en alle kitsunes komen terug? Ik wilde haar niet opvrolijken door te liegen. De leugens zouden zich opstapelen en valse hoop bieden. Valse hoop was het niet waard en de waarheid had me overwonnen. Er waren dingen die je niet recht kon zetten en dat waren dingen die enkel met tijd konden worden genezen. De levens van de kitsunes kon je niet meer terug krijgen, maar hun populatie zou wel weer kunnen aansterken. Dat was dus geen valse hoop. Ik hief mijn hoofd iets, maar vermeed de ogen van Avani. Ik wilde de pijn in haar ogen niet zien. Er was een wond bij haar hart ontstaan die enkel met tijd kon worden genezen en valse hoop zou het als een infectie enkel verergeren. Daarom hield ik mijn mond stijf dicht, terwijl Avani wat stamelde. Ging de tijd maar sneller...

Een zacht knorrend geluid van de pup was luid genoeg om aandacht te trekken. Met een licht opgeheven wenkbrauw keek ik de pup aan die met zijn snuit recht richting de ogen van Avani wees. 'Ik wist het al', wilde ik zeggen tegen de pup om de pijn van Avani te vermijden, maar ik wilde niet vluchten en dezelfde energie overbrengen. Een bijna onhoorbare zucht verliet mijn mond, waarna ik mijn nek iets strekte en recht in de ogen van Avani keek. Alsof een kanonskogel door mijn hart schoot, zo voelde de pijn die ik voelde toen ik Avani recht aankeek. Haar ogen stonden vol schaamte en medelijden op ons gericht, terwijl het nergens nodig voor was. Hoewel ik dat besefte durfde ik het niet uit te spreken. Het was een zwaar moment voor Avani en we moesten haar laten begaan. Ik meende zelfs de griffioen wat horen mompelen in zijn taal, duidelijk niet bestand tegen de blik van Avani. Waarschijnlijk had hij het niet eerder beleefd en was hij deels nog in shock dat hij ooit een reus in zo'n staat zou zien; zwak. Ook ik was geshockt en de kitsune pup ook. Die had nu iets zeldzaams en enorm pijnlijks gezien. Maar goed, ik moest wel op dit moment wat zeggen tegen Avani. De drang was te groot, maar niets kwam in me op om te zeggen. Ik wilde niet ineens ; 'GHGHGTHT IETS IETS!" zitten uit te roepen, dus hield ik nog mijn mond gesloten. Een tijdlang bleef het dus akelig stil, totdat Avani opeens zich begon te bewegen. Traag keek ik op, wat nergens voor nodig was, Avani zat op haar knieën. De griffioen staarde met grote ogen naar het tafereel, maar wist wat lager te vliegen om weer op ooghoogte te zijn. Avani had het zwaarder dan ik, maar wist in tegenstelling tot ik, wel wat te zeggen. Maar ernaar luisteren was niet plezierig. Haar stem klonk immers vol verdriet en pijn die zij nu op ons overbracht. 'Dit kan gewoon niet waar zijn,'mompelde Avani, waarna ze haar hand voor haar mond hield. Ik kon het niet laten dan zachtjes 'het is waar' te mompelen. Dat wist mijn mond wel te verlaten, maar het was de waarheid en valse hoop was slechter dan de waarheid. De klap kwam harder aan, wanneer de valse hoop 'vals'blijkt te zijn voor de ander. Net alsof je tegen een kanker patiënt doodleuk verteld dat hij of zij nog jarenlang zal leven en dan de volgende week overlijdt. De klap zou hard zijn voor het persoon zelf én de familieleden. De waarheid zou de ander erop kunnen voorbereiden of leren iets te accepteren om verder te gaan met zijn of haar leven.

Ik gunde dat dus ook voor Avani hoe pijnlijk de waarheid dan ook mocht zijn. Ik wist gewoon dat Avani niet enkel lichamelijk maar ook geestelijk sterk was en over zoiets zou kunnen heenkomen. 'Ik wilde dit nog zo voorkomen,'ging Avani verder, waarna ik wel weer zweeg. Dit klopte, dus leek het mij niet verstandig er iets op te zeggen. Toen Avani's hoofd richting de grond bewoog sloeg ik mijn ogen neer. Waarom keek ze nu naar de kitsunes? Het werd zo alsmaar pijnlijker voor haar. Nu zou ze zeker onzin uitkramen, waardoor ik haar moest corrigeren. 'En toch ben ik er in gerold. Wat ben ik toch ook verschrikkelijk.. En waardeloos.'zei Avani , waarna ze haar ogen ook sloot. De mijne opende ik nog op datzelfde moment. "Niet!"snauwde ik haar toe, waarna mijn hand begon te trillen. Waarom schatte ze zich zo laag in? Voordat ik het wist had ze haar ogen geopend en de meest grootste onzin uitgekraamd; 'Wat doe je hier nog bij het rusteloze monster? Ga toch weg, je wilt me toch niet meer zien,'. Nu wist ik mezelf eindelijk weer in de hand te houden en op luide volume wat tegen te zeggen. Het was eerder door de onzin van eerder waar ik geïrriteerd van raakte plus deze onzin erbij waardoor ik tot deze staat kon komen. De pup liet ik vlug los, bang dat ik het beestje teveel in zou betrekken. "Waarom schat je jezelf zo laag in?! Je bent geen rusteloos monster, je bent Avani, een zorgzame, rustige en vriendelijk reuzin die geen vlieg kwaad doet! Het overkomt ons eens dat we ons zelf kwijt raken, maar dan hoef je de werkelijk personaliteit toch niet te vergeten?"Zei ik, waarna mijn blik over het gebied gleed, "Het bos herstelt zich wel weer, net zoals de populatie door middel van tijd. Maak er niet al teveel zorgen over, want moeder natuur is geen zwak dametje en geeft niet snel op, zoals jij Avani. Je komt er bovenop als je met je vrienden bent dan in je uppie achter te blijven." Een glimlach sierde na tijden weer op mijn gezicht, hoewel het wennen was. De hele tijd had ik mijn mond gesloten gehouden, net zoals de griffioen eigenlijk vloog. Het wezen werd zelf namelijk moe en zakte bij elke ademhaling meer naar de grond, waarna we waren geland. Ik stapte van de griffioen af en zag dat de pup door de uitputting en spanning sliep. De griffioen zakte door zijn poten en besloot ook ter plekke te rusten. Nu Avani nog.

===========================

And as we lie beneath the stars

We realize how small we are

If they could love like you and me

Imagine what the world could be


If everyone cared and nobody cried

If everyone loved and nobody lied

If everyone shared and swallowed their pride

Then we'd see the day when nobody died

When nobody died...



Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Mad harmony   vr feb 08, 2013 8:28 am

Ik zuchtte en haalde mijn hand van mijn mond, die ik op mijn andere hand plaatste. Ik besteedde nu geen aandacht aan waar ik mijn handen kon laten. Ik wilde weg hier, weg van deze plek, maar iets hield mij tegen. Ik wilde aan de andere kant helemaal niet weg. Diep van binnen wist ik dat het juist beter was om hier te blijven. Door hier te blijven zou ik beseffen wat voor een schade ik had aangericht. Paradoxaal genoeg zou dat me later helpen om hier mee om te gaan. Ik zuchtte weer. Het enige waar ik nu aan dacht, waren zinnen waarmee ik mijzelf kon verwonden. Ik mocht mijzelf niet meer. Dit was al de zoveelste keer dat ik een woede-uitbarsting had. Iedere keer werd zo’n uitbarsting heftiger. Als ik nu al wezens had gedood en een stukje bos had verwoest, wat stond mij dan later nog te wachten? Ik keek naar Masaomi, die zijn mond opende om wat te zeggen. Het zou vast en zeker weer een preek zijn. Iets waar ik nu niks tegen kon doen. "Niet!" Hij sprak me.. Tegen? Maar waarom? Het was een feit dat ik een verschrikkelijk wezen was! Zeker op dit moment! Het enige wat ik had gedaan, was moorden en verwoesten. Dat maakte mij ook meteen waardeloos, omdat die twee dingen helemaal geen waardevolle betekenis hadden voor het bos. Oke, misschien dat een paar wezens blij zouden zijn met vers aas, maar dat was ook echt het enige. Ik sloeg mijn blik neer toen hij zijn mond weer opende. "Waarom schat je jezelf zo laag in?! Je bent geen rusteloos monster, je bent Avani, een zorgzame, rustige en vriendelijk reuzin die geen vlieg kwaad doet! Het overkomt ons eens dat we ons zelf kwijt raken, maar dan hoef je de werkelijk personaliteit toch niet te vergeten?" Hierna keek hij even rond. Was hij helemaal gek geworden? Ten eerste had hij zelf gezegd dat ik een rusteloos monster was! Daarbij was ik totaal niet vriendelijk en zorgzaam op dit moment. Ik had juist wezens gedood en gebieden compleet verwoest. Hoe haalde hij het dan in zijn hoofd om te zeggen dat ik een vriendelijk wezen was? Ik schudde mijn hoofd en wilde wat zeggen, maar toen ging Masaomi verder met zijn preek. Hierom bromde ik even, als teken dat ik het helemaal niet met hem eens was.

"Het bos herstelt zich wel weer, net zoals de populatie door middel van tijd. Maak er niet al teveel zorgen over, want moeder natuur is geen zwak dametje en geeft niet snel op, zoals jij Avani. Je komt er bovenop als je met je vrienden bent dan in je uppie achter te blijven," ging hij verder. Ik snoof zachtjes. Inmiddels lag zijn griffioen op de grond, evenals het kleine wezentje. Ik boog wat voorover, zodat ik Masaomi recht aan kon kijken. Mijn gezicht hing haast boven de zijne. Er zat vooral pijn in mijn blik, maar ook enige verontwaardiging. “Ik ben geen vriendelijk wezen. Dit is mij al meerdere malen overkomen. Ik wil het zelf niet, maar ik heb al zo veel dingen meegemaakt in korte tijd, dat ik gewoon niet anders kan. Daarbij heb je zelf gezegd dat ik een rusteloos monster ben. Als mijn vriend en leider zegt dat dat zo is, dan ga ik er van uit dat dat klopt,” sprak ik hem scherp tegen. Hierna ging ik weer in mijn vorige positie zitten en keek ik rond. “Dit is gewoon weer een van die nare gebeurtenissen. Het meer wordt steeds verder gevuld, tot hij uiteindelijk overstroomt. Die dag wil ik nooit meemaken, maar dat zal vast wel een keer gebeuren,” fluisterde ik, terwijl ik mijn gezicht in mijn handen begroef. Huilen deed ik niet. Dat deed ik sowieso bijna nooit, maar nu was de situatie te pijnlijk om hier nog een paar tranen om te laten vallen. Nee, ik wilde het gebied niet meer zien. Ik wilde de bomen niet meer zien, evenals de lijken, mijn verwondingen, de bange wezens, de kleine kitsune die nu vast wees was geworden.. Maar bovenal wilde ik mijn vrienden even niet zien. Ik ging ervan uit dat ze mij ook niet meer wilden zien. Zeker na dit hele gebeuren zou het mij niet verbazen als ik uit de groep werd gezet of überhaupt niet meer bij mijn vrienden in de buurt mocht komen. Het zou pijn doen, dat zeker, maar ik zou het gewoon accepteren. Het leek haast alsof ik Masaomi’s geruststellende preek nooit had gehoord. Ik haalde mijn handen lichtjes van mijn gezicht, zodat ze nog wel op mijn wangen rustten, maar mijn blik tevoorschijn haalden. Dezelfde pijnlijke doch verontwaardigde blik zat er in. Ik keek Masaomi weer aan, maar dit keer niet op de bedreigende manier van eerst.

“Je verwart me, Masaomi.” Ik kortte zijn naam niet af. Als ik een gesprek met vrienden had, kortte ik hun namen vaak af. Dat ik Masaomi’s naam niet afkortte, was een teken dat ik heel serieus was op dit moment. Iets wat ik ook niet van mijzelf gewend was. “Waarom zou je eerst zeggen dat ik niet deug en een rusteloos monster ben, maar zeg je daarna dat ik zorgzaam, rustig en vriendelijk ben? Dat klopt niet,” legde ik uit. Kort keek ik naar het gebied rondom mij. Uit frustratie ramde ik een van mijn vuisten tegen een boom, waar nu een dikke deuk in zat. Zou ik nog steeds in mijn vorige fase zitten, dan was de boom wel gescheurd of gebroken geweest. “En ik ben wel verschrikkelijk en waardeloos. Kijk eens om je heen. Dat alles noem ik verschrikkelijk. De verantwoordelijke noem ik ook verschrikkelijk. Omdat ik niks nuttigs heb gedaan in al die tijd, noem ik mijzelf ook waardeloos. Lijkt me logisch,” ging ik verder. Eigenlijk wilde ik nu het liefste dat Masaomi mij zou overtuigen dat ik niet verschrikkelijk en waardeloos was en dat ik zeker wel deugde. Maar dat kon ik niet van hem eisen. Hij moest zelf weten wat hij zou antwoorden op mijn vragen. Ik ging anders zitten en trok mijn benen onder mij vandaan. Ik leunde tegen een boom aan, die als een van de weinige nog steeds heel was. Mijn gezicht vertrok lichtjes toen ik mijn benen vooruit schoof, al was het zo gering dat het nauwelijks opviel. Ik voelde de remmende pijn nog altijd in mijn benen en armen. Nu deed het niet al te veel pijn, omdat de wonden naar verhouding helemaal niet zo groot waren, maar het was wel duidelijk voelbaar. Ondanks mijn rust op dit moment wisten mijn ondergedrukte emoties toch de overhand te nemen. Ik kreeg dezelfde verslagen blik als eerder. “Ik.. Het,” stamelde ik zachtjes, niet zeker wetend wat ik nu moest zeggen. Hierna vermande ik mijzelf en haalde ik diep adem. “Ik weet dat woorden nu niet meer zullen helpen, maar ik had dit niet gewild. Het spijt me.” Wat ik echter zei was zo zacht dat het door mijn lage stem haast onverstaanbaar was. Het had eerder iets weg van wat zinloos gebrom dan van daadwerkelijk een paar zinnen. Hierna keek ik Masaomi aan, zijn reactie in nervositeit afwachtend.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Masaomi
Administrator en Carer
avatar

Aantal berichten : 699
Punten : 87

Over jouw personage
Leeftijd: 16 Years
Groepsleider: -
Relatie: Ilva♥The best proof of love is trust.

BerichtOnderwerp: Re: Mad harmony   do feb 14, 2013 4:53 am

Ik herhaalde de zinnen weer die ik net had uitgesproken. Er klopte iets niet aan, maar ik kon mijn hand er niet op leggen. Lag het aan de zinsopbouw of juist de emotie erachter? De zinsopbouw leek me vrij duidelijk en niet al te slecht. En de emotie? Die was kalm, maar toch uitnodigend en medelevend. Daar zag ik niets verkeerds in. Nogmaals keek ik naar de gebroken reuzin en dezelfde verwarring nog in haar omgaan. Ik had haar verward en ze was in een dergelijk staat, nadat ik wat had gezegd. Wat was er nou een dergelijk vreemd geweest door te zeggen dat alles écht goed kwam? Het bos zou zich degelijk herstellen evenals de populatie, zoals ik me eerder had bedacht. Ik zei ook dat ze geen rusteloos wezen was wat ook degelijk klopte.. maar. Ik keek op en keek recht in de ogen van Avani. “Ik weet het,” zei ik enorm zacht, het zou écht enorm knap zijn wanneer Avani het zou kunnen horen. Zonet had ik gezegd dat ze een rusteloos wezen was toen ze de kitsunes doodde en had gedood. Dát was mijn fout geweest! Zachtjes klopte ik mijn hand tegen mijn heup aan van enige frustratie. Ik moest mijn rust namelijk behouden, maar toch de frustraties kwijt kunnen. Het was een enorme fout om haar eerder een rusteloos wezen te hebben genoemd, maar het klopte op dát specifiek moment, hoe ze al die kitsunes te lijf ging en het bos aan het vernielen was. De moed zonk in mijn schoenen door het overheersende schuldgevoel. Ik had mijn mond moeten houden op dat moment. Het was wel nu veel te laat op het terug te nemen met ‘het was maar een grapje hoor’ en zelfs de gehele situatie leek er helemaal niet geschikt voor. Het was enkel iets voor een hyperactief, niet al te snugger persoon om dat uit te roepen. En ik was niet een dergelijk persoon.

‘Ik ben geen vriendelijk wezen. Dit is mij al meerdere malen overkomen. Ik wil het zelf niet, maar ik heb al zo veel dingen meegemaakt in korte tijd, dat ik gewoon niet anders kan. Daarbij heb je zelf gezegd dat ik een rusteloos monster ben. Als mijn vriend en leider zegt dat dat zo is, dan ga ik er van uit dat dat klopt,’ Zei Avani alsof ze mij de feiten in wilde drukken wat ergens toch haar bedoeling zou zijn geweest, waarna ze pas vervolgde in een aangepaste houding, ‘Dit is gewoon weer een van die nare gebeurtenissen. Het meer wordt steeds verder gevuld, tot hij uiteindelijk overstroomd. Die dag wil ik nooit meemaken, maar dat zal vast wel een keer gebeuren,’. Het meer werd steeds verder gevuld en zou kunnen overstromen, maar het hoefde niet te betekenen dat een meer nooit eens water verliest. Ik geloofde daar trouw in, want de zon zou het water verdampen, waardoor het meer op den duur droog zou komen te liggen. Dat had ik vroeger vaak op NGC gezien in documentaires die haast altijd over Afrika gingen. Daar was de hitte op sommige plaatsen niet te harde en verdampten de meren binnen een korte tijd. Dus het meer kon worden geleegd zo te zeggen. Ik rechtte mijn rug wat, gerustgesteld dat ik daarop was gekomen. “Ik ben de zon die het water zal verdampen en op den duur het meer zal laten verdwijnen. Het meer was net bijna overgelopen en waarom zou ik erover liegen? Je was niet bij je gedachte op dat moment…,"begon ik, waarna ik zachtjes eindigde. Ze was niet helder en het meer was overgelopen en uiteindelijk wist ik met samenwerking het volume van het meer te verminderen door het buiten, dus een rivier te laten ontstaan als het ware. Pas op het moment dat ik gestopt was met praten voelde hoe droog mijn mond eigenlijk wel was. Zou ik daarom zoveel over water denken? Dat zou logisch zijn.

Maar goed, ik moest verder met mijn zin. “En du-“ Avani was me voor en ik probeerde haar aan te kijken, maar dat ging moeilijk nu ze haar ogen afschermde met haar handen. ‘Je verwart me, Masaomi.’Zei Avani, en ik wist er niets op te zeggen. Mijn woorden waren zo tegenstellend dat ik nu wel bang was weer dezelfde fout te maken. Dat was de reden dat ik maar zweeg en mijn hand terugtrok. Ik wilde haar een schouderklop geven, maar dat ging moeilijk en leek mij niet de beste actie. 'Waarom zou je eerst zeggen dat ik niet deug en een rusteloos monster ben, maar zeg je daarna dat ik zorgzaam, rustig en vriendelijk ben? Dat klopt niet,' Legde Avani uit, maar uitleg had ik niet nodig. Ik had een goede oplossing nodig voor de verwarring. Avani was geen rusteloos en doorgedraaid wezen, maar ze leek het zelf niet te willen geloven, op het eerste gezicht. Ik wist namelijk echt wel beter, ze wilde dat ik haar ervan moest overtuigen dat ze nog steeds een liefdevolle reuzin was. Ze maakte het me wel nogal moeilijk door constant wat te zeggen. ‘En ik ben wel verschrikkelijk en waardeloos. Kijk eens om je heen. Dat alles noem ik verschrikkelijk. De verantwoordelijke noem ik ook verschrikkelijk. Omdat ik niets nuttigs heb gedaan in al die tijd, noem ik mijzelf ook waardeloos. Lijkt me logisch,’ Moeilijker. Ik hoopte enkel dat ze het niet al te moeilijk maakte. Gelukkig- of tja, of je het gelukkig kon noemen?- trok ze haar benen terug en mopperde ze zachtjes wat dingen. Ondanks haar enorme stembanden verstond ik er niets van, maar misschien was ik er wel blij mee. Zo werd het niet nóg moeilijker. “Avani, dat was hoe je op dat ene moment was. Eerst had je geen controle over jezelf. Daarom deed je dus dingen die je nooit zou doen,”. Ik stopte even om de juiste woorden te vinden om de juiste bedoeling over te brengen, ”Maar je vond het zacht gezegd vreselijk wat je zo net heb gedaan en voel je je niet al te fijn met deze situatie. Dat toont de zorgzame deel van Avani en jouw zachtaardige kant die niemand iets wil aandoen. Dit… Hoe je nu bent, dat is de Avani waarin ik geloof en die ik ken. Wat je net deed waren onbewuste acties en niet een deel van je personaliteit. Jij bent Avani, de zorgzame en vriendelijke reuzin van Fanterria! “ Traag liep ik naar Avani toe en legde mijn hand voorzichtig op het been van haar, waarna ik mijn ogen sloot. Toen pas voelde ik pas hoe moe ik eigenlijk was geworden door alle actie van net. “Wanneer je altijd de moordlustige reuzin was, had je mij jou nauwelijks hadden benaderen en lag ik al dood op de grond voor je en zou je het gebied verder verwoesten. Maar kijk, hier zit je dan. Je bent kalm, heb menselijke emoties en ik ben nog levend. En over ‘het meer’, op de één of ander manier zal ik e zon zo heet laten zijn dat het allemaal zal verdampen,” Nadat ik mijn laatste woorden had uitgesproken viel ik met een zacht plofje voor haar neer. De grond voelde heerlijk zacht aan wat ik niet had verwacht en direct sliep ik diep, te moe om zelfs te dromen en het te herinneren. Fanterria was immers mijn droomwereld.

===========================

And as we lie beneath the stars

We realize how small we are

If they could love like you and me

Imagine what the world could be


If everyone cared and nobody cried

If everyone loved and nobody lied

If everyone shared and swallowed their pride

Then we'd see the day when nobody died

When nobody died...



Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Mad harmony   zo feb 17, 2013 12:57 am

Al snel antwoordde Masaomi, maar voordat hij zijn mond zelfs open kon trekken vreesde ik al het ergste. “Ik ben de zon die het water zal verdampen en op den duur het meer zal laten verdwijnen. Het meer was net bijna overgelopen en waarom zou ik erover liegen? Je was niet bij je gedachte op dat moment," zei Masaomi, al leek het er op dat hij nog iets wilde zeggen. Daar lette ik al echter niet meer op. Wat hij zei viel heel erg mee met waar ik zojuist nog aan dacht. Ik knikte zachtjes, al tilde ik in mijn gedachten wel lichtjes mijn mondhoeken omhoog. Op de een of andere manier geloofde ik langzaamaan zijn woorden. Ik was niet kwaadaardig of verschrikkelijk. Ik was Avani die zich even had laten gaan door heel wat nare gebeurtenissen in haar leven. Ik keek Masaomi weer aan. Waar eerst een verslagen blik zat, bevond zich nu een redelijk hoopvolle en rustige blik, al twinkelde hij wel lichtjes. Zou het dan toch echt waar zijn? Of zat Masaomi hier alleen maar zoete verhaaltjes te vertellen, zodat ik weer hoop zou krijgen en hem met iets zou helpen? Nee, zo was hij helemaal niet! Ik sprak mijzelf de hele tijd tegen in mijn gedachten, terwijl ik de blonde jongen alleen maar aankeek met diezelfde blik. Hij wilde nog wat zeggen, maar ik onderbrak hem. Ik had niet opgemerkt dat hij iets wilde zeggen. Daarom zei hij wat toen mijn zegje klaar was. “Avani, dat was hoe je op dat ene moment was. Eerst had je geen controle over jezelf. Daarom deed je dus dingen die je nooit zou doen,” begon hij. Ik knikte zachtjes. Het enige wat ik kon zeggen, was dat ik op dat moment inderdaad kwaadaardig en verschrikkelijk was, maar dat nam niet weg dat kwaadaardige Avani wel een kant van mij was. Eentje die ik niet wilde laten zien en het liefst zo lang mogelijk onderdrukte.”Maar je vond het zacht gezegd vreselijk wat je zo net heb gedaan en voel je je niet al te fijn met deze situatie. Dat toont de zorgzame deel van Avani en jouw zachtaardige kant die niemand iets wil aandoen. Dit… Hoe je nu bent, dat is de Avani waarin ik geloof en die ik ken. Wat je net deed waren onbewuste acties en niet een deel van je personaliteit. Jij bent Avani, de zorgzame en vriendelijke reuzin van Fanterria!”

De jongen liep naar mij toe en legde zijn hand op mijn been, waarna hij zijn ogen sloot. Vast en zeker omdat hij moe was. Ikzelf was ook moe, maar daar lette ik niet op. Ik herhaalde zijn woorden nog een keer in mijn gedachten. Ik geloofde hem steeds meer. Nu tilde ik ook in werkelijkheid mijn mondhoeken iets omhoog. Ik was blij met wat hij zei, al wantrouwde ik de situatie nog steeds een beetje. “Wanneer je altijd de moordlustige reuzin was, had je mij jou nauwelijks hadden benaderen en lag ik al dood op de grond voor je en zou je het gebied verder verwoesten. Maar kijk, hier zit je dan. Je bent kalm, heb menselijke emoties en ik ben nog levend. En over ‘het meer’, op de één of ander manier zal ik e zon zo heet laten zijn dat het allemaal zal verdampen,” ging Masaomi verder, waarna hij op de grond viel. Geschrokken strekte ik als reflex een arm naar hem uit. Ik drukte met mijn vinger zachtjes tegen zijn lichaam aan, hopend dat hij bij zou komen. Hij kwam echter niet bij, of ik merkte het niet. Hierom pakte ik de jongen voorzichtig op en liet ik mijn hand ter hoogte van mijn borst in de lucht hangen. Hierna keek ik even opzij naar de wezentjes die naast mij lagen. Ze waren beide aan het rusten. Het was echter vooral de kitsune waar ik mij zorgen om maakte. Had hij nog wel ouders, of had ik zijn ouders ook al gedood? Ik wendde mijn blik af, om vervolgens naar de blonde jongen in mijn hand te kijken. Wat het antwoord ook was, de kitsune hoefde niet meer bang te zijn. Desnoods zou ik er zelf voor zorgen dat hij kon overleven. Ik glimlachte zachtjes. Of Masaomi nu was flauwgevallen, bewusteloos was geraakt of in slaap was gevallen, er was vrij weinig wat ik voor hem kon doen. Momenteel bood ik hem bescherming door hem op te tillen en in mijn hand te dragen. Ik zuchtte zachtjes en keek om me heen. De eerste wezens kwamen voorzichtig een kijkje nemen toen ze merkten dat ik geen kwaad meer in de zin had. Hier was ik dan ook wel blij mee. Vanaf nu moest ik heel Fantasonia weer bewijzen dat ik een vriendelijk wezen was. Geen rusteloos monster. En omdat ik zelf ook wist dat ik dat niet was, was ik heel gemotiveerd. Mijn blik werd vastberaden. Ik was er klaar voor!

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: Mad harmony   

Terug naar boven Go down
 
Mad harmony
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Fanterria :: Fantasonia :: Notoko :: Everlasting Forest-
Ga naar: