IndexPortalKalenderFAQZoekenGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 Hello there!

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Trevor
Nieuweling
avatar

Aantal berichten : 25
Punten : 25

Over jouw personage
Leeftijd: 19 years
Groepsleider: No, thank you.
Relatie: Wait, what?

BerichtOnderwerp: Hello there!   wo jul 17, 2013 3:12 am

Al was het een jaar geleden, toch kon ik me deze plek nog heel goed herinneren. Het was beangstigend. Niet alleen toen ik hier voor het eerst was, maar ook nu kropen er koude rillingen over mijn rug. De angst zou nooit helemaal weggaan. Daarom was ik ook geen Hunter. Hunters waren een van de dingen waar ik echt van walgde. Al bij de eerste ontmoeting had ik er een gezien. Hij leek haast plezier te hebben toen hij de manticores doodde. Natuurlijk waren we in een noodsituatie, maar wezens voor de lol doden was zeker niet iets wat ik zou doen. Ik kneep mijn ogen tot spleetjes, in de hoop iets meer te kunnen zien, maar alles wat ik zag was een eindeloze zwarte kleur. Niet eens gedaanten of een kleine reflectie. Niks. Alleen maar zwart. Toen ik mijn vrienden had ontmoet was het al wat lichter, maar nu zag ik echt helemaal niks. Hierom stak ik voorzichtig mijn hand naar voren, als een blinde die zonder een stok zijn weg probeerde te vinden. Het pad hielp ook wel, al vond ik het best vreemd dat hier uberhaupt een pad liep: dit was toch niet de juiste plek voor een dorp? In de verte zag ik een lichtje branden. Mijn oogleden gingen uit hun samengeknepen houding staan. Wat was dit? Was er toch wel een dorp? Maar wat voor een? Was dit een heksendorp? Waarschijnlijk. Ik kon me geen mensendorpen in Horroria herinneren. Dat zou sowieso vreemd zijn. Wie wilde er als mens nou in een duister bos als dit leven? Eentje waar je geen hand voor ogen zag en al snel aangevallen werd door een hongerige chimera of giftige manticore? Mensen waren vreemd en vaak gek, maar nooit had ik een mens zo gek of vreemd gezien. Hier moest iets anders achter zitten, iets wat ik niet wist, maar spoedig wel achter zou komen. Al snel werden dingen steeds duidelijker. Naarmate ik dichterbij kwam werden er gedaantes gevormd, die steeds helderder werden. Op het eerste gezicht zag ik een oud, krakkemikkig huis. Eentje dat met een windvlaagje of met een lichte grondtrilling zou kunnen neerstorten. Op het houten huisje zat een eveneens houten dak, waar met een antieke hanger een lichtje aan zat. Onder het lichtje zat een rond raampje met een stoffig gordijn, die vast al jaren niet meer gebruikt moest zijn. Er hingen witgrijze spinnenwebben aan het gordijn en even vroeg ik me af hoe die spinnen in godsnaam op Fanterria terecht waren gekomen. Naast het deurtje, dat uitnodigend open stond, zaten aan beide kanten ramen die in dezelfde staat waren als het raampje bovenin. Het deurtje zelf paste hier en daar niet eens meer in het portier. Aan meerdere kanten was de houten plaat al weggerot en bij de deurklink zelfs letterlijk weggevreten. Zou oud, rottend hout hier dan een lekkernij zijn? Mijn gezicht trok weg. Gatverdamme. Nee, dank je. Ik zou nooit van mijn leven hout eten en zeker niet oud, schimmelend hout waar wormen in zaten en dat al langzaamaan aan het wegrotten was. Als dit letterlijk een goed etenswaar was dan was de bevolking hier niet goed wijs. Maar dat had ik al wel door. Welke bevolking zou zomaar in een huis als deze kunnen leven?

Al snel kreeg ik het antwoord. Een oude vrouw van boven de tachtig kwam traag uit het huisje gekropen. De dame had een bochel in haar rug en liep dus met een wandelstok, die ook al aan het rotten was. Wat had iedereen opeens met rottend hout? Was het een nieuwe trend? Was het een nieuwe kleur nagellak voor deze mensen? Of.. Wacht eens even.. Ik zette een paar stappen naar achteren. De vrouw had witgrijs haar en een lange neus met een puist erop. Ze begon steeds meer op een heks te lijken. En dat was het laatste wat ik hier nog tegen wilde komen. Er waren ongetwijfeld goede heksen, maar juist deze zag er niet echt uit als een gezellig omaatje. Haar blauwgrijze ogen - of tenminste, dat was wat ik vanaf hier kon zien - stonden zeker niet al te vriendelijk. Als dit een heks was, dan was ze ver boven de tachtig jaar. Minstens tweehonderd. Dan had ze genoeg ervaring voor allerlei bezweren en dat soort onzin. Dit was foute boel. Met mijn achttien jaar kon ik onmogelijk tegen deze vrouw op, ook al was ze tachtig en kon ik dit soort mensen makkelijk van de trap af duwen. Zoiets deed ik echter nooit en ik hoopte dat deze vrouw dat niet door had. Als ze merkte dat ik van binnen zachtaardig was, was ik er waarschijnlijk geweest. Opeens keek de dame in mijn richting. Ik stond als verstijfd, kon me niet bewegen. Ik wilde me in ieder geval niet bewegen, bang dat de dame mij naar binnen zou vragen om haar te helpen met iets. "Ah, hallo daar!" Ik vloekte in mijzelf. Ik ontspande wat meer, aangezien ik toch wel overdreven stijf stond. Dit kon pijn doen aan mijzelf en me nog meer in de nesten werken. "H-Hallo," aarzelde ik. Normaal was ik altijd zelfverzekerd, maar wanneer ik eenmaar voor een dreiging stond kon dat best wel even veranderen. De dame liep in mijn richting. Ze kwam maar tot halverwege mijn buik. Ik was niet de langste van mijn klas, die jongen was boven de twee meter lang. Ik was in ieder geval langer dan 1,85 meter en dus wel een van de langste. Daarom verbaasde het mij niks. Ik keek argwanend naar de heks die mijn handen vol vriendelijkheid vasthield. "Jij bent een aardige jongen! Kom je even met mij mee? Jij kan mij vast wel even helpen!" Eigenlijk wilde ik dat helemaal niet. Ik wilde zo snel mogelijk wegrennen van dit gekke mens. Het liefste was ik weer terug tussen al die giftige en bloedzuigende monsters, dan dat ik hier bij dit oude mens stond. Maar ik kon het niet. Alsof de heks mij aan het manipuleren was knikte ik en liep ik gewoon met haar mee. Ik schrok van mijzelf. Waarom zou ik in godsnaam met dit mens mee willen? Dat wilde ik al die tijd juist voorkomen. Ik had nog genoeg tijd om mee te gaan, maar de heks hield me tegen door mijn gedachten te manipuleren. Daardoor liep ik braaf achter haar aan. Het leek alsof deze vrouw mijn oma was en ik juist blij was om haar te zien. In werkelijkheid walgde ik van deze vrouw. Ik had niks tegen bejaarden, maar wel tegen heksen. En vooral oudere heksen die van alles konden.

Na een lange tijd kwam ik in het huisje terecht. Vreemd genoeg kreeg ik medelijden. Niet omdat er geen elektronica was, want daar had ik een jaar jang zonder geleefd. Inmiddels was ik er gewend aan geraakt. Nee, ook de binnenkant bestond uit rottend hout. Het was een klein huisje, nauwelijks 20 vierkante meter. In dit huis stonden wel meerdere spullen, maar wat mij het meest opviel was een kleine ketel op een tafeltje, waarachter een verhoudingsgewijs gigantische ketel stond. Hoe zorgde deze vrouw voor die grote ketel? Er was geen spreukenboek, of ze moest deze hebben opgeborgen. Na die ketels was dat wel wat ik het meest had verwacht. Voordat ik nog meer kon opmerken duwde ze mij op een krakende stoel. Hij miste een poot, maar toch bleef ik gewoon zitten. "Nou, ik zal je dan meteen even vertellen wat ik van je wilde vragen," vertelde de heks met haar schelle stem. Het was nog maar net geen typische heks, aangezien ze geen toverstaf had en niet op een bezem vloog. "Ik wil niet h-" Opeens werd mijn mond gesnoerd. Letterlijk. Om mijn lippen verscheen een draad, dat ze met een strikje keurig in een getuite houding vastbond. Was dit een gekkenhuis? Een soort Mystery Spot? "Zeg maar niks, straks word je nog net zo schel als mij! Haha!" Ik fronsde en keek weg. "Maar goed, jij bent een mooie jongen en een mooi proefpersoon!" Mijn ogen werden groot. Ik wilde wat zeggen, maar mijn mond werd steeds strakker bij ieder geluidje wat ik uitkraamde. Daarom zei ik maar niks. Mijn hart klopte in mijn keel. Wat wilde dit gekke mens van mij? Ze plaatste haar rechterhand op mijn voorhoofd en haar linkerhand bovenop mijn hoofd, waarna ze een paar woorden uitsprak. Ik wilde haar van me af duwen, maar inmiddels waren mijn armen en benen net zo verbonden als mijn mond, dus ging dat niet. Mijn hoofd werd zo strak vastgehouden dat deze los zou scheuren als ik mijn nek zou bewegen. Ik kon geen kant op. Ik was opgesloten in dit gekke huis. Opeens vervaagde alles om me. Alles om mij heen werd een tint roder. Om mijn pupillen verscheen een felrode rand, dat fel afstak tegen mijn groene ogen. De wil om anderen te helpen vervaagde ook, deze werd meer de wil om anderen in elkaar te slaan en zelfs te doden. De herinneringen aan mijn vrienden werden weggehaald. Aan het eind werd alles scherper en kon ik de heks weer duidelijk horen praten. Deze haalde haar handen weer van me af. "En lieverd, hoe voel je je?" De wil om weg te rennen was er niet meer. Ik vond het prima om bij haar te blijven. Deze heks had me immers gemanipuleerd en wel zodanig dat mijn karakter compleet was veranderd. Ik keek om me heen. Ik was niet meer vastgebonden en kon weer praten. "Goed," bromde ik. Ik sprak een paar tonen lager, al klonk ik niet als een reus. Ik klonk meer als iemand die boos was. En na deze manipulatie was ik dat eigenlijk ook. Ik was een boeman geworden, een Hunter. En eerlijk gezegd vond ik dit wel prettig zo. Maar dat was ook wel logisch. De heks had me dusdanig gemanipuleerd dat ik het prettig vond om zo te zijn. Ik walgde al van Carers. En dat was een compleet andere Trevor.

Ik liep zonder nog iets te zeggen weg van de plek. In mijn zak zat een groter mes dan het zakmesje dat ik een paar maanden geleden had gevonden. Ik greep naar het wapen en liep recht op een andere heks af, die ik zonder iets te zeggen in haar buik stak. De oudere vrouw viel op de grond. Ik keek hierna naar achteren, maar de heks die mij manipuleerde was opeens verdwenen. Dit trok niet mijn aandacht. Wat wel mijn aandacht trok, was het bos. Zo veel wezens hier om te doden. Allemaal kon ik ze terug pakken. Uiteindelijk nam ik de benen en rende ik weg van de plek. Het kon me niks schelen als er nog andere wezens achter mij aan zaten: die kon ik makkelijk aan. Vervloekte wezens ook. Ze waren nergens goed voor. Het enige wat ze deden, was mij op mijn zenuwen werken. Hier en daar sprong ik behendig over een steen of boomstam. Ik had geen last meer van mijn been. Deze had een jaar de tijd gehad om uit te rusten. Omdat er maar wat scheuren in het bot zaten wat het al snel weer geheeld, maar tot die tijd moest ik de hele tijd met bescherming rondlopen. Dit was Avani geweest. Nu zou ik haar niet meer kunnen herkennen. Niet omdat ze er misschien anders uit zag, maar door de manipulatie kon ik geen enkele vriend meer herkennen. Deze vrienden konden echter wel aan me zien dat er iets aan de hand was. Niet alleen was ik compleet anders dan de oude Trevor, die van buiten stoer deed maar van binnen zachtaardig was. Ook zat er een rood randje om mijn beide pupillen. Dit was een foutje van de heks. Normaal zou dat er niet moeten zijn, maar nu was het zo opvallend dat het eigenlijk overduidelijk was dat er iets niet in orde was. Ik keek rond. Het werd al lichter, wat betekende dat ik in een open gebied kwam. Hier was meer licht en minder wezens. Eindelijk, want die schuimbekkende beesten haalden mij het bloed onder de nagels vandaan. Toen ik in een belicht gebied stond hield ik halt. Niet omdat ik bang voor het licht was. Niet omdat ik bang voor het gras was. Nee, recht voor me stond een gedaante. Omdat het licht in een bepaalde hoek viel was het voor mij onduidelijk wat het precies was. Dat maakte mij niks uit. Ik was niet bang voor mensen noch wezens. Het was hoogstwaaarschijnlijk een mens, vanwege de grootte, maar het kon natuurlijk ook wat anders zijn. Ik hield hier niet van. Ik greep weer naar het mes van eerder, waar nog steeds bloedresten aan zaten. Ze mochten het wel weten. Ik deed een paar stappen naar voren. Wat was dat ding? Het feit dat ik dat niet wist beviel me niet. Totaal niet. Ik maakte een zacht doch gefrustreerd geluid. Ik was niet bang om het wezen te roepen, maar aan de andere kant had ik daar geen zin in. Ik wilde geen moeite doen om het te roepen, aangezien het vast toch minder waard moest zijn. Aan de andere kant wilde ik wel graag weten wat het was, maar ik merkte dat het in mijn richting keek. Tenzij het met zijn kont kon kijken. Nog altijd hield ik mijn hand bij mijn wapen, in het geval dat dit een gevaarlijk gevecht kon worden. En voor mij was dat altijd zo. Alles was voor mij iets wat ik uit de weg moest ruimen. Geen uitzonderingen.
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
 
Hello there!
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Fanterria :: Fantasonia :: Horroria :: Foggy Forest-
Ga naar: