IndexPortalKalenderFAQZoekenGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 Sadness

Ga naar beneden 
AuteurBericht
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Sadness   vr jul 12, 2013 7:09 am

De ijskoude wind van Giville sneed in mijn huid, terwijl ik me nog meer terugtrok in mijn kleding. Een hele lange tijd was ik weggeweest, had ik me afgesloten van de wereld. Ik had te veel narigheid meegemaakt en daarbij was er niet echt een reden voor mij om als een gek in heel Fantasonia rond te rennen. Nee, ik bleef gewoon in Giville. Daar waar ik hoorde. Natuurlijk had ik, zoals iedereen, wel een naar gevoel. Ik miste alle vrienden voorbij de Giant Mountains. Even had ik mij beseft waarom. Ik was enkel handig voor Fairy Tail, maar FT was niet eens actief naar ik wist. Voor de rest was ik een groot, zwaar monster dat anderen enkel bang maakte. Het was natuurlijk logisch dat ik die korte tijd best depressief was en mijzelf compleet afsloot. Ik at bijna niks en was heel wat afgevallen. Omdat ik van mijzelf niet zo zwaar was - voor een reus dan - woog ik eigenlijk te weinig en was ik heel wat verzwakt. Ik begon mijzelf wat op te vrolijken met leuke verhalen, zoals de mogelijkheid dat Masaomi zijn geheugen weer terug had. Natuurlijk was zien ook geloven en dus wilde ik hierdoor graag terug. Het zou een lange reis worden, maar dat had ik er voor over. Ik zette een paar stappen naar voren. Voor mij stroomde Frozen River, ook al was hij al een lange tijd bevroren. Met de tijd werd het echter warmer en werd dit punt ook steeds gevaarlijker. Omdat er zo veel druk op dit punt stond, kon het losschieten. In mijn conditie kon ik makkelijk verdrinken in het ijskoude en snelstromende water. Ik kon echter niet anders. Er was geen andere weg om aan de overkant te komen. Alle rivieren hier waren breed en diep. Ik zou alsnog het water in moeten gaan. Omdat het zo koud was, kon ik sneller kou vatten. En dat was niet bepaald handig op dit moment. Voorzichtig en met trillende stappen naderde ik het punt. Nogmaals keek ik naar de ijsplaat. Zou ik het wel doen? Was het dit alles wel waard? Kon ik eigenlijk nog wel Giville uit voordat ik op de grond neer zou vallen? Ik zuchtte, een groot ademwolkje verliet mijn mond. Ach, het viel te proberen. Voorzichtig zette ik een stap op het ijs. Direct voelde ik een steenkoud gevoel in mijn voet, die zich heel snel verspreidde over mijn been. Het was haast alsof ik me verbrandde, want het deed verschrikkelijk veel pijn, maar gelukkig was het alleen maar kou. En daar had ik al heel lang ervaring mee. Daarom zette ik snel mijn andere been op het ijs. Er was tot nu toe nog geen geluid geweest. Niet eens een zacht kraakje. Ik keek twijfelend naar het water. Het water dat hard op het ijs duwde. Door mijn angst lette ik niet goed op. Niet alleen won het water de strijd met het ijs, ook scheurde het laagje ijs onder mijn gewicht. Voordat ik door het ijs zakte, werd ik met een geweldige kracht iets naar achteren geduwd, zodat ik een paar meter verderop op gebroken ijs viel. Als direct belandde ik in het koude water, het ijskoude water waarvan ik al die tijd had gehoopt dat ik er niet in zou vallen. En nu was het dan helaas zo. Ik moest mijzelf proberen te redden: er was niemand in de buurt.

Als vanzelf bewoog ik mijn armen wild om me heen. Ik had nooit hoeven te zwemmen, dan was het logisch dat ik moeite had om omhoog te komen. De kou vrat aan mijn armen, zodat elke beweging steeds pijnlijker werd. Als het niet aan mijn reflexen lag had ik allang water in mijn longen gekregen. Uiteindelijk raakte ik de bodem aan. Ik zette me af, wat gelukkig net op tijd was: ik dreigde al te verdrinken. Met paniek greep ik me vast aan een rots die in het midden van de rivier stond. Door deze rots stroomde ik niet verder weg. Ik hijgde om mijn ademgebrek in te kunnen halen, maar het deed mij verder niet veel goeds. Bij iedere hijg voelde ik mijn kracht steeds verder wegzakken. Mijn greep om de natte rots verslapte en uiteindelijk werd ik weer door de rivier meegesleurd. Nee, dacht ik, niet nog een keer! Ik gromde in mijzelf. Ik moest mijzelf redden en dat kon maar op een manier: weer in dezelfde staat komen als in het bos van Notoko. Het punt was echter dat ik helemaal geen kracht had en dat zo'n staat mijn dood kon betekenen. Ik greep me vast aan de oever en hees mijzelf met moeite uit het water. Uiteindelijk lag ik daar: vermoeid, onderkoeld en verzwakt. Ik sloot mijn ogen. In mijzelf maakte ik me kwaad om mijn zwakte. Kon ik dit werkelijk niet aan? Was ik zo zwak? Ik balde mijn handen tot vuisten. Gefrustreerd slaakte ik een kreet. Hoewel deze heel ver reikte, was deze duidelijk niet zo sterk als zou moeten. Ik hijgde, hopend dat iemand mij maar kon horen en - nog veel belangrijker - kon helpen. Ik opende mijn ogen weer en keek op. Ik was echter iets te snel: er was nog helemaal niemand. Natuurlijk niet. Wie zou mij nou helpen? Het grote, boze monster, die wilde niemand helpen! Waarom zouden ze? Ik was er toch alleen maar om dingen te vernielen. Een deel van het Notokiaanse bos, bijvoorbeeld.. Of een roedel gevleugelde honden die mij maar niet met rust liet.. Waarom had ik eigenlijk vrienden? En kon ik ze eigenlijk wel vrienden noemen? Waren ze alleen maar vrienden omdat ik hen goed kon beschermen? Of juist zodat ik hen niet zou aanvallen? "Woarem den," fluisterde ik met een geluid zo zwak dat mensen mij niet eens konden verstaan. Ik probeerde mijzelf omhoog te hijsen, maar dat lukte niet meer. Ik had alle kracht in mijn armen verloren. Het enige wat ik nog kon doen, was mijn kleding wat dichter tegen me aan trekken. Zo zou ik het iets warmer hebben, al had dat alsnog niet veel nut. Ik hoorde stemmen, maar trok me daar niet zo veel van aan. De stemmen waren van Hunters. Ook dat kon me niks meer schelen. Ik kon me nauwelijks verweren, al was het natuurlijk wel vreemd om dat over een reus te zeggen. Ze kwamen dichterbij toen ze dat merkten. Dat had ik al wel van hen verwacht. Ik trok mijn hand nog wat samen, maar uiteindelijk verslapte ook deze. Mijn ademhaling werd wat zwaarder. Ik wilde niet opgeven, maar ik kon niet anders. Ik verslapte volledig en bleef liggen, wachtend tot de Hunters dichtbij genoeg waren om toe te slaan.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Sayonara
Gestorven
avatar

Aantal berichten : 51
Punten : 12

Over jouw personage
Leeftijd: 14 Years
Groepsleider: X
Relatie: X

BerichtOnderwerp: Re: Sadness   wo jul 17, 2013 8:36 am

Een prachtig, lichtgebouwde blauwe draak streek neer op de heuvels van Giville met een meisje dat zich strak aan het wezen hield, maar wel de ander leek te vertrouwen. De vleugels van de drakin trokken zich naar achteren, waardoor het lichaam als eerst de grond wist te raken, zonder dat er iemand gewond zou raken. Het meisje gleed van de drakin's rug af, en snoof de heerlijke muntachtige geur in dat heel Giville met zich meedroeg. Het was fijn voor haar om weer eens terug te keren naar Giville waar ze de laatste tijd vaker naar heen reisde om aan de zomerhitte te ontsnappen. Haar schoenen raakten de besneeuwde grond, terwijl de punt van haar langste zwaard een kleine afdruk naast haar schoenen achterliet. De drakin liet een korte kreet horen als teken dat ze een aai over haar kop wou, maar Sayonara kon haar dat niet geven, niet op dat moment. Ze had iets anders aan haar hoofd, vandaag. Ze was enigszins ontsnapt aan de hitte,maar was hier gekomen voor een vriendin. Deze vriendin was een reuzin die kort geleden nog zwaar gewond was geraakt in een strijd met een vogelachtige. Veel gepraat met elkaar hadden ze niet,maar iedereen van dat moment beschouwde ze als een vriend. Een persoon echter niet, dat was de lafaard die wegrende: Masaomi. Onbewust maakte ze een vuist van haar hand en sloeg deze toen tegen de grond, terwijl de donkerblauwe haren voor haar ogen vielen. Hij vluchtte, terwijl ze allemaal de situatie hadden overwonnen, alsof alles zijn schuld was geweest. Die stomme blonde zwakkeling van een Masaomi met zijn schuldgevoelentjes. Had hij nog steeds niet geaccepteerd dat Fanterria een harde wereld was? Een koude reptielachtige poot op haar schouder kalmeerde haar weer. "Bedankt," bedankte ze de drakin die ze vanaf het begin af aan had opgevoed. Ze moest niet over toen zitten treuzelen, eerder over de zwaar gewonde reuzin. Sayonara rustte haar handen op haar heupen en keek kort rond. De drakin had de reuzin hier ergens gespot,maar een dichte mist belemmerde het zicht. Ze konden het mis hebben. "Eureka!" Aan de oever van een enorme rivier lag het lichaam van de reuzin, maar het zag er niet goed uit. Ze leek te ademen, maar te zwak om te bewegen. "Kom," zei ze snel tegen de drakin, waarna ze de heuvel afrenden. Gelukkig stonden ze aan de juiste kant van de rivier. "Reuzin!"riep Sayonara naar haar, terwijl ze net voor het gezicht van haar op haar hurken neerplofte. "Wat is er gebeurd?"

===========================

Anyone who said he wasn't afraid
during the civil rights movement
was either a liar or without imagination.
I was scared all the time.
My hands didn't shake but inside
I was shaking.

I am not as scared about people tearing
this one up as I would have been in the past
because of the basis in 'knowing' this one has.
There are people out there that are hungry for this.

Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Bo
Nieuweling
avatar

Aantal berichten : 23
Punten : 7

Over jouw personage
Leeftijd: 14 Years
Groepsleider: Yeah...
Relatie: That's a secret

BerichtOnderwerp: Re: Sadness   do jul 18, 2013 5:32 am

De zon brandde op haar witte vel. Vooral haar schouders hadden het licht van de gele bol goed mee. Het warme weer bracht enkel ellende mee. Je verbrande jezelf of kreeg een zonneslag en dan wat? Dan kon je moeilijk zeggen dat het zonnetje zo leuk was. Wel daar trapte ze niet in. De zon had weinig tot geen effect op haar huidskleur, het bleef gewoon even kleurloos. Haar moeder en vader waren een totaal ander type. Zij liepen even in de zon en... Bam! Ze waren zo mooi bruin. Dan liep zij even in de zon en... Bam... Ah nee, ik ben weer eens wit. Hoe dan ook, haar moeder had de hoop niet opgegeven en forceerde haar dochter om met een kleedje rond te lopen. Gelukkig had ze de moed bijeen geraapt en had ze een doodgewoon topje aangetrokken, daaronder sierde een shortje het geheel wel. Dus was de familie weer mokkend vertrokken, weeral. Steeds opnieuw begon haar moeder te zagen over haar 'rot karakter'. Ze was koppig, nou en wat dan nog? Zij kon haar niet de les spellen. Ze was anders dan de rest, maar ze was lekker haarzelf en niemand ging haar veranderen. Niemand, zelfs niet haar ouders. Dus ze waren aan het strand, ze haatte het strand zo er, al dat... Zand. En die zon, die niks anders deed dan je verblinden. Ze zuchtte, trok haar voeten bij haar op de strandstoel en keek rond. Haar moeder was even weg, ze moest weer eens wat halen. En haar broer en zussen? Wel die waren ergens elkaar aan het vermoorden. Tja, de oudste van de bende zijn, was niet altijd prettig. Maar wel handig. Handig als in, het kan voor één keer en niet handig van, ik kan al gaan werken en jij moet nog op school zitten.

Een nieuwe zucht der verveling liet haar uit haar springen. Bo verveelde zich dood, misschien moet ze maar even een wandeling maken? Ja, dat zou nog eens prettig zijn, dan moest ze ten minste niet stil zitten. Ze draaide zich om en ging er vandoor. De teenslipers maakte een klak geluid elke keer dat ze haar voet in het zand neerzette. Ze wilde geen wandeling aan dit veel te drukke strand of aan die kleffe zee, nee ze wilde naar de duinen. Daar kon ze tenminste tot rust komen. Ze was echter een erg hyper type, maar kon ook heel rustig zijn als de omgeving dat toeliet. De personen speelde ook een belangrijke rol in haar gedrag. Soms had ze van die super vrienden bij zich en kon ze niks anders dan lachen en hyper zijn, het zat in haar. Maar als er van die brompotten en pestkoppen haar kwamen irriteren klapte ze toe. Ze was ook erg verlegen, met momenten toch. Meestal bij een ontmoeting van nieuwe mensen. Meestal kroop ze dan weg, zag ze er uit als 'het onschuldige meisie', maar dan, BAM, en ze stond hyper. het was iets dat ze niet onder controle kon houden en eigenlijk vond ze het nog leuk ook. Ze genoot van het leven en dat wilde ze graag tonen, deze 'hyperheid' was er een vorm van, een rare, maar een vorm van haar optimisme. Iets wat weinig mensen inzagen. Vele personen vinden haar raar of anders, maar dat zijn we toch allemaal? Verdiept in haar gedachten, struikelde Bo -o ja, onhandig was ze ook, soms, heel soms- over haar eigen voeten en landde ze met een doffe klap in het vieze zand. Wel meteen duwde ze zich recht. Haar mond zat vol zand... Dat was zo vies. Ze trok een geïrriteerd gezicht en spoog al het zand uit. Ze ging ondertussen op haar knieën zitten en duwde zich verder recht. Het meisje veegde haar gezicht verder af met haar arm, deze kuiste ze dan af met haar andere hand en die hand, wel die mocht lekker vuil blijven. Nadat ze al het zand uit haar gezicht had gehaald, zag ze dat ze vlak voor een kleine heuvel stond met wat duingras op. Jep, ze was in de duinen. Wacht, nog niet officieel. Ze grijnsde zette een stap in het gras en bedachte zich dat ze nu wel officieel in de duinen zat.

Het duingras prikte wat aan haar voeten en benen, wat voor de nodige irritatie zorgde. Waarom was er altijd wel iets dat haar irriteerde? Was het niet haar moeder, dan stuurde moeder natuur wel een ander ding op haar af. Ze ging geen namen noemen -muggen!!!!!!- maar er waren er veel, veel te veel. Toch kon ze nog genieten van de wonders van de natuur, iets wat haar keer op keer liet verbazen. Waren het de dieren niet, dan maakte de planten of het landschap haar naar adem snakken. Een simpele ochtend kon voor haar bijvoorbeeld heerlijk zijn. De dauw in het gras, als parels van het droge. De frisse geuren van de ochtend, de prachtige hemel en alle dieren die wakker werden. Vogels die hun deuntje begonnen te zingen, het was allemaal zo mooi, te mooi om bijna waard te zijn. Opnieuw was Bo verdiept in haar fantasieën en struikelde ze weer. Deze keer waren haar voeten niet de boosdoeners, maar een steen, een grote dan nog wel. Haar ogen keken vluchtig naar de grond, het zachte zand had plaats gemaakt voor wat stenen en die zagen er niet al te zacht uit. Ze sloot haar ogen klaar voor de val.
Maar in de plaats van een steek van pijn, voelde ze hoe een frisse wind haar kaken streelde en toen viel ze recht in de massa. Maar het was zacht, niet zo hard als steen. Er schoot een ijzige pijn door haar lichaam en ze duwde zich recht en opende haar ogen, om zichzelf te vinden in... Sneeuw? Ongelovig keek ze naar de afdruk van haar hoofd. Dat kon niet? Een nieuwe bries liet haar rillen, het voelde allemaal wel echt aan. Ze keek op, liet haar blik over het landschap glijden en zag wonderbaarlijke dingen. Bergen zo groot, rivieren zo lang en dan nog eens dat landschap. het was adembenemend. het was echt prachtig. Een nieuwe bries, sterker dan de vorige schudde haar wakker. Ze trilde even en sprong snel weg. Haar grote ogen bleven toch naar het landschap staren. Ze gleden verder, verdoofde haar even. De wind sneed in haar huid, maar het deerde haar niks... Of toch weinig. Want ze trilde nog steeds, onbewust.

Toen viel haar blik op nog iets mooiers. Een... Draak? Een blauwe draak? Een blauwe draak! Wauw! Waar was ze! Deze plek was fantastisch, ookal wist ze niet echt waar ze was. En ze wist ook wel dat draken niet bestonden. Maar toch, het was allemaal zo echt. Haar blik gleed verder en spotte toen pas een groot lichaam. was dat een... Reus?! "Wauw," bracht ze al lachend uit. haar stem trilde lichtjes van de snijdende kou, maar opnieuw vergde ze er weinig aandacht aan en staarde ze enkel naar het landschap. Haar blik gleed terug naar de draak, die zich naar de reus bewoog. Ze duwde haar ogen tot spleetjes en bekeek de silhout beter. Zag ze daar een mens? Misschien kon ze aan haar vragen waar ze was. Nu pas keek ze terug naar de grond en besefte ze dat ze op een verhoging stond en nog geen kleine ook. Oké, dat werd lopen en springen. Zonder verder na te denken liep Bo naar voren, sprong ze het plateau af en gleed ze verder op haar voeten van het heuveltje af. De silhouten werden groter en groter. Dit was zo awesome! Haar lach kon echt niet breder, wat voor plek dit ook was, ze wilde hier blijven, het zag er best wel leuk uit. de helling kwam tot een einde en Bo liep een paar passen om vervolgens te gaan stappen.

De reus, draak en mens bevonden zich eigenlijk niet zo ver van waar zij vandaan kwam. Dus had ze al snel het lichaam van de reus of beter gezegd reuzin bereikt. Die was echt gigantisch! "Wauw! Hé, zou zo'n reus ook kunnen praten?" ze tikte tegen haar kin, piekerend over het antwoord. Maar al snel was haar aandacht gevestigd op de draak. "Wauw, die is groot," ze wandelde zo op het beest af, maar hield toch afstand en stopte op een paar meter afstand terug. Toen pas viel haar blik op het meisje dat zich bij de drakin bevond en zich duidelijk bekommerde om de reuzin. "Problemen?" vroeg ze. Nu pas bestudeerde ze het meisje beter. Zij had duidelijk betere kleren dan haar. Maar... Was dat een zwaard? Het gezicht van Bo vertrok naar wit. Ze was gewapend? Juist, gewapend. En het grappigste van dit alles was dan nog dat ze was omsingeld door een reus en een draak die een heel arsenaal wapens aan hun lichaam hadden. Nee, alles was goed normaal hier. Haar ogen rolde naar rechts, keken naar de witte mantel en nu pas begonnen haar hersenen op gang te werken. Waar was ze? En waarom wilde ze nu eigenlijk weten waar ze was? Ze gaf daar toch niks om?

-Deze post is gewoon te random voor woorden :'3-

===========================
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Sadness   do jul 18, 2013 8:51 am

In de verte hoorde ik ze al roepen. Jonge Hunters die dachten een perfecte prooi te hebben gevonden. Ik had gegromd als ik daar de kracht voor had gehad. Die had ik echter helaas niet. Ik had helemaal geen kracht meer in mijn armen, niet meer in mijn lichaam. Niet vaak was ik of een soortgenoot zo zwak. Nu had ik dit mijzelf aangedaan. Ik kon het verleden nog steeds niet loslaten, ondanks Masaomi's woorden. Ik zat nu eenmaal wat anders in elkaar. Ik had heel veel spijt van vroeger en had het gevoel dat ik het nooit meer goed kon maken. Dat vreselijke gevoel was voor mij al genoeg om mijzelf dit allemaal aan te doen. Ik was onderkoeld en te dun. Kortom was ik te zwak om de Hunters in de verte te kunnen verslaan, al zou ik ze met een armslag kunnen verjagen. Ik opende mijn groene ogen zachtjes. Het enige wat ik zag was sneeuw. Sneeuw, sneeuw en nog een sneeuw. De witte deken verblindde me haast. Ik gromde en probeerde me wat te verschuiven, maar het lukte me niet. Het was haast of ik verlamd was. Ik maakte me kwaad, maar ook dat hielp niet. Niets hielp. Ik was ten dode opgeschreven. Of toch niet? "Kom," hoorde ik opeens in de verte. Het kon zijn dat dit een van de Hunters was, maar ik herkende de vrouwelijke stem ergens van. Heel vaagjes herinnerde ik me de vogel en de draak. Ik kreunde zachtjes, alsof ik net wakker werd, terwijl ik nooit had geslapen. "Reuzin!" Nu schoten mijn ogen wagenwijd open. Ik herkende de stem weer. Dit was het meisje dat op de draak had gezeten en mij had geholpen bij het gevecht. Al snel verscheen ze voor mijn neus en hurkte ze neer. Roc nee. Ik wilde al helemaal niet dat ze zich met mij ging bemoeien. Of eigenlijk wilde ik dat wel. Ik twijfelde over wat ik wilde. Wilde ik geholpen worden door een wezen dat op mijn hand paste, of wilde ik gedood worden door een horde van dezelfde wezens als dit meisje? Voor mij was de keuze snel gemaakt, maar toch bleef er een twijfelachtig gevoel. "Wat is er gebeurd?" Ik sloot mijn ogen en zuchtte. Tja, wat was er gebeurd? Ik had me opgesloten in Giville en had me daar voor een lange tijd gedwongen om amper wat te eten wegens een paar tegenvallende gebeurtenissen in mijn leven. Daardoor werd ik zwak. En door mijn zwakte was ik bijna verdronken. Dat kon ik echter niet zeggen. Ze zou me vreemd vinden. Wat ze vast en zeker nu al van me vond, zonder twijfel. Ik kon het wel op een andere manier verwoorden, misschien dat dat wel wat beter was. "Ik ben zwak en wilde teruggaan, weg uit Giville," vertelde ik haar. Mijn stem klonk zwak en hees. Ik wilde luider praten, maar dit was het luidste wat ik kon. Alsnog was het wel verstaanbaar voor het meisje. Mijn stem was altijd aan de luide kant. "Maar toen brak het ijs in de rivier en viel ik in het water. Ik verdronk bijna," ging ik verder. Meer kon ik niet zeggen. Daar was ik te zwak voor. Ik bracht met moeite een arm in haar richting, terwijl ik een vinger optilde en richting de Hunters wees. Ik zweeg echter, maar het leek mij wel logisch dat ze wist wat ik bedoelde. Deze Hunters zagen er natuurlijk niet uit alsof ze van plan waren om een gezellig theekransje te houden.

Toen ik iets anders wilde zeggen, onderbrak iets me. Het was het geroep van de Hunters die steeds luider werd. Ik was niet bang, maar het feit dat ik niks kon doen irriteerde me mateloos. Dat was ook te zien. Er was toch wel iets wat ik kon doen? Ik trok mijn armen naar me toe en probeerde mijzelf omhoog te duwen. Dit lukte enigszins, maar uiteindelijk zakte ik toch weer met een dreun in elkaar. Ik kreunde gefrustreerd, aangezien ik iets wilde doen wat me normaal wel zou lukken maar nu niet. De kreun klonk echter eerder als een grom en misschien konden de anderen denken dat ik boos was. Dat was ik ook een beetje. Boos op mijzelf. Hoe kon ik mijzelf zo zwak maken door een paar tegenvallers? Ik kon mijzelf nu wel een beetje boos gaan zitten maken, maar als ik weer in dezelfde staat als in Notoko zou vallen, zou ik het niet overleven. Ik moest iets doen wat ik echt nooit van mijn leven zou doen, maar nu opeens wel: opgeven. Ik zuchtte vermoeid en gefrustreerd tegelijkertijd, waardoor er wat sneeuw opstoof. Ik kon niet weg en was gedwongen hier te blijven en zielig te zijn. Hier blijven liggen was echter ook geen goed idee, aangezien ik het nu steeds kouder kreeg en ik, ondanks hier te zijn opgegroeid, toch niet helemaal tegen de kou kon. Ik rilde al van de kou, waardoor er wat sneeuw van mijn armen af gleed. Het was toen dat ik door had dat het sneeuwde. Ik merkte dat de Hunters al heel dichtbij waren. Nee, nee! Ze mochten niet zo dichtbij komen! Niet als ik niks tegen hen kon uithalen. Ik kreunde weer, maar dusdanig dat het meer op een diepe grom leek. Ik probeerde mijzelf op te tillen, maar alweer lukte het niet en viel ik weer in de sneeuw. Ik balde mijn handen tot vuisten, maar sloot mijn ogen na een keer te zuchten. Ik gaf het maar op. Ik kon niet meer. Ik was te zwak om nog iets te kunnen. En ik haatte mijzelf om dat te moeten zeggen. Net op het moment dat ik ook echt zou opgeven had ik een ingeving. Ik wilde niet sterven als de reus die zichzelf liet doden door een leger van miniaturen. Ik wilde sterven als de reus die zichzelf nog goed kon verdedigen. Ik gromde en stond op. Althans, dat probeerde ik. Toen ik op mijn armen leunde zag ik een meisje staan. Ze was ongeveer even oud als Masaomi, maar was totaal niet gekleed voor een tripje naar Giville. Waarschijnlijk was ze hier net gekomen. Als dat het geval was.. Ik keek even naar de Hunters. Ze waren dichtbij. Te dichtbij. Nog even en ze waren er al. Zonder iets te zeggen stond ik met veel pijn en moeite op. Ik nam diep adem, terwijl de Hunters direct halt hielden. Ze durfden niet meer. Vlak hierna schreeuwde ik zo hard mogelijk naar ze, wat door mijn lage stem eerder brullen werd. Ik kwam zelfverzekerd over, maar toch trilden mijn benen van zwakte. Ook de schreeuw was niet zo luid als altijd. Ik wilde dit echter niet laten merkten. Hierom keek ik ze strak aan met een blik die kon doden. De Hunters bleven gewoon staan. Ze zagen de zwakte nog steeds. Ikzelf voelde me steeds slechter en dreigde haast om te vallen, maar toch probeerde ik te blijven staan. Nu ik wist dat ik het kon, wilde ik dit zo lang mogelijk vasthouden. Ik wilde niet nog eens opgeven. Niet nu.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Sayonara
Gestorven
avatar

Aantal berichten : 51
Punten : 12

Over jouw personage
Leeftijd: 14 Years
Groepsleider: X
Relatie: X

BerichtOnderwerp: Re: Sadness   do jul 18, 2013 9:56 pm

De staat van de reuzin werd met de seconde duidelijker en verduidelijkten enkel het feit dat ze in gevaar verkeerde. De reuzin  leek vanaf het begin niet te kunnen bewegen door een pijn of een verlamming,maar het was erger dan dat. Ze leek enorm uitgeput te zijn, hoewel Sayonara niet haar vinger op kon leggen wat de oorzaak zou zijn geweest net zo min ze de oorzaak van de pijnen van de reuzin. Ze kneep haar ogen tot spleetjes. Het kon natuurlijk zijn dat ze nog de wonden droeg van de voorgaande strijd tegen dat vogel beest, maar haar staat was duidelijk vergergerd. Snel zocht ze naar iets wat aan de staat van de zwakke staat van de reuzin had kunnen bijdragen, maar ze zag enkel de dikke laag sneeuw en de snelstromende rivier achter de reuzin. Wacht eens even, een snelstromende rivier? Sayonara rechtte haar rug en probeerde net een glimp van de rivier op te vangen, boven de reuzin's gedaante. Het werd haar nu vrij duidelijk wat er gebeurd was: De reuzin was in de rivier beland. Maar hoe, en waarom? Toen ontmoette ze de blik van de reuzin, en hoopte dat ze haar vraag zou kunnen beantwoorden. Dan zou ze haar kunnen helpen of voor iets kunnen zorgen. De ander zuchtte. Een boel was zeker gebeurd, niet waar? Sayonara leunde iets naar voren, terwijl haar blauwe pony over haar ogen viel. Te nieuwsgierig was ze om haar pony goed te doen. 'Ik ben zwak en wilde teruggaan, weg uit Giville,' vertelde de reuzin vrij moeizaam, wegens de pijn zeker.  Maar ze begreep niet wat ze met 'zwak zijn' bedoelde, lichamelijk  van de strijd of geestelijk? 'Maar toen brak het ijs in de rivier en viel ik in het water. Ik verdronk bijna,' Haar vermoedens klopten toch op een zekere hoogte. Het was enkel nog de vraag over op wat voor een manier de reuzin zwak dacht te zijn, maar het betrof 'lichamelijk' op het moment. Sayonara knikte als teken dat ze het had begrepen. Dan zou ze haar kunnen helpen, al vroeg  ze haar af hoe. Ze had in haar hutje enkele middeltjes , maar die waren er in kleine porties en dus niet voor zulke gigantische wezens bestemd, hoogstens voor haar draak. Ze zaten in een lastig pakket. Om op een idee te komen had Sayonara haar rug weer gerecht en hield ze nadenkend haar vinger tegen haar wang aan, starend richting de grond. Wat te doen.. ? Plotseling verscheen de vinger van de reuzin in haar beeld die naar iets achter haar wees wat nooit iets goeds kon betekenen. Direct met haar hand op het handvat van haar langste zwaard, had ze haar omgedraaid met haar drakin die dreigend haar kop hoog hield. "H... Hunters?"stamelde ze, waarna ze licht fronste. Hadden ze de reuzin al die tijd gevolgd? Say beet op haar lip, even uit haar evenwicht gebracht door het plotselinge gevaar van de jagers. Ze hoopte dat de groep mensen haar wapens nog niet had gezien, hoewel ze vrij zichtbaar waren. Say snoof. Dit was een nare situatie. Ze kon hoogstens drie man aan met de wapens die ze bij haar had en haar drakin kon gelukkig veel meer aan, maar ze zouden nog even een beetje hulp erbij moeten krijgen.

Alsof haar wens uitkwam, verscheen er in een meisje in haar ooghoek die naar haar smaak te zomers was gekleed en de situatie blijkbaar niet doorhad. Was het een nieuwe bewoner van FA? Vast en zeker. Man, die had een slechte portaal te pakken gehad, en het meisje droeg geeneens wapens. Dit werd niets. Ze ging dood als ze zo doorging. Say kneep onbewust haar ogen tot spleetjes. Zwak was de ander, nog zwakker qua uiterlijk dan Masaomi. Dat dát nog eens mogelijk was. Het meisje kraamde wat vage zinnen uit, waaruit haar vermoedens klopte: ze was hier pas net. Grmpf, dit kon ze gewoon niet hebben. Say wenkte naar de drakin om alvast de Hunter groep te belagen met wat dan ook, en de volgende tel was de wezen vertrokken. "Jij!" zei Say luid genoeg tegen het meisje, "Je zit in een fantasiewereld, genaamd Fanterria. Hier is niet alles rooskleurig, zoals in een sprookje. En we zitten duidelijk in de problemen en moeten een groep slechte mensen misschien zelfs hun leven ontnemen, ben je er klaar voor?" In een snelle beweging had Say een wapen uitgekozen dat vrij makkelijk te hanteren was: een vrij lichte zwaard. Een luid geluid achter haar, liet een grijns op haar ezicht verschijnen. Avani was dus opgestaan. Wie was hier nou 'de zwakke'? "We kunnen dit," grijnsde ze breed, waarna enkele Hunters hen benaderde. Het werd wel duidelijker dat een deel mistte en er een abnorale grote hoop sneeuw achter hen zat met een hand dat er soms uitstak. Natuurlijk, een windvlaag en wat sneeuw maakte een goede combinatie. Dankbaar knikte ze in haar zelf naar de drakin die verder met haar strategie ging. De eerste drie Hunters hadden hun inmiddels omsingeld met elk een wapen voor zich, niet verrast met hun tegenstanders. "Kom maar op," zei Say zachtjes, waarna de voorste Hunter naar haar toeschoot en haar probeerde te verwonden door middel van een scherpe dolk, maar een zwaai van de zwaard die Sayonara bij haar droeg remde aanval af. Deze Hunter was goed, maar niet goed genoeg. Ze draaide haar zwaard een kwartslag om en schoot naar voren met de punt van het zwaard richting de andermans keel. Bloed droop uit haar schouder door de dolk waar ze heen was geschoten,maar ze liet zich er niet door tegenhouden De Hunter ontweek de aanval behendig door naar achteren te springen en vervolgens op zij rug te landen en met zijn voeten tegen de buik van haar te gaan trappen. Oeh, hij had een tactiek. Een simpele. Sayonara liep tussen de benen door, dreigend zwaaiend met haar zwaard boven zijn keel. "Klaar?" Bloed vloeide uit haar mond, de dolk van de ander was haar borstkas in geboord.


OOC: Slechte, verschrikkelijke post ><

===========================

Anyone who said he wasn't afraid
during the civil rights movement
was either a liar or without imagination.
I was scared all the time.
My hands didn't shake but inside
I was shaking.

I am not as scared about people tearing
this one up as I would have been in the past
because of the basis in 'knowing' this one has.
There are people out there that are hungry for this.

Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Bo
Nieuweling
avatar

Aantal berichten : 23
Punten : 7

Over jouw personage
Leeftijd: 14 Years
Groepsleider: Yeah...
Relatie: That's a secret

BerichtOnderwerp: Re: Sadness   vr jul 19, 2013 3:45 am

Enkel het meisje leek haar te zien. "Jij!" riep ze naar haar. Ze fronste en keek haar kant uit. "Je zit in een fantasiewereld, genaamd Fanterria. Hier is niet alles rooskleurig, zoals in een sprookje. En we zitten duidelijk in de problemen en moeten een groep slechte mensen misschien zelfs hun leven ontnemen, ben je er klaar voor?" Ze begon nog meer te fronsen en wist niet echt wat ze juist moet zeggen, dus haalde ze maar haar schouders op en antwoorde ze met een simpele; "Oké," Ze schraapte haar keel en keek om. Wel, dat kon toch niet zo erg zijn. Haar blik gleed over het landschap en opeens spotte ze een paar erg... Gevaarlijke mensen. Slechte mensen zoals het meisje had gezegd en ze moest ze doden? Wel hoe moest ze dat in vredesnaam doen? Moest ze ze dood zeuren? Dood staren? Misschien was dood bijten wel een optie? Maar wie hielt ze hier eigenlijk voor de gek? Ze hadden wapens -wat en dat meisje ook?!- en zij had enkel... Haar... Lichaam? Wel daar was ze veel mee, wat kon je met een lichaam doen? Oké, je leefde ermee, maar ermee vechten... Wacht... Dat was het! Haar lichaam, ze had goeie benen. Al dat sporten had toch zijn vruchten afgeworpen, dat besefte ze spijtig genoeg nu nog maar. Opeens hoorde ze een erg luide gil of wat geroep. Opnieuw draaide ze haar om, het was de reuzin die recht was gekomen en aan het brullen was. Goed zij en het meisje waren er duidelijk klaar voor. Maar was zij er klaar voor? Ze kon haarzelf moeilijk beschermen met haar armen of benen? Ze zou erg gewond kunnen raken of zelfs nog erger. Straks zat ze vast in een onbekende wereld met geen benen of geen armen. En als ze dood zou gaan, wel dan moest ze tenminste zich geen zorgen meer maken over de benen en armen, toch? Verdiept in haar gedachten had ze niet door dat de 'Slechte mensen' dichter waren gekomen. "Kom maar op," hoorde ze het meisje zachtjes zeggen. Er waren er drie en de ene stoof naar voren met een erg scherpe dolk. Het meisje verdedigde zich uitstekend en vocht terug. Haar blik gleed terug naar het veld voor haar. haar blik stond er onrustig en ze stapte wat naar achter, terwijl een van die 'slechte mensen' naderde. "Luister, ik... Euh... Ik..." ze slikte. Wat moest ze zeggen? De jongen luisterde niet en zijn hand vond het lemmet van een kleine dolk. "Kunnen we hier niet gewoon rustig over praten?" vroeg ze. Hij luisterde nog steeds niet. Haar voeten schoven traag over het witte tapijt. Wel, dit was het einde. Haar voeten kwamen een steen tegen en ze struikelde. Bam! Weer in de sneeuw. Ze sloot haar ogen terwijl de pijn in haar borstkas met de seconde toenam. Ze hoorde iemand lachen en haar ogen vlogen open. Het was die jongen, die blijkbaar erg veel plezier had maar haar lompheid. Ze trok een wenkbrauw op en duwde zichzelf recht. Een ijzige pijn trok over haar hand en liet haar vingers trillen. Ze duwde zichzelf recht en hoorde hoe voetstappen haar richting uitkwamen. Hij knielde zich voor haar neer, keek in haar ogen en toen zag ze in haar ooghoek wat hij deed. Zijn hand had het lemmet van de kleine dolk goed vast en zijn spieren spande op. Even stond de tijd stil, het wapen vloog naar haar toe en ze keek er bang en een beetje boos naar. Nee! Het mocht zo niet eindigen. In een reflex trok ze haar arm naar haar gezicht en de dolk scheerde rakelings langs haar vel en plantte zich diep in het vlees. Maar veel voelde ze er niet van, want een vlaag van woede was op komst. Iets wat ze niet onder controle kon houden, maar wel van pas kwam. Haar arm zakte en haar blik kruiste met die van de jongen. Die spieren in haar benen spanden op. De arm met de dolk schoot naar zijn haren, de jongen verschoot van haar zet, maar kon niks zeggen. Haar voeten schoten in zijn buik, verdoofde de jongen voor even. Haar hand loste zijn haren, schoot naar de dolk in haar arm en rukte het eruit. De pijn schoot door de ledemaat en liet haar even grommen. De jongen was ondertussen achteruit gevallen en lag nu languit in de sneeuw. Bo wachtte gen seconde langer en gebruikte haar andere arm om zichzelf recht te duwen. De jongen dacht hetzelfde en nu stonden ze oog in oog. Hij was blijkbaar niet echt blij met haar rebels gedrag. Niet dat ze zichzelf zo liet doodsteken. Daar was ze te jong voor. De jongen zijn hand pakte nu het lemmet van een ander wapen, met name een zwaard. Ze wachtte niet langer en stoof naar voren. De jongen trok zijn zwaard uit de schede en stak hem naar voren. Het meisje sprong instinctief naar rechts, gebruikte de dolk om verder aanvallen van het zwaard te blokkeren en draaide zich toen met een kwartslag om. Haar vrij hand pakte het lemmet van het zwaard en haar andere arm stoof naar achter, har elleboog raakte de jongen recht in zijn gezicht. Hij kreunde, verloor zijn grip op het zwaard en gaf het aan haar. Of eerder, ze rukte het uit zijn hand. Terwijl ze dit deed, schoot de andere arm naar beneden. De dolk tussen haar vingers boorde zich in zijn buik. Ze brieste trok het wapen naar boven en draaide zich om om de dolk er weer uit te trekken. De ogen van jongen stonden galzig en toen zakte hij door zijn benen en er bleef een levenloos lichaam achter.

Ze hoorde een zware stem gillen, ze keek om en zag een man op haar aflopen. Snel stak ze de dolk in één van die riemgatten waar normaal een riem door moest. Haar beide handen klemden zich rond het zwaard en ze wachtte geduldig af, ookal was haar zicht wazig van de woede. Haar hele lichaam trilde van de spieren die zich hadden aangespannen en klaar waren om een slag uit te delen. De man had ook een zwaard tussen zijn vingers. Ze gromde, ze had geen flauw benul van vechten. Ze kon wel een beetje omgaan met een geweer, maar dat had ze nu niet bij zich. De man trok het zwaard naar achter, zij deed hetzelfde, duwde haar ogen tot spleetjes en spreidde haar benen. Hij kwam dichter en dichter en ze moest echt met heel haar lichaam vechten om niet naar voren te vliegen en zo haar hoofd kwijt te spelen. Nu! Haar armen vlogen in een snelle zwier naar voren, blokkeerde zijn aanval. Beide zwaarden vlogen naar achter en raakte elkaar al snel weer. Opnieuw vlogen beide wapens naar achter. Bo zag haar kans, liet het zwaard vallen en zakte door haar benen, waarna ze naar voren sprong en de man er onderuit haalde. Snel sloeg ze haar ene hand rond zijn handen. Ze landen beide op de grond en ze zette snel haar knie op zijn borstkas. De man was erg verast door haar zet en de val had hem even afgeleid, een fatale afleiding. Haar vrije hand schoot naar de kleine dolk en zo snel als ze kon plantte ze hem in zijn borstkas. Hij schreeuwde het uit van de pijn. Ze wachtte niet af, trok het waard van tussen zijn vingers en ging op haar knieën zitten. Haar beide handen trokken zich rond het lemmet en ze liet het zo op zijn borstkas vallen, zette er nog druk op en trok het toen naar zich toe. Bloed sijpelde van zijn lichaam af en zijn schreeuw stierf weg. Ze haalde diep adem en zette haar kiezen op elkaar. Ze trok het zwaard uit zijn darmen en stond langzaam recht. Haar ogen vlogen naar rechts en spotte een heel ander tafereel. Meer slechte mensen?! Ze gromde en haar ademhaling versnelde, haar hart sloeg in haar keel, haar vingers trilden of van de kou of van de woede. Ze stak het zwaard in een ander gat van die riemdingen. Nu moest ze even helder denken. De dolk! Ze bukte, trok de dolk uit zijn longen en spurtte toen naar het andere zwaard. Ze ging even door haar knieën en zette haar handen rond het lemmet. Het metaal liet een reflectie van haarzelf en een andere silhout zien. Ze wou haar nog omdraaien, maar kreeg toen een pijnlijke steek in haar schouder. Woest draaide ze haar om, liep ze op de jongen af -ookal was hij maar een stap van haar verwijdert-, sloeg ze met haar zwaard naar zijn linkerzij en leidde ze zo hem af. Ze sprong vooruit en stak de dolk in zijn maag. Hij begon, net zoals de vorige, te schreeuwen. Haar beide handen vlogen rond het lemmet van het zwaard en met een krachtige slag, sloeg ze in zijn benen en viel hij zo om. Het zwaard ging in één van die riemdingen en ze knielde neer, pakte het lemmet van de dolk en draaide hem eens goed rond. De man schreeuwde het uit. Er kwam geen grijnsje van haar gezicht, enkel een woedende blik. Ze trok het wapen uit zijn maag en schoot naar voren, om de dolk in zijn nek te planten. Hij probeerde te schreeuwen, maar enkel bloed droop uit zijn mond, ze trok de dolk snel naar rechts, het lichaam trilde en bleef toen levenloos liggen. Bo trok het wapen uit zijn nek en liet haar blik vallen op het volgende slachtoffer.

===========================
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Sadness   za jul 20, 2013 3:49 am

Niet lang na mijn brul gingen de Hunters over tot de aanval. Ik staarde ze glazig aan. Ruim de helft van al die Hunters was bedolven onder een sneeuwlaag, veroorzaakt door de blauwe draak die bij het blauwharige meisje hoorde, wiens naam ik nog steeds niet wist. Ik hoorde een gesprek naast me, maar besteedde daar niet zo veel aandacht aan. Wel hoorde ik de stem van het blauwharige meisje het meest, wat er op wees dat zij instructies aan de nieuweling gaf. Deze keek eerst vertwijfeld om zich heen. Ik begreep haar verwarring. Net in een nieuwe wereld en nu al problemen. Als ik naar de mensenwereld zou gaan, zou ik vast en zeker hetzelfde kunnen verwachten. Ik twijfelde of ik niet wat moest zeggen, maar al snel ging ze richting een van de Hunters, die haar echter aanviel. Na een tevergeefse poging om hen de witte vlag te laten zwaaien viel zij echter ook aan. Ik keek hierna naar het blauwharige meisje. Zij was al goed aan het vechten, maar was gewond geraakt. Ik keek naar de miniaturen voor me. Wat moest ik in Rocsnaam doen? Ik zuchtte en balde mijn handen tot vuisten. Ik wilde graag meehelpen, maar voelde me daar te zwak voor. Aan de andere kant vond ik dat belachelijk. Ik was, zelfs in mijn zwakke staat, sterker dan al deze mensen bij elkaar. Waarom kon ik dan in Rocsnaam niet even meehelpen? Was het mijn karakter, dat ik gewoon te zacht was? Of was ik bang voor mezelf? Ik wist dat ik zo in dezelfde staat als in Notoko zou vallen. Nu was ik niet in staat om een boom in Giville omver te krijgen, dus grootschalige schade kon ik niet aanrichten. Het was echter dat ik al zo zwak was, dat nog een keer in zo'n staat vallen mijn dood kon betekenen. Ook kon ik zomaar de twee meisjes en de draak aanvallen. Maar toch, ik kon het hier toch niet bij laten? Ik voelde wat pijnlijke steken bij mijn voeten. Alsof het een reflex was keek ik direct omlaag, richting het stekende gevoel. Een Hunter stak met een dolk in mijn voeten. De dolk stak diep en richtte dus bloedende schade aan. Ik kreunde zacht van irritatie, maar door mijn lage stem klonk het eerder als een dreigende grom. Ik fronsde en tilde mijn gewonde voet op, waarna ik deze gebruikte om de man weg te schoppen. Deze krabbelde echter snel overeind en greep naar een groter wapen, die hij pal in het midden van mijn voet stak. Direct volgde een luide brul die nog nagalmde in het gebied. Al was het qua verhouding eerder een soort insectensteek, het deed verdomd veel pijn en dat liet ik duidelijk merken. Mijn handen balde ik dusdanig stevig tot vuisten dat mijn knokkels wit werden. Mijn gezicht vertrok en draaide een andere kant op, terwijl ik als tegenreactie hard naar de Hunter trapte. Door de trap werd de Hunter direct gelanceerd en belandde hij op een verdere plek. Dat kon hij onmogelijk overleefd hebben. Ik bromde zacht en keek weer richting de Hunter. Haar viel voor mijn groene ogen, die wijd open stonden. De pupillen waren vernauwd. Langzaamaan was mijn gezicht zijn rozige kleur verloren. Ik staarde voor een lange tijd naar de Hunter, maar uiteindelijk richtte ik mij tot de rest van het groepje. En dat was foute boel.

Voordat ik als een kip zonder kop door de massa zou rennen, slaakte ik een - zelfs voor mij - luide kreet. Het was een die veel frustratie uitte, wat het altijd deed als ik in deze staat kwam. Het was niet zoals de draken van Volacia. Ik kon nog prima en helder denken, maar liet me lichtjes leiden door mijn innerlijke frustraties. En die had ik. Genoeg. Ik wilde bijvoorbeeld de hele tijd voorkomen om in een staat als deze te vallen, maar nu was er geen ontkomen meer aan. Normaal kon ik mezelf wel uit een staat als deze halen, maar nu was ik te ver heen om dat nog te kunnen. Nu was ik zo ver dat iemand mij moest helpen. De massa was nog steeds bezig met elkaar aan het afmaken. Konden ze dit niet gewoon makkelijker regelen? Vol irritatie, aangezien ik wilde dat de Hunters snel weggingen, stampte ik vol op het groepje. De meeste Hunters hadden het gezien en waren snel gevlucht, anderen konden helaas niet meer vluchten. Ik bromde en keek rond. Voor mij was het eerder alsof ik een paar torren aan het doden was, maar ze steeds konden ontsnappen. Ik probeerde het nog een keer. Dit keer was het echter zo plotseling dat er meerdere Hunters niet konden vluchten. Mooi. De rest van de Hunters, wat niet zo heel veel was, ging in een compact groepje staan. Ze waren duidelijk bang. De langste had uiteindelijk de moed om naar voren te stappen. "Jij zou je moeten schamen," riep hij naar me uit. Direct vormde er een grijns op mijn gezicht. Ik moest me schamen? Ha, wat een grap! Zij wilden mij aanvallen toen ik een beetje zwakker was. Zij moesten zich schamen! Ik verdedigde me alleen tegen een stel jagers, die normaal veel zwakker dan mij waren, tenzij ik me niet kon bewegen. "Ek woarskie jy," bromde ik enkel, wat al aangaf dat ik iets rustiger was, maar nog ver van mijn normale ik was. "Praat eens normaal," riep een ander. Zo, gingen we nu brutaal zijn? Ik snoof en ademde diep door mijn neus in, waarna ik oorverdovend brulde en hen daarmee liet vluchten. Maar zo gemakkelijk kwamen ze niet van me af. Ook al was ik zwakker, ik was alsnog veel sneller dan die Hunters. Al met een simpele stap had ik ze ingehaald en herhaalde ik wat ik met die vorige Hunters had gedaan. Hierna draaide ik me om. Waren er nog anderen? Ik merkte een draak op. Eerst wilde ik die aanpakken, maar vervolgens zag ik nog twee anderen: het waren de twee meisjes die ik zojuist nog had tegengekomen. Zij hoorden niet bij de Hunters, maar dat maakte mij op dat moment niks uit. Ik was te ver heen om me nog goed te kunnen beheersen, al zou het kalmeren dit keer makkelijker kunnen gaan als in Notoko. Veel makkelijker. Het moest alleen op de juiste manier. Zonder na te denken liet ik mijn voet vol richting de twee vallen. Ik keek niet of ze het hadden overleefd, maar het zou me niks verbazen als ze mij hadden ontweken. Hierna richtte ik mij tot de draak, met een blik die agressie uitte, maar toch liet merken dat ik niet mijzelf was en dit zeker niet wilde. Ergens hoopte ik ook dat iedereen dat ook door had, aangezien ik mijzelf duidelijk probeerde te bedwingen, maar dit simpelweg niet lukte. Hopelijk konden de anderen me wel helpen.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Bo
Nieuweling
avatar

Aantal berichten : 23
Punten : 7

Over jouw personage
Leeftijd: 14 Years
Groepsleider: Yeah...
Relatie: That's a secret

BerichtOnderwerp: Re: Sadness   zo jul 28, 2013 10:58 pm

Ze klapte haar handen in elkaar, ging op haar hurken zitten en ging als een dier op vier ledematen steunen. Een jonge man had haar acties gezien en was blijkbaar erg geschrokken van haar doen. Het meisje gromde, spande haar spieren op en stoof naar voren. Ookal kon ze niet zo lang rennen omdat ze geen conditie had, ze kon wel sprinten, een sport waar ze, net als springen, in uitblonk. Vooral in de gymlessen. Haar rechterhand schoot naar haar broek en met een snelle beweging trok ze de kleine dolk eruit. Nog voor de man kon reageren, sprong ze op, pakte ze één van de zwaarden aan haar broek en trok ze hem naar voren, waarna ze het wapen naar zijn gezicht sloeg. In een schijnbeweging trok hij zijn armen over zijn voorhoofd. Bo reageerde en liet de dolk vallen, waarna haar beide handen rond het lemmet schoten en ze met een krachtige slag op zijn armen neerkwam. Hijgend keek ze naar de grond, niet echt wetend wat de slag had veroorzaakt, maar toen bloed zich mengde met de witte sneeuw, durfde ze op te kijken. Haar slag had zich onder andere door zijn armen geboord, maar zijn armen konden niet heel zijn gezicht bedekken en het wapen zat ook vast in de bovenkant van de schedel. Het lijk viel om, recht op haar. In een blinde woede, zette ze haar nagels in zijn borstkas, waarna ze haar handen sloot en ze uit elkaar trok. Ze hoorde gekraak en bloed sijpelde langs haar handen heen. Een pijnlijke steek uit haar schouder, liet haar brullen van de pijn en woede. In een fractie van een seconde had ze haar spieren opgespand en een harde trap tegen het lijk gegeven. Deze kwam in beweging en rolde van haar af. Ze ging rechtzitten en keek woedend naar het lijk. Ze snoof en zette haar handen rond het lemmet, waarna ze het van zich weg duwde. Er klonken geluiden rond haar en van het lijk, maar ze lette er niet op. Zweet parelde op haar voorhoofd, mengde zich met de bloedspetters op haar voorhoofd en dropen van haar kin af, om zich in de sneeuw te planten. Ze slaakte nog een kreet en spande nu al haar spieren op, waarna ze naar voren viel en het zwaard in de sneeuw viel. Bo haalde diep adem, sprong en keek vluchtig rond. Ze dacht niet verder na en dook terug door haar knieën, waarna ze het zwaard oppakte en vervolgens ook de dolk op te pakken. Geluiden kwamen uit de richting van de reus en het resterende groepje mensen. Bo wachtte niet af en stoof op hen af, maar na enkele passen gezet te hebben, stopte ze en dat was maar goed ook, want de reuzin had in een blinde woede de bende vertrappeld.

Haar blik gleed over het landschap, haar zicht was troebel en vlekken gleden zo over haar oogleden. Ze zette haar rechterhand op haar voorhoofd en wankelde wat naar achter. Haar wapens zaten ondertussen al in die riemdingen. Bo wist wel dat alle 'slechte mensen' nu wel dood waren, maar toch, ze zag er nog zoveel. Een pijnlijke steek schoot langs haar arm heen en ze verkrampte, waarna haar ogen openschoten en op het blauwharige meisje waren gericht. Haar ademhaling versnelde en instinctief pakte ze haar dolk boven. Ze draaide hem rond haar vingers, waarna ze hem achter haar hield en haar andere hand naar voren hield. Het meisje sprong op en lande net naast het meisje. Ze trilde volledig en ze kon haarzelf niet in de hand houden. Haar vrij hand schoot naar de kraag van het bloedende meisje, zij kreunde echter, ze was waarschijnlijk erg verzwakt door het bloedverlies. Goed... Ze brieste haalde haar wapen vanachter haar rug en zette hem naast haar eigen wang, klaar om het wapen in haar gezicht te boren. Haar hand schoot naar beneden. Maar toen kreeg ze een erge klap in haar zij. Ze sloot haar ogen, werd van het lichaam af geslingerd en landde enkele meters verder. Ookal was deze klap erg hard en kon het zelfs dodelijk zijn, ze gaf geen kick en opende woest haar ogen. Enkele meters verderop zag ze de drakin, grommend. Instinctief gromde Bo echter ook naar haar. De dolk tussen haar vingers begon te trillen. Het meisje haar zicht vertroebelde volkomen en als een halve gek schoot ze naar voren. Maar net zoals verwacht verscheen haar zicht terug na enkele passen. Ze brieste liet de dolk in één van de riemdingen zakken. Toen viel er opeens een gigantische voet voor haar neer. Ze stopte, waardoor sneeuw opstoof en een nieuwe steek van pijn door haar schouder trok. Ze gilde het uit, sloot daarbij haar ogen, om vervolgens de voet te volgen. Deze was echter van de reuzin en zij wou haar aanvallen? Niet vandaag. Haar handen omsloten zich rond het lemmet van één ven de zwaarden en ze sprong op en kon nog net het zwaard in het vlees van de reus planten. Ze gilde het uit en onder haar gewicht gleed het zwaard verder over het been van het wezen. Bo loste en schoot naar achter, waarna ze kon zien dat het wapen in de achillespees van het wezen had gezeten. Ze brieste, slaakte nogmaals een kreet van pijn en kreeg toen een klap in haar rug, waarna ze vlak voor de reuzin haar voeten landde en niet meer recht kwam. Ze kreunde zacht, terwijl vlekken over haar oogleden gleden en toen alles zwart werd.

===========================
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Sadness   ma jul 29, 2013 4:17 am

De draak zei helemaal niks. Dat kon me bar weinig schelen. Waarom zou het wat uit maken of de draak kon spreken? Het voegde helemaal niks toe aan het gevecht en het zou me enkel op mijn zenuwen werken. Al snel had ik om deze reden mijn blik van de draak afgewend en keek ik richting de twee mensen. Zowel het blauwharige meisje als de nieuweling had ik niet geraakt. In mijzelf was ik hier wel blij mee. Ik was nog goed bij zinnen en had dus een besef van wat ik allemaal deed. Het was een soort woedeaanval waar ik nu last van had. Ik ging me enkel op een andere manier afreageren dan deze mensen deden, want ik had geen wapens bij me en daarbij kon ik moeilijk de mensen rondom me in elkaar gaan rammen: ze konden met een klein zuchtje van mij al omver geblazen worden. Dat haalde mijn frustratie niet weg. Het enige slachtoffer waar ik nog mijn frustraties op kon afreageren, was de zwijgende draak, maar veel zin om een stel klauwen in mijn huid te krijgen had ik vandaag niet. Ik had een gloeihekel aan die beesten, maar aan de andere kant ook een soort angst. Deze angst was op geen enkele manier te vergelijken met bange mensen die tegenover mij stonden. Ik was vaak groter dan de draken, zeker wanneer ze op hun vier poten stonden. Waar ik bang voor was, waren eerder hun scherpe klauwen, hun gevaarlijke tanden en hun sterke staart. Met de wapens die de draken hadden was het logisch dat een reus bang voor ze kon zijn. Ik had enkel mijn grootte en gewicht, iets wat ik dan ook altijd gebruikte. Dat was het enige wat ik had en dat hield ik ook graag bij me. Geen wonder dat ik het allerminst fijn vond om tijdelijk een mens te zijn. Hekel aan de mens had ik niet, behalve als ik er een moest zijn. Een hoop gegil en heisa schudde mij echter wakker. Het deed mij denken aan de realiteit: het ijskoude Giville waar ik nu in stond. Als vanzelf schoot ik weer in mijn woedeaanval, die al sterker verzwakt was, maar nog steeds stand kon houden. De nieuweling, het jonge meisje in zomerkleding, was helemaal losgeslagen. Het was dat moment dat mijn frustraties zich veranderen. Niet naar de Hunters, die dankzij mij allemaal het leven hadden gelaten, maar naar het meisje, dat in feite een kopie van mij in Notoko was. Ik gromde naar het meisje, dat in een soortgelijke woedeaanval zat. Na een zenuwtrekking in mijn gezicht pakte ik een hoopje sneeuw en wierp ik dat in haar richting. Het was misschien wat vreemd, maar dit hoopje sneeuw kon voor het jonge meisje als een heuse lawine aanvoelen. Ik gromde zacht en wendde me hierna naar het blauwharige meisje, waarbij ik door mijn knieën zakte. Ik probeerde mijn agressiviteit wat aan de kant te schuiven. Iets was mij goed lukte, aangezien ik al van het begin verzwakt was. Dit meisje leek echter ook verzwakt. "Gaat het?" Ik probeerde de vraag zachtjes te stellen, maar omdat ik nog steeds nerveus was trilde ik lichtjes. Ik was niet helemaal in staat om een normale zin op zachte toon uit te spreken. Daar had ik rust voor nodig. Rust en geduld, iets wat op dit moment ver te zoeken was. Wie kon in Rocsnaam rustig blijven bij een stel Hunters die het gemunt hadden op een gestoorde reus, waarbij nog een ander gestoord meisje zat en een blauwharig meisje dat gewond was geraakt? Nee, inderdaad. Dat kon ik ook niet zijn. Het frustreerde me dat ik niet rustig kon zijn, maar ik hield me goed in.
 
Tot ik een scherpe steek in mijn hiel voelde. Het was een gevoelige plek, wist ik direct, want het deed ontzettend veel pijn. Zo veel pijn kon een mens niet geven en de draak had ik anders allang horen naderen. Ik knarste mijn tanden stevig op elkaar en trok mijn gezicht weg, waarna ik weer rechtop ging staan. Direct merkte ik dat dat niet lukte. De pijn was te hevig op die ene plek en dwong mij zelfs om te blijven zitten. Hierom ging ik op mijn gezonde been leunen en keek ik naar mijn hiel. Een grote scheur liep over mijn hiel, precies op de gevoelige plek die er bij haast ieder wezen zat dat ook maar een beetje op een mens leek. Het zou normaal geen pijn moeten doen, maar door die gevoelige plek juist wel. Door deze scheur kon ik normaal lopen wel op mijn buik schrijven. Dat laatste kon ik echter ook al niet, dus dat bracht mij nergens. Net als mijn gewonde voet. Ik keek naar het meisje dat aan het gillen was. Waarom was ze in Rocsnaam aan het gillen? Ik gromde zachtjes en probeerde me om te draaien, maar dat lukte totaal niet. Iedere stap deed verschrikkelijk veel pijn en ik moest mijn best doen om niet in het gestoorde meisje te veranderen. Het meisje in zomerkleding viel vervolgens voor mijn voeten in de sneeuw. Ik stond als versteend naar haar te staren. Was het voorbij? Was ze gestorven of gewoon bewusteloos? Misschien flauwgevallen? Het kon mij aan een kant niks schelen, maar aan de andere kant.. Ik hurkte zachtjes neer in de sneeuw, waarbij mijn hiel heel wat pijn deed, maar als altijd probeerde ik de pijn te negeren. Ik porde zachtjes met een vinger tegen haar zij, maar ik zag niet zo snel een reactie van het meisje. Ik kwam wat dichterbij met mijn hoofd, aangezien ik de belangrijkste details nauwelijks van deze hoogte kon zien. Haar buik bewoog zachtjes, een teken dat ze in ieder geval nog leefde. Of ik dat geluk moest noemen was de vraag, maar ik hoopte maar dat ze nog redelijk kon denken als ze weer bij kwam. Ik zou haar nog wel terugpakken voor de daden die ze hier had verricht. Zelfs al was het een nieuweling. Zelfs al was het een mens. Hierna keek ik even om naar het blauwharige meisje. Ik twijfelde even of het wel met haar ging, ze zag er in mijn beleving een beetje zwakjes uit. Ik kon het natuurlijk fout hebben, het was immers mijn interpretatie. Ik draaide me even naar haar toe, maar keek ook even naar de draak. Ik keek nu echter met een rustigere blik dan eerst, eentje die geen pijn en haat wilde zaaien, maar eentje die aangaf dat ik deze twee juist wilde voorkomen. Ondanks dat ik, een groot wezen zijnde, juist heel veel schade kon veroorzaken. Ik wilde laten zien dat ik ook een goede kant had, al hadden ze die vast gezien in Grünland, toen ik de anderen van de grote vogel probeerde te beschermen. Het blauwharige meisje had ook meegevochten, maar anders dan Ilva en Masaomi had zij zich direct in het gevecht gemengd. Ik wendde mijn blik naar het meisje. Nu waren de rollen omgedraaid. Eerst was ik de zwakke en kwam zij bezorgd bij me staan. Nu keek ik haar een beetje bezorgd aan. Hoewel ik nog altijd op het bewusteloze meisje verderop lette, op mijn hoede voor een volgende woedeuitbarsting van wie dan ook, lette ik vooral op het meisje en de draak, want ik had hier een naar voorgevoel bij. En helaas voor mij waren deze voorgevoelens vaak juist. Nu hoopte ik echter dat dit niet zo was.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Sayonara
Gestorven
avatar

Aantal berichten : 51
Punten : 12

Over jouw personage
Leeftijd: 14 Years
Groepsleider: X
Relatie: X

BerichtOnderwerp: Re: Sadness   di jul 30, 2013 6:40 am

Het klopte. Ze was persoonlijk klaar met dit alles en het zien te overleven op Fanterria. Oké, ze had Gwyn de ene belofte gedaan dat hij haar zou beschermen, maar het was er niets van geworden: ze waren elkaar niet meer tegenkomen, sindsdien. En misschien was het ook wel beter. Hij zou het niet fijn vinden dat een vriendin spoedig uit zijn leven zou verdwijnen. Dat gold ook voor Masaomi. Ze spuugde  weer een hoop bloed uit en haar greep om de dolk verzwakt spoedig. Ze wilde nog zoveel doen, zoveel zeggen, maar het was te laat voor alles. Ze kon geeneens haar draak verder zien opgroeien. Sayonara zuchtte. Zoveel in zo weinig tijd. Glazig keek ze de Hunter aan, waarna ze het leven van hem had beëindigd. Sayonara glimlachte zwakjes, terwijl alles donker werd. Het was goed zo. Misschien sprak ze hun allemaal niet meer, maar de herinneringen waren er immers nog en ze had zich kunnen aanpassen aan het ruige Fanterria. Haar lichaam plofte neer, terwijl haar draak haar bezorgd aankeek. Haar ogen vielen stilletjes neer. "Sayonara... iedereen," zei ze haast fluisterend, waarna het leven uit haar lichaam was verdwenen. 

===========================

Anyone who said he wasn't afraid
during the civil rights movement
was either a liar or without imagination.
I was scared all the time.
My hands didn't shake but inside
I was shaking.

I am not as scared about people tearing
this one up as I would have been in the past
because of the basis in 'knowing' this one has.
There are people out there that are hungry for this.

Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Gwyn
Bekend
avatar

Aantal berichten : 130
Punten : 26

Over jouw personage
Leeftijd: 16 ans
Groepsleider: -
Relatie: Quoi?

BerichtOnderwerp: Re: Sadness   wo jul 31, 2013 12:54 am

Een koude bries liet me even rillen. Hier in Giville was het nu eenmaal kouder dan in de rest van Fanterria. Aan de andere kant was het fijn om een keer koude te voelen in plaats van de hitte die de zomer met zich kon meebrengen. Ik liep door de sneeuw, op zoek naar een plek waar ik even kon blijven. Dat was niet het enige. Ik probeerde de laatste tijd om het blauwharige meisje te vinden die ik had ontmoet toen ik voor het eerst op Fanterria was terechtgekomen; Sayonara. Ze had me toen gevraagd haar te beschermen, en tot mijn spijt was dat niet gelukt. Ik was haar nog één andere keer tegengekomen, toen ik haar had getekend in mijn notitieboek. Hoe dan ook, ik probeerde haar te vinden en ik hoopte dat we ook bij elkaar konden blijven. Ik vond het maar niks om alleen te zijn en ik had haar mijn bescherming beloofd, nietwaar? Na een tijdje gelopen te hebben, zag ik iets in de witte sneeuw liggen. Het was blauw, met hier en daar wat rood. Bloed? Ik kwam dichterbij en al snel werd het me duidelijk dat het een mens was. Een meisje, met blauw haar. Mijn adem stokte in mijn keel. Nee... Nee, dat kon niet waar zijn! Ik rende naar het lichaam toe en hurkte neer. Waar ik zo bang voor was klopte; dit bebloede lichaam was Sayonara.

Ik had geen flauw idee of ze mijn aanwezigheid opmerkte, maar ik hoorde haar zacht iets zeggen. Zo zacht dat ik het haast niet kon horen. "Sayonara... iedereen," zei de stem. “NON!” riep ik uit. Ik voelde tranen prikken achter mijn ogen. “Sayonara, ik ben het, Gwyn!” Ik hield haar vast en het kon me niets schelen dat mijn handen onder haar bloed kwamen te zitten. “Sayonara! Word wakker! Alsjeblieft! Alsjeblieft!” Was het echt te laat? Waren dit de laatste seconden van Sayonara? Tranen rolden over mijn wangen, maar dat kon me niets schelen. Ik verborg mijn gezicht in haar schouder. “Als je me nog kan horen, Say, dan wil ik zeggen... Dat je de beste vriend bent die ik ooit heb ontmoet... A bientôt, mon amie...”

===========================
Ce monde auquel j'appartiens qui est encore, bien loin
C'est un beau matin pour saisir cette chance
Qui m'emmène au loin vers d'autres destins
Afin qu'en chemin je découvre enfin
Ce que mon coeur cherche en vain le monde qui est le mien
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Bo
Nieuweling
avatar

Aantal berichten : 23
Punten : 7

Over jouw personage
Leeftijd: 14 Years
Groepsleider: Yeah...
Relatie: That's a secret

BerichtOnderwerp: Re: Sadness   do aug 01, 2013 9:34 am

Geluiden schoten aan haar oren voorbij, haar spieren hadden zich na deze actie of, misschien was dit beter, acties, eindelijk ontspannen, ookal was het de pijn die haar terug bij zinnen had gebracht. Ze haatte het, om zo als een gek rond te lopen, maar het was meestal uit zelfverdedeging. Iets dat ze door de jaren van pesterijen had aangeleerd; Sla ze in elkaar. Wel dat dom trucje had ze hier wel nodig, zo te zien. Nu pas werd de zachte hoofdpijn duidelijker, maar ze verdween al zo snel als ze was gekomen en langzaam werd het terug wit voor haar ogen. Maar met het zicht, kwam ook de koude terug en een bries trok over haar huid. Het meisje trok haar armen over elkaar, maar pijn ging gepaard met deze actie en wel meteen zat ze recht, om een nieuwe pijnscheut door haar schouder te voelen. Dat stomme gevecht was bijna haar dood geweest, zonder die woedeaanval lag ze hier waarschijnlijk onder het bloed... Ze bekeek haar rechterarm, waar de pijn afkomstig van was. Een snee liep over haar volledige onderarm, hij begon redelijk oppervlakkig, alsof enkel een nagel haar huid had geraakt, en eindigde in een erg diepe wonde. Korsten plakte tussen het restje bloed en ze walgde er een beetje van. Op haar schouder zou waarschijnlijk ook een snee of wonde zitten, dat gaf de pijn aan. Ze zuchtte en wende haar blik van de wonde af, waarna weer een ijskoude rilling over haar rug liep. Opnieuw sloeg ze haar armen over elkaar, lettend op de snee, en keek ze verder rond. Bloed, er was veel bloed en lijken, die waren er ook bij. Natuurlijk... Een korte schok trok door haar lichaam en ze verkrampte, kreunde zachtjes en voelde hoe haar lichaam harder begon te trillen van de inspanningen. Toen haar spieren wat minder trilden, merkte ze de gigantische silhouette van de reuzin, onscherp door de vlekken die aan haar netvlies gingen. Ze trok haar benen naar haar toe en zette haar handen op haar knieën om vervolgens haar gezicht in haar handen te duwen. Weer een zucht. Wat moest ze doen? Weg gaan? Wel dat zou erg dom zijn... Ze kende 'deze magische plek' niet en wie weet wat voor gevaren deze plek wel had? Haar handen gleden langzaam van haar gezicht, lieten een veel zuiver zicht achter dan eerst, wat haar toch een beetje opbeurde.

Nu pas viel de wonde op de hiel van de reuzin op... Hoe was ze daaraan geraakt? Ze moest zich toch iets... Herinneren? Haar aandacht verschoof naar een ander persoon, die zich bij het blauwharige meisje bevond en haar lichaam vasthad... Er was bloed, dat was zeker. Op het witte vlak kon je de rode plekken goed opmerken. De jongen huilde, het meisje bloede. Was het over? Was ze dood? Waarschijnlijk... Nu pas herinnerde ze zich iets. Blauw haar, een mes, bloed... Had zij... Bo haar ogen werden groot, ze sloeg haar handen voor haar mond. Had zij het meisje vermoord? Ze concentreerde zich op de flarden van herinneringen. Zij haalde een dolk boven, die dolk schoot naar beneden, alles werd zwart. Langzaam gleden haar handen van haar mond. Had ze... Het echt gedaan? Opnieuw trok een rilling over haar rug heen. Ze wou enkel helpen, ookal kon ze weinig, ze herinnerde zich zo weinig. Langzaam sloeg ze haar handen van haar af. Haar armen bewogen zich langzaam naar achter, tot ze steunden tegen de grond. Bo sloot haar ogen en duwde zich af, maar haar rechterarm begaf onder haar gewicht en de pij trok door haar ledemaat, wat haar recht hielp, zo min of meer. Wankelend kwam ze overeind en nu pas merkte ze de wapens aan haar broek. Een zwaard en een dolk... Beide zo verschillend, het enige wat ze gelijk hadden was het gedroogde bloed aan de wapens. Dit bevestigde haar theorie van de moord. Misschien zelfs moorden... Want sommige van deze lijken hadden wonden gevormd door een zwaard of een kleiner wapen, met name een dolk. Ze klemde haar tanden op elkaar en haar hand bewoog zich naar haar rechterarm, om de wonde wat af te dekken. Moest ze wel gaan kijken? Moest ze weg gaan? Moest ze iets zeggen? Moest ze aanvallen? Oké, dat laatste zou een erg grote fout zijn. Maar wat moest ze doen? Zoveel keuzes... Zoveel manieren... Bo sloot haar ogen, terwijl de gedachte van de moord op het blauwharige meisje door haar hoofd ging. Ze kon op zijn minst gaan kijken, misschien was er iets gebeurd na dat zwarte gedeelte uit haar geheugen. Misschien ook niet... Wat kon er mis gaan? Wel de reuzin kon het gezien hebben, zij e het dode meisje konden vrienden zijn geweest en nu was zij uit op wraak? Of... De jongen was familie van het meisje en hij kon goede vrienden zijn met de reuzin of hij kon erg goed vechten. Of... Bo schudde haar hoofd. Nee, gewoon gaan, niet denken, maar doen! Het meisje haalde diep adem en met kleine pasjes en wat gestrompel wandelde ze rond de reuzin, om bij de twee mensen aan te komen. Ookal was ze op een paar meter van hen verwijderd, Bo kon duidelijk zien dat ze dood was. Haar hand gleed over de wonde, zorgde voor een stekende pijn bovenop de ijzige kou, wat haar even deed rillen en wende toen haar blik af. Haar ogen staarden naar een rode plek in het witte tapijt. Wat moest ze doen? Misschien was weg gaan een beter plan geweest. Ze sloot haar ogen. wat moest ze doen? Wat moest ze doen? E met die gedachte strompelde ze weer een beetje achteruit om vervolgens haar ogen te openen. Een erg droevige blik verscheen in haar ogen. Ookal kende ze het meisje niet, de dood wenste je niemand toe.

===========================
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Sadness   do aug 01, 2013 10:27 pm

Ik vloekte in mijzelf, terwijl mijn voorgevoelens steeds sterker leken te kloppen. Nee! Dit mocht niet zo zijn! Ik beet op mijn lip, zachtjes, maar toch. Evenals haar draak keek ik haar ook bezorgd aan. Ze was sterk, dat had ze al vaker bewezen, maar misschien was dit toch net even te veel geweest. Ik zuchtte, waarna ik zag dat het blauwharige meisje haar ogen sloot. "Sayonara... iedereen," zei ze, waarbij er een lampje ging branden die niet eens op Fanterria bestond. Sayonara! Voor ik er erg in had herhaalde ik haar naam op fluistertoon. Dit mocht gewoon niet waar zijn! Op dat moment zag ik een jongen naast Sayonara neerhurken. Ik herkende deze jongen vaagjes, maar het was alsnog duidelijk dat deze twee mensen vrienden van elkaar waren. Hij riep iets uit in een bepaalde taal en even vroeg ik me af welke, maar dit was niet het juiste moment om daar over na te denken. Er waren belangrijkere dingen aan de hand. Mijn hart klopte nog steeds in mijn keel en mijn handen trilden. “Sayonara, ik ben het, Gwyn!” Ik nam een beetje afstand van de twee. Ik wilde niet als een groot, dreigend monster over een moord hangen. Een emotionele moord dan wel. De jongen was heel erg overstuur, wat ook wel zo logisch was. Op uitzonderingen na was ik ook overstuur als er een kennis, vriend of familielid stierf en dat gold ook voor andere wezens. Ook mensen dus. “Sayonara! Word wakker! Alsjeblieft! Alsjeblieft!” De woorden deden steeds meer pijn. Niet dat ik me schuldig voelde, ik was immers niet de moordenaar, maar ik voelde me allerminst fijn bij het feit dat er een kennis was gestorven. Een vriendin kon ik haar helaas niet noemen, daar kende ik haar niet goed genoeg voor. De jongen verborg zijn gezicht in haar schouder, waarna hij iets zei, maar dat was te onduidelijk om te horen. Waarschijnlijk wilde ik het ook niet horen. Ik voelde met de seconde steeds slechter, maar ik kon me inhouden om me niet al te overstuur te maken als Gwyn. Niet dat ik hem iets verweet, maar ik kende Sayonara nu eenmaal niet zo goed als Gwyn. Ik kon nu vrij weinig doen. Voorzichtig stak ik een hand uit en legde ik deze zo zacht mogelijk op zijn rug, al waren het eerder een paar vingers, aangezien ik hem niet omver wilde duwen. Ik probeerde hem gerust te stellen en te laten zien dat ik meeleefde. Dit was een van de momenten dat ik het lastig vond om niet een mens te zijn. Als reus was ik veel groter en kon ik dus niet in details werken. Ik kon dus eigenlijk vrij weinig voor ze doen, behalve geruststellen. Het was echter zo dat niemand, behalve soortgenoten, altijd bang bleef voor reuzen. Zelfs als je heel goed bevriend met een reus was bleef er nog een ondergevoel bestaan. Daar was ik zelf achter gekomen tijdens de Big Change. Ik zuchtte een keer en nam weer wat afstand. Misschien vond de jongen mijn aanwezigheid allerminst fijn, dus moest ik mijzelf ook niet al te veel in het gezelschap mengen. Als ik een vriend of familielid had verloren, dan zou ik het zeker niet fijn vinden als er een gigantisch wezen zich er een beetje mee ging bemoeien. Maar goed, dat was ik en ik had nog nooit met zo'n situatie meegemaakt, dus misschien dacht deze jongen er anders over. Dat hoopte ik ergens wel. Al was ze geen vriendin, ik kende haar wel en we hadden elkaar al wel een keer geholpen. Dat ene gevecht in Grünland zou me lang bijblijven. Heel lang. Ik keek even weg. Aangezien ik vermoedde dat deze jongen even alleen wilde zijn, respecteerde ik dat en maakte ik al aanstalten om weg te lopen.
 

Net op het moment dat ik al lichtjes was opgestaan, zag ik het gekke meisje in mijn ooghoek. Ze was inmiddels bijgekomen en leek allerminst blij met de situatie. Ik gromde zachtjes. Het was goed mogelijk dat zij de oorzaak van het overlijden was geweest. In dat geval.. Ik ging rechtop staan. Het maakte mij helemaal niks uit dat dat dreigend over kwam. Dat was juist de bedoeling. Ik staarde het jonge meisje recht aan, maar deed nog niks. Ik hield haar alleen in de gaten. Ik vond namelijk wel dat dat moest. Ze was zo snel in een woedeaanval gekomen dat het mij niks zou verbazen als dat nog een keer gebeurde. Ik snoof zachtjes en vouwde mijn armen over elkaar, terwijl ik haar nog altijd aankeek. Aan de andere kant.. Er was geen bewijs voor dat het meisje daadwerkelijk de schuldige was. Ikzelf was tegen die tijd ook doorgedraaid en had me niet alleen maar gefocust op Sayonara. Ik had het conflict net even gemist, helaas. Ik zuchtte en haalde mijn over elkaar gevouwen armen weer uit elkaar, waarna ik weer neerhurkte, maar toch het meisje aankeek, alsof ik haar strak in de gaten hield. En dat was eigenlijk ook zo. Ik hield het meisje in de gaten omdat ik haar niet helemaal vertrouwde. Stel dat het toch echt waar was en dit jonge meisje een kennis had gedood? Ik twijfelde even en had absoluut niks te zeggen. Wat moest ik eigenlijk zeggen? Ik keek even naar de jongen. Gwyn. Ik had eigenlijk niet eens zo vaak jongens zien huilen. Hoewel dit natuurlijk een volstrekt logische reden was om te gaan huilen, zag ik het nauwelijks bij jongens. Eerder bij meisjes, aangezien zij gevoeliger waren dan jongens. Er waren wel jongens die gevoelig waren, maar die kregen nauwelijks nakomelingen omdat ze steeds bij andere jongens zaten. Ik zuchtte even. Zo iemand was Gwyn niet, vermoedde ik. Nogmaals legde ik een hand op de rug van Gwyn, waarna ik mijn mond opende om wat te zeggen. "Zie het op een andere manier: ze is in ieder geval van de pijn af. Het moet vast heel veel pijn hebben gedaan," probeerde ik de pijn in zijn hart nog een beetje te verzachten. Hoe ze was gestorven was behoorlijk pijnlijk. Het was dan in ieder geval beter dat ze van de pijn af was. Natuurlijk haalde ik haar niet terug, maar de nabestaanden moesten verder leven. Daarbij wilde niemand dat een vriend niet door kon gaan met zijn of haar leven door een grote tegenslag. Waarschijnlijk had Sayonara dat ook niet gewild. Ik wreef meelevend over zijn rug door mijn hand lichtjes op te tillen en weer neer te zeggen. Mijn hand was immers groter dan de jongen zelf, dus er was geen andere manier. Hierna wendde ik mijn blik richting het meisje. "Zo, zijn we wakker geworden?" Mijn toon was een beetje vijandig. Ze had mij sowieso al pijn gedaan en dat kon ik niet zomaar vergeven. Als ze dan ook nog de moordenaar was, was zo'n toon ook nodig, al had ik dan nog vijandiger geklonken en had ik geprobeerd om het meisje weg te jagen. Omdat ik twijfelde over haar invloed op het overlijden van Sayonara zei ik echter niks over dat onderwerp. Ik keek echter weg, nu richting Sayonara die er maar roerloos bij lag. Ik zuchtte even en ging er bij zitten. Natuurlijk had ik Gwyn tijdens het zitten losgelaten, anders zou ik hem meetrekken. En dat was niet zo handig. Ik keek er maar naar. Het was geen fijn gezicht, dat zeker niet, maar ik kon de groep moeilijk alleen laten. In eerste plaats omdat ik het nieuwe meisje nog steeds niet vertrouwde. Ik wilde ze niet zomaar bij elkaar laten. Wie weet wat ze dan kon aanrichten. Ten tweede was het eigenlijk respectloos om nu te vertrekken. In dubio omdat het eigenlijk een bijzondere situatie was, bleef ik zitten, kijkend naar iedereen.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Gwyn
Bekend
avatar

Aantal berichten : 130
Punten : 26

Over jouw personage
Leeftijd: 16 ans
Groepsleider: -
Relatie: Quoi?

BerichtOnderwerp: Re: Sadness   za aug 17, 2013 7:08 am

Langzaam begonnen mijn gedachten helderder te worden. Ik merkte op dat er hier en daar een mensenlijk lag. En dat niet alleen, er stonden hier ook nog eens een reuzin en een meisje. Op dat moment was ik nog te verward om de reuzin te herkennen. Ik realiseerde me het toen nog niet, maar ik was haar al eerder tegengekomen. Ze legde zacht haar hand op mijn rug in een poging om mij te troosten. Mijn gehuil werd minder, deels door het proberen te accepteren en deels doordat ik gewoon geen tranen meer over had – bij wijze van spreken. Niet veel later haalde ze haar hand weer weg, en ik vermoedde dat dat was om mij even tot rust te laten komen of iets in die richting. Nog steeds rolden er een paar tranen over mijn wangen en waren de randen van mijn ogen rood. Het kon me echt niets schelen dat het patroon rood-wit-rood er vreemd of zelfs angstaanjagend uit kon zien. Het ging mij nu om hoe het nu verder moest. Sayonara kwam niet meer terug. Nooit meer. Voorzichtig keek ik op, en ik zag dat de reuzin dreigend boven het andere meisje uittorende. Ik slikte even, en op datzelfde moment ontspande de reuzin weer, keek mijn kant uit en legde weer voorzichtig haar hand op mijn rug. Ik was nog steeds the geschokt om te beseffen dat als de reuzin ook maar één verkeerde beweging maakte ik dood zou zijn. "Zie het op een andere manier: ze is in ieder geval van de pijn af. Het moet vast heel veel pijn hebben gedaan," zei de reuzin. Daar had ze gelijk in, de bebloede wonden zagen er vreselijk pijnlijk uit. Ergens hielpen de woorden van de reuzin me wel, maar aan de andere kant wilde ik het haast uitschreeuwen; “Waarom hééft ze dan pijn moeten lijden?!” Gelukkig kon ik mezelf nog net inhouden. Zacht wreef de reuzin over mijn rug, voor zover dat ging. Ik haalde diep adem en probeerde weer kalm te worden. Ik kon niet de rest van mijn leven zitten huilen bij een lijk. Het leven ging door. Ondertussen stond het meisje een paar meter bij mij vandaan, en ze had een geschrokken en schuldig gezicht. Had zij... Was zij... Was zíj de oorzaak geweest van Sayonara's dood? Ik keek haar aan. Veel ouder dan mij kon ze niet zijn. En ergens kon ik niet geloven dat zij Sayonara had vermoord... Dat kón ik gewoon niet. Ik keek weer naar het levenloze lichaam van het blauwharige meisje. Ik legde haar voorzichtig neer en stond langzaam op. Wat nu? Ik wist het niet. Ik stond daar maar als iemand bij een grafkist, al ontbrak de kist zelf en het gat waar de kist met de overledene in moest. Ik zuchtte. “Qui...” kon ik met moeite uitbrengen. “...Wie... Wie heeft... dit... gedaan...?”

===========================
Ce monde auquel j'appartiens qui est encore, bien loin
C'est un beau matin pour saisir cette chance
Qui m'emmène au loin vers d'autres destins
Afin qu'en chemin je découvre enfin
Ce que mon coeur cherche en vain le monde qui est le mien
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Bo
Nieuweling
avatar

Aantal berichten : 23
Punten : 7

Over jouw personage
Leeftijd: 14 Years
Groepsleider: Yeah...
Relatie: That's a secret

BerichtOnderwerp: Re: Sadness   zo aug 18, 2013 7:21 am

Bo sloot haar ogen. Wat moest ze doen? Wat moest ze doen? Ze zette een stap naar achter en opende haar ogen terug. De reuzin had zich groot gemaakt en torende nu hoog boven haar uit. Ze draaide zich naar haar om en keek even in de ogen van de reuzin, waarna ze deze terug sloot, maar ze al snel terug opende, bang voor het wezen voor haar. Deze kruiste haar armen en nu wende Bo haar blik van de hare af. Een glimp van de wonde in de onderbeen van de reuzin gaf haar al een vermoedde, een gelink met de black-outs en de blik. Ook zij had dat waarschijnlijk gedaan. Ze zuchtte, wreef hard over de wonde op haar onderarm en sloot opnieuw haar ogen. "Zie het op een andere manier: ze is in ieder geval van de pijn af. Het moet vast heel veel pijn hebben gedaan," zei een stem. Bo opende niet haar ogen, ze wist dat de reuzin deze zin had gezegd. De toon en de betekenis van de zin zei genoeg. “Waarom hééft ze dan pijn moeten lijden?!” zei de jongen plots. Bo slikte, opende haar ogen. Ze wende haar blik op de jongen, die nu ook haar kant opkeek. "Ik... Ik..." probeerde ze, maar ze sloot haar mond wel meteen terug toen ze voelde hoe tranen haar zicht belemmerde. "Zo, zijn we wakker geworden?" hoorde ze de reuzin toen zeggen, duidelijk op haar gericht. "Het is niet veel beter, ik was beter blijven liggen," zei ze zachtjes. "Ik was beter doodgevroren, dan was iedereen zoveel blijer, net zoals altijd. Niet?" Haar stem werd heviger, haar zicht troebeler door de tranen. “Qui...” zei de jongen toen. Bo sloot haar ogen en probeerde rustig te blijven. “...Wie... Wie heeft... dit... gedaan...?” Ze sperde haar ogen open, kruiste haar armen en voelde hoe bloed langs haar arm afdroop. De wonde was opengesprongen en bloede nu weer, fijn.

Opnieuw sloot ze haar ogen, probeerde ze zich herinneringen boven te halen, maar het enigste wat ze kon vinden was de mes, het bebloede meisje, het zwarte vlak. Niks meer. "Het... Spijt me. Ik..." Toen schoot haar iets te binnen, het begin van het gevecht. Zij werd aangevallen door een man en werd ze niet neergestoken? Ja... Ja toch? "Wou dat ik het kon voorkomen, die steek bedoel ik," bracht ze verder uit. Oké, dan had ze een nieuwe conclusie; Zij was gek geworden, meisje werd neergestoken, zij sprong op het meisje en wou haar afmaken maar kreeg waarschijnlijk een klap van iets. O en ze had een wonde in de been van de reuzin veroorzaakt... Hoe? Dat weet ze zelf niet. Dus ze had haar niet gedood... Ze had haar niet gedood. Het was die man... Ookal was ze het niet zeker. Ze haalde toch deze theorie boven. Ze wilde geen reus op haar kap en eigenlijk zou ze nooit doden om te doden, die mannen vielen haar aan, en ja ze werd een beetje gek, maar was dat niet puur uit zelfverdediging? Plezier had ze nooit aan doden of doden zien of wonden maken. Zo was ze niet... Toch?

===========================
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: Sadness   

Terug naar boven Ga naar beneden
 
Sadness
Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Fanterria :: Fantasonia :: Giville :: Frozen River-
Ga naar: