IndexPortalKalenderFAQZoekenGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 Beetje Hoop

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Aurik
Nieuweling
avatar

Aantal berichten : 12
Punten : 10

Over jouw personage
Leeftijd: 17 Jaar
Groepsleider:
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Beetje Hoop   ma jul 29, 2013 7:33 am

Ondanks het feit dat heel Fanterria seizoensgebonden was en het dus momenteel zomer was, had dat geen effect op Giville gehad. Het was zoals altijd vrieskoud en enkel een lichte warme bries vanuit het noorden van Fanterria kon Giville iets van de zomer bijbrengen. Hoogstens ontdooide de bovenlaag van de sneeuw in de naaldbossen. En boven wonder was dat nu het geval, zelfs het mosachtige ondergrond was eindelijk weer te voelen. De laatste keer dat hij het had gevoeld moest minstens zeven jaar terug zijn geweest, toen een enorme hittegolf Fanterria in zijn ban had en vele wezens uit diverse gebieden speciaal naar Giville kwamen voor de koelte. De reuzen werden toen eens niet gevreesd en dat had enorm fijn gevoeld, zeker voor een onschuldig tien-jarige die wel blij was met verschillende vrienden. Helaas, kwam zoals altijd weer een einde aan de hittegolf en de plotselinge verandering van de status van de reuzen. Ze werden weer gevreesd en gelinkt aan de kou waarin ze leefden. De jonge reus had daarbij niet alleen een verandering van reputatie gekregen, maar ook zijn dierbare vrienden verloren. De eenzaamheid van het reuzenleven was teruggekeerd en het volgende moment hadden een groep wezens en -het meest niet verwachte groep- Hunters, een jacht op de reuzen gestart. De reuzen vochten dapper terug, maar er vielen genoeg gewonden. En met gewonden kwamen er ook doden: de ouders van de jonge reus. En de jonge reus was nu al zeventien jaar en zelfstandig, en niet uit op wraak. Hij had wraak afgezworen, omdat het hem nergens zou brengen. Mensen wilde hij niet wreken, omdat ze net als hun, over hun fouten konden nadenken. En de meeste wraakacties van de andere wezen hadden hun situatie verslechterd. Het was echter zo dat hij ze misschien niet wilde vermoorden of wilde wreken, maar wel minachtte. Ze konden natuurlijk nadenken en waren eigenlijk verkleinde reuzen, maar ze hadden zoveel fouten gemaakt, sinds de eerste mens in Fanterria was gearriveerd. Ten eerste, ze pasten zich niet aan en gedroegen zich net zo zwak als ze werkelijk waren, niet proberend om sterk te lijken. Ten tweede, ze zorgden altijd wel voor problemen door zichzelf 'Hunters' te noemen en op wezens te jagen die ze absoluut niet aankonden. Dan had je de 'Carers'... Moeilijk. Een mening had hij niet over hun, maar ze leken grotendeels vriendelijk te zijn, hoewel ze de wezens hier leken te temmen. De andere groep negeerde hij, niet zozeer dat ze irritant waren of iets in die geest, maar hij liet hun eerder hun gang gaan. Ze deden iets wat nieuwe wezens als eerst moesten doen. Kortom, de mensen leken Fanterria te willen overnemen.

Aurik voelde het mos tussen zijn tenen. Een fijn gevoel vulde zijn lichaam vanuit zijn hart naar de punten van zijn vingers en tenen. Hij had een slechte herinnering aan het mos. Het liet hem denken aan de verschrikkingen van ruim zeven jaar geleden, maar hij liet zich er niet door weerhouden om stevig door te lopen door het naaldbos. De andere weesjes hadden zijn aanbod geweigerd om even wat rond te lopen in het naaldbos, en Aurik had niet de schuld op ze gelegd. Wat zou je anders doen als het naaldbos en mos je aan de verschrikking van je dode ouders liet denken? Dan was een naaldbos het laatste plek waar je wel heen wilde gaan. Aurik was enigszins wel blij anders te zijn dan de andere weesjes, hij ging verder met zijn leven op het punt waar de anderen hun levens hadden gestaakt of volledig hadden stilgelegd. De Heilige Roc zou daar ook niet te blij van moeten worden. Hij zuchtte diep en stapte verder door het terrein. Die weesjes waren zijn kameraden geweest voor al die jaren en nog steeds ook, hoewel de band iets verzwakt was, maar er was een reden dat ze niet meer zijn kameraden waren. Ze werden elk zelfstandiger en om nog zekere 'kameraden' met iemand te blijven had dan een nieuwe betekenis waar ze elk waarschijnlijk nog niet klaar voor waren. Buiten deze betekenissen was Aurik wel altijd blij om één van hun weleens te helpen met iets- ze kwamen immers altijd naar hem toe voor hulp-  en wat bij te praten, meer niet. En net toen hij ze vroeg om een wandeling, reageerden ze ook allemaal terughoudend met de andere 'kameraadschap' in hun achterhoofd. Aurik glimlachte. Ach, hij kon ze dat niet verwijten. Ze waren adolescenten, dit hoorde er simpelweg bij. Een klein hemelblauw poeltje had zich een baan gemaakt in zijn beeld. Het was klein voor hem, maar vast een oase voor een normaal wezen geweest. Misschien kon hij daar even wat rusten, want die mos begon echt nu te plakken aan zijn voeten. Binnen een paar passen zat Aurik bij het poeltje met zijn voeten die nog net in het poeltje pasten. Een rilling ging over zijn rug. Het was vrij koud,maar het was beter dan sneeuw. Hij wierp een blik richting de lichtblauwe lucht dat tot verre uitstrekte en de rust enkel verduidelijkte. Deze werd echter door een stem gestoord, eentje die hem niet direct voorkwam. Aurik nam echter direct aan dat het een stem van deze 'kameraden' moet zijn geweest die hem hierheen gevolgd was. Dat kon ook makkelijk met zijn opvallend wilderige zwarte haar en blauwe ogen. "Hallo daar, kom er ook bij zitten," verwelkomde Aurik, zonder zich om te draaien met een glimlach op zijn gezicht getekend. Nu begon hij pas te vermoeden wie het van de weesjes kon zijn, Santi, het verlegen meisje? Of was het Alex met zijn koppige karakter? Echter, kon hij de stem die hij zo net had gehoord niet matchen met hun stem. Wie was het dan?
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Beetje Hoop   ma jul 29, 2013 9:16 am

Ah, het naaldbos. Een frisse bries dwaalde door de naaldbomen en gleed zachtjes over mijn wang. Het briesje was niet zo koud als ik zou verwachten. En dat was heel gek voor Giville. Het was meestal een heel koud gebied, waar geen warmte welkom was. Nu was het wel vaak voorgekomen dat het iets warmer in Giville was, maar dan nog smolt de eeuwige sneeuw niet vaak. Alleen hier, in het naaldbos, kon het wel eens anders zijn. Ik woonde op een plek dat redelijk ver van het naaldbos vandaan was. Hoewel ik daar nog eigenlijk woonde, noemde ik het niet meer mijn thuis, aangezien ik vaak buiten de grenzen van Giville te zien was. Daar was het veel warmer, maar voelde ik me ook veel zwaarder. Daar hadden meerdere soortgenoten last van. Ik keek rond. Hier en daar merkte ik schrammen op in de bomen. De schrammen waren al ouder, maar nooit helemaal weggevaagd. Ik had iets gehoord over een grootschalige jacht, een die zo gruwelijk was dat ik blij mocht zijn dat ik er niet bij was geweest. Bij mij waren het eerder de Horrorianen die een massale jacht hielden, waardoor ik een afkeer had ontwikkeld tegen alles wat met Horroria te maken had. Natuurlijk was het logisch dat ik dit land ontweek en iedere goede ziel die ik zag uit Horroria probeerde te halen. Het was naar mijn mening het ergste land dat er bestond, met de ergste inwoners die er maar konden bestaan, terwijl de Hunters direct op nummer twee stonden. Uitzonderingen daar gelaten, zoals Ilva, de weerwolf die ik in Horroria leerde kennen. Zij en Carolus waren de enige weerwolven die nog een beetje normaal waren. Er was nog een manticore, maar die had ik sinds dat ik uit Horroria was gevlucht nooit meer teruggezien. Ik hield halt bij een steen en hurkte neer. Op de steen stonden tekens, maar ik kon er bij Roc niet achter komen wat er nou precies stond. Dat was het handige aan een reus te zijn: ze konden noch lezen, noch schrijven. De meesten dan, maar ik hoorde bij de meerderheid. De enkelingen die in ieder geval een van die twee konden, waren geniaal. Ik kon er in ieder geval wel uit op maken dat hier iets ergs moest zijn geweest. Ik keek naar de grond. Hier was geen sneeuw meer, maar zacht, groen mos. Het verbaasde me dat dat hier überhaupt kon groeien, aangezien het hier altijd zo verschrikkelijk koud was. Dit keer was het wat warmer. Ik ging weer rechtop staan en keek weer rond. Nu ik hier de hele tijd was besefte ik mij dat hier helemaal niemand was. Waarom zou dat eigenlijk zijn? Waarom zou iemand weigeren om het naaldbos te betreden? Met een lichte, bedenkelijke frons gleed mijn blik over de omgeving, maar er was werkelijk niemand. Ik hief beide wenkbrauwen op. Vreemd. De gedachte dat iemand misschien nare herinneringen aan het bos zou kunnen hebben kwam niet in mij op, terwijl het een tijdje geleden nog wel in mijn gedachten speelde. Ikzelf was immers geen slachtoffer van deze grote jacht geweest, evenals mijn familie. Daar had het roze en pluizige Horroria wel voor gezorgd. Ik was een halve wees, aangezien ik maar één ouder had verloren, maar dat had ik pas achteraf gehoord, dus of dat nog echt waar was betwijfelde ik. Daarbij had ik toch alleen maar slechte herinneringen aan dat persoon. Hoewel ik me altijd al aan het gemopper en gedreig had geërgerd, miste ik het toch enigszins. Ik snoof en stapte naar voren. Ik ging niet sentimenteel zijn in een bos als deze. Ik was al genoeg zielig geweest en wilde alles achter mij laten. Daarom zocht ik naar fijne herinneringen om deze nare herinneringen uit te bannen.
 
Net toen ik hier aan dacht, hoorde ik opeens iets door het bos lopen. Meteen keek ik rond om te kunnen kijken wat dat was. Het kon een soortgenoot zijn, maar tegelijkertijd ook een roofdier of.. Nog erger. De vreselijke gedachte dat er Hunters of Horrorianen in het bos zouden zitten wilde ik zo snel mogelijk verbannen. Ik wilde niet aan weerwolven, vampieren of Akis denken. Ik merkte een groot gestalte op. Het was dus in ieder geval geen Hunter of een Horroriaan. Tenzij het een wendigo was natuurlijk, maar die had dan allang het halve bos gesloopt op zoek naar eten. Dit silhouet leek rustig en voor mijn gevoel was dit gewoon een reus. Een reus van mijn soort dan wel, aangezien er natuurlijk verschillende soorten waren. Er waren reuzen die met kop en schouders boven een mens uit staken, maar er waren ook reuzen - mijn soort - die een mens met een zuchtje weg konden blazen, aangezien ze zo groot waren. Ik besloot het silhouet te volgen. Ik zag wat zwart haar en een jongensachtig postuur. Dit was dus een mannelijke reus met zwart haar, maar dat was ook het enige. De jongen ging bij een poeltje zitten. Voor hem was dat poeltje natuurlijk niet zo groot. Ik wilde deze jongen eigenlijk gewoon met rust laten, maar opeens overviel een kriebelhoest me. De jongen had dit gehoord. Schiet! "Hallo daar, kom er ook bij zitten," klonk zijn vriendelijke stem. Ik twijfelde. Wat moest ik doen? Wegrennen of er gewoon bij komen zitten? Ach, ik ging er maar bij zitten. Per slot van rekening kon ik mijzelf wel verdedigen en als het even uit de hand liep had ik al een ander plan. Ik naderde de jongen en ging erbij zitten, terwijl ik ongeveer een voetlengte afstand hield uit respect. Hierna keek ik in zijn richting. Het was een zwartharige jongen met blauwe ogen, die ongeveer even oud als mij was. "Hallo," zei ik een beetje onwennig, maar wel met een vriendelijke toon. Het was niet dat ik nerveus was. Ik had echter voor een hele lange tijd moeten fluisteren, omdat ik zo lang onder de mensen was en ze niet tegen een luide reuzenstem konden. Dat ik nu eindelijk met een normaal volume kon praten, was dus een beetje wennen. Schiet, wat moest ik nu eigenlijk zeggen? Ik was te lang uit Giville geweest. Ik was eigenlijk de hele tijd in de buitenwereld geweest en op de enige momenten dat ik een reus tegenkwam had ik met hem moeten vechten. Ik wilde niet met deze reus vechten, daar was hij te vriendelijk voor. Dat verdiende hij niet. Ik keek naar de lucht. "Het is warm. Dat is het al heel lang niet geweest," mompelde ik maar. Echt warm was het natuurlijk niet, maar het was warmer dan anders. In Giville was het altijd steenkoud. Een beetje warmte was altijd welkom. Ik trok wat met mijn vingers. Ik was veel te stil. Dat was ik normaal nooit. Ik was echter veel te lang onder de mensen geweest. Ik twijfelde echter of hij het zou accepteren als ik mijzelf verklaarde. Daarom nam ik maar een neutrale uitspraak. Hoe hij op die uitspraak zou reageren, gaf dan weer hoe hij er tegenover stond. "Het is best stil hier! Geen wezens zoals mensen hier," zei ik al wat meer op mijn gemak, terwijl ik even rondkeek om te bevestigen dat mijn conclusie juist was. Tot nu toe leek het echter steeds duidelijker te worden dat ik hier ook echt samen met een andere soortgenoot bij een poeltje zat. Ik schoof voorzichtig mijn voeten in het water, maar gelijk kreeg ik weer een herinnering aan mijn bijna-dood ervaring, dus trok ik ze snel terug. "Het is toch kouder dan ik verwacht had," probeerde ik mijn plotselinge reactie een beetje te verklaren, terwijl ik een beetje over mijn onderarm wreef. Ik moest echt vaker in Giville komen!

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Aurik
Nieuweling
avatar

Aantal berichten : 12
Punten : 10

Over jouw personage
Leeftijd: 17 Jaar
Groepsleider:
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Beetje Hoop   ma jul 29, 2013 11:15 pm

Het was een onbekende stem voor Aurik, maar het moest vast en zeker de stem van een reuzin moeten zijn geweest. Het had hoog geklonken en het had een normaal volume voor een reus, hoewel hij verder niet zoveel uit een kriebelhoest kon halen. Zolang het een soortgenoot was maakte hij zich nergens druk om. Het kon natuurlijk altijd wel iemand van zijn kameraden zijn, of juist een oudere reus of juist een pestkop. Als het een pestkop was, kon hij zich redelijk goed verdedigen als het op vechten uit kwam. Dus, hij kon er wel rustig bij zitten in alle gevallen. Omdraaien naar de stem toe om de persoon in levende lijven te zien leek hem verder onnodig. Hij hield zijn blik gericht op het poeltje waar zijn voeten nog in zaten. Het viel hem op dat de meeste mos er alweer af was, maar ook dat zijn voeten aardig rood waren geworden door de kou. Misschien kon hij ze beter weer op het land halen.. Méh. Het water voelde te prettig aan. Zo verfrissend, maar tegelijk ook een beetje onwennig. Poeltjes zoals deze kwamen maar zelden voor. 'Hallo,' Groette de stem van eerder weer met een onwennige klank eraan. Aurik hoorde hoe vervolgens een ander plaatsnam naast hem. Hoewel hij de ander niet echt bekeken had, kon hij wel vaststellen dat dit geen bekende kon zijn. Zou dit dan ook verklaren dat dit persoon daarom hem zo onwennig had begroet? Vast wel. Een gevoel dat de ander hier lang niet meer was geweest bekroop hem wel. Was dit een van de reuzenfamilies geweest dat uit Giville was getrokken en toen werden aangevallen door de Hororriaanse Hunters? Daar had hij ook van gehoord en was hij te weten gekomen via een kennis van hem. De Hunters en wezens daar waren meedogenloos. Geen fijne plek voor een nederzetting. Aurik schudde lichtjes zijn hoofd. Het was niet fijn om eraan te denken, zeker nu er een mogelijkheid bestaat dat de reuzin naast hem van hun afstamt. Maar hij was al vrij lang stil geweest voor zijn gevoel, dus wilde hij al wat zeggen,maar de ander was hem voor. 'Het is warm. Dat is het al heel lang niet geweest,' Ja, daar had ze een punt in. De laatste keer dat het zo warm was geweest was helaas zeven jaar geleden geweest met de 'Grote Jacht'. Een bloederige tafereel in de geschiedenis van de Reuzen. Het was ook tegelijk de beste tijd van de Reuzen geweest met de gezelligheid van de andere wezens en hun betere reputatie. Het verschil met toen en nu is dat er geen enkele wezen van buiten Giville dit gebied benaderde. Ze waren te bang, terwijl de Hunters bleven toenemen. Hij beet zachtjes op zijn onderlip. Het baarde hem steeds meer zorgen over de veiligheid van iedereen die hij hier kende. "Ja, inderdaad. Maar wel jammer dat ze met de verkoeling dat Giville aanbiedt, geen enkel wezen hier durft te komen. Maar dat betekent wel meer plek voor de reuzen, toch?" zei Aurik met een klein glimlachje, terwijl hij de ander voor het eerst aankeek. Het was een reuzin van ongeveer dezelfde leeftijd, golvend blond haar en groene ogen. Een combinatie die hij niet vaak hier meende te zien, hoewel zijn eigen uiterlijk ook iets afweek. Maar zoals hij eerder had vastgesteld kende hij haar niet, maar het kon zijn dat hij haar eens had gepasseerd,maar ze hem niet was opgevallen. Hier woonde namelijk genoeg reuzen waarvan hij niet van hun bestaan af wist. En dan hij weer denken dat het hier een kleine wereld was. Aurik grinnikte in zichzelf en hield een vuistje bij zijn mond om het geluid te dempen. Wat een naïeve gedachte had hij toch. Hij hoopte dat hij echter met zijn plotselinge grinnik de ander niet had afgeschrikt die dan de indruk kon krijgen dat hij een gek was. Het werd echter wel duidelijker voor hem dat ze blijkbaar echt bij de families kon horen die Giville konden hebben verlaten. Aurik kende alle weesjes, en zij behoorde daar niet bij, dus leek het hem logisch dat ze of haar beiden ouders had of er maar één miste. De 'Grote Jacht' had ze dus gemist, dus was de conclusie snel gemaakt.

Het viel hem verder op dat de reuzin nu juist op haar beurt vrij lang stil was gebleven. Vragend had hij haar aangekeken. Was ze in gedachten verzuild geraakt, zoals hij wel vaker had, of had hij net iets verkeerds gezegd? Hij bespeurde echter geen negatieve emotie op de ander haar gezicht, maar ook geen positieve. Was ze wel oké? Hij wilde het haar al eigenlijk vragen,maar ze leek weer helder te zijn of iets vergelijkbaar, omdat ze weer eindelijk wat zei. 'Het is best stil hier! Geen wezens zoals mensen hier,' De pupillen van Aurik werden groot en zijn handen verstijfde. Snel keek hij naar het poeltje met zijn handen op zijn kniëen. Waarom zei ze dat nou? Er waren hier genoeg Hunters, maar op deze specifieke plek niet. Wat hem echter meer zorgen baarde was het feit dat ze neutraal had geklonken, geen ergernis,maar ook geen positieve bedoeling. Het was echter een zin dat meer als ergernis kon worden uitgesproken dan in positieve zin. Maar hoe moest hij hier dan op reageren? Wilde ze hem uittesten? Het was namelijk mogelijk dat ze mensen was tegengekomen, sinds haar familie uit Giville waren vertrokken. Maar goed, zijn eigen mening erop was dat hij mensen niet mocht, zogezegd, of dat ze hem niet boeide. Het leek hem echter gepast om er toch maar eerlijk op te reageren dan niets te zeggen. Aurik knikte kort. "Ze jagen ons dan niet de stuipen uit ons lijf of doden onze ouders voor onze ogen," dat was zijn korte, maar duidelijke antwoord. Hij wilde er echter niet verder over praten. "Maar beter even eens wat sirene rust, toch? Ook de Hunters moeten eens rusten en dat doen ze op hun eigen plekje," Zijn houding werd even kalm als daarvoor. Hij vroeg zich eigenlijk af wat de naam van de persoon die naast hem zat was. Dat sprak gemakkelijker. Maar toen hij haar kant opkeek, zag hij haar nog net haar voeten uit het water halen,'Het is toch kouder dan ik verwacht had,' Ja, het water was nog vrij koud, maar Aurik vond het prima zo. Ze waren er ten minste aan gewend, nou eigenlijk vooral de reuzen die in Giville gebleven waren. Zoals hijzelf. "Mijn naam is Aurik, en wat is jouw naam? Of zal ik je maar 'vuurtje' noemen, gezien je niet al te vrolijk op het koude water reageerde," Hopelijk had ze echt een naam, want hij wilde niet echt iemand 'vuurtje' noemen. Dat leek hem te.... vreemd. Als beleefde groet stak hij zijn hand naar haar uit, benieuwd naar de reuzins naam. Tot nu toe leek deze reuzin wel aardig,maar was ze nog verder een mysterie voor hem. Ze leek duidelijk buiten Giville ervaringen op te doen, hoewel hij zonder twijfel wist dat deze goed en slecht konden zijn. Voorzichtig ging hij verder met de conversatie. "Ik heb je hier niet eerder gezien. Je komt dus waarschijnlijk vaak in de andere delen van Fanterria, toch? Zou je mij dan je ervaringen daarover willen vertellen? Ik ben namelijk al die tijd in Giville gebleven," Aurik trok zijn voeten naar zich toe en klemden zijn armen om zijn benen heen, terwijl hij de ander aandachtig aankeek. Hij was er wel diep van binnen benieuwd naar wat ze buiten Giville had beleefd. De slechte ervaringen kon ze wel achterwege laten, maar de goede wilde hij absoluut horen. De andere gebieden bestonden in zijn wereld uit diverse geruchten die soms niet samenhingen. Het kon echter ook zijn dat ze het niet wilde of dat ze enkel nare ervaringen had. Dat was naar. "Je hoeft het niet te vertellen als het gevoelig ligt," zei Aurik er snel achterna met enige voorzichtigheid. Het kon ook zijn dat hij dit te snel had gevraagd aan de ander, omdat ze elkaar was maar een minuutje kende. Zijn nieuwsgierigheid had gewoon even geen rem gehad op het moment dat hij zij mond had open getrokken. Stilletjes wachtte hij op de reactie van de ander, hopend dat deze niet tot gesnauw zou volgen.
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Beetje Hoop   di jul 30, 2013 12:25 am

Uiteindelijk antwoordde de jongen op mijn vraag. Ik vloekte in mijzelf. Ik gedroeg me heel anders dan normaal en dat was zeker iets wat ik niet al te fijn vond. Ik was normaal vriendelijk en open, ik praatte snel met anderen. Omdat ik echter zo lang buiten Giville was geweest had ik de actuele dingen gemist. Het was een beetje wennen om met een soortgenoot te praten als je alleen maar met andere soorten had gepraat. "Ja, inderdaad. Maar wel jammer dat ze met de verkoeling dat Giville aanbiedt, geen enkel wezen hier durft te komen. Maar dat betekent wel meer plek voor de reuzen, toch?" Ik glimlachte en knikte. Dat klopte. Ik had niet veel vrienden van de buitenwereld in Giville gezien, behalve op enkele keren, maar die waren in de bergen geweest of bij de rivier. Dat was echter niet zo ver van de buitenwereld vandaan, in tegenstelling tot waar ik nu zat. Ik kon tegen de kou, iedere soortgenoot hield het gemakkelijk vol in de sneeuw, maar de kleinere wezens net weer niet. Aan de andere kant betekende dat inderdaad meer plek, iets wat een groot wezen wel nodig had, maar ik had er niks op tegen als er andere wezens in het gebied kwamen. Tenzij het Hunters of Horrorianen waren. "Klopt. Ik ken een paar wezens van de buitenwereld, maar ze zijn eigenlijk amper hier geweest," zei ik maar. Wezens van de buitenwereld was immers iets groots en kon zowel vredige Notokianen als agressieve Horrorianen betekenen, dus ik stelde me een beetje veilig, aangezien ik natuurlijk niet wist of hij een hekel aan de mens had. De reus grinnikte opeens, maar daar besteedde ik geen aandacht aan. Ik had vaker wezens gezien die wel een binnenpretje hadden, maar ik was wel nieuwsgierig naar wat dat binnenpretje kon zijn. Aan de andere kant was het een beetje vreemd om daar naar te vragen, dus hield ik me stil. Alweer. Ik wilde meer zeggen, maar ik twijfelde over wat. Dat was het nadeel. De reus leek geschrokken te reageren toen ik het over stilte en geen mensen had. Had ik iets verkeerds gezegd? Vast wel, anders zou hij niet zo reageren. Even beet ik op mijn lip, maar toen ik me wilde verontschuldigen herpakte hij zich en gaf hij antwoord. "Ze jagen ons dan niet de stuipen uit ons lijf of doden onze ouders voor onze ogen," zei hij, na geknikt te hebben. Oh, wat slim van mij. Dat had ik nooit moeten zeggen. Dit was vast een van de reuzen die het bloedbad in dit bos had meegemaakt. Als ik het dan over mensen had, kon ik hem zijn trauma weer laten herleven, want het grootste deel van de kinderen was na het bloedbad wees geworden. Ik vloekte in mijzelf en besefte dat dat al de tweede keer was. "Maar beter even eens wat sirene rust, toch? Ook de Hunters moeten eens rusten en dat doen ze op hun eigen plekje," ging hij verder. Ik knikte maar, al was ik het met dat laatste zeker niet eens. Als het aan mij lag mochten die Hunters voor eeuwig rusten. Ik kende een paar Hunters en die waren stuk voor stuk gruwelijk. Er was zelfs een nieuwe Huntergroep ontstaan, anders dan Fairy Tail, de Carergroep. "Voor mijn part hoeven die Hunters niet te rusten. Als ze al rusten, dan het liefst eeuwig," prevelde ik, duidelijk aangevend dat ik Hunters helemaal niet mocht. Geen enkele reus mocht de Hunters, althans, de meesten dan, maar uit het gedrag en de woorden van de jongen kon ik al opmaken dat ook hij een ervaring met die dwergen had. Ze waren vals, gemeen en vielen je aan wanneer dat kon. Zelfs reuzen waren geen aarzeling waardig, wat zich hier al een tijdje geleden had bewezen.
 
Net toen ik iets anders wilde zeggen, werd ik onderbroken door de lagere stem van de jongen naast me. "Mijn naam is Aurik, en wat is jouw naam? Of zal ik je maar 'vuurtje' noemen, gezien je niet al te vrolijk op het koude water reageerde," vroeg hij. Ik lachte zacht, zo zacht dat het eerder een soort grinnik was. "Nee, dank je, je hoeft me geen vuurtje te noemen," antwoordde ik, waarna ik zijn hand accepteerde. Anders dan de andere dingen die hier onwennig waren, kon ik wel gewoon zijn hand schudden. "Ik ben Avani," stelde ik toen mijzelf voor. "Ik heb je hier niet eerder gezien. Je komt dus waarschijnlijk vaak in de andere delen van Fanterria, toch? Zou je mij dan je ervaringen daarover willen vertellen? Ik ben namelijk al die tijd in Giville gebleven," ging hij toen verder. Andere ervaringen.. Die waren vaak zowel positief als negatief. En hoeveel ik ook aan de goede tijden probeerde te denken, de nare, slechte ervaringen overschaduwden deze volledig. Hierna dacht ik aan Notoko, toen ik bijna Masaomi had aangevallen, maar deze mij toch hoop had ingesproken. Daar moest ik me maar aan vasthouden. Hoe erg mijn ervaringen ook waren, ik was nog steeds die ene vriendelijke reus. Ik opende mijn mond om wat te zeggen, maar dit was de tweede keer dat ik werd onderbroken. "Je hoeft het niet te vertellen als het gevoelig ligt," zei Aurik voorzichtig erna. "Oh, het is niet erg hoor, ik heb zowel goede dingen als slechte dingen meegemaakt, dus het eigenlijk best normaal," stelde ik hem gerust, terwijl ik mijn blik in zijn richting wendde. "Ik heb natuurlijk heel wat soorten leren kennen, waarvan heel wat mensen, zowel Hunters als Carers," vertelde ik eerst. Voordat ik echter ging klagen over Ophleia en alles daar omheen ging ik maar snel verder. "Maar ook andere soorten. Vriendelijke weerwolven bijvoorbeeld, waarvan ik nooit had geweten dat ze bestonden, maar ook agressieve weerwolven. Rustige Notokiaanse draken maar ook agressieve. Ik heb eigenlijk een beetje van alles meegemaakt, te veel om echt alles uit te leggen," ging ik verder. "Natuurlijk heb ik ook die soortenwissel en alles meegemaakt, maar toen waren die mensen in wezens veranderd. Ik werd om de vijf bomen alweer aangevallen door een ander wezen. Niet alle mensen zijn zo aardig als ze lijken. Zelfs de Carers niet," zei ik met een zucht, waar een ademwolkje uit kwam. Al was het wat warmer, het was hier nog steeds zo koud, dus het was niet al te vreemd om een wolkje te zien. Het viel me eigenlijk al niet eens meer op. "Ik ben ook bevriend met wat Carers, waaronder een die een groep leidt. Ook al temmen zij soms andere wezens, ik ben nog niet echt getemd. Alleen echt aangesproken wanneer ik iets doe wat gevaarlijk voor ze kan zijn. Maar valt dat onder temmen? Dat vraag ik me af," ging ik verder. Ik vroeg me toch eigenlijk wel af of ik getemd werd. Ik had een eigen wil en kon eigenlijk wel doen wat ik wilde, maar zorgde er toch wel altijd voor dat ik veilig was. Daarbij zat ik een een groep, geleid door een mens. Was dat ook al temmen? Temmen was toch eerder dat ik geen eigen wil meer had? Ik haalde mijn schouders op. "Voor de rest ben ik er wel achter gekomen dat de stereotypen vaak waar zijn, maar vaak ook niet. Het is gewoon een beetje.. Anders," ging ik verder. Ik glimlachte even. Ja, dat was eigenlijk in grote lijnen wat ik zoal had meegemaakt in de buitenwereld. "Wat was er eigenlijk allemaal in Giville gebeurd? In de tijd dat ik in de buitenwereld was, ben ik eigenlijk amper in Giville geweest," vroeg ik. Nieuwsgierig keek ik de jongen aan. Ja, daar was ik eigenlijk wel nieuwsgierig naar.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Aurik
Nieuweling
avatar

Aantal berichten : 12
Punten : 10

Over jouw personage
Leeftijd: 17 Jaar
Groepsleider:
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Beetje Hoop   di jul 30, 2013 10:50 pm

In de tussentijd had de ander op al mijn opmerkingen gereageerd. Zo kwam hij te weten dat de ander ook echt vrienden buiten Giville had, wat logisch in de oren klonk, sinds ze de andere gebieden vaak bezocht. Hij begon een beetje jaloers op haar te worden met deze vrienden die buiten Giville rondliepen en de andere gebieden die ze vast en zeker haast allemaal moest hebben bezocht. Van Giville tot helemaal aan het puntje van de Human District. Het kon natuurlijk ook zo zijn dat ze in een handjevol gebieden rondhing- dat had ze nog geeneens gezegd-,maar dat was altijd meer dan hij persoonlijk in was geweest. Giville was zíjn land voor al die tijd geweest, en hij had geeneens een stap eruit verzet. Maar hoewel het vrij gemakkelijk klonk om Giville te verlaten, was hij nog wel een beetje schuw tegenover de andere gebieden. Haast niets wist hij over deze gebieden, dus eerst zou hij beter informatie kunnen verkrijgen. En daar zou de reuzin later hopelijk op antwoorden. Wacht. Aurik fronste, hij kon Giville ook niet verlaten, wegens zijn vrienden. Wat als straks de Hunters nou aanvielen? De anderen waren natuurlijk sterk,maar hij wilde ze alsnog kunnen beschermen tegen die etterbakken. Het leek erop dat hij beter naar de ander haar verhaal kon luisteren. Aurik wist immers nauwelijks de naam van haar, maar wel door haar reactie dat ze geen liefhebber was van Hunters, waarop hij opgelucht kon zuchten. Hunters waren niet iets om vrolijk over te zijn onder de wezens van Fanterria. En het was logisch dat de ander er hetzelfde op zou reageren. Maar de ander bleek dus 'Avani' te heten, een naam die hij niet vaak had gehoord in Giville. Het was wel een mooie naam met vast een betekenis erachter in een bepaalde zin. Bijna al zijn kennissen en vrienden hadden dat. Avani had mijn groet geaccepteerd wat wel fijn aanvoelde. Ze leek namelijk zo anders dan de rest die hij kende, maar ook weer niet op bepaalde terreinen. Maar dat was juist een interessante ervaring voor hem. Het werd weleens saai om dezelfde reuzen telkens weer te zien. Daar kwam ook bij dat Avani hem hopelijk haar ervaringen kon vertellen, zodat hij zelf hopelijk eens buiten Giville kon zitten reizen. Niet al te ver,maar wel iets en dat was dan al meer dan die van zijn kennissen en vrienden.'Oh, het is niet erg hoor, ik heb zowel goede dingen als slechte dingen meegemaakt, dus het eigenlijk best normaal,' Aurik knikte aandachtig. Dat leek hem wel logisch, maar het kon vrij gevoelig zitten en hoe je ermee omging verschilde per persoon. Maar Avani leek het werkelijk waar te willen vertellen. Dan moest ze wel hard zijn, als een enorme rots of berg als ze zelfs de nare ervaringen aan een nog vrij onbekende reus. 'Ik heb natuurlijk heel wat soorten leren kennen, waarvan heel wat mensen, zowel Hunters als Carers,' Vertelde Avani. Aurik keek haar strak aan. Hunters én Carers? Nu was hij zeker benieuwd naar de Carers, omdat ze in zijn ogen anderen hadden getemd. En wie weet was het ook bij Avani gebeurd, dat zou haar eigenaardigheden kunnen verklaren. Of het hoorde gewoon bij haar. Avani vervolgde snel. 'Maar ook andere soorten. Vriendelijke weerwolven bijvoorbeeld, waarvan ik nooit had geweten dat ze bestonden, maar ook agressieve weerwolven. Rustige Notokiaanse draken maar ook agressieve. Ik heb eigenlijk een beetje van alles meegemaakt, te veel om echt alles uit te leggen,' Aurik's gezicht fleurde op en zijn mond viel lichtjes open. Wauw, draken? Die had hij zeer zelden in het luchtruim zien vliegen. Voor de rest had hij vage geruchten over ze gehoord, bovendien had ze het over de Notokiaanse draken. Dat gebied was vrij ver van Giville vandaan. Gewoon, wauw. Hij viel in de herhaling,maar dit verbaasde hem gewoon op een goede manier. Nu was hij enkel nog nieuwsgieriger geraakt naar meerdere verhalen. 'Natuurlijk heb ik ook die soortenwissel en alles meegemaakt, maar toen waren die mensen in wezens veranderd. Ik werd om de vijf bomen alweer aangevallen door een ander wezen. Niet alle mensen zijn zo aardig als ze lijken. Zelfs de Carers niet,' Vervolgde Avani. De soortenwissel kwam hij bekend voor. Het had effect in heel Fanterria gehad, ook in Giville. Het was wel een poosje terug,maar hij kan zeker nog herinneren hoe het was om in een lijf van een mens door Giville te dwalen. Stukken waar hij heel kort over deed, duurde minstens drie keer zo lang. Hij was daarbij niet veel veranderd qua uiterlijk dan zijn grootte en was gelukkig geen prooi in dat lijf. In Giville kwamen enkel reuzen voor en de Hunters,maar die moesten nog wennen aan een wezenlijf en de reuzen niet zo. Maar de Carers zijn niet zoals ze lijken..?

In wat voor een zin had Avani dat bedoeld? Aurik wilde het vragen,maar hield toch maar zijn mond gesloten. Misschien volgde het antwoord hierna, en hij wilde bovendien de andere dingen horen die Avani te vertellen had. 'Ik ben ook bevriend met wat Carers, waaronder een die een groep leidt. Ook al temmen zij soms andere wezens, ik ben nog niet echt getemd. Alleen echt aangesproken wanneer ik iets doe wat gevaarlijk voor ze kan zijn. Maar valt dat onder temmen? Dat vraag ik me af,' Aurik had zijn antwoord verkregen, maar wist niets te zeggen, te bang dat de andere reuzin er hetzelfde over dacht. Kon ze zijn gedachten gewoon lezen? Ook hij zag in dat Carers andere wezens simpelweg temde. Wat kon hij hieraan toevoegen? Niets, toch? Hoewel Avani met een vraag eindigde, leek het meer tegen haar zelf bedoeld te zijn dan aan hem. Het viel hem wel verder op dat ze niet de echte ervaringen beschreef,maar eerder gewoon samenvattend. Dat leek hem ook logisch als je zoveel had beleefd buiten Giville. 'Voor de rest ben ik er wel achter gekomen dat de stereotypen vaak waar zijn, maar vaak ook niet. Het is gewoon een beetje.. Anders,' Deze zin begreep hij niet,maar hij knikte kort. Stereotypen waren dus vaak niet waar en vaak waar en meestal 'anders'? Aurik fronste lichtjes, maar gaf er verder geen aandacht aan. Misschien kon hij het pas begrijpen, wanneer hij uit Giville was vertrokken, als dat al zou gebeuren. Aurik zuchtte en keek even naar het pad dat hij eerder had genomen. Als hij deze terugnam en dan de linkse afslag nam, kwam hij aan bij de bergen en kon hij via een paadje naar de omringende gebieden gaan. Het zou lang duren, maar dat zou geen probleem vormen. 'Wat was er eigenlijk allemaal in Giville gebeurd? In de tijd dat ik in de buitenwereld was, ben ik eigenlijk amper in Giville geweest,' De stem van Avani klonk zo plotseling, waardoor hij schrok en haar even angstig aankeek met zijn hand naar zijn hart grijpend. Oké, hij moest minder wegzakken in zijn gedachten. Hij ademde diep in en uit en hervatte de kalmte weer op, terwijl hij zijn hand weer om zijn benen sloeg. Waar kon hij nou over beginnen? Er was namelijk niet zoveel gebeurd in een lange tijd, maar hij wist ook niet hoelang ze weg was geweest, dus gokte hij maar dat hij vanaf het punt van de 'Grote Jacht'moest beginnen. Nadenkend keek hij richting de lucht boven hem. Toen schoot hem alles weer te binnen,maar het stelde niets voor in vergelijking met haar ervaringen. Aurik keek haar weer recht aan en begon maar met wat hier zoal was gebeurd in zoverre hij alles kon herinneren. "Sinds de drama van zeven jaar terug, is het vrij rustig in Giville qua inwoners. Maar er kwamen steeds meer Hunters in dit gebied waardoor er onderling een broederschap tussen de reuzen kwam om zo sterk te staan tegenover de vijand. Helaas zijn de spanningen vrij hoog, omdat er in al die zeven jaar veel gewonden en ..." Aurik stopte even en zuchtte,"doden zijn gevallen,"  Het was moeilijker dan hij dacht om het woord 'dood' over zijn lippen te krijgen. Het zou hem echter niet weerhouden van het vertellen van de actualiteiten van Giville. "De reuzen zijn steeds angstiger en beginnen elkaar te wantrouwen. En de soortenwissel had geen goed effect erop gehad, maar ondanks dat zijn er nog enige broederschappen overgebleven. Ik heb bijvoorbeeld een soort broederschap met de andere weesjes die helaas steeds zich meer van elkaar beginnen af te scheiden, wegens hun adolescentie. En ik was zowaar hun vertrouwingspersoon, of leider als dat beter in de oren klinkt. En dat was het zo'n beetje, meer valt er niet echt te vertellen," Vervolgde Aurik, waarna hij een klein glimlachje liet zien. Dat was zijn verhaal, niet meer, niet minder. Maar misschien had Avani nog vragen, dus bleef hij eventjes stil daarna. Hij had namelijk een vraag willen stellen betreft de gebieden van Fanterria, maar misschien kon hij dat een andere keer vra- Stik! Ze zei dat ze maar soms in Giville kwam. Dan kon hij beter zijn kans grijpen. Met zijn voeten die wat sneeuw wegschoof, wendde hij zijn blik af van Avani. Kwam ze eigenlijk echt ooit terug? Wat als ze stierf door Hunters, hoewel ze duidelijk de aanvallen overleefd leek te hebben. Ze leek namelijk niet bepaald zwak, dat moest hij toegeven. Geestelijk leek ze ook een stevige rots. "Avani.. Kom je weer eens terug naar Giville? De gebieden, daar wil ik meer over horen," Traag begon hij weer zijn blik op haar te vestigen. Hij was te nieuwsgierig naar de wereld buiten Giville. Maar hij kon toch zijn vrienden niet achterlaten? En Avani kon hem misschien helpen met het verkennen van zulke gebieden nu zij ervaring had. Snel keek hij weer weg van Avani. Maar zijn vrienden dan..? De Hunters konden hun ineens aanvallen en dat kon hij ze onmogelijk helpen. Hij beet zachtjes op zijn lip. Wat moest hij doen?
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Beetje Hoop   wo jul 31, 2013 2:58 am

De jongen leek geboeid te zijn door mijn samenvatting. Haast direct kon ik daar uit opmaken dat hij helemaal niet zo vaak in de buitenwereld kwam, al wist ik dat al wel eerder. Dat had hij zelf al gezegd. Ik glimlachte zachtjes. Ik kon me het eigenlijk best goed voorstellen. Ik leefde eigenlijk ook heel lang in Giville, maar ik was eerder weggegaan dan deze jongen. Ik was toen eigenlijk best bang, aangezien ik dacht dat ik al heel snel zou worden aangevallen. Dat bleek ook zo te zijn, maar waar ik dacht dat ik misschien door gigantische draken van twee keer mijn lengte zou worden aangevallen, bleek het eerder een dun draakje te zijn dat maar tot mijn heupen kwam. Ik was veel groter dan ik had verwacht. Ik werd wel degelijk aangevallen, maar de wezens waren naar verhouding zo klein dat het eigenlijk niet zo veel uitmaakte. Maar dat wist ik van tevoren natuurlijk niet. Deze jongen had vast andere redenen, maar alsnog was de buitenwereld echt niet zo eng als dat het leek. Opeens schrok Aurik van iets, waarschijnlijk van mijn vraag. Wat was er zo erg aan mijn vraag? Ik glimlachte weer. Het was eigenlijk best grappig om te zien. Ik wilde hem niet uitlachen, ik lachte hem ook niet uit. Ik lachte hem toe. "Rustig, ik ben het maar," stelde ik hem lacherig gerust, terwijl ik even een hand op zijn andere arm legde, als wijze van geruststelling. Al snel had ik deze hand al weer teruggetrokken. "Sinds de drama van zeven jaar terug, is het vrij rustig in Giville qua inwoners. Maar er kwamen steeds meer Hunters in dit gebied waardoor er onderling een broederschap tussen de reuzen kwam om zo sterk te staan tegenover de vijand. Helaas zijn de spanningen vrij hoog, omdat er in al die zeven jaar veel gewonden en-" Mijn blik werd per woord serieuzer. Dit was niet echt iets om te lachen. Ik knikte. Er waren teveel Hunters, maar dat ze nog Giville binnen waren gekomen.. Ik kon me daar wel kwaad om zitten maken, maar dat had geen zin. Er was gewoon een plaag ontstaan. Een plaag met allemaal Hunters die net als kakkerlakken nauwelijks gedood konden worden. De reus zuchtte en ging verder. ".. Doden zijn gevallen," maakte hij zijn zin af. Ik had hier al over gehoord, maar ik had het nooit echt meegemaakt, omdat Giville behoorlijk groot was en ik uit een ander deel kwam. Ik merkte dat de jongen het moeilijk vond om er over te praten, maar toch wilde hij verder praten. Hij hoefde het niet van mij, maar ik vond het wel goed dat hij zich er overheen kon zetten. Dat gaf al aan dat hij van binnen toch wel sterk was. Misschien gaf hij het niet toe, maar het was wel zo. "De reuzen zijn steeds angstiger en beginnen elkaar te wantrouwen. En de soortenwissel had geen goed effect erop gehad, maar ondanks dat zijn er nog enige broederschappen overgebleven. Ik heb bijvoorbeeld een soort broederschap met de andere weesjes die helaas steeds zich meer van elkaar beginnen af te scheiden, wegens hun adolescentie. En ik was zowaar hun vertrouwingspersoon, of leider als dat beter in de oren klinkt. En dat was het zo'n beetje, meer valt er niet echt te vertellen," vertelde hij verder. Er was dus wel heel wat gebeurd in Giville. Of in ieder geval dit deel. Ik knikte. "Dat is wel heel wat. Ik vraag me af waar ik liever had willen zijn," zei ik. Niet dat ik een hekel aan Giville had, zeker niet! Beide verhalen hadden echter zo hun negatieve kanten. Ik vroeg me af waar ik dan eigenlijk liever had willen zijn: de buitenwereld, waar ik iedere keer werd aangevallen, of in Giville, waar de verschrikking van de Grote Jacht nog steeds onder de reuzen leefde.
 
Ik keek naar het water. Het deed me denken aan die ene keer dat ik bijna in de rivier was verdronken. Ik had eigenlijk een soort angst voor het water ontwikkeld, al wist ik dat ik niet zomaar kon verdrinken in het poeltje. Dat was haast onmogelijk. Ik beet zachtjes op mijn lip toen ik er toch voor koos om mijn voeten in het koude water te stoppen. Het voelde ijskoud aan, maar dat was normaal. Voordat ik me al kon verzetten vroeg Aurik iets, waardoor ik met mijn gedachten niet meer bij het water des doods zat, maar bij wat hij te vertellen had. "Avani.. Kom je weer eens terug naar Giville? De gebieden, daar wil ik meer over horen," vroeg hij. "Oh, maar natuurlijk! Ik blijf niet voor altijd in de buitenwereld, ik ga soms wel eens even terug," antwoordde ik. Eigenlijk kon hij zelf ook gaan kijken, maar ik had zo'n voorgevoel dat hij dat ook wel wilde. Als je zo geboeid naar een samenvatting kon luisteren dan wilde je het ook graag zelf zien. "Maar eigenlijk kan je het pas echt goed ontdekken als je het zelf ziet," ging ik verder. Als hij echt alles over de buitenwereld wilde weten, dan moest hij er eigenlijk naar toe gaan. Ik keek opzij, richting de bergen. Ze waren niet zo heel ver weg, dus hij kon er zo naar toe gaan als hij dat wilde. Ik vermoedde dat die broederschap waar hij het over had hem echter tegenhield. Dat snapte ik aan een kant wel. Als je eigen ouders waren vermoord dan had je natuurlijk behoefte aan steun. Om die steun dan los te laten door de bergen over te steken was dan een hele grote stap. Aan de andere kant waren ze allemaal al ouder. Ze konden eigenlijk prima voor zichzelf zorgen, dat had ik wel kunnen bewijzen in de buitenwereld. Met hier en daar een litteken, vooral bij mijn benen en voeten, was ik levend en wel teruggekeerd naar Giville. Dit was echter iets wat hij voor zichzelf moest beslissen. Ik wilde hem niet dwingen. Ik ging hem ook niet dwingen. Het enige wat ik deed was met een glimlachje mijn blik van de bergen af wenden. Mijn glimlach verdween opeens. Ik merkte dat ik nog steeds met mijn voeten in het water zat. Snel trok ik ze terug, maar aangezien ik ze al langer in het water had gehouden, kon dit natuurlijk een beetje vreemd overkomen. Snel herpakte ik me, voor hij nog zou denken dat ik een gestoorde reuzin was. Of wacht, dat dacht hij vast al. "Ik heb laatst een nare ervaring met water gehad. Bij de bevroren rivier veel verderop," verklaarde ik. Waarschijnlijk was het voor hem al wel duidelijk dat ik door het ijs was gezakt en - omdat ik natuurlijk nooit had hoeven zwemmen - bijna was verdronken. Of misschien was het niet duidelijk. Het maakte ook niet zo heel veel uit. Ik had al genoemd dat het een nare ervaring was en door het woordje 'laatst' maakte ik toch echt wel duidelijk dat het recent was. Zelfs de wond op mijn hiel was nog niet in een litteken veranderd; er zat een mooie korst op. Hierdoor prikte het soms als ik door de sneeuw liep. Het was duidelijk dat ik al een tijdje in Giville was. Ik wilde eigenlijk wel een keer terug. Ik was eigenlijk benieuwd naar hoe het nu was in de buitenwereld. Zou Fairy Tail al wat actiever zijn? Ik had een aantal vragen waar ik een antwoord op wilde. En dat kon ik eigenlijk het beste krijgen door er zelf naar toe te gaan. Net als Aurik antwoorden op zijn vragen wilde. "Zeg, ik wilde al binnenkort naar de buitenwereld gaan. Aangezien je er zo nieuwsgierig naar bent, wil je misschien mee?" Ik toverde een glimlachje op mijn gezicht, maar wat Aurik ook zou zeggen, ik zou het respecteren. Hij had voor beide zowel voor- als nadelen, dus het was voor mij nog een raadsel wat hij zou zeggen.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Aurik
Nieuweling
avatar

Aantal berichten : 12
Punten : 10

Over jouw personage
Leeftijd: 17 Jaar
Groepsleider:
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Beetje Hoop   do aug 01, 2013 10:17 pm

Ineens had de reuzin hem willen kalmeren toen hij zich een hoedje had geschrokken van de stem van de ander. Avani leek hem iets te willen kalmeren, waar Aurik zich wel degelijk voor schaamde. Het was niet fijn om van een simpele stem geschrokken te raken en dan getroost te worden door de ander, voordat jij je woordje maar ook kon doen. Het was alsof je dan met een peuter sprak die bij elk woordje dat de ander sprak in huilen kon uitbarsten. Oké, dat was een vreemde vergelijking, maar het bleef vrij beschamend. Niet dat hij haar actie voor de rest verafschuwde, hij vond het wel gul van haar dat hij hem even kalmeerde, want een ander zou hem zo in zijn gezicht uitgelachen hebben. En niemand wilde een heel verhaal vertellen over het leven op Giville met zo'n start. Avani lachte echter wel naar hem, maar niet op de wijze die hem kon weerhouden om toen der tijd zijn verhaal te starten. Integendeel, het motiveerde hem. En zodoende had hij zijn verhaal verteld met een nieuw dilemma: zijn thuis achterlaten met zijn vrienden voor de buitenwereld, of hier blijven? Nog steeds had hij er geen antwoord op gevonden. Zachtjes wreef hij over zijn linkerarm, terwijl hij zijn blik liet vallen op het poeltje dat hem met zijn rust een kalmerend effect op hem leek te hebben. Het was eigenlijk vrij simpel. Of zijn eigenbelangen zouden het van hem winnen of de gedachte dat hij aan de anderen moesten denken. Aurik kon genoeg voor-en tegenargumenten voor de twee opties verzinnen. Maar uiteindelijk vond hij wel dat als hij deze ene kans tussen zijn handen liet glippen, hij altijd hier zou vastzitten. Zijn kameraden waren namelijk al bijna volwassen en moesten leren er zelf op pad uit te kunnen gaan. Het loerende gevaar van de Hunters weerhield hem om te gaan. Wacht.. als hij nou de Hunters uitroeide? Zijn vinger gleed langs zijn wang naar het punt van zijn kin. Zo sterk was Aurik misschien niet, maar met een groep zouden ze de Hunters die hier rondliepen kunnen uitroeien, echter, met het gevaar dat er juist meer woedende Hunters erop afkwamen. Stik! Dat was geen optie. Dan kon hij echt enkel kiezen tussen het blijven in Giville of het verlaten van zijn woonplaats. Een moeilijke keuze, die hij maar niet kon maken. En Avani dan? Aurik keek haar weer aan. Zij had deze stap ooit wel genomen, maar had ze hier in Giville dan wel vrienden gehad? Dat was nog maar de vraag. Hij stelde deze vraag enkel niet uit beleefdheid. Het was nu geheel aan Avani's woorden of hij zou gaan of niet. 'Oh, maar natuurlijk! Ik blijf niet voor altijd in de buitenwereld, ik ga soms wel eens even terug,' Wacht, ze kwam werkelijk waar terug? Dit was dus toch niet zijn enige kans! Maar daarbij kon het wel zo zijn dat ze elkaar de volgende keer niet tegenkwamen, Giville was immers vrij groot. En dit had dan ook meer als een one time thing aangevoeld. Een kans.. optie.. die hij maar een keer kon nemen. Hij voelde hoe de druk op hem groter werd. 'Maar eigenlijk kan je het pas echt goed ontdekken als je het zelf ziet,' ging Avani verder. Aurik's gezicht klaarde iets op. Was dit een soort uitnodiging geweest van haar, of had hij haar zin verkeerd begrepen? In beiden gevallen werd de druk op hem wel geleidelijk minder, alsof hij diep van binnen op dat moment zijn besluit al had gemaakt. Hij ging naar de rest van Fanterria toe. De verhalen waren al vrij mooi en konden zijn nieuwsgierigheid enkel voeden. De laatste zin van Avani was doorslaggevend geweest. Aurik ging en niemand hield hem tegen! Een heerlijk gevoel ging door hem heen wat voor hem voor altijd in zijn lichaam mocht vastzitten, maar de nadelen speelden als een snelstromende rivier weer op. In een razend tempo volgden de nadelen elkaar en verdrongen zijn triomfantelijke gevoel.

Gedachten zoals dat hij zijn vrienden achterliet voor de Hunters en dat ze zelfs gedood konden worden schoten voorbij met soms een beeld bij van twee lijken, die van zijn ouders. Aurik's gezicht werd wit en hij zag hoe zijn handen ineens trilden. Zwijgend keek hij Avani's kant op die haar blik even afgewend had om haar voeten nogmaals uit het poeltje te halen. Vlug, hij moest zijn handen verbergen! Snel had hij zijn handen naast zich geplaatst en leunde er lichtjes op. Het heftige getril was nauwelijks te zien,maar Aurik voelde het wel nog. Terwijl Avani zijn kant weer begon te kijken, hoopte hij dat zijn gezicht meer kleur had gekregen. 'Ik heb laatst een nare ervaring met water gehad. Bij de bevroren rivier veel verderop,' Verklaarde Avani voor haar reactie met het poeltje. Aurik fronste kort. Waarom wilde ze dat verklaren, voor hem maakte het immers niet veel uit. Hij gaf wel toe dat haar actie eerder nu wel goed werd verklaard, maar zo vreemd was het niet voor hem. Hij had er zelfs nauwelijks opgelet, omdat hij zijn trillende handen in bedwang moest houden. Was deze Avani dan zo onzeker over een eerste indruk? Ze hoefde dat helemaal niet te zijn. Voor Aurik ging het toch gewoon om de pure binnenkant van iemand, niet de eerste indruk. Maar goed, hij had nu enkel vrij onbeleefd gereageerd met zijn frons die snel wegtrok, hij moest wel even wat beleefder reageren, op zijn manier. "Aah, de bevroren rivier. Dat is inderdaad geen pretje, maar er is wel een probleem: kan ik je dan helemaal geen 'vuurtje' meer noemen, of wel?" vroeg Aurik, zacht grinnikend. Hij had het niet eerder meegemaakt, omdat hij het altijd had vermeden, wegens het gevaar dat Avani leek te hebben beleefd. Nou, Aurik kwam er eigenlijk niet vaak,maar als hij kwam, probeerde hij aan vis te komen. Maar dan moest het voedsel wel echt schaars zijn. En dat viel enorm mee. Snel viel zijn aandacht weer op Avani die toen iets vroeg waar hij nog geen antwoord op wist, of wel? 'Zeg, ik wilde al binnenkort naar de buitenwereld gaan. Aangezien je er zo nieuwsgierig naar bent, wil je misschien mee?' vroeg Avani met een glimlach. Meende ze dat echt? Ja, hij wilde graag gaan naar de buitenwereld met al zijn gevaren en glorie! Hij wist dat zijn gezicht nu wel enorm blij had moeten uitzien voor Avani. En met een andere reus aan zijn zijde zou het reizen veiliger zijn. Maar toen stroomde de rivier weer veder met weer dezelfde nadelen. Nu wierp hij echter enorme rotsen op de rivier en liet hij de temperatuur sterk toenemen in zijn gedachten. Hij blokkeerde de stroom van nadelen, en zou gewoon deze pad nemen. Aurik was zelfstandig genoeg, net als zijn vrienden. Hij rekende op hun dat ze het verder alleen konden volhouden. In een impuls kwam hij overeind met zijn vuisten uitdagend voor zich en zijn ogen haast schitterend. "Ja, neem mij naar de rest van Fanterria's gebieden, vol met gevaren en prachtige belevenissen en wezens," Zei Aurik vrij luid , gevolgd met een grote glimlach. Dit wilde hij. En zo'n aanbod sloeg je niet over als je hem was. Zijn kameraden wensten zeker hetzelfde voor elkaar: volg je dromen en laat ze uitkomen. En nu kwam deze uit. "Wanneer vertrekken we?" Pas nu beseffend dat hij er iets te impulsief op gereageerd had, hield hij zijn arm achter zijn hoofd met een verontschuldigende uitdrukking op zijn gezicht getekend. "Sorry voor de uitbarsting, dit is gewoon een soort droom dat uitkomt, hehehe..." Zei Aurik vaag glimlachend. Misschien had hij echt te vrolijk op gereageerd en kon hij nu op zijn beurt een slechte indruk hebben gemaakt. Maar het ging om de binnenkant, toch? Nu hoopte hij dat het voor Avani hetzelfde gold. Dat zou het minder vreemd maken.
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Beetje Hoop   vr aug 02, 2013 9:22 am

De reus fronste toen ik mijn plotselinge reactie verklaarde. Was dat echt zo vreemd dan? Was ik de enige reus die ooit bijna was verdronken? Eigenlijk kon ik me daar wel iets bij voorstellen. Iedereen verdronk in zo'n situatie. Ik had mijzelf kunnen redden van de verdrinkingsdood. Ik voelde met de seconde onzekerder, aangezien hij mij met zo'n frons aankeek waardoor ik eigenlijk toch wel over mijn eigen zinnen twijfelde. Was het wel verstandig om zoiets te zeggen tegen een vreemde? Ach, verdedigen kon ik me wel, maar geruchten konden zich snel verspreiden. Ach, ik schatte Aurik niet zo in. Hij zag er niet uit als een gemeen iemand. Daarbij, hij zei opeens iets wat mij snel van gedachten veranderde. "Aah, de bevroren rivier. Dat is inderdaad geen pretje, maar er is wel een probleem: kan ik je dan helemaal geen 'vuurtje' meer noemen, of wel?" Ik glimlachte vaagjes. "Oh, dat mag wel hoor, als je dat makkelijker vindt," grapte ik. Goed dat hij er in ieder geval een grapje over kon maken. Dat maakte het hele gebeuren al wat minder erg, aangezien ik er dan om kon lachen. Opeens zag ik zijn gezicht helemaal opfleuren. Dat was door mijn voorstel dat we samen naar de buitenwereld zouden gaan in plaats van alleen. Ik had ook wel een vriendelijk gezicht, maar dat was bij lange na niet zo blij als het gezicht van hem. Het was haast alsof een lange droom eindelijk uitkwam. En dat was vast wel zo. Hij was de hele tijd bij zijn vrienden en kon ze niet loslaten wegens emotionele redenen. Dat was natuurlijk wel logisch, maar aangezien zijn vrienden ouder werden en dus zelfstandiger werden, zouden ze het juist vervelend kunnen vinden dat ze niet werden losgelaten. Ik kende die weesjes niet, maar ikzelf zou het vreselijk vinden als ik als volwassene - wat nog lang mocht duren aangezien ik nog geen relatie had - nog een vriend had die de hele tijd mij zou beschermen. Maar goed, dat was ik, dus dat was dus zeker niet als die andere weesjes. Opeens sprong Aurik op en als schrikreactie schoof ik even achteruit. Het was niet dat ik bang was. Ik schrok enkel van de plotselinge reactie. Zijn vuisten hield hij uitdagend voor zich en hij had een heel blij gezicht tevoorschijn getoverd. Ergens was het wel grappig om te zien dat iemand zo graag naar de buitenwereld wilde. "Ja, neem mij naar de rest van Fanterria's gebieden, vol met gevaren en prachtige belevenissen en wezens," riep hij haast uit met een blije glimlach op zijn gezicht. Ik lachte in mijzelf, maar mijn lichaam schokte wel van het inwendige lachen. Het zag er eigenlijk gewoon heel grappig uit, al snapte ik best dat hij heel blij kon zijn. "Wanneer vertrekken we?" Ik keek op, aangezien hij stond en ik nog steeds zat. Ik wilde al zeggen wanneer, maar toen nam hij een verontschuldigd gezicht aan, alsof hij zich schaamde voor zijn plotselinge uitbarsting. Ik vond het juist grappig. Natuurlijk was het ook een beetje apart, maar ik vond hem niet echt gestoord of iets in die zin. Uitzonderingen die voor iedereen - zeker voor de betreffende personen - duidelijk waren daar gelaten, natuurlijk. Enkele Hunters bijvoorbeeld. Alle Hunters, eigenlijk. Alle Hunters waren gestoord. Dit was geen Hunter, dat kon natuurlijk niet zo zijn. Reuzen werden niet opeens Hunters. Ik stond ook op, aangezien ik het toch een beetje vervelend vond om vanuit een zittende positie naar een staand iemand te moeten kijken. Ik wilde iets zeggen over dat hij zich niet hoefde te schamen voor wat hij had gezegd, maar toen kwam de zoveelste keer dat ik werd onderbroken. Hoeveel keren kwamen er nog?
 
"Sorry voor de uitbarsting, dit is gewoon een soort droom dat uitkomt, hehehe..." Ik schudde mijn hoofd. "Ik zou hetzelfde hebben gereageerd. Het is een droom die uitkomt en daar mag je best blij om zijn," vertelde ik hem. Waarom zou hij zich er nou voor schamen? Misschien omdat hij dacht dat ik hem dan zou uitlachen? Ik had al bewezen dat ik hem niet zomaar uitlachte. Hij deed me denken uit een jonge jongen uit ons dorpje. Hij was jonger dan mij, maar gedroeg zich een beetje als deze jongen: vriendelijk, maar toch een beetje voorzichtig, al was hij ook vaak best impulsief. De jongen moest door zijn moeder in de gaten worden gehouden, aangezien hij, een jonge - wat mensen als 4 jaar konden noemen - jongen zijnde, het heel leuk vond om buiten het dorp rond te rennen. Tegen die tijd waren er nog geen mensen geweest, aangezien ik toen ook best jong was - mensen zouden mij rond de acht jaar schatten - maar er waren genoeg andere gevaren. Hoewel hij niet echt luisterde, had hij wel een sterke wil, eentje die indruk bij iedereen maakte. Hij wist precies wat hij wilde. Zelfs naarmate hij ouder werd veranderde dat niet. Hij had sterke dromen en probeerde ze na te leven, ook al waren er nooit echt wat kansen om deze dromen na te leven. Dat wist hij. Ik keek weer naar Aurik. "Mij maakt het echt niet uit wanneer we gaan," zei ik, even in de richting van het pad kijkend. Het was best makkelijk om vanuit hier naar de buitenwereld te gaan. Het was niet zo gek ver weg. We konden er eigenlijk, relatief gezien, zo zijn. We konden daarom zelfs nu al vertrekken. "Voor mijn part kunnen we zelfs nu gaan," zei ik voordat ik er erg in had. Helaas bedacht ik me toen pas dat hij misschien zijn vrienden wel voor een laatste keer wilde zien. Nu hadden mannen daar minder vaak zin in dan vrouwen, maar misschien was Aurik wel zo gehecht aan zijn vrienden dat hij ze niet wilde missen. Een laatste keer gedag zeggen was dan wel op zijn plaats. Wat erg van mij om dat zo te zeggen! Maar aan de andere kant, ik had wel gezegd dat dat mijn mening was. Mijn mening was niet hetzelfde als zijn mening, dus als Aurik nog naar zijn vrienden wilde, kon hij dat gerust zeggen. Daarbij, als hij echt graag naar de buitenwereld wilde, dan kon hij dat gerust zeggen. Het was aan hem om te bepalen wanneer we gingen. Ik had mijn voorkeur al verteld: geen. Ik had namelijk echt geen voorkeur. Ik was er al klaar voor. Zo erg uitputtend was de reis weer niet en daarbij was er toch weer eten aan de andere kant van de bergketen, mocht dat nodig zijn. Voor mij was het niet echt nodig. Ik keek weer richting Aurik. Het was toen dat ik merkte dat het sneeuwde. Het was echter geen echt sneeuw. Het was nat sneeuw, sneeuw dat zo erg opgewarmd was dat het als regen viel. En regen was iets dat hier haast nooit voorkwam. Enkel sneeuw en soms nog wat hagel, dat was het eigenlijk. Dit kon een voorteken zijn, maar aan de andere kant was het belachelijk om zo te denken. Hoe kon opgewarmd sneeuw voor iets in de toekomst zorgen? En toch had ik dat gevoel, toen ik de natte sneeuw op mijn hoofd voelde vallen. Door de warmte smolten ze snel. Al snel hingen er dus druppels in mijn haar, iets wat nooit voorkwam in Giville. Het bevroor vaak namelijk tot ijs, want hier was het zo koud dat de sneeuw nooit smolt. Ik ademde door mijn mond uit, een ademwolkje verliet mijn mond. Het was echter zo'n normaal gezicht om ademwolkjes te zien dat ik daar eigenlijk geen aandacht aan besteedde. Ik had alleen maar aandacht voor Aurik. Aurik en zijn reactie op mijn voorstel.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Aurik
Nieuweling
avatar

Aantal berichten : 12
Punten : 10

Over jouw personage
Leeftijd: 17 Jaar
Groepsleider:
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Beetje Hoop   za aug 03, 2013 11:08 pm

Blijkbaar had Aurik Avani een beetje overdonderd met zijn spontane reactie die hij op haar aanzoek had laten zien. Hij had zich er al bij neergelegd dat zijn reactie misschien iets te veel energie had, haast impulsief zou je het ook kunnen noemen en zich er alvast voor verontschuldigd. Maar toen hij weer richting Avani had gekeken, leek het eerder een schrikreactie op zijn actie te zijn geweest dan het feit dat hij haar aanbod had geaccepteerd, ten minste, dat begreep hij uit haar houding. Hij moest toegeven dat als hij nou zat en de ander zoiets zou doen, hij ook even zou schrikken. Hij hoopte echter dat ze deze aanbod nu maar niet terug zou nemen, wegens zijn reactie, zelfs niet als grapje. Dit was namelijk bloedserieus. Met deze reuzin was hij veiliger en kon hij sneller over Fanterria als geheel leren en ze was waarschijnlijk een van de enige die naar de rest van Fanterria trok. De anderen bleven in Giville. Als hij dus veilig wilde reizen of 'veiliger', dan moest de reuzin het aanbod absoluut niet intrekken. In tegenstelling tot de anderen wilde hij zijn droom waarmaken, zonder dat iemand hem tegenwerkte en als dat al gebeurde zou hij het obstakel overwinnen. Niemand weerhield hem ervan om Fanterria te ontdekken. Dus eigenlijk, zelfs als deze reuzin door de schrik van zijn spontaniteit het aanbod zou terugtrekken, wat voor hem altijd mogelijk was, zou hij alleen reizen. Aurik moest wel toegeven dat 'Vuurtje' niet het type leek om het aanbod terug te trekken, dat had hij begrepen in de korte tijd dat hij haar had leren kennen. Daar was ze te gul en vriendelijk voor. Maar de binnenkant van Avani had hij nog niet leren kennen, dus was het gewoon het beste om zich bij de slechtste scenario te leggen. Nu pas kwam weer tot hem door dat Avani nog niet op zijn verontschuldiging had gereageerd, dus keek hij de reuzin weer aan, beseffend dat hij nog altijd stond en dat intimiderend over kon komen. Oeps, daar had hij zo net niet over nagedacht. Op het moment dat hij weer wilde gaan zitten, volgde er echter een antwoord uit Avani's kant. 'Ik zou hetzelfde hebben gereageerd. Het is een droom die uitkomt en daar mag je best blij om zijn,' zei ze nadat ze haar hoofd had geschudAurik glimlachte zacht en knikte kort naar haar. Het was inderdaad zijn droom om de gebieden te ontdekken waar hij enkel nog maar vage geruchten en verhalen had gehoord. Maar wat Avani hier ook mee liet blijken was dat haar aanbod niet was ingetrokken, waar hij de hele tijd voor had gevreesd. Deze reuzin was klaarblijkelijk ook van binnen vriendelijk en stond open voor andermans dromen. Hij had eigenlijk vrij veel geluk gehad om de reuzin eigenlijk tegen te komen, of zij hem. Als dit niet was gebeurd, had hij zeker nog lang in Giville gezeten, wie weet voor altijd, en nog steeds in de strijd gewikkeld of hij zijn vrienden kon verlaten voor zijn eigen droom of niet. En deze reuzin was verder nog eens vrij vriendelijk geweest en als haar houding slechter was geweest en hij erachter was gekomen dat ze door Fanterria reisde was hij waarschijnlijk juist niet gegaan. Zulk gedrag tolereerde hij niet, dus dan zou hij zeker tot aan zijn dood in Giville verblijven. Kortom, hij was blij dat hij Avani had ontmoet en deze ene kans had gegrepen. Zou hij haar er anders voor bedanken? Aurik trok zijn mond open,maar er kwam enkel zachtjes een woord uit;"Bedankt," Hij schaamde zich dat hij het niet luider had gezegd, maar hij had het woord niet eerder hoeven te gebruiken. Al die zeven jaar niet meer. Niemand had hem geholpen, hij hielp anderen, en het was dus vrij onwennig om het eens zelf over je mond te krijgen.

'Mij maakt het echt niet uit wanneer we gaan,' Aurik's mond viel open, waarna hij haar stilletjes aanstaarde, beseffend dat de ander niet kon begrijpen hoe blij hij was om dat te horen. Dit betekende gegarandeerd één ding: Hij kon van zijn vrienden een respectabele afscheid nemen. Hij had de tijd van de wereld, maar natuurlijk hoopte hij haast direct te vertrekken. Zijn nieuwsgierigheid was gewoon te groot en buiten een afscheid van zijn vrienden kon hij in Giville niet meer doen dan dat ene punt. Andere reuzen buiten zijn vrienden hoefden hij echt niet meer te zien, omdat de enige reuzen buiten zijn vrienden, pestkoppen en irritante volwassenen waren. En als ze zouden denken dat ze een jonge reus misten, kregen ze het vast wel te horen van zijn vrienden. Eigenlijk was alles dan geregeld. Hoewel.. Stik, dat hij er nu pas aan dacht! Zachtjes sloeg hij zijn vuist op zijn palm. Moesten ze eigenlijk voedsel meenemen, of was dat onnodig? Of misschien andere bagage? Of bedoelde Avani met haar zin ook dat ze in zulke staat direct konden vertrekken, dus zonder voedsel of andere voorwerpen? Aurik gokte toch maar dat ze direct konden gaan vertrekken. Zo overtuigend had ze geklonken, namelijk. 'Voor mijn part kunnen we zelfs nu gaan,' vervolgde Avani, alsof het een van de normaalste zaken ter wereld was. En ergens was dat ook zo. Er was een paadje dat weinig werd gebruikt, maar wel naar het meest dichtbijzijnde gebied trok. Het duurde geeneens heel lang, dus was Avani's toon logisch geweest. Maar nu wilde Aurik nog niet gaan. Eerst wilde hij het afscheid regelen wat zo kon worden geregeld. Een simpele bespreking tussen weesjes had gezorgd voor een soort alarmcode die enkel door een van hen mocht worden geroepen als er iets dringends was. En nu was het eens de tijd om dat uit te proberen, want zelf had hij deze maar een paar keer gebruikt, terwijl de anderen het tientallen keren uitschreeuwde voor kleine zaken, zoals een kleine blauwe plek of iets dergelijks. Aurik hield zijn handen al bij zijn mond, maar besefte toen nog dat het een beetje vreemd moest uitzien voor Avani. Hij kon haar beter even inlichten wat hij van plan was te doen. "Ik roep even mijn vrienden. Ik ga ze toch zeker missen en ze willen zeker weten waar ik dan zit," Zijn stem klonk gedempt, door de handen die hij nog bij zijn mond had zitten, maar het was duidelijk genoeg. Had hij echter wel haar gevraagd of hij zijn vrienden erbij mocht roepen? Nee, toch? Ach, dit zou ze vast niet erg vinden. Het hoorde allemaal bij een begin van een reis en misschien werd het al duidelijk dat hij direct wilde vertrekken en dus geen dag langer op Giville enkel wilde hopen. Hij wilde zijn dromen waarmaken. Hij hield zijn vingers weg van zijn mond en maakte een soort kommetje met zijn handen, zodat zijn stem nog luider zou klinken dan normaal, zodat zijn vrienden de code beter konden horen. "Geför hünden," Riep Aurik luid, waarna hij zijn handen weer langs zijn lichaam hield, en weer op de grond besloot te zitten. Nu enkel nog wachten, totdat ze eraan kwamen wat niet lang kon duren. Het deel waarin ze te laat komen en lui zijn hadden ze al gepasseerd met hun puberteit. Met zijn blik strak opzij gericht, wachtte hij op de verschijning van zijn vijf beste vrienden.

Het duurde een paar minuten, maar toen verscheen de eerste vriend van Aurik en stopte hij met luid gehijg voor Aurik. Hij zag dat de ander iets leek te willen zeggen, iets zoals ; 'Wat is er aan de hand?', maar hij was hem voor, zodat zijn vriend rustig de tijd kon nemen of even bijj te komen van zijn sprint naar hem toe. Aurik gaf hem een zacht schouderklopje. "We wachten eerst op de andere vier en dan krijg je het te horen," De ander knikte en plofte vermoeid neer op de grond. Dit was typisch Wesy. Hij had absoluut geen conditie, dat meende hij zelf, maar was alsnog de snelste van de groep en was net iets zwakker dan Alex qua kracht. Wesy had het namelijk eerder van zijn intelligentie, anders was het haast een kloon van Alex kunnen wezen. Ze hadden namelijk elk kort bruin haar en bruine ogen en een slank, maar relatief stevig postuur. Echter, was Alex ook impulsiever, minder slim en meer uit op de meisjes dan Wesy en hun onderlinge verschillen waren altijd direct op te merken als je met ze omging. Terwijl Wesy net pas bij gekomen was, merkte hij Avani pas op. In een bliksemflits had hij Aurik recht aangestaard met een ernstige blik. Dacht hij nou werkelijk waar da-? Kort keek Aurik hem nijdig aan. Het was niet zo. Wesy leek niet helemaal overtuigd, maar stopte wel met zijn vage gedrag. Aurik rolde even met zijn ogen. Iets beter. Op dat moment werd het woud enkel opgeschrikt door vier reuzen die allemaal ook te uitgeput om te praten arriveerde, buiten Alex, natuurlijk die Wesy gelijk een harde schouderklop gaf, waardoor hij nog maar net omviel. De twee reuzinnen ademden moeizaam, maar leken zich wel sneller te hebben hersteld dan Wesy en de oudste van hun, Anna, keek Aurik recht aan, terwijl haar lange zwarte haar en grijze ogen Aurik recht aankeken. Ze was niet al te vrolijk, net zoals haar zusje met haar iets kortere zwarte haar en minder grote lengte. 'Wat is er aan de hand, Aurik?' vroeg de laatste gearriveerde reus. "Gegroet, Rowan," Rowan was een geval apart, maar wel een aardige persoon. Hij had ook een slank postuur, en blond haar met felblauwe ogen. Vroeger was Rowan een verlegen jochie geweest, maar nu begon hij zich steeds meer als een dictator te gedragen binnen de groep en werd Aurik's vertrouwen steeds minder in hem. Maar goed, al zijn vrienden waren er en ze wilden weten wat er aan de hand was. Aurik kwam overeind, zodat hij ze op ooghoogte kon aankijken en zo zijn verhaal kon vertellen. Hij was vrij nerveus en ademde diep in en uit om het aan hun te vertellen, hopend op een goede reactie. "Ik verlaat Giville om de rest van Fanterria te ontdekken. En nee, ik zal niet er alleen naar toe reizen. Deze reuzin.." Aurik wenkte naar Avani en toen pas leek iedereen op Wesy na, haar pas op te merken. Sommigen knikten kort en de overblijvende groette haar met een lichte zwaai met hun hand. Pas toen de aandacht weer op hem geplaatst werd, vervolgde hij, maar zag wel een misvatting in hun ogen. Ze dachten dat Avani zeker zijn vriendinnetje was, wat niet zo was. Alsnog luisterden ze verder aandachtig naar wat hun vriend te zeggen had. "..Genaamd Avani zal mij begeleiden en had me verder sterker overtuigd om de reis te maken. Dus, ik wil hierbij.." Kon hij dit wel over zijn mond krijgen? Het was moeilijk, maar hij zette maar door, er was geen weg terug. ".. Afscheid van jullie nemen en de beste voor jullie wensen," Aurik stak zijn hand uit met een glimlachje op zijn gezicht getekend. Zouden ze het accepteren? Wilden ze misschien mee? Hij zou het aan horen van de reuzen die het besten voor elkaar wensten. De eerste die de hand van Aurik had vastgegrepen was zo ongebruikelijk dat hij even wit was getrokken. Het was niemand anders dan Rowan die hem toe lachte. "Het is goed hoor, we zullen je wel missen." Rowan glimlachte terug en wierp kort een blik op de rest die elk een voor een zijn hand vast hadden gegrepen en het beste voor hem wenste. Aurik kon dit wel van zijn vrienden verwachten, maar het ontroerde hem wel. Zijn ogen waren al vochtig geworden, maar hij huilde niet, maar gaf zijn vrienden snel een knuffel. Hij ging ze missen! De warme lichamen van de rest zorgden ervoor dat er geen tranen volgde. Het was niet nodig. Ze wilden hem nu niet zien janken van blijdschap. 'Janken is voor mietjes' zouden ze hem dan toeroepen, zeker Alex. Maar zo snel zijn vrienden waren gekomen, stonden ze al tegenover hem en zwaaide hem vaarwel. Met een grote glimlach zwaaide hij heftig naar hun, waarna hij de ruggen van zijn vrienden zag verdwijnen tegen de horizon. Het was tijd om te gaan. Stilletjes draaide Aurik zich om, en liep traag al richting het paadje, wachtend op Avani. Hij hield zijn hoofd iets gebogen, waarna hij warme tranen langs zijn wangen voelden glijden en de natte sneeuw van zijn gezicht afgleed. Verward stak hij zijn hand uit waar een sneeuwvlok haast direct smolt en eraf gleed. Hoe het voortbewoog, leek het haast op een traan. Zou het een soort teken zijn geweest of eerder een toeval? Hij hoopte dat het een teken was, want het kon weleens betekenen dat er nog iets huilde: Giville zelf. Die verloor een inwoner en wie weet zaten de tranen van zijn vrienden er tussen. Hij was dus een mietje, maar eigenlijk, waren ze dat allemaal. Aurik glimlachte zacht. Wat waren ze toch naïef. Traag keek Aurik om richting Avani, terwijl de natte sneeuw in zijn gezicht prikte en zijn ogen een beetje rood waren gekleurd. Het was weleens tijd om te gaan, en hij ging niet zonder Avani weg. "Laten we gaan, weg uit Giville,"
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: Beetje Hoop   

Terug naar boven Go down
 
Beetje Hoop
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1
 Soortgelijke onderwerpen
-
» Beetje winter in Groot Ammers

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Fanterria :: Fantasonia :: Giville :: Frost Forest-
Ga naar: