IndexPortalKalenderFAQZoekenGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 Calm down!

Ga naar beneden 
AuteurBericht
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Calm down!   zo feb 17, 2013 8:52 am

Voorzichtig stapte ik over de wortels. Normaal zouden de wortels onbeklimbaar zijn voor de Notokiaanse wezens, maar ik was een wezen uit Giville. Die hoefden niet eens te klimmen. Wel waren de wortels zelfs voor mij een beetje hoog, wat weer bewees hoe gigantisch groot deze boom wel niet was. Er was vast maar één wezen die groter was dan deze boom. Voorzichtig sprong ik van de ene wortel naar de andere. Er was wel een dreun, maar geen gekraak. Dit kon met gemak een boom uit Giville zijn. Ik keek omhoog. Verschillende wezens klommen en vlogen in en uit de gigantische boom. Ik was er. Dit was The Tree. Maar nog belangrijker: dit was Notoko. Ik herinnerde me dat ik een stuk bos had vernield in dit land. Daar waren ze toen niet zo blij mee geweest. Toen ik toentertijd al was bijgekomen van de agressieve aanval en weg wilde lopen, werd ik weggejaagd door vrijwel alle inwoners van het bos. Dat was een vreselijk gevoel, maar ik was vastbesloten om mijn reputatie te verbeteren. Niks kwaadaardige Avani. Die bestond niet eens! Vanaf nu was ik alleen maar vriendelijke Avani, tenzij ik per se moest aanvallen. Ik dacht de hele tijd na, maar niet over waar ik mijn voeten moest plaatsen. Toen ik nog een stap wilde zetten, gleed ik uit en viel ik tussen de twee wortels in. Gelukkig stonden er geen wezens tussen die twee wortels. Ikzelf was echter pijnlijk gevallen en kreunde zachtjes. Omdat mijn gekreun – wat eerder als een soort gegrom klonk – echter luider was dan die van een kleiner wezen, wisten de wezens in de gigantische boom direct dat er iemand was die hier niet hoorde te zijn. Al snel hoorde ik gegrom en gesis vanuit een klein deel van de boom. Toen het vijandige geluid zich uitbreidde vloekte ik in mijzelf. Goede of slechte bedoelingen, deze wezens hadden mijn slechte bedoelingen nog steeds in hun achterhoofd. Het was dan ook niet zo gek dat ze plotseling met zijn allen uit de boom stoven en als een agressieve groep wespen zich op mij stortten. Ik stond vlug op en nam meteen de benen. Ook al maakte ik grote passen, tegen een grote groep vliegende draken en sprintende kitsunes was ik niet opgewassen. Ik werd al vrij snel ingehaald en op de grond geduwd.

De wezens zetten hun kaken in mijn huid, iets wat zo verschrikkelijk veel pijn deed dat ik het niet kon laten om te schreeuwen. Hun gebrul ging echter de strijd aan met mijn geschreeuw en uiteindelijk werd ik overstemd. Ik wilde niet vechten. Niet deze keer. Ik wilde hier bewijzen dat ik niet alleen maar kwaadaardig was. Het jammere was dat ik eigenlijk niet in staat was om tegen zo’n grote groep te vechten. Ik moest dus wel iets doen. Ik gromde en strekte een arm uit, waarbij ik de kop van een Notokiaanse draak hard raakte. Deze brulde en liet mijn arm direct los. De anderen zagen mijn plotselinge actie als een waarschuwing: ook zij lieten mij direct los en namen geschrokken wat afstand. Ik kwam voorzichtig overeind en stond op, waarna de wezens nog meer naar achteren kropen. Notokiaanse wezens stonden bekend om hun rust- en vredebehoud. Ze wilden eigenlijk het liefste vol rust en vrede door het leven gaan. Dat wetende was het ook niet vreemd dat ze mij direct loslieten: ze wilden mij helemaal niet aanvallen. “Rustig,” sprak ik de wezens in mijn eigen taal toe. Ik liet mijn handpalmen zien als bewijs dat ik geen kwaad in de zin had. “Ik ben hier niet om jullie heilige boom te vernielen. Ik ben hier om te bewijzen dat ik dat nooit van plan ben geweest en zal zijn,” ging ik zo rustig mogelijk verder. Een van de Notokiaanse draken keek mij wantrouwend aan. “En waarom moeten we je geloven?” Hij sprak ook in mijn eigen taal. Deze draken stonden vooral bekend om hun wijsheid. Het was dus niet zo vreemd dat hij mijn taal sprak. Ik zuchtte. “Als ik dat wel van plan was geweest, zou ik hier niet rustig staan. Ik zou dan hebben gevochten tot er iemand dood zou gaan. En dat wil niemand van ons hier.” De wezens knikten voorzichtig. “We houden je in de gaten.” Hierna gingen ze snel weer weg, maar ze bleven wel in de takken van de bomen naar mij kijken. Ik knikte begrijpend naar de wezens. Ik vond het helemaal niet vreemd dat ze mij nog in de gaten hielden. Ik had hetzelfde gedaan. Ik nam weer een paar stappen richting de boom, waarna ik weer op een wortel ging staan en weer op een andere sprong. Dit keer hield ik mijzelf goed vast aan de boom. Ik wilde niet nog een keer vallen.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Nihal
Wezen
avatar

Aantal berichten : 24
Punten : 7

Over jouw personage
Leeftijd: 17 years
Groepsleider:
Relatie: Love? Hwo can love somone like me?

BerichtOnderwerp: Re: Calm down!   ma feb 18, 2013 7:56 am

Met veel moeite kroop ik letterlijk over de wortels van de boom. Deze boom was geweldig. Groot en sterk, iets dat ik nog nooit eerder had gezien. De wortels waren bijna niet te beklimmen. Maar ik had mijn dolken bij. Waardoor ik genoeg grip had om er langzaam over te klimmen. Als elf was ik natuurlijk lenig en dat maakte ook veel verschil. Hoe dan ook ik voelde dat mijn spieren af en toe tegen werkten. Ik wilde niet stoppen. Niet hier, niet op deze wortel. Als ik zou stoppen zou ik een betere plek vinden. Waarom deed ik zoveel moeite om over de wortels te klimmen. Waarom liep ik er gewoon niet rond. Eerst had ik dat nog overwogen. Maar ik kon er niet aan doen dat ik nu eenmaal dacht dat , dat een ometoer zou zijn. Ook al begon ik nu te twijfelen. Misschien zou ik sneller op mijn bestemming raken als ik er toch omheen zou lopen. Maar nu terug keren leek geen optie meer te zijn. Eenmaal ik weer over een wortel geklommen was en met een zachte plof terug op de grond terecht kwam nam ik een kleine pauze. Mijn blik bleef op de boom gericht. Hoe kon een boom ooit zo groot worden? Was het mogelijk. Hier leek alles mogelijk te zijn. Zelfs mensen waren hier mogelijk. Waren dat ooit geen sprookjes geweest. Toch leken ze hier wel te zijn. Het ergste was dan nog dat sommige mensen op hun jaagde. Zelf had Nihal geen probleem met mensen. Toch met de meeste niet. Tegen jagers had Nihal nu eenmaal een hekel. Ik kon er toch ook niets aan doen. Ze moesten ons niet aanvallen. Dit was ons thuis, onze wereld en dat zou het blijven ook. Mijn paarse ogen gleden heen en weer. Van boven naar onderen. Ik zag elk detail. Als elf had ik natuurlijk goede ogen. Dat gaf me veel voordelen. Vooral bij het boogschieten. Ook al deed ik dat niet zo vaak. Soms was het gewoon om de tijd te verdoen. Met mijn oren nam ik zo goed als elk geluid op. Goede oren, ja dat had ik zeker. Maar dat was soms een last. Ik zou er niet over klagen ik was nu eenmaal een elf. Ik was trots op wat ik was en verder moest er niemand er iets over zeggen. Ik schrok op toen ik een soort van gegrom hoorde. Wat was dat? Een deel zei me dat ik weg moest lopen. Maar een ander deel wilde weten wat er daar was. Langzaam stond ik op en ik begon weer op een andere wortel te klimmen. Ik voelde hoe de boom leek te trillen en ik hoorde verschillende boze stemmen. Wat was er aan de hand. Wie had dit veroorzaakt. Eenmaal boven kon ik mijn eigen ogen voor het eerst niet geloven. De wezens van hier. Ze vielen iets aan. Of meer iemand. Een reuzin. Waarom waren deze wezens zo boos op deze reuzin? Normaal gezien hadden ze hier toch liever vrede? Nu was er daar echter niets meer over te zien. Het was alsof de wezens hun verstand verloren. Ik wilde er wel naartoe gaan. Maar dat zou nog wel een tijdje duren. Dus bleef ik op mijn plekje om te zien wat er gebeurde. De reuzin leek niet terug te vechten. Toch leek er veel verandering in te komen. De zwaai van de hand zorgde er kennelijk voor dat de wezens die haar aanvielen rustig werden. Het was vreemd om zo iets te zien. Waarom waren de wezens boos. Dat was de vraag die in mijn gedachten speelde. Ze hoorde de woorden. De woorden, die kwamen van de reuzin. “Ik ben hier niet om jullie heilige boom te vernielen. Ik ben hier om te bewijzen dat ik dat nooit van plan ben geweest en zal zijn,” Nu snapte ik, half waarover dit ging. Ik had al gehoord dat één of andere reus hier ergens een deel bos had vernietigt. Was dat deze reus geweest. Dan was ze goed bezig. Geen wonder dat de wezens hier zo boos waren. Ze luisterde verder naar de verdere zinnen die kwamen. “En waarom moeten we je geloven?” Sprak een draak. Even vroeg ik me af welke taal ze spraken. Hoe dan ook ik kon het op één of andere manier verstaan. Misschien omdat ik meerdere talen had gestudeerd. “Als ik dat wel van plan was geweest, zou ik hier niet rustig staan. Ik zou dan hebben gevochten tot er iemand dood zou gaan. En dat wil niemand van ons hier.” De reuzin had een punt. De anderen leken dit ook te beseffen. Ze lachte even toen de wezens zich weer terug trokken. “We houden je in de gaten.” Zeiden ze nog. Ik moest toegeven dat, dat wel het beste was. Misschien was de reuzin toch niet te vertrouwen. Maar in de ogen kon ik geen kwaad zien. Alleen een goede glans. Maar niet iedereen kon het zo zien. Ik ging snel verder terwijl ik keek hoe de reuzin ook verder ging. Voor haar ging het natuurlijk veel gemakkelijker. Zei moest er echt wel moeite voordoen. Maar ja ik was zoveel kleiner dan de reuzin. Toch zou wenste ik dat het meisje bleef staan. gewoon voor even. ”Hey wacht even!” Riep ik in mijn eigen taal. Ik besefte dat de reuzin haar waarschijnlijk niet had vertaan. Maar het meisje moest me toch gehoord hebben. ik bleef boven op de wortel staan. Als het meisje zich nu even omdraaide zou, ze me wel zien staan. Ik lachte even en dacht even na over de woorden. Zorgend dat de woorden in de taal van de reuzin zouden zijn. ”Gaat het met je?” Vroeg ik toen maar. Hopend dat de reus me had verstaan!



[961 woorden XD]

===========================
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Calm down!   ma feb 18, 2013 11:49 pm

Ik duwde mijn vingers in de ruwe schors van de boom toen ik merkte dat ik weer dreigde te vallen. Met mijn andere hand probeerde ik mijzelf tegen te houden en weer overeind te trekken. Natuurlijk was ik zwaar, maar naar verhouding helemaal niet. Ik zuchtte opgelucht toen ik weer rechtop stond. Tussen deze twee wortels in waren twee kleine wezentjes aan het spelen. Ze hadden mij nog niet eens gezien, aangezien ze nog niet gillend wegrenden, dus ze zouden zich al helemaal niet kunnen verweren als ik zou vallen. Omdat ik de wezentjes niet wilde storen sprong ik over hun heen naar de volgende wortel, waar ik alweer houvast moest zoeken. Waarom ik niet liep? Dit ging sneller. Over snel gesproken, opeens hoorde ik een stemmetje in een vreemde taal roepen. Ook al was het een taal die ik zelf niet sprak, toch kreeg ik het gevoel dat het aan mij gericht was. Ik draaide me voorzichtig om – ik wilde nog steeds niet omvallen – en keek naar waar het geluid vandaan kwam. Op een van de wortels stond een elf. Een elf? Ik draaide mijn hele lijf om en ging op de grond voor me staan. De kleine wezentjes waren al weggerend toen ze mij op de andere wortel hadden zien landen. ”Gaat het met je?” Ik tilde mijn mondhoeken lichtjes omhoog en knikte. Ik had het wel verstaan, al was het duidelijk dat dit meisje niet geboren was in Giville. Ze sprak de zin uit als een buitenlander. Niet dat ik daar problemen mee had. Nee, zeker niet, het viel me alleen op. “Op wat pijn en wonden na gaat het wel. En met jou?” De tanden van de draken hadden diepe scheurtjes in mijn armen gemaakt. Op het moment dacht ik daar niet zo veel aan. Ik dacht bijna nooit aan mijn verwondingen, tenzij het bijvoorbeeld een diepe vleeswond in mijn buik was, maar de kans dat mij dat zou overkomen was niet al te groot. Ik ging langzaam op de wortel achter mij zitten, nadat ik er zeker van was dat er niemand achter mij stond. Misschien kon ik wel even praten met deze elf. Ze sprak mij in ieder geval aan, wat bewees dat zij wel met mij wilde praten. Andersom wilde ik best met haar praten. Ik stoorde me niet aan een gesprek.

“Ik snap heel goed dat ze mij hadden aangevallen. Dat had ik in hun plaats ook gedaan,” ging ik verder, aangezien ik aannam dat ze het hele ‘gevecht’ had gezien. Anders had ze natuurlijk ook niet gevraagd of het met mij ging. Even keek ik op, naar een oranjebruine kitsune die hoog in de bomen mij zat te observeren. Meteen sloeg ik mijn blik neer. Ik herinnerde mij de jonge kitsune, wiens ouders ook al waren gedood door mij. Ik sloot mijn ogen en draaide mijn hoofd weer naar de elf toe, waarna ik ze weer opende. “Ik had laatst nog een deel van het bos van Notoko vernietigd. Ik had al zo veel meegemaakt dat het mij allemaal even te veel werd,” legde ik uit. Inmiddels was het in heel Notoko en nog wat landen bekend wat er was gebeurd, maar ik vertelde het toch voor de zekerheid, ondanks dat het duidelijk werd dat ik het ongemakkelijk vond om hier over te praten. Het was dan ook heel recent. “Gelukkig-” Op dat moment schoot Masaomi door mijn gedachten. Ik slikte en beet zachtjes op mijn lip, waarna ik mij herstelde. “Gelukkig was er een vriend van mij die me ook wilde helpen,” ging ik verder. Ik boog me al wat meer naar haar toe. De verhalen die ik vertelde konden natuurlijk iemand afschrikken, zeker met het lengteverschil. Mijn houding was echter helemaal niet als in de verhalen. In mijn houding, in mijn blik, in mijn manier van praten.. Nergens zat een spoor van agressie. Dat kon verwarring veroorzaken. “Geloof me, als het kon was ik terug in de tijd gegaan en had ik er voor gezorgd dat het nooit zo ver zou komen, maar gebeurd is gebeurd. Ik kan er nu niks meer aan veranderen,” fluisterde ik. Het fluisteren was eerder omdat ik uit ervaring wist dat een reus heel luid praatte. Zeker voor elven en weerwolven kon ik weleens te luid zijn. Daarom dempte ik mijn volume. Het gesprek moest wel voor iedereen prettig zijn. Over prettig gesproken, misschien was een ander onderwerp hier wel op zijn plaats. Het enige was dat ik twijfelde over wat voor een onderwerp ik kon introduceren. Alle vragen die ik kon stellen deden mij weer denken aan Notoko. Ik wilde het gesprek niet ongemakkelijker maken dan het al was. Want naar mijn mening was het al ongemakkelijk genoeg.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Nihal
Wezen
avatar

Aantal berichten : 24
Punten : 7

Over jouw personage
Leeftijd: 17 years
Groepsleider:
Relatie: Love? Hwo can love somone like me?

BerichtOnderwerp: Re: Calm down!   di feb 19, 2013 6:58 am

Ik kon alleen maar hopen dat de reuzin me verstaan had. Ja ik had wel talen gestudeerd, maar dat betekende nog niet dat ik er de beste in was. Ik kon me eerst niet herinneren welke taal de reuzin sprak. Maar het werd me langzaam duidelijk dat ze uit, Giville kwam. Daar was toch het land van de reuzen. Of zo stond het toch bekent. Aan gezien ik uit Grünland kwam sprak ik dus niet geheel de zelfde taal. Toch ging het me redelijk goed af. Ook al was mijn accent goed te horen. Maar dat was nu het laatste van mijn zorgen. Ik zag toe hoe de reuzin zich omdraaide. Ik zag hoe ze zacht lachte. Ik lachte lichtjes terug. Het was vreemd om tegen iemand zo op te kijken. Normaal gesproken was ik niet zo open. Meestal zweeg en keek ik toe. Luisterend en beoordelend. Het kwam nu eenmaal door mijn opvoeding. Kon ik er wat aan doen, zo waren elven gewoon. Dat betekende wel niet dat ik ook zo moest doen. Ik probeerde wat meer te spreken, en ook wat meer contact te leggen. Toch vond ik dat ik nu redelijk goed bezig was. Langzaam richtte ik mijn aandacht terug op de reuzin. “Op wat pijn en wonden na gaat het wel. En met jou?” ik lachte even, terwijl ik de woorden even vertaalde. Ja ik kon de reuzin zeker wel begrijpen. Soms had ik gewoon wat tijd nodig om er over na te denken. Ik knikte even. ”Met mij gaat het wel.” Zei ik toen rustig. De reus voor me ging zitten en ik deed het zelfde. Ik bleef rustig zwijgen en luisterde naar wat de reuzin al te vertellen had. Het werd me snel duidelijk dat het een pijnlijk onderwerp was. Het was helemaal niet mijn bedoeling geweest om haar te kwetsen. Toch vond ik het fijn dat ze er zo open over sprak. “Ik snap heel goed dat ze mij hadden aangevallen. Dat had ik in hun plaats ook gedaan,” Zei de reuzin rustig. Even deed het pijn aan mijn oren. Maar ik wilde er niets over zeggen. Hoe dan ook, ik luisterde verder, met een vriendelijke blik in mijn ogen. Ik zou de reuzin net zo kunnen aanvallen als de andere wezens. Aanvallen met woorden, roepen en tieren. Maar waarom zou ik. Ik kon geen kwaad zien in de ogen van de reuzin. Ik kon geen slechte bedoelingen vechten. Het werd al snel duidelijk dat ik gelijk had. “Ik had laatst nog een deel van het bos van Notoko vernietigd. Ik had al zo veel meegemaakt dat het mij allemaal even te veel werd,” Legde ze uit. Ik zou niet gaan vragen wat ze meegemaakt had. Het koste de reus nu al moeite om over dit onder werp te spreken. Even leek ze het moeilijker te krijgen. Misschien was het beter als ik nu wat zou zeggen. Maar ze herstelde zich vlugger dan dat ik had verwacht en de reuzin ging verder. “Gelukkig was er een vriend van mij die me ook wilde helpen,” Dat was een opluchting.



Nu boog ze zich wat meer naar me toe. Even had ik de neiging om wat verder achteruit te gaan zitten. Maar ik bleef op mijn plekje. Ik wilde haar niet beledigen. Het was wel duidelijk dat ze geen kwaad in de zin had. Ik lachte even. Het was vreemd om zo met een totaal vreemde te spreken. Toch dacht ik dat het de reuzin ergens ook wel goed zou doen. Misschien was het een moeilijke opdracht. Maar misschien was het ergens ook een opluchting. “Geloof me, als het kon was ik terug in de tijd gegaan en had ik er voor gezorgd dat het nooit zo ver zou komen, maar gebeurd is gebeurd. Ik kan er nu niks meer aan veranderen,” Fluisterde. Ik was opgelucht dat ze fluisterde. Anders was het misschien wat te luid geweest voor me. Ik knikte even. Ik snapte de reuzin wel. Maar ik wilde ook wan onderwerp veranderen. Vooral voor haar. Ik voelde gewoon dat het moeilijk was en dat wilde ik graag veranderen. Waarom zou je over het verleden spreken. Je kon alleen maar leren van je fouten. Dat was de reuzin waarschijnlijk ook wel van plan. Anders was de reuzin hier nooit terug gekeerd. IK lachte even en dacht na over de woorden die ik zou uitspreken. Ik wist dat ik waarschijnlijk wel wat luider zou moeten spreken. Hoe dan ook. Ik zou er gewoon voor zorgen dat de reuzin me zou kunnen verstaan. ”Je moet niet treuren om het verleden… Als je weet dat je de toekomst kunt verbeteren.” Sprak ik rustig en wijs. Één van de dingen die elven ook wel waren. Wijs! Ik lachte even naar haar; Nog eens denkend over haar woorden. Ik wou haar ergens wel troosten en ik hoopte dat mijn woorden daarvoor gezorgd hadden. Rustig liet ik mijn blik nogmaals over de omgeving glijden voor ik mijn aandacht weer richtte op de reuzin. ”Maak je geen zorgen, Het bos zal terug groeien en alles zal vergeten worden.” Zei ik er nog eens bij. Het bos was niet verloren en de wezens hier zouden haar wel vergeven. Maar nu was het, het beste om van onderwerp te veranderen. Ik dacht even na. Misschien was het beter om me eerst eens fatsoenlijk voor te stellen. ”Ik ben Nihal trouwens.” Ik lachte even. De neiging om een hand te geven was groot. Maar misschien niet het beste idee ooit. Ik bleef even stil, denkend over welk onder werp ik kon beginnen. Wat zou een goed gesprek worden? Waarover konden we spreken zonder dat het pijnlijk werd. Er kwam iets in me op. Maar ik wist dat het niet het beste was. Het was een begin. ”Jij komt toch uit Giville?” Vroeg ik met een vriendelijke ondertoon. Het was een begin.



[977 woorden XD]

===========================
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Calm down!   wo feb 20, 2013 5:38 am

Tijdens dat ik mijn verhaal vertelde bleef de elf gewoon zitten waar zij zat. In mijzelf was ik hier wel verbaasd om. Normaal zou iemand gillend wegrennen bij het zien van een reus, of heel nerveus en gespannen blijven zitten. Zeker bij mij. Maar nee, deze elf leek heel rustig. Misschien had ze door dat ik geen kwaadaardig monster was, maar misschien lag het aan de wezens die mij de hele tijd in de gaten hielden. In ieder geval was dit niet een gesprek zoals het bijna altijd ging. En daar was ik verbaasd om, maar tegelijkertijd ook weer blij. ”Je moet niet treuren om het verleden… Als je weet dat je de toekomst kunt verbeteren,” sprak de elf wijs. Ik tilde mijn mondhoeken wat omhoog en sloeg mijn blik neer, waarna ik knikte met gesloten ogen. Dat was ik ook van plan. Zeker na wat Masaomi tegen mij had gezegd, voordat.. Ik opende mijn ogen en keek weer op toen de elf weer iets leek te willen zeggen. Ze probeerde luider te praten. Het was wel grappig dat de meeste wezens altijd luider probeerden te praten. Ik gaf toe dat de wereld voor een groot wezen zachter klonk dan voor een klein wezen – daar was ik zelf namelijk al achter gekomen tijdens de Big Change – maar alsnog zorgde dit er altijd wel voor dat ik even in mijn gedachten glimlachte. ”Maak je geen zorgen, het bos zal terug groeien en alles zal vergeten worden,” ging de elf verder. “Dat weet ik, dat zei mijn vriend ook. Maar het is nog niet zo lang geleden gebeurd en dus kan ik niet anders dan er steeds aan blijven denken,” antwoordde ik. Hoewel het niet zo leek, hielp dit gesprek mij met het verwerken van wat er vroeger was gebeurd. En dat vond ik heel fijn. Opeens stelde de elf zich voor. Ah, ja, dat was misschien wel handig! ”Ik ben Nihal trouwens,” stelde de elf zich voor. Nihal. Die naam kwam ik niet vaak tegen. Dat maakte het echter juist uniek. Mijn naam kwam ook niet zo heel vaak voor, er waren zelfs al in Giville maar een paar andere reuzen die ook mijn naam droegen, laat staan in de rest van Fantasonia. Ik kon me maar beter even voorstellen, besloot ik. “Ik ben Avani,” stelde ik mijzelf kort daarna voor. In plaats van mijn hand naar haar uit te reiken, liet ik hem naast mij rusten. Wat ik wilde doen was niet zo handig.

Het felle licht ging schuil achter een paar wolken. Het was weliswaar – zoals de mensen het noemden – ‘winter’, maar toch had ik het niet helemaal verwacht. Spontaan werd het al iets kouder en de meeste wezens kropen al de gigantische boom in. Ik kroop iets dichter tegen de boom aan en kon zo nog maar net het eerste druppeltje ontwijken. Het duurde niet lang voordat het regende. Meerdere wezens schoten nu onder de wortels of in de boom, op zoek naar beschutting. Helaas moest ik hier wel buiten blijven. De wezens zouden het niet fijn vinden als ik ín de boom zou komen en daarbij was het onmogelijk voor mij om onder de wortels te kruipen. Gelukkig boden de bladeren van de boom enige bescherming tegen de regen, al konden ze niet alles tegenhouden. Daarom viel zo nu en dan wel een druppel op mijn hoofd. ”Jij komt toch uit Giville?” Ik knikte. “Ja, inderdaad,” antwoordde ik. Iedere reus kwam uit Giville. Dat was het enige land waar nog ruimte was voor zulke grote wezens. Daarom kon je bij iedere reus er meteen van uit gaan dat hij of zij in Giville geboren was. Bij elven lag dat iets anders. Elven waren boswezens en konden dus overal vandaan komen. “Waar kom jij vandaan, als ik vragen mag?” Deze wedervraag lag voor de hand. Ten eerste wilde ik natuurlijk wel weten waar de ander vandaan kwam, ten tweede woonden elven niet standaard op één plek. Anders dan reuzen hadden zij veel meer ruimte om zich te bewegen en konden ze dus makkelijk in andere landen leven. Een regendruppel schudde mij weer wakker en deed mij naar de lucht kijken. Als de elf beschutting wilde opzoeken waren we klaar met dit gesprek. Ik kon namelijk niet naar binnen gaan vanwege de wezens die mij nauwlettend in de gaten hielden. Tenzij de elf bij mij of onder een wortel zou willen schuilen, waren er dus vrij weinig mogelijkheden. We konden hier natuurlijk blijven zitten, maar de bladeren zouden niet alles tegen kunnen houden. Daarbij begon het steviger te regenen. Aangezien de bladeren nu al regen lieten ontsnappen, moesten we opschieten met de beslissing. Hierom keek ik weer naar de elf, terwijl er al meer regendruppels op mijn hoofd vielen.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Nihal
Wezen
avatar

Aantal berichten : 24
Punten : 7

Over jouw personage
Leeftijd: 17 years
Groepsleider:
Relatie: Love? Hwo can love somone like me?

BerichtOnderwerp: Re: Calm down!   vr feb 22, 2013 11:50 pm

Ergens leek het er op dat het gesprek de reus echt wel deugd deed. Toch had ik het onder werp verandert. Wetend dat het misschien te pijnlijk zou kunnen worden voor de reuzin. Ik had me zelf al voorgesteld nu was het haar beurt. Terwijl ik door de takken heen half naar de hemel keek. Wolken schoven langzaam over de boom. Ik wist meteen dat het snel zou beginnen te regenen. Was het gesprek dan al gedaan. Ergens hoopte ik van niet. Het was wel eens gezellig. Ook al wist ik dat het ook gevaarlijk was. Niet voor mij. Maar voor de reus. Ik wist dat diep in ij een duistere kant was die opzou komen. Misschien was het de duisternis waar ik opzoek naar was. Maar ik wilde geen bloedelf worden. Neen ik was een goede elf en ik zou dat ook blijven. Waarschijnlijk zat het allemaal maar in mijn hoofd. Was het een speling van mijn gedachten. Of het kon ook door mijn verleden komen. Wie zou het zeggen? Ik wilde er in elk geval liever niet aan denken. Zoals ik al had gezegd, het was beter het verleden te vergeten. Alleen als je er iets van kon leren mocht je het je herinneren. Toch wist ik niet zeker of ik iets van mijn verleden kon leren of niet. Ik hoopte ergens van wel. Want het bleef me achtervolgen. Ik hoopte ook dat ik snel zou vinden wat ik zocht. Ook al had ik totaal geen idee waarachter ik op zoek was. Maar als ik het vond, dan zou ik het weten. Dat hadden mijn ouders me verteld. Ik lachte even, toen de reuzin weer over har vriend begon. Zij had vrienden en ik? Had ik vrienden of zelfs kennissen? Weer een deel van me zelf waarover ik helemaal niets wist. Moest ik me er zorgen over maken. Misschien was het beter van niet. Het had geen zin je zorgen over iets te maken, wat later allemaal toch zou goed komen. Sneller dan je zou denken kon het lot omslaan. Net zoals het weer. Daarnet was het droog geweest. Maar er zouden zo meteen druppels naar beneden vallen. Ik kon het ruiken. Ik kon de regen druppels ruiken. Ze waren op komst. Het werd ook koeler en ik verkroop een beetje. Dichter naar de stam toe. Maar toen ik weer ging zitten. Richtte ik weer al mijn aandacht op de reus. Die zich net voorstelde. “Ik ben Avani,” Ik lachte even vriendelijk. Het was een mooie naam. Maar ik zei er niets op. Ik zweeg gewoon even. Toen kwamen de druppels. Ook Avani verplaatste zich. Het was vreemd. Ik wilde wel ergens schuilen, mar ik wilde Avani niet achter laten. De bladeren hielden een deel van de regen tegen. Maar dat zou niet zo lang meer duren. Af en toe viel er een druppel op mijn haar. Het vreemde was, dat mijn blauwe haren, als ze nat werden juist lichter kleurden en niet donkerder. Het gaf dus een mooi kontrast met het nog droge haar.

“Ja, inderdaad,” gaf Avani antwoord op mijn andere vraag. Ik lachte even. Het was misschien een domme vraag geweest. Natuurlijk kwam ze daarvandaan. Waar zou ze anders vandaag moeten gekomen zijn? Reuzen hadden namelijk niet zo veel vrijheid als ik. Ik was een boswezen, dus ik kon van over al komen. Persoonlijk wist ik niet geheel waar ik vandaan kwam. Mijn ouders en ik reisden van land tot land. Maar het grootste deel van mijn leven had ik doorgebracht in Grünland. Toch was dat ook maar een 7-8 jaar geweest. Verder reisden we. Nu reisde ik nog altijd, niet echt opzoek naar een thuis. Want vrijheid was een deel van me. Zonder dat, was ik niets. Misschien was een thuis wat ik echt zocht. Maar ik had een thuis gehad en toen had ik ook dat gevoel gehad. Dus dat kon het niet zijn. Meer en meer regen druppels, vielen door de bladeren heen. Kleine lichtblauwe streepjes vormde zich in mijn haar. “Waar kom jij vandaan, als ik vragen mag?” Ik had de vraag kunnen verwachten. Ik lachte weer even. Mijn paarse ogen stonden vriendelijk. ”Niet echt ergens van. Mijn familie en ik reisden veel. Maar het grootste deel van mijn leven heb ik doorgebracht in Grünland.” ja meer was er eigenlijk niet echt te vertellen. De regen begon harder en harder uit de hemel te stromen. Ik verwachte ergens dat Avani zou gaan schuilen. Zelf had ik veel keuzes. Maar zij was een reus en dan kon een schuilplaats voor de regen vinden wel moeilijk worden. Ik keek weer even naar de lucht. Het leek alsof alle druppels op mij afkwamen. Ik had geen probleem met regen. Ik hield er zelf van. Het gaf iets van een rust af. Het gaf nieuw leven aan de planten en de bomen. ”Zouden we niet beter ergens gaan schuilen. Zodat we droog zitten?” Vroeg ik aan Avani. Ik wilde wel verder met haar spreken. Het was gezellig. Het was eens leuk om weer met een vreemde soort te spreken. Ook bleef ik het interessant vinden. Vooral omdat Avani zo vriendelijk was. Ergens kon ik moeilijk geloven dat zij het deel van het bos had vernield. Toch had ze het toegegeven, dus het moest wel waar zijn. Maar zoals ze had verteld. Het was haar te veel geworden. Waarom, hoe en wie. Die vragen kwamen wel in me op. Maar ik wilde er niet weer over beginnen. Misschien was het beter om wat meer over me zelf te beginnen te spreken. Maar voor nu zweeg ik. Terwijl mijn haar lichter werd van de regen wachte ik het antwoord van Avani af. Hopend dat ons gesprek ergens anders verder zou gaan. Anders bleef ik weer alleen achter en kon ik niets anders dan verder gaan met mijn reis? Een reis waarvan ik de eindebestemming nog niet gevonden had. Nog niet eens zag staan. maar ik wist dat de woorden die mijn ouders me hadden toegefluisterd daar duidelijk zouden worden.

[1002 woorden]

===========================
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Calm down!   zo maa 03, 2013 3:12 am

”Niet echt ergens van. Mijn familie en ik reisden veel. Maar het grootste deel van mijn leven heb ik doorgebracht in Grünland,” antwoordde de blauwharige elf. Ook logisch, aangezien elven overal vandaan konden komen en niet per se een eigen woonplek hadden. Die had ik dus wel. Ik was door mijn soort gedwongen om in Giville te blijven. Waar moest zo’n groot wezen dan anders wonen? Ik knikte, terwijl ik al wat druppels over mijn haar voelde rollen. Het leek er op dat het steeds meer ging regenen, iets waar ik momenteel helemaal geen zin in had. Als dat zo was, moesten we gaan schuilen. Dat was echter niet te doen voor mij, omdat de wezens in de boomtoppen mij nog steeds niet vertrouwden en-. Ik keek wat beter naar de boomtoppen. De wezens waren gevlucht voor de regen! Er was helemaal niemand die mij nog in de gaten hield, op Nihal na. Ik richtte mijn blik weer op de jonge elf, toen zij iets leek te willen zeggen. ”Zouden we niet beter ergens gaan schuilen? Zodat we droog zitten?” Even keek ik nog een keer naar de boomtoppen, maar het leek er echt op dat er helemaal niemand buiten was. Aan de andere kant, als ik naar binnen zou willen, konden de wezens nog wel eens fel uithalen. Daarbij was een andere boom zoeken geen optie: dit was de grootste boom in Notoko en daarbij zouden we al helemaal nat worden als we ergens anders naar een schuilplek zouden zoeken. Ik besloot om het er maar op te wagen. “Is goed,” antwoordde ik, waarna ik voorzichtig opstond en alvast rondkeek naar een ingang die groot genoeg was. Opeens voelde ik weerstand. Weerstand tegen mijn eigen wil. Eigenlijk wilde ik niet eens een ingang zoeken, vreemd genoeg. Ik wilde zelfs weg, in de regen staan. “Eh, laten we buiten gaan staan,” stelde ik onzeker voor. Ik keek rond, maar werd gedwongen om naar de elf te kijken. De zwakke blauwe gloed die mijn hele lichaam sinds de plotselinge weerstand omhulde, had ik natuurlijk niet opgemerkt: het was te zwak voor mij om het nog te kunnen zien. Ik kreeg een spontane tweestrijd in mijn hoofd. Tweestrijd tussen mijn eigen keuzes en de keuzes die mij werden toegefluisterd. En dat stond mij niet aan.

“I-Ik,” probeerde ik te zeggen, maar het kwam er onzeker en haperend uit. Juist door die tweestrijd. Ik wist zelf heel goed dat ik gemanipuleerd werd door een ander wezen, maar wist Nihal dat ook? Ik keek haar aan, waarna ik mijn zin probeerde op te pakken. “I-Ik word g-ge,” stotterde ik, maar al snel werd ik enigszins overgenomen. “Ga weg,” riep ik plotseling uit, waarna ik met grote ogen vooruit keek. Ik kreeg door dat die ‘ga weg’ niet op Nihal was gericht, maar op mijzelf. In feite zei iemand via mij tegen mij dat ik weg moest gaan. Dat was zwak. Heel zwak, omdat dit bewees dat het wezen niet tegenover mij durfde te staan. “Ik word gemanipuleerd,” kon ik Nihal eindelijk waarschuwen. Waarschijnlijk wist ze dit al, maar ik vond het toch beter om haar even te waarschuwen. “I-Ik moet weg.. Nee, niet,” sprak ik mijzelf tegen, terwijl ik rondkeek. De gloed werd wat zwakker. Nu merkte ik dat niet echt op, maar ik had minder last van een tweestrijd in mijn hoofd. Het eiste wel heel wat energie op, waardoor ik vermoeid op de wortel achter mij plofte. Ik greep naar mijn hoofd en hield deze tussen mijn knieën. “Sorry Nihal, ik kon er niks aan doen,” hijgde ik. Ik keek hierna op. Hopelijk had ik haar niet weggejaagd of in ieder geval bang gemaakt, want dat was zeker iets wat ik niet wilde. Op dat moment verscheen een Notokiaanse draak uit een van de gangen in de gigantische boom. “En, leuke voorstelling?” Grommend keek ik op: de draak zat in een gang die hoger gelegen zat. “Nee, zeker niet,” snauwde ik de draak zonder vleugels toe. Even keek ik naar Nihal. Ik had haar in gevaar gebracht. Zeker als die draak ook nog mijn hele lichaam zou besturen. “Ben je helemaal gek geworden? Ik snap de boodschap, maar op deze manier kon je een onschuldig iemand doden,” riep ik naar de draak uit, even niet op mijn volume lettend. De draak dook al in elkaar en ik wist bijna zeker dat de elf dat ook zou doen. Ik stond op en keek neer op de draak, die nu weer lager stond dan mij. Ik gromde een keer en sloeg mijn vuist tegen de boom, terwijl een stem mij vertelde om dit niet te doen. Daarom bleef ik daar zo staan, in die dreigende houding, wachtend tot iets of iemand mij werkelijk zou tegenhouden.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Nihal
Wezen
avatar

Aantal berichten : 24
Punten : 7

Over jouw personage
Leeftijd: 17 years
Groepsleider:
Relatie: Love? Hwo can love somone like me?

BerichtOnderwerp: Re: Calm down!   vr maa 22, 2013 2:28 am

Ik wist dat het lastig zou zijn om een goede plaats te vinden voor de reuzin om ergens te schuilen. Maar ik vond ergens dat ik haar niet zomaar kon achterlaten. Een inwendige stem sprak tegen me en zei dat ik dat niet kon maken. Trouwens door met haar te praten oefende ik ondertussen ook mijn taal weer wat. Ik vond het fijn om weer iets anders te kunnen praten. Want veel met andere elven sprak ik nu eenmaal niet. Helaas! Maar tja we waren nu eenmaal wezens die over al voorkwamen en ja de meesten onder ons reisden veel. Net als ik, dus het was ergens normaal dat we elkaar niet elk dag zagen. Ik hoorde de woorden van Avani. Maar er leek ergens iets niet te kloppen. Ik kreeg een gevoel dat er iemand ons aan het bekijken was. Waren het de wezens in de boom. Het kon goed zijn van wel. Maar ik had een ander gevoel. Ik bleef rustig en stond ook op. Net als Avani. Maar er leek iets mis te zijn met haar. Ik had het gevecht gezien en ik kon me voorstellen dat ze niet naar binnen wilde. Misschien was het beter van niet. Maar zouden deze wezens zo harteloos zijn dat ze zelfs haar in de koude regen zouden laten staan. neen dat zou ik niet denken. Maar wezens met angst konden vaak wreed overkomen en ja hoor ook dat zou dan aan de orde komen. “Eh, laten we buiten gaan staan,” Avani klonk een beetje onzeker. Ik schonk haar een glimlach, en knikte. Ik verstond de situatie. Toch het gevoel dat er iets niet klopte bleef. Mijn blik gleed over de boom en daarna naar Avani die iets stotterde. “I-Ik,” Hoorde ik haar zeggen. Deze keer gleed mijn blik over haar lichaam. Mijn ogen werden bijna geheel zwart. Door de wolken was het donkerder geworden. Maar mijn ogen paste zich niet daarvoor aan. Neen Avani had een licht blauw schijnsel over zich gekregen. Het teken dat iemand magie op haar uitvoerde. Elven hadden heel goede ogen en daardoor kwam de licht blauwe gloed die voor de meesten bijna niet te zien zo zijn voor mij fel af. Zeker tussen de donkerdere regen druppels en het huidskleur van de reuzin. Zonder echt te bewegen nam ik mijn dolk vast. Ik vertrouwde Avani wel. Maar niet diegene die nu bezig haar manipuleerde. “I-Ik word g-ge,” Ik slikte even en beantwoorde haar blik met een rustgevende glimlach. Ik wist wat er aan de hand was en ik wilde er wat aan doen. Maar het leek me nu geen goed idee om zomaar te bewegen. Want diegene die Avani in zijn of haar macht had kon mij nu ook makkelijk verpletteren. Onder tussen zocht ik ook naar de dader. Ik hoorde Avani roepen. Ergens deed het helse pijn in mijn oren. Maar ik gaf geen kik. Mijn ogen bleven groot en de ga weg die ze uitgeschreeuwd had. Was die voor mij? Wilde Avani mij beschermen door te zeggen dat ik moest vluchten. Of was het gericht op de onzichtbare persoon. Of wezen! Het moest wel een wezen zijn.

“Ik word gemanipuleerd,” Zei Avani. Ik knikte alleen al. Ik had het al lang door. Maar wie het ook was die het deed. Dat was een lafaard. Het betekende alleen dat die niet durfde oog in oog te staan met Avani. Wat een watje dat het wezen was. Waarom moest hij of zij het zo duidelijk maken. Had Avani al niet genoeg geleden onder deze omstandig heden? Nog altijd zocht ik naar de dader; ik luisterde en keek. Al mijn zintuigen stonden op scherp. Want ik wilde haar helpen. Avani was in strijd met haar zelf. Terwijl de gloed wat zwakker werd. Dat viel me meteen op. Duidelijk dat wie het ook was. Niet echt zo getraind was. Ik zag hoe vermoeid Avani opeens leek te zijn. Ze plofte op de tak achter haar. Ik bleef staan. maar stak mijn dolk weer onzichtbaar weer. Ik lachte vriendelijk naar Avani. “Sorry Nihal, ik kon er niks aan doen,” Ik knikte alleen maar. Geen angst was er te zien. Alleen maar medelijden. Iets wat ik niet vaak had. Ik zuchte even en was alleen maar blij dat het voorbij was. Op dat moment verscheen er een draak. Ik gromde lichtjes door mijn mond. Het was onhoorbaar en ik bleef er kalm bij. Maar van binnen werd ik ergens woedend. Ik was er op getraind om kalm te blijven en er rustig uit te zien. Alleen in het gevecht mocht je, je echte krachten laten zien. Verder kon je niet vaak zeggen of een elf kwaad was of niet. Ik zou het de draak duidelijk kunnen maken. Maar ik volgde rustig het gesprek. “En, leuke voorstelling?” Een draak zonder vleugels met zo veel pit. Neen allemaal maar een actie van een draak die bang was. Ik hoorde de woorden van Avani. Maar ik wilde weten wat de draak zou doen. Ik zag wel dat Avani naar mij keek. Ze leek ergens spijt van te hebben. Maar van wat of was ze gewoon bezorgt om mij. “Ben je helemaal gek geworden? Ik snap de boodschap, maar op deze manier kon je een onschuldig iemand doden,” het werd snel duidelijk. Bij het eerste woord van die zin vlogen mijn handen naar mijn oren en ik bedekte zo goed ze kon. Maar zelfs nu nog leek het geroep van Avani er door te komen. Ik zag hoe de draak in één kromp. Ik ook een beetje. Maar alleen om mijn oren te beschermen. Ze stond weer op en ik kon de woede zien. Neen dit was niet goed ik kende haar nog maar net maar ik wilde niet dat ze problemen kreeg. Avani stond op en gromde. De draak zijn angst. Ik kon het bijna voelen. Ik zag hoe Avani in een dreigende houding bleef staan. Neen ik moest ingrijpen en wel nu. Anders kwam er slecht nieuws. ”Avani! Sprak ik uit. Hopend dat het haar wat zou stoppen. Maar ik draaide me om naar de draak.

Hij leek er niet op gerust te zijn. Misschien had hij ook wel verhalen gehoord van de elven. Mijn ogen bleven geheel zwart. Draken waren wijze wezens net zoals de elven. Er werd vaak gediscussieerd over wie de wijste was. Maar dat verschilde van de ene tot de andere keer. Deze keer zou de elf winnen. Dat wist ik sowieso. Ik zag hoe de draak keek naar mij. Met een bepaald respect dat elven en draken met elkaar deelde. Mijn woorden volgden hard. Waar er geen respect in te horen was. Alleen maar teleur stelling. ”U zou u moeten schamen. Met deze actie hebt u niet alleen u zelf te schande gemaakt. Maar tegelijke tijd ook heel U soort.” Ik hoorde hem grommen. Maar ik was niet bang voor hem. Neen zeker niet voor een draak zonder vleugels. ”En dan blijven beweren dat jullie zo wijs zijn!” Deze woorden leken hem te snijden. Ik had het door en ergens begon ik binnen in te juichen. ”Ik heb alleen ons standpunt willen duidelijk maken!” Er lag een soort van grom in die zin. Ik keurde hem nauwelijks een blik waardig en dit leek hem te irriteren. ” Wat Avani heeft gedaan, kan niemand goed keuren. Maar er moet vergeving mogelijk zijn. Ze heeft een fout gemaakt. Maar iedereen kan er mee instemmen dat wat u net hebt gedaan ook niet opreis kan gesteld worden.” Ik bleef rustig en kalm. De draak zou breken. Niet ik, daar had ik geen zin in. De draak leek weer iets tegen wilde werpen. Maar ik hield hem tegen. ”Alsof niemand van jullie ooit een fatale fout hebben gemaakt!” het was tegen iedereen gericht. ”het bos zal zonder littekens terug groeien. Maar wat jullie tegenover haar doen. Zal haar voor eeuwig tekenen en jullie zijn diegene die met dat zullen moeten leren leven. Is dat het waard? De draak leek zich er bij neer te leggen. Zijn blik gleed naar Avani. Ik lachte even naar haar. Alles zou terug goed komen. Dat moest wel. Ik wachte, op wat er nu zou gebeuren. Wie zou er nu een woord uitspreken. Wat zou er gebeuren?

[Sorry voor het late antwoord. Maar de examens... 1372 woorden]

===========================
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: Calm down!   

Terug naar boven Ga naar beneden
 
Calm down!
Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Fanterria :: Fantasonia :: Notoko :: The Tree-
Ga naar: