IndexPortalKalenderFAQZoekenGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 [E7]Diepe(re) Wonden

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Masaomi
Administrator en Carer
avatar

Aantal berichten : 699
Punten : 87

Over jouw personage
Leeftijd: 16 Years
Groepsleider: -
Relatie: Ilva♥The best proof of love is trust.

BerichtOnderwerp: [E7]Diepe(re) Wonden   vr aug 02, 2013 6:51 am

Bloed, bloed en nog eens dat rode, warme spul. Het zat overal rond dit vallei waar ik gedachteloos in verzuild was geraakt na de schok van mijn leven ervaart te hebben. Het rode spul dat wezens die op honden en katten leken hadden achtergelaten van de vele veldslagen, deed mij weinig goed. Hier waren duidelijk veel doden gevallen, misschien zelfs onnodige. De skeletten waren sterk verspreidt geraakt door de tijden heen en sommige botten staken nog maar net uit de grond. Hoewel de skeletten misschien goed verborgen waren, was dat rode spul dat minder geweest. De rotsen zaten eronder en er was zelfs nog weleens een rode druppel ervan te vinden op de grond, altijd in de buurt van een bot. Dat kwam ook niet bepaald als een verrassing, ik vroeg me enkel af hoe ik in dit stukje afgelegen gebied was gekomen. Ik stopte met lopen en wreef mijn hand door mijn blonde haren. Ik had niet dat eindje gedachteloos zitten lopen,maar ook weer wel. Ik kon het nauwelijks anders beschrijven. Mijn handen verdwenen weer in mijn broekzakken, terwijl ik voortsjokte door de vallei des Doods, of eigenlijk de 'Golden Valley'. Het gouden deel kon mij gestolen worden. Vermoeid slaakte ik een zucht, waarna ik mijn zere benen de rust gunde die ze allang hadden moeten krijgen en plofte dus neer op de grond, net naast de plek waar een hond-achtig wezen voor het laatst het licht had gezien. Ten minste, dat vermoedde ik, en het maakte er niet beter op dat zijn geest hier nog rond zou zwerven. Snel schoof ik maar opzij, vloekend dat ik nog in geesten geloofde. Het was echter ook vrij logisch om erin te geloven in de fantasiewereld waar ik meer dan een jaar in vastzat.

Een zweetdruppel baande zich een weg langs mijn gezicht, waarna ik mijn hoofd iets liet leunen op mijn arm. Ik probeerde even te begrijpen wat me hierheen had gelokt en hoe ik het tegelijk gedachteloos deed, en deels weer niet. Het begon met het feit dat ik mijn herinneringen terug had gekregen sinds ik met een jonge Zergling had gevochten. Ja, dat was de start geweest. Ik beet op mijn onderlip. Wat er toen volgde was vreselijk geweest, mentaal gezien. Tijdenlang had ik in een grot gezeten zonder een vin te verroeren, buiten het zoeken naar Fanterriaans fruit en water. De schuldgevoelens waren steeds erger geworden met de tijd tot het punt dat ik de rand van Giville had benaderd om van een klif af te springen. Maar uiteindelijk had ik het maar niet gedaan, ik zou zoveel vrienden ermee teleurstellen. Dat was echter ook het punt geweest dat ik waarschijnlijk gedachteloos de kant van Zielonylas op begon te lopen, ver van Giville vandaan. Een naar gevoel had me echter ook gekropen toen ik vanuit de top van het klif richting de Frozen River gekeken. Vanuit mijn punt kon ik al zien dat er iets gaande was, maar veel meer kreeg ik niet door. Wél had ik een reuzin erbij gezien die enorm veel op Avani leek met dat blonde haar, maar het kon net zo goed iemand anders zijn geweest .. Toch? Nou, nu begon ik weer eraan te twijfelen, want de situatie leek niet al te best. Maar het was inmiddels al verleden tijd en momenteel zat ik toch ver van Giville vandaan: Golden Valley. Het was hier niet beter dan daar, dat moest ik nageven met al dat bloed en verderf hier. Ondanks dat kon ik het vreemd genoeg uithouden op zo'n plek. Zou mijn mentale uitbarsting laatst juist ervoor hebben gezorgd dat ik kalmer was geworden en een hogere pijngrens had gekregen? Dat was natuurlijk altijd mogelijk. Licht frustrerend haalde ik mijn beiden handen door mijn haar. Ik moest het goede ervan inzien en weer de Masaomi worden die niet telkens flipte of.. een rots aanviel. Dat was een enorm beschamende actie van mij geweest, maar ook begrijpelijk. Maar goed, de oude Masaomi, maar dan heus met verbeteringen. Dat wer-herstel- was ik.

Ik kwam langzaam overeind en klopte wat stof van mijn broek af, waarna ik mijn weg verder afmaakte. Nu wist ik weer waar ik nou op weg was: Human District. Het was nog een aardig stukje, maar dat had ik voorover voor mijn doel: Sayonara weer eens zien. In zo'n staat zou ze mij wel accepteren. De vorige keer dat ze mij zag was ik vrij.. Tja, zwak. Het was beschamend geweest voor mij en Sayonara. Dat moest wel. Maar met volle moed zou ik gewoon naar een oude vriendin gaan, hopend de vragen die ik haar eerder wilde stellen ditmaal echter over mijn keel te krijgen. Het was enkel zo dat sinds ik Giville had verlaten een naar gevoel voelde in mijn onderbuik als ik haar naam in mijn gedachten opnoemde. Zachtjes wreef ik met een hand over mijn onderbuik. Had ik misschien iets verkeerds gegeten, of was ik juist nerveus? Of was er echt iets met Sayonara gebeurdt? Ach, ik kwam het wel te weten wanneer ik terugkeerde naar de Human District. Daar zouden al mijn vragen beantwoord worden. Over vragen gesproken, verderop meende ik een felzwarte wolk te zien die met de tijd enkel groter leek te worden en steeds lager hing. Dat viel niet onder de categorie 'normaliteit' hier. Ik stopte met lopen en keek stilletjes naar voren, waar het zwarte wolk zich bevond. Dit was toch niet weer een spreuk van de gevreesde heks Jellal die mij eerder in een Sfinx getoverd had? Ik snoof kort. Wat was nu weer zijn plan geweest? Het begon me wel te irriteren. Niemand stopte deze heks ook. Waren ze zo bang? Ach, wat het ook was, ik kon maar beter wegwezen: De wolk kwam echt heel snel dichterbij. Tien meter was niets en afgelegd binnen een seconde. Ik draaide me om en besloot maar weg te rennen. Er was niets wat je anders tegen zo'n wolk kon doen, maar een dode katachtige weerhield mij er verder van om nog te kunnen ontsnappen. Ik viel recht over een schedel van een katachtige en viel verderop pijnlijk neer, waardoor oude schaafwonden zich weer hadden geopend en het bloed zoals velen malen eerder druppelde op de grond. Met afschuw keek ik de wolk aan, nauwelijks drie meter van mij vandaan. Was dit het? Snel kneep ik mijn ogen dicht en greep ik de grond met alle macht vast. Was dit het einde?

Een seconde. Tien seconden. Zestig seconden. Zolang telde ik de seconden door die voorbij gingen nadat ik mij ogen gesloten had. Het was haast automatisme geworden om altijd te tellen, totdat zoiets overtrok. En met de snelheid van de wolk moest hij zeker 600 meter verderop zitten. Ik was veilig, dus. Toch? Ik deed mijn ogen open, en glimlachte zacht. Yes, de wolk was dus gepasseerd. En ik was nog oké. Maar wacht, de spreuk dan? Was ik geen Sfinx? Snel wierp ik een blik op mijn handen die nog menselijk leken, maar wel iets anders. Leek het maar zo of? Ik hield mijn handen voor me en mijn mond viel open. Ze leken smaller en kleiner. Betekende dat dat ik een peuter was geworden? Maar dat kon toch niet waar zijn? Mijn handen hadden op dezelfde plek gezeten. En wat was er eigenlijk aan de hand met dat gevoel van haar op mijn schouders. Zwijgend greep ik het en zag dat het mijn eigen haar was geweest, maar dan een stukje langer en steil. Wat was dat nou weer? Jellal had zeker zichzelf overtroffen met deze actie. Kleinere handen en lang haar. Ach, het gevaar was geweken. Stilletjes kwam ik overeind en klopte het stof van mijn kleren af, maar schrok toen mijn borstkas er .. vrouwelijker uitzag en mijn gezicht ook wat vrouwelijker aanvoelde. Nee, toch? Dit kon je niet menen. Was ik van geslacht gewisseld? Ik kneep mijn ogen tot spleetjes. Vervloekte heks. Hoe durfde je dat te doen?! "Grmpf," bracht ik uit, hoger dan ik gewend was. Man, ik wilde niet zo hoog praten, maar het leek teveel moeite om een zwaardere klank uit te brengen. Ik balde mijn kleinere vuisten. Het werd tijd om met die Jellal te praten, want net als eerder met de Sfinx, wilde ik absoluut niet de hele tijd in dezelfde staat verkeren.

===========================

And as we lie beneath the stars

We realize how small we are

If they could love like you and me

Imagine what the world could be


If everyone cared and nobody cried

If everyone loved and nobody lied

If everyone shared and swallowed their pride

Then we'd see the day when nobody died

When nobody died...



Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: [E7]Diepe(re) Wonden   vr aug 02, 2013 9:02 pm

Het was een redelijk zonnige dag, maar voor mij was dit te gek. Zweetdruppeltjes parelden op mijn voorhoofd, terwijl ik daar maar lag te liggen in Zielonylas. Voor alle wezens zou dit een gek gezicht zijn. Het was lekker warm en zeker niet benauwd. Dat vond ik echter wel. Het was niet dat ik last van mijn longen had. Ik was echter dusdanig gewend aan kou dat ik deze warmte veel te heet vond. Ik was immers net terug van Giville. Aurik was er niet. Of in ieder geval, niet bij me. Ik vroeg me af waar hij was, maar aan de andere kant was hij niet mijn huisdier, dus had ik daar niet al te veel over te zeggen. Giville begon slecht voor mij. Eerst was ik zwak en uitgehongerd. Ik was bijna verdronken en had een kennis zien sterven. Sayonara welteverstaan. Ik vroeg me heel erg af hoe ik dat aan de nabestaanden wilde vertellen, want ik wist zelf hoe moeilijk het was om het overlijden van een dierbare te verwerken. Ik hoopte maar dat ik niemand tegen zou komen die haar kende, maar helaas was er geen ontkomen aan: Masaomi leek haar, ondanks zijn toenmalige geheugenverlies, goed te kennen. Ik wilde het niet, maar Masaomi ontwijken was geen goed plan. Dan ontweek ik mijn eigen leider en dat was nooit goed. Daarbij wist ik dat ik nooit voor eeuwig iemand kon ontwijken. Later zou ik er ook spijt van hebben. Daarbij, ik was niet de enige bron. Er kon vast wel iemand anders zijn die het al had verteld. Ik zuchtte in mijzelf, terwijl ik daar maar bleef liggen. Het was alsof ik bewusteloos was, maar eigenlijk lag ik door de verschrikkelijke hitte een beetje voor pampus, aangezien ik niks kon verrichten met een brandende zon in mijn nek. Brandende zon. Vuur. Dat deed me denken aan Aurik, de reus die ik toen even later was tegengekomen. Ik had hem uitgenodigd om mee te gaan naar de buitenwereld, de landen buiten Giville. Ik had gemerkt hoe blij hij daarmee was, aangezien hij, anders dan de meeste reuzen, juist enthousiast was over de landen buiten die van ons. Verder was het een hele aardige jongen en kon ik best goed met hem opschieten. Tot nu toe dan. Ik kon er natuurlijk nooit echt achter komen hoe iemand achteraf bleek te zijn als ik die persoon pas net had ontmoet, maar ik had er een goed gevoel over. Ik bleef maar liggen. De brandende zon scheen in mijn gezicht. Ik was in Zielonylas. Daar had ik al wel het een en ander meegemaakt. Zo was ik hier ooit met Cynthia en Tonnerre geweest, terwijl wij ons tegen een stel honden moesten verdedigen. Daar was ik toen flink gewond bij geraakt en had ik ook de nodige bijwerkingen van gehad. Een litteken dat over mijn arm gleed, bijvoorbeeld. Het was geen grote en alleen als je het wist kon je het zien. Toch wist ik er wel van en kon ik er iedere dag naar kijken. Iets wat ik natuurlijk niet deed. Ik wilde niet zo graag naar oude littekens kijken. Ik was dan wel een reus, ik was alsnog een meisje. Ik was toch wel gesteld op mijn uiterlijk. Ik had echter ook andere littekens gekregen. Geestelijke. Die had ik ook onder andere in Zielonylas gekregen. De gedachte aan de hondenmoord deed mij misselijk maken. Ik had toen een roedel honden levend opgegeten. Sommige honden leden nog toen ik ze had doorgeslikt. De gedachte eraan maakte mij nog misselijker worden, maar ik wilde niet misselijk worden in een prachtig gebied als deze, waarbij de zon volop scheen en mij eigenlijk in een lui, gigantisch monster veranderde, aangezien ik zo vermoeid was door de hitte die de zon uitstraalde dat ik het eigenlijk niet meer aan kon.
 
De zon was lang niet het enige belangrijke. Ik bevond me namelijk op Golden Valley, een gebied dat vele oorlogen had gezien. Het was hier bezaaid met skeletten en lijken, maar ook met een - voor mensen - schaars materiaal. De enige reden waarom mensen hier nog zouden kijken. Ik lag hier niet voor het materiaal, dat had voor mij geen waarde en was alleen maar lastig om mee te nemen. Ik lag hier ook niet voor de oorlogen. Ik had zo veel oorlogen en gevechten in zo'n korte tijd gezien dat ik er eigenlijk best zat van was geworden. Al die gebeurtenissen en vooral die met Jellal in de hoofdrol, daar was ik helemaal flauw van. Ik had geen zin meer om een mens te worden. Wat zou er nu dan komen? Werd ik in een fee veranderd? Een wendigo? Een hunter? Ik hoopte dat er niks zou komen, maar ik kon het nooit met zekerheid zeggen. Jellal blonk uit in onvoorspelbaarheid. Het zou me niks verbazen als ik zometeen in een Aards dier zou kunnen veranderen. Of in een plant. In dat geval zou ik Jellal best terug willen pakken voor wat hij had gedaan, maar aangezien ik een plant zou zijn lukte dat niet. Dan maar een Aards dier. Een wolf misschien. Ik kende wat Aardse dieren, omdat ze eigenlijk best veel op de dieren in Giville leken, al waren de dieren van Giville natuurlijk een slag groter. Ik voelde een zacht briesje tegen mijn wang aan porren, alsof het wilde zeggen dat ik per direct deze plek moest verlaten. Ik reageerde niet. Het was gewoon lucht, bedacht ik me. Lucht was geen voorteken. Noch was regen in Giville een voorteken geweest. Of was het zo? Ach, tegen de tijd dat er wel iets zou gebeuren kon ik me daar in ieder geval niet meer mee bezig houden. Dan had ik wel belangrijkere dingen aan mijn hoofd. Het leek er op dat de wind echter gelijk had. Een kat schoot luid miauwend langs me, zo luid dat zelfs ik het had gehoord. Hierna volgden veel meer katten. Het was alsof ze op de vlucht waren. Direct renden een paar honden voorbij, maar deze zaten niet eens achter de katten aan. Het was eerder alsof ook zij aan het vluchten waren. Toen werden een paar wezens omhuld door wolkjes. Toen sloegen de alarmbellen pas echt bij me aan. Per direct stond ik op, iets wat ik misschien beter niet had kunnen doen, aangezien ik me nogal duizelig voelde door het plotselinge staan. Ik kwam voorzichtig in beweging, maar was in staat om de kleine beestjes in te halen met een simpele stap. Ik keek niet om naar de wolkjes. Dat was nergens voor nodig. Ik bewoog me wat sneller. Uiteindelijk rende ik over het gebied, weg van de plek, weg van dit hete veld. De zon stak diep in mijn nek, maar een zonnesteek was het niet. Wel liepen alle zweetdruppels over mijn voorhoofd, zodat ik een paar druppels over mijn wang voelde vallen. Hijgend kwam ik tot stilstand. Ik was in volle overtuiging dat ik nu wel veilig was. Ten eerste had ik een behoorlijk grote afstand overbrugd. Die wolken konden vast niet zo snel zijn. Daarbij waren ze klein en konden ze mij dus niet aanvallen. En wat waren die wolken eigenlijk? Zwarte magie? Maar wat deden ze dan? De honden waren nog doorgerend toen ze werden geraakt, dus het was niet alsof ze meteen stierven na aanraking. Maar wat was er dan in Rocsnaam aan de hand? Ik merkte dat mijn hart in mijn keel klopte. Ik was nerveus, wat logisch was, maar ik was er vol van overtuigd dat die wolk mij niks kon doen. Want welke wolk kon nou een gigantische reus inhalen, eentje die met zo'n rotvaart over het gebied rent dat ze alle wezens verder inhaalt?
 
Nou, deze dus. Een gigantische wolk kwam op mij af. Mijn ogen werden groot bij het zien van de grote, grauwgrijze massa. Het leek op drakenrook, maar wist instinctief dat dat alles behalve het geval was. Ik wilde wegrennen, maar kon het niet. Ik stond aan de grond vastgenageld. Dit was een van de weinige keren dat ik echt puur bang was. Als ik puur bang was kon ik me niet bewegen. Ik bevroor compleet, alsof ik een basilisk aankeek. Ik kneep mijn ogen echter wel tot spleetjes. Maar dit was toch gewoon rook? Waar moest ik dan eigenlijk bang voor zijn? Meteen kreeg ik een vurige strijd, eentje die mij zo nog het leven kon kosten als ik zo doorging. Uiteindelijk nam mijn verstand de overhand en nam ik halsoverkop de benen. Helaas had dat niet mogen baten: de rookwolk trok al lichtjes aan mijn been. Nee! Laat me los! Ik trok mijn been weg, maar alsof er een wezen in zat greep de rookwolk mijn been gewoon weer terug. "Laat me los," probeerde ik uit te roepen, maar uiteindelijk was het alleen maar afwezig gemompel. Ik was te vermoeid door de zonnesteek om nog als een normale reus verder te kunnen vechten. Ik kon niks anders doen dan opgeven. In Giville had het zich bewezen dat ik best kon vechten als ik zwak was, maar dan moest ik ook echt kwaad om iets zijn en dat was ik niet. Het was pure angst die ik nu ervaarde. Pure angst maakte me zwak en als ik dat nog bij de vermoeidheid optelde.. Opeens viel ik op de grond, waarna de wolk me tevreden omhulde. Ik probeerde me nog als een prooidier weg te wurmen, maar ik zag dat de wolk ook mijn gezichtsveld helemaal had ingenomen. Ik probeerde naar hulp te roepen, maar de wolk dempte mijn geroep. Dat was vreemd, maar aan de andere kant.. Wie zou het nou in zijn hoofd halen om zomaar naar een reus te stappen? Dat had ik al wel vaker meegemaakt. Haast iedere vriend die ik nu had, was in het begin bang voor mij. Laat staan al die andere wezens die ik nog nooit had gesproken. Het leek me sterk dat iemand mij nu nog zou kúnnen helpen. Ik kon mijzelf al niet redden in deze grijze, geheimzinnige wolk, dus waarom zou een ander wezen dat kunnen? Plus zou dat wezen ook nog grote kans lopen om zelf gevangen te worden genomen. Ik zou in zo'n situatie zeker niet helpen. Dat wist ik nu al. Ik kon al niks meer voor het slachtoffer doen, aangezien hij al gepakt was door de rookwolk. "Help," riep ik met een haast extreem hoge stem uit, maar het mocht niet baten. Zelfs mijn luidste kreten waren volledig geïsoleerd van de buitenwereld. Deze wolk had me volledig in zijn macht. Hij kon nu alles bij me doen. Ik kon toch niet meer vluchten. Ik was opgesloten. Opeens verslapte ik compleet. Ik voelde mijn hart in mijn keel kloppen. Wat was dit in Rocsnaam! Ik wilde hier weg en wel nu! Ik wilde een arm bewegen, maar dit ging maar traag en was eigenlijk compleet onmogelijk. Ik trilde. Nee wacht. Dat kon natuurlijk niet. Ik lag als een lappenpap op de grond, op Golden Valley, dé plek die heel oude oorlogen had gezien en ook waardevol voor de mens was. Voor mij was dit alles echter niet eens belangrijk. Het enige wat ik wist, was dat ik compleet verlamd was. Ik kon niks meer en voelde niks meer. Alles hing slap. Het verbaasde mij nog dat ik mijn bewustzijn had kunnen behouden, maar toen bleek dat ik te vroeg had gejuicht. Ik voelde me steeds afweziger, het was alsof ik onder narcose ging in een Aards carersgebied. Uiteindelijk had ik compleet het bewustzijn verloren en ging alles om mij heen - wat door de wolk al niet eens zo gek veel was - per direct op zwart.
 
Het was pas een tijdje later dat ik weer bijkwam. Ik voelde weer wat kracht in mijn spieren vloeien, genoeg kracht om op te staan. Even keek ik nog om me heen. Was het écht veilig? Was die wolk werkelijk weg? Ik kreunde zachtjes, maar merkte dat het een lagere kreun was dan anders. En daarbij, mijn kleding zat eigenlijk ook wat strakker! Was ik misschien groter geworden, dat ik een snelle groeispurt had ontwikkeld tijdens mijn bewusteloosheid? Ik zette me met mijn armen af en ging voorzichtig zitten. Al wist ik dat ik eigenlijk moest blijven zitten, ik had de neiging om direct op te staan. Alsof ik me niet zo druk wilde maken om de gevolgen. Alsof ik in mijn algemeen minder gevoelig was. Ik stond dus ook direct op. Als vanzelf leunde ik echter tegen een boom. Ik keek even naar mijn hand. Hij was groter, met bredere maar minder lange vingers. Even keek ik er verward naar. Wat moest dit nou weer voorstellen? Was mijn hand uit elkaar gerekt en in elkaar geduwd? Nu ik het al onderzocht, een grote last was van mijn schouders gevallen. Nu had ik het nooit echt zwaar gehad, iedere vrouw voelde wel een last op haar schouders voor een erg voor de hand liggende reden. Deze last was er echter niet. Ik voelde even, enkel om te controleren of het echt zo was, of dat ik gewoon aan het hallucineren was, wat heel goed mogelijk was aangezien ik net heel lang onder invloed van de wolk was. Het kon goed mogelijk zijn dat ik dit alles verzon en dat er dus helemaal niks van waar was. Helaas waren mijn hopen niet correct. Ik had wel degelijk een platte borstkas, die ook nog eens breder was geworden. Ik had zelfs bredere schouders, maar moest daar wel smallere heupen voor ruilen. Wat was dit nou weer? Wat was dit voor zwarte magie? Was ik in een jongen veranderd? Hah! Dat kon helemaal niet! Hoe kon ik nou in een jongen veranderen? Dat was helemaal niet mogelijk en daarbij had het geen nut. Dat Jellal hier achter kon zitten kwam echter niet in mij op. Daar was ik te verbaasd voor. En nu ik het toch al aan het onderzoeken was, merkte ik dat mijn lange haar plaats had gemaakt voor een kort, doch blond, mannenkapsel. Normaal zou ik in paniek raken en angstig rondrennen. Dat gebeurde nu totaal niet. Ik was een jongen, dus daar hoorden mannelijke hormonen bij. Een van hen was dat mannen agressiever werden als ze onder stress zaten. Ik sloeg mijn gespierde arm tegen een boom aan, die direct bij aanraking brak. Het feit dat hier nauwelijks bomen groeiden en dat ik dus een van de schaarse bomen had vermoord, ontging me even. Ik had belangrijkere dingen aan mijn hoofd. Ik kreunde geïrriteerd en zette een stap naar voren. Oh ja. Ik was ook nog wat langer, maar het was niet zo dat mijn lengte was verdubbeld. Ik was, qua mens, enkel een centimeter of 10 groter geworden. Voor een reus was dat dus niet zo veel, maar al die meters konden voor een mens extra bedreigend zijn. Mensen.. Misschien waren er nog andere wezens die hier ook last van hadden! Die honden bijvoorbeeld, wat was er met hen aan de hand? Ik kon mijzelf voor mijn hoofd slaan. Wat boeiden die vage beesten mij nou? Het waren honden. Hónden. Ik wilde mijzelf slaan, maar kon het niet. Daar had ik nog een verstand voor. Ik kon maar beter gaan zoeken naar lotgenoten, want als ik geen lotgenoten had en dus de enige was, kon deze klus nog heel moeilijk geklaard worden. Hoe zou iemand mij kunnen helpen als ik de enige was die onder invloed van deze zwarte spreuk was?
 

Opeens hoorde ik een zachte kreun die toch hoog klonk. Ik keek als een kat in de richting van het geluid. Wat was dat? Het was een kreun uit ongenoegen, had ik gehoord. Was er dan iets gebeurd met dat persoon? Ach, wat boeide mij dat? Ik schudde mijn hoofd om mijn mannelijke gedachten uit mijn hoofd te gooien. Dat boeide mij heel veel! Er zat iemand in de problemen en misschien was het nog wel een lotgenoot! Als dat laatste waar was, was ik blij. Natuurlijk niet vanwege de situatie, maar omdat ik dan niet de enige was die opeens van geslacht was veranderd. Eens zien, waar kon het geluid vandaan komen? Het was zacht geweest en het klonk ook menselijk. Het moest dus ergens in de buurt zijn geweest. Ik liep voorzichtig richting het geluid, maar kon de ouderwetse grondtrilling niet voorkomen. Al snel kwam ik een struik tegen. Door deze aan de kant te duwen zag ik al snel een meisje staan. Zij leek een beetje verbaasd met hoe ze er uit zag. Maar wacht eens even.. Dat haar.. Die ogen.. Vooral die ogen.. Was dit niet-? "Masaomi," zei ik al voor ik er erg in had. Nu zij - correctie, hij - doorhad dat ik er was, kon ik me niet blijven achter deze struik. Daarom stapte ik uit de bosjes. Ik zag er natuurlijk anders uit, maar hij kon me vooral aan mijn kleurencombinatie herkennen. Masaomi kende, naar mijn weten, maar één reus met blond haar en groene ogen. Dit was ik, Avani. Ik vroeg me echter af of ik het recht had mezelf zo nog te noemen. Avani was een typische meisjesnaam en- Ik was belachelijk bezig! Ik was nog steeds een meisje, maar in het lichaam van een jongen. En de geest van de jongen was er ook. Ik gromde uit ongenoegen met de situatie en sloeg mijn arm tegen nog een schaarse boom, waarna ik een keer brulde. "Ik ben hier echt zó verschrikkelijk zat van," riep ik gefrustreerd uit, totaal geen aandacht aan mijn volume schenkend. "Eerst mensen in wezens veranderen en andersom, toen jongens in meisjes veranderen en andersom," gromde ik wat zachter, terwijl ik wat hout greep en dat in een vuist met gemak verpulverde. Dat liet al zien hoe blij ik met de situatie was: totaal niet. Sterker nog, ik was kwaad, maar nog lang niet zo erg als in Notoko. Zo erg wilde ik het niet laten komen en hopelijk wist Masaomi dat ook. Ik snoof zacht. "Wat komt hierna, hè? Is het de leeftijden veranderen? Is het de karakters veranderen? Of is het ons veranderen in paarse bomen? Want dat lijkt me héél erg logisch," snauwde ik niemand toe. Ik zei het eigenlijk tegen niemand in het bijzonder, maar aangezien Masaomi hier als enige stond kon hij zich aangesproken voelen. "Ik.. Ach, laat ook maar," snoof ik, terwijl ik mijzelf langs de restanten van de boom naar de grond liet zakken, totdat ik uiteindelijk zat. Ik bromde zacht en keek weg. Ik was nog maar net veranderd in een jongen en kon me nu al niet meer onder controle houden. Ik probeerde mijn verstand te laten winnen, maar het was heel erg moeilijk. Ik zuchtte. "Dus jij bent ook veranderd," constateerde ik, terwijl ik mijn blik richting de jongen - correctie, het meisje - wendde. Ik begreep dat het voor Masaomi lastig moest zijn om opeens een meisje te zijn, dus ik hield me al wel stil. Als jongen was ik toch te impulsief en agressief en dat was voor niemand goed. Zelfs niet voor een jongen die opeens een meisje moest zijn. Het toch wel zwakkere geslacht met meerdere zwakheden en meer gevoel voor anderen. Daar kon je echter niet mee op Fanterria overleven. Dat was meteen ook de verklaring waarom ik eigenlijk heel veel mannelijke mensen kende. Ik keek Masaomi aan, al was ik niet echt aan het wachten op een reactie. Ik was me eigenlijk eerder aan het afvragen hoe het eigenlijk mogelijk was dat een jongen in een meisje was en andersom. En alsof ik mijn antwoord bij mijn leider kon vinden keek ik in zijn richting, stiekem toch wel een reactie afwachtend.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Tetsuo
Ervaren
avatar

Aantal berichten : 182
Punten : 36

Over jouw personage
Leeftijd: 18
Groepsleider:
Relatie: If we're fools, we're fools together. That's the kinda team I want.

BerichtOnderwerp: Re: [E7]Diepe(re) Wonden   zo aug 04, 2013 9:36 am

Hoe moest hij het verwoorden? Hij was verward. Ja, dat was de juiste emotie. Hij was helemaal in de war. Wat moest hij anders zijn? Hij leefde voor een jaar in deze vreemde dimensie die bezaaid was met mythische wezens, vond op de één of andere manier een weg terug naar huis en was uiteindelijk gestrand in een land die ver van thuis was geweest. Hij begreep geen enkele mens, want ze spraken enkel in een vreemde taal die hij niet kon plaatsen. Zelfs niet eens Engels, terwijl dat een wereldtaal was geweest. Dat was echter niet het enige vreemde aan alles. Blijkbaar stond een jaar in Fanterria gelijk aan god weet hoeveel jaren op aarde. Hij was dus als het ware in de toekomst terechtgekomen. Betekende dat dan dat hij een tijdreiziger was? Net toen hij gewend begon te raken aan zijn oude, aardse gewoontes, bevond hij zich opnieuw in de vreemde wereld vol draken en andere mythische wezens. Hij had zelfs al een heel plan uitgestippeld om terug in zijn thuisland te komen. Het enige wat hij hoefde te doen was geld verdienen en dat ging heel gemakkelijk met zijn ervaringen van stelen en andere dingen die niet door de beugel konden. Het was één van de dingen die hij had geleerd door z’n tijd in zijn eigen clan. Misschien kon hij zijn houvast dan weer terugvinden door één van zijn oude hangplekken te bezoeken, maar zelf wist hij al dat het niet meer mogelijk was. Hij was langzaam afgedreven van zijn gezond verstand en was in zijn oude patroon weggezakt. Het patroon die nog voor haar tijd was geweest. Hij wist niet eens meer zeker of hij zijn karakter nog wel kon verbergen en dat was noodzakelijk wanneer hij zijn kleine broertje weer eens tegen het lijf liep. Masaomi was één van de weinigen die hem absoluut niet zo bloeddorstig mocht zien. Daarom had hij zijn eigen clan ook verborgen gehouden voor niet alleen zijn ouders, maar ook de blonde jongen.
                                                              
Terwijl hij voorzichtig van tak naar tak probeerde te springen, waaiden zijn blauwe lokken haar mee naar achteren. Ook zijn sjaal wapperde sierlijk mee in de wind, die ontstond door zijn snelle manier van voortbeweging. Goed, het ging niet geheel soepel, maar hoe harder hij het probeerde en hoe langer hij het volhield, hoe beter hij hierin werd. Het was net alsof hij een ninja was geworden en, zonder dat een ziel dat ook maar wist, zich geluidloos voortbewoog. Zelfs al was het niet echt geluidloos. Als er één ding was waar de jongen trots op was wat betreft zijn eigen kwaliteiten, dan was het wel dat hij snel iets leerde door iets te doen. Zodra hij zich iets in zijn hoofd haalde, moest hij het gelijk uitvoeren en door blijven gaan, hoe vaak hij er ook in faalde. Alleen zo leerde hij iets. En dat was precies wat hij deed. Oké, hij was trotser op de spierkracht in zijn benen, maar dan nog. Geconcentreerd sprong hij verder, maar zijn concentratie werd algauw verbroken door een aantal vrij hard gesproken woorden. "Wat komt hierna, hè? Is het de leeftijden veranderen? Is het de karakters veranderen? Of is het ons veranderen in paarse bomen? Want dat lijkt me héél erg logisch." Terwijl hij de woorden in zich probeerde op te nemen, verloor hij zijn evenwicht en viel van de eerstvolgende tak af. Met een plof belandde hij op de grond en klemde zijn kaken op elkaar, maar het was niet genoeg om zijn gevloek te onderdrukken. “Kusa,” gromde hij in zijn moedertaal, waarna hij overeind krabbelde en zijn kleren afklopte. Waar ging dat net eigenlijk over? Paarse bomen? Hij wilde het niet echt toegeven, maar het trok enorm zijn aandacht. Nieuwsgierig. Dat was hij.
 
Tetsuo besloot zich te begeven naar de plek waar hij dacht dat het geluid vandaan was gekomen. "Dus jij bent ook veranderd," weerklonk er na een aantal tellen, wat aangaf dat hij in de buurt moest zijn en de goede kant op ging. Het werd hem al snel duidelijk waar het om ging; een mannelijke reus zat nu tegen een boom aan en daar in de buurt stond een klein, blond meisje. De jongen vernauwde zijn ogen toen hij de blondine in het vizier kreeg. Ergens kwam ze hem bekend voor, maar hij kon zijn vinger er niet opleggen. Hoewel hij normaal gesproken liever niet meer met wezens omging, hadden de woorden van de reus hem wel nieuwsgierig gemaakt. Tetsuo stapte tussen de bomen uit en liep richting de twee, zijn handen casual in zijn broekzakken gepropt en zijn mond verstopt achter zijn sjaal. De blik in zijn ogen zei niets anders dan dat hij zich verveelde. “Waar gaat dit over? ‘Veranderd’?” vroeg hij, zijn blik op de reus gericht. Hij negeerde het meisje niet, maar was eerder geïnteresseerd in het antwoord van het enorme wezen. Daardoor besefte hij ook niet dat zijn kleine broertje opnieuw een gedaantewisseling had doorstaan. Ach, alles kwam met z’n tijd, niet waar?

===========================
I'm going to work the straw
Make the sweat drip out of every pore
And I'm bleeding and I'm bleeding and I'm bleeding
Right before the Lord
All the words are going to bleed from me
And I will think no more
And the stains coming from my blood tell me go back home
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Masaomi
Administrator en Carer
avatar

Aantal berichten : 699
Punten : 87

Over jouw personage
Leeftijd: 16 Years
Groepsleider: -
Relatie: Ilva♥The best proof of love is trust.

BerichtOnderwerp: Re: [E7]Diepe(re) Wonden   di aug 06, 2013 12:20 am

'Masaomi,' Zei een vrij luide en bovendien vrij zware stem. Masaomi schrok zich een eind weg en viel bijna achterover, maar leunde op tijd iets meer op zijn benen. Stilletjes keek Masaomi richting de struiken waar het geluid vandaan was gekomen, zich afvragend wie het kon zijn. Gezien de stem zo luid had geklonken moest het een reus zijn en de enige reus die hij kende was.. "A-Avani?!" Stamelde Masaomi zonder dat hij er erg in had. Een blonde reus met vrij kort haar en felgroene ogen had zich een weg gebaand voorbij de struiken die hier en daar boven de grond uitstaken. Wat deed Avani in hemelsnaam hier en was zij... Ja, ze was ook een geslachtswisseling doorgegaan. Dit meende niet veel goeds. Niet alleen dat, hij had haar een hele poos niet meer gezien sinds het incident en vroeg zich enkel af of Avani vooral in geestelijke zin nog gezond was. Wie weet wat voor verschrikkingen zij had doorgemaakt, misschien nog heftiger dan de zijne. Masaomi had al de moed verloren om nog positief te denken na de strijd tegen de vogel. Dat was al sinds het moment dat de kitsune hem tot zeker de Human District wist te volgen en hem maar niet alleen wilde laten en steeds magerder werd. Het was moeilijk voor hem geweest om gezien zijn geestelijke toestand toen der tijd voor voedsel te zorgen, maar uiteindelijk bleef de kitsune doorleven, maar waren ze elkaar op de weg naar Giville kwijt geraakt. Het was ook rond de tijd dat de kitsune al vrij volwassen was geworden. Masaomi keek iets op, recht in de groene ogen van Avani die niet al te vrolijk terug keken. En in een flits had Avani een boom omver belazerd met een uitval met haar vuist. Masaomi's ogen werden groot en hij sloeg zijn handen voor zijn mond. Zoals hij eerder kon verwachten, was hij alsnog aardig verrast door de actie van Avani. Ze was in een slechte bui.

'Ik ben hier echt zó verschrikkelijk zat van,' Masaomi wilde al tegenspreken, maar een sterker gevoel hield hem tegen. Niet het feit dat het handig was om te zwijgen, maar de vrouwelijke geest die zijn acties blokkeerden. 'Eerst mensen in wezens veranderen en andersom, toen jongens in meisjes veranderen en andersom,' Nogmaals zweeg Masaomi, die het blik van de reuzin maar ontweek. Hij kon momenteel totaal niets uitrichten, en voelde zelfs dat zijn ledematen begonnen te trillen van angst, en helemaal toen Avani doorging met het vernielen. Masaomi vloekte binnensmonds. Zo vreselijk zwak was hij. Het volgende moment leek Avani iets gekalmeerd te zijn en liet ze zich zakken langs het deel wat nog van de boom over was. Ditmaal keek zij echter weg, waardoor Masaomi haar weer aankeek. 'Wat komt hierna, hè? Is het de leeftijden veranderen? Is het de karakters veranderen? Of is het ons veranderen in paarse bomen? Want dat lijkt me héél erg logisch,' snauwde Avani. "Vast zoiets," mompelde Masaomi veel te zacht en onzeker naar zijn smaak. 'Ik.. Ach, laat ook maar,' Kort keek Masaomi fronsend haar richting op, terwijl hij zijn armen over elkaar heen sloeg. Hij zei verder echter niets, de vrouwelijke geest liet hem dat niet toe. In plaats daarvan voelde hij zijn wangen geleidelijk warmer worden en zijn ogen vochtiger. Wacht, ging hij nou nu echt huilen? Snel draaide Masaomi zijn of haar, wat dan ook, rug toe richting Avani. Avani mocht hem niet weer zo zwak zien. Hij liet zich zakken op de grond en sloeg tegelijk met twee vuisten tegen de grond aan,maar nog zwakker dan eerst, terwijl er al een traan over zijn wangen rolde. Snel veegde hij deze weg, en knikte toen Avani vroeg of hij ook veranderd was. Kort wierp hij nog een blik over zijn ledematen die nog steeds hevig aan het trillen waren.

"Ik haat dit.. haat dit zo erg!" bracht Masaomi uit, maar vrij zachtjes doordat zijn keel dichtgedrukt aanvoelde door zijn gehuil. Het kon niet erger dan dit. Zelfs het zijn van een oma was beter dan dit. Maar goed, het was voor geen van hun beiden goed om in zulke staat te verkeren, dus herstelde hij zich en keek Avani weer recht aan. "Laten we Jellal vragen om te stoppen met zijn handelingen," Dat klonk beroerder dan normaal. Hij wilde niet 'vragen', maar eerder de halt toeroepen. Maar Avani kon het verkeerd hebben opgevat. Maar ja, ze kampten beiden met geslachts problemen. Toen pas had hij een jongen opgemerkt met stekelig blauw haar en een sjaal om zijn nek. Kende hij deze jongen niet? Wacht, was het niet..? 'Waar gaat dit over? ‘Veranderd’?' Tetsuo's stem! Kak met peren! Als zijn broer zijn broertje zo zag had hij al zijn waardigheid verloren, maar echter was hij ook blij om zijn broer na al die tijd weer terug te zien. Maar wacht, zijn broer was nog steeds in hetzelfde lichaam. Waarom was hij niet van geslacht gewisseld? Traag stak Masaomi zijn hand op als teken dat hij de vraag van zijn broer wilde beantwoorden, waarna hij het woord nam, net zo zacht en zwak als eerder. Hij deed zijn best om wel sterker te klinken, hoewel zijn rode wangen, rode ogen en lichte getril en de ravage om Avani heen genoeg verklaarde. "We zijn van geslacht gewisseld. En de reus daar is eigenlijk dus een reuzin, genaamd Avani. En ik ben eigenlijk een jongen genaamd Masaomi, dus.. ja... Waarom ben jij dan niet verandert, broer?" Stevig sloeg hij zichzelf weer tegen zijn been, hatend dat hij zo zwak overkwam. Maar goed, hoe kwam het eigenlijk dat Tetsuo absoluut nog in dezelfde lichaam zat? Had hij de wolk weten te missen, ondanks de grootte ervan of speelde iets anders een rol hierin?

===========================

And as we lie beneath the stars

We realize how small we are

If they could love like you and me

Imagine what the world could be


If everyone cared and nobody cried

If everyone loved and nobody lied

If everyone shared and swallowed their pride

Then we'd see the day when nobody died

When nobody died...



Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: [E7]Diepe(re) Wonden   wo aug 07, 2013 3:18 am

Ik merkte, diep van binnen, dat Masaomi best bang was na mijn plotselinge woedeaanval. Dat kon ik me heel goed voorstellen. Als meisje was ik ook sneller bang dan agressief. Om dan nog een groot, agressief wezen tegen te komen, werkte niet echt goed als het om rustbehoud ging. Meisjes werden nu eenmaal sneller bang dan jongens, aangezien zij het van hun gevoel en meeleven moesten hebben. Meisjes waren meer van het sociale deel, waar jongens meer van de kracht en spieren waren. Om dan nog een wezen als ik te zijn was zeker geen goede combinatie. Even vroeg ik me af hoe al die jongens zich toch rustig konden houden. Met de seconde voelde ik me steeds agressiever en ik kreeg eigenlijk steeds meer zin om een boom in elkaar te slaan, maar met mijn verstand kon ik me gelukkig nog inhouden. Mijn verstand had ik gelukkig nog, al was deze ook mannelijk geworden. Ik had niet echt veel acht meer voor gevoel, wat ik voor die grote, grijze wolk wel had. Ik snoof en verschoof me wat, terwijl ik de hele tijd niks zei. Ik had moeite met mijn lagere stem. Mijn stem was al behoorlijk laag en als ik nóg een lagere stem kreeg.. Ik was al bang dat ik onverstaanbaar was. Gelukkig had Masaomi bij überhaupt nog herkend, want wie weet wat zijn reactie dan kon zijn. Eigenlijk kon me dat niks schelen. Of ergens ook wel. Ik raakte verward van mijn eigen gedachten en bracht vermoeid mijn handen naar mijn hoofd. Ik had nog lichtelijk hoofdpijn van die wolk en dat deed me niet veel goeds. Ik merkte dat Masaomi zich opeens omdraaide en zich op de grond liet vallen. “Masaomi?” Mijn stem was veel te laag om nog verstaanbaar te zijn, maar het was vast wel duidelijk dat ik iets op een vragende manier had gesteld. Masaomi zei iets, maar eerlijk gezegd kon ik het amper verstaan. Ik keek hem even schuin aan. Wat was er? Was hij aan het huilen? Dat zou me niks verbazen. Hij was nu immers een meisje en meisjes.. Huilden nu eenmaal vaak. Dat had ik al vaak genoeg gemerkt. Ik was niet een huiltype en zelfs niet als meisje, maar ik kende genoeg meisjes die dat wel waren. Sila bijvoorbeeld, een meisje die ik lang geleden als vriendin beschouwde. Ze had een zwakke persoonlijkheid en huilde behoorlijk veel. Omdat het in Giville echter zo koud was, deed het pijn als ze huilde. Door de pijn moest ze echter nog meer huilen. Iedere keer dat er dus iets ergs gebeurde, moest ik haar er van weerhouden om te huilen, want dat kon dus heel lang doorgaan bij haar. Ik was haar echter een tijdje geleden kwijtgeraakt. Sinds ik voor het eerst in de buitenwereld was gekomen had ik haar niet meer gesproken. En dat was lang geleden. Heel lang geleden. Opeens draaide Masaomi zich om. Hoewel hij nu op Sila leek, had hij een hele goede reden om te huilen. Ik had het zeker ook gedaan als ik in zijn situatie was. Aan de andere kant had ik een innerlijke afkeer, omdat ik hem in mijn onderbewustzijn maar een mietje vond, maar ik was nog zo verstandig om dat niet te zeggen. "Laten we Jellal vragen om te stoppen met zijn handelingen," zei de jongen toen hij zich had hersteld. In eerste instantie zei ik niks. Ik kon niks zeggen. Het enige wat ik kon doen, was mijn mond van verbazing open laten vallen. Hem vrágen? Vrágen?! Dat was misschien het slechtste idee ooit! Door te vragen kwam je alleen maar nog zwakker over, vond ik. Ik snoof en schudde mijn hoofd in afkeur. Nee, daar kon ik niet in meegaan. Hoewel de jongen mijn leider was, had ik alsnog een eigen mening. Ik was niet zijn getemde griffioen. Ik was in feite ook een mens, enkel op een punt wat anders, dus had ik alsnog een redelijk verstand. Ik sloot mijn mond toen ik merkte dat het er best vreemd uit zag. Ik vond zijn hele voorstel echter al vreemd. Meende hij dat nou echt serieus of waren het gewoon de vrouwelijke hormonen? In ieder geval moest ik dit rechtzetten. Ik liet zoiets echt niet zomaar toe en zeker niet als het zo nodig was als nu.

Ik opende voorzichtig mijn mond, twijfelend over hoe ik dit moest verwoorden, maar na een korte strijd in mijzelf kwam ik er achter dat het mij eigenlijk niet eens kon schelen. En dus zei ik maar wat ik er van vond. “Masaomi,” zei ik, expres in een hogere stem, aangezien mijn stem zo verschrikkelijk laag was dat het amper verstaanbaar was. Daarom maakte ik mijn stem kunstmatig hoger, zodat ik in ieder geval verstaanbaar was. “Dat vind ik echt het slechtste idee ooit,” ging ik al echter snel verder, zonder echt aandacht aan zijn gevoelens te besteden. Hier kon ik echter nauwelijks wat aan doen. “Jellal zal zich echt niet door een lieve, zoete vraag laten afschrikken. We moeten vol tegen hem in gaan. Het liefste smijt ik hem nog tegen een boom aan,” gromde ik, merkend dat mijn stem steeds lager werd aangezien ik mijn ware gevoelens liet zien en dus geen aandacht aan mijn kunstmatige stem had geschonken. Het kwam nog echter niet op het punt van onverstaanbaarheid. Ik zuchtte een keer, maar de andere kant op, aangezien ik hem niet weg wilde blazen. Doordat ik weg had gekeken, merkte ik iemand anders op. Een jongen die mij bekend voor kwam. Hem had ik een keer gezien bij de bijeenkomst van Okami. Het blauwe, stekelige kapsel kon ik goed herkennen, evenals die sjaal. Zijn ogen stonden echter verveeld, alsof hij niks bijzonders te doen had. Was hij dan niet bang wegens de geslachtswisseling? Wacht eens even.. Toentertijd was hij ook al een jongen geweest. Hoe kon het dan dat Masaomi en ik wel slachtoffer waren en deze jongen niet? Waren wij de enige slachtoffers in heel Fanterria? Nee, dat kon gewoon niet waar zijn! Ik wilde al wat zeggen, maar toen zei de jongen wat. “Waar gaat dit over? ‘Veranderd’?” Ik knikte voor ik er erg in had. De jongen stond hier blijkbaar al een tijdje, of hij had mij al van ver gehoord, want ik wist van mijzelf al dat ik een luide stem had. Als ik dan ging schreeuwen, wat ik net had gedaan, kon mijn stem tot heel ver reiken. Net toen ik wilde antwoorden nam Masaomi het voortouw, al zag hij er niet al te zelfverzekerd uit. Dat versterkte de geloofwaardigheid wel. Er was natuurlijk immers een kans dat de jongen ons niet zou geloven. Wie zou ons immers zomaar geloven als we zeiden dat we een geslachtswisseling waren ondergaan? Ik zou mijzelf niet geloven. En het leek me dus sterk dat de jongen wel bereid was om het verhaal als waar te beschouwen. "We zijn van geslacht gewisseld. En de reus daar is eigenlijk dus een reuzin, genaamd Avani. En ik ben eigenlijk een jongen genaamd Masaomi, dus.. ja... Waarom ben jij dan niet verandert, broer?" Hierna sloeg Masaomi zich tegen zijn been, alsof hij in zichzelf teleurgesteld was. Ik keek van de een naar de ander. Waren ze broers? Ze leken niet al te veel op elkaar, als ik de geslachtswisseling dan tussen de vingers zag. Masaomi had bijvoorbeeld blond haar en deze jongen had blauw haar. Ik had opeens de neiging om op te staan, maar dat was bij nader inzien misschien niet zo’n goed idee. Daarbij, ik zat al lekker, dus waarom zou ik eigenlijk willen opstaan. Ik keek richting de nieuwe jongen. Ik had dezelfde vraag als Masaomi. Waarom was zijn broer niet veranderd en hij wel? Was het magie? Nee, dat was die wolk ook. Wat kon het dan zijn? Misschien was de jongen er niet toen dit alles was gebeurd, maar dat leek me sterk. Er was geen enkele mogelijkheid om Fanterria te verlaten. Zelfs niet via een portaal, want dat leidde toch weer tot een plek op Fanterria. En er waren geen portalen naar andere planeten, zoals de planeet van deze mensen. Ik bekeek ze nog een keer, alsof ik nog een keer zeker wilde weten dat ze broers waren, waarna ik mijn blik vestigde op de jongen, benieuwd naar zijn antwoord. Misschien had hij een manier gevonden om niet in het andere geslacht te veranderen en dat zou nuttig zijn, maar het was nog de vraag of hij dit alles zou geloven. Het was immers een behoorlijk ongeloofwaardig verhaal voor een buitenstaander.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Tetsuo
Ervaren
avatar

Aantal berichten : 182
Punten : 36

Over jouw personage
Leeftijd: 18
Groepsleider:
Relatie: If we're fools, we're fools together. That's the kinda team I want.

BerichtOnderwerp: Re: [E7]Diepe(re) Wonden   di aug 13, 2013 11:06 am

Tetsuo staarde doordringend en afwachtend naar de mannelijke reus. Normaal gesproken vertikte hij het om een wezen een vraag te stellen, maar zijn nieuwsgierigheid had het helaas van zijn voornemen gewonnen, dus stond hij nu hier, te wachten op een antwoord. Het was pas op het moment dat het andere meisje haar hand opstak, dat hij doorkreeg dat er nog ander gezelschap was. Was dit een normaal mens? Ze had een normaal postuur, vergeleken met de reus, en zag er jonger dan hem uit. Bovendien had ze blond, golvend haar en bruine ogen. Ogen die Tetsuo bekend voorkwamen. Het vreemde gevoel van net bekroop hem weer, terwijl hij zich probeerde te herinneren aan wie het meisje hem deed denken. Hij kende haar absoluut niet, want hij kon zich niet echt een jong, blond meisje herinneren. Gelukkig, of helaas, voor hem zeiden de volgende woorden van haar genoeg. "We zijn van geslacht gewisseld. En de reus daar is eigenlijk dus een reuzin, genaamd Avani. En ik ben eigenlijk een jongen genaamd Masaomi, dus.. ja... Waarom ben jij dan niet verandert, broer?" Tetsuo’s ogen werden groot van ongeloof. Het meisje… Was eigenlijk zijn kleine broertje? Verbouwereerd nam hij het meisje van top tot teen in zich op, terwijl ze zichzelf op haar been sloeg. Haar woorden waren meer dan genoeg bewijs, maar het was alsnog moeilijk om te geloven. Zijn broer… Een meisje? Onmogelijk. Of toch niet? Voorheen waren ze ook in wezens veranderd, dus van geslacht wisselen leek ook niet echt bepaald uit de kwestie. Tetsuo keek even weg, proberend te verwerken wat er zojuist was gezegd en wat hij had gezien. Vervolgens hoorde hij de vraag van Masaomi opnieuw in zijn hoofd. Tja, dat was een goede vraag. Waarom was hij geen meisje geworden? Het enige wat hij zich kon herinneren, was dat hij wakker werd in Fanterria. Op dat moment schrok hij op en keek hij terug naar zijn kleine broe- err, zusje. “Ben je ook op aarde geweest?” vroeg hij vlug. “Niet zo gek lang geleden werd ik in een portaal gezogen en belande ik terug op aarde, maar dan twintig jaar later ofzo! En niet eens thuis, maar in één of ander vreemd land!” ging hij gehaast verder, waarbij hij zijn handen uit zijn zakken had gehaald.
 
Terwijl hij pauzeerde, dacht hij opnieuw na. Had zijn tijd op aarde misschien te maken met het feit dat hij nog steeds een jongen was? Hij was Masaomi niet tegengekomen, laat staan de reus die erbij zat. Ilva en een vrouwelijke vampier waren zijn enige gezelschap geweest, maar daar was hij niet al te vrolijk van geworden. De wolvin vertrouwde hij nog enigszins, ook al had hij met tegenzin een uitzondering voor haar gemaakt, maar de ogen van die vampier had hem niet aangestaan. De manier waarop ze naar hem had gekeken straalde niets anders dan bloeddorstige lust uit en hoewel hij waarschijnlijk dezelfde blik in zijn ogen had wanneer hij een wezen tegenkwam die hem niet aanstond, vond hij haar gezelschap toch maar niets. Kon je het hem eigenlijk kwalijk nemen? Het was en bleef een vampier. Een wezen die voortleefde door bloed te drinken. Zijn bloed. Stel je voor dat ze hem te pakken had gekregen. Niet dat hij het zover had laten komen. Beseffend dat hij afdwaalde en dat hij zijn handen tot vuisten had gebald, ontspande hij zich geleidelijk. Nee, hij moest zich bedwingen. Masaomi stond tegenover hem, zelfs al was het in een ander lichaam. Tetsuo gaf het voorlopig even op met nadenken, aangezien dat niet zijn sterkste punt was, en besloot het onderwerp wat te verdraaien. “Wat belangrijker is, hoe verander je weer terug?” vroeg hij, ditmaal de reus negerend. De jongen kruiste zijn armen en probeerde terug te denken aan het hele wezen-mens fiasco. Was hij niet gewoon na een tijdje weer terugveranderd na een mens? Toentertijd had hij het eigenlijk jammer gevonden, want als weerwolf had hij veel beter kunnen vechten. Nu wist hij het echter niet meer. Had hij weerwolf willen blijven? Daar had hij zijn twijfels over. “Gewoon… Wachten?” mompelde hij opnieuw, meer tegen zichzelf dan de anderen, maar toch hard genoeg voor ze om te kunnen horen. Hij wilde zijn… Zusje helpen, maar hij wist bij god niet hoe en waar hij moest beginnen.

===========================
I'm going to work the straw
Make the sweat drip out of every pore
And I'm bleeding and I'm bleeding and I'm bleeding
Right before the Lord
All the words are going to bleed from me
And I will think no more
And the stains coming from my blood tell me go back home
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Masaomi
Administrator en Carer
avatar

Aantal berichten : 699
Punten : 87

Over jouw personage
Leeftijd: 16 Years
Groepsleider: -
Relatie: Ilva♥The best proof of love is trust.

BerichtOnderwerp: Re: [E7]Diepe(re) Wonden   do aug 15, 2013 11:25 pm

Masaomi wist dat hij niet dieper kon zinken dan hij zojuist had gedaan om Jellal te vragen met zijn spreuken te stoppen. Natuurlijk zou de magiër niet naar ze luisteren en al helemaal niet zijn spreuken afhaken. Het was natuurlijk maar een zin geweest die hij verkeerd had verwoord, of eigenlijk, verkeerd overgebracht had. Hij wilde het sterk en uitdagend laten klinken, maar zijn vrouwelijke lichaam en de bijbehorende hormonen deden er niets goeds aan. Ze verzwakte zijn worden drastisch en brachten een gevoeliger liggende boodschap over. Masaomi slaakte een zucht. Avani had er niet al te vrolijk op gereageerd wat hij kon begrijpen. Dit onderwerp lag gevoelig en ze was nu juist een jongen en daarbij waren mannelijke reuzen vrij harde kerels. Dat was ten minste wat zijn indruk was geweest bij al die keren dat hij er één was tegengekomen. Maar goed, de schade was a uitgericht en hij schaamde zich enkel meer. Zijn broer had hem namelijk opgemerkt en hij was ineens ‘het zusje’ van Tetsuo, in plaats van het broertje. En met de indruk die hij eerder had gegeven was hij zelfs een zwak en gevoelig zusje. De twee dingen waar hij al die tijd na het incident aan had gewerkt, zijn zwakte en gevoeligheid, maakten ineens helemaal niets meer uit. Al dat werk voor niets en bovendien wist hij geeneens zeker of hij lang een meisje zou blijven. Alsnog was zijn broer nog steeds mannelijk. Masaomi had er vooraf al naar zitten vragen, maar wist niet zeker welke verklaring hij hierover kon verwachten. ‘Ben je ook op aarde geweest?’ vroeg Tetsuo vrij snel. Had hij de woorden nou goed opgevangen? Het terugreizen naar de ‘Aarde’ was toch gewoon een gerucht gewees5t en geen waarheid? Masaomi was verbijsterd en nog meer door de verdere toelichting die zijn broer gaf, ’Niet zo gek lang geleden werd ik in een portaal gezogen en belande ik terug op aarde, maar dan twintig jaar later ofzo! En niet eens thuis, maar in één of ander vreemd land!’ Masaomi had zo zijn twijfels hoe hij op zulk nieuws nou moest reageren. Zijn broer had de Aarde weer bezocht, maar volgens zijn verhaal was het in de toekomst en op een andere plaats dan Japan. Dat was pas absurd. Maar als zijn verhaal klopte, en dat durfde Masaomi te geloven, bleek Tetsuo na de wolk gearriveerd te zijn op Fanterria. Dat was de reden dat hij nog hetzelfde was. Voordat Masaomi echter verder over Tetsuo’s woorden kon nadenken, wisselde hij van onderwerp. Niet helemaal, maar zijn broer doelde op iets geheel anders. En dat ene trok Masaomi’s interesse volledig.
 

‘Wat belangrijker is, hoe verander je weer terug?’ Hoe moest hij daar nou weer op reageren? De vorige keren waren de spreuken tijdelijk, maar dan volgde er snel een nieuwe. Het was tijd om actie te ondernemen tegenover Jellal die deed en niet kon laten om de bewoners van Fanterria aardig vaak te pesten. Het was vaak zo geweest dat de magiër zelf uitgeschakeld moest worden, wilde je een vloek of iets dergelijks opheffen. Dat zou nu ook zeker zo zijn. Masaomi hees zijn lichaam overeind, vastberadene dan hij hiervoor was. “Er is maar een oplossing, gezien geen van ons een magiër is. De magiër zijn leven beëindigen,” zei Masaomi luid. Hij sloeg zijn dunne armen over elkaar. Hij hield totaal niet van het doden van mensen en wezens, maar in het belang van Fanterria en die van zijn vrienden vond hij het wel waard om Fanterria te verlossen van deze griezel. Ze hadden echter zeker meerdere wezens en mensen nodig, wilde het hun lukken. Jellal had verstand van meerdere spreuken die hen op verschillende manieren konden aantasten. Maar als ze hem zouden aanpakken, wat was hun plan dan? Ze hadden namelijk een strategie nodig. Masaomi snoof zachtjes. Ze hadden eigenlijk eerst meer wezens en mensen nodig. “Misschien moeten we-“ Masaomi werd abrupt verstoord door zijn broer die zachtjes, maar luid genoeg iets zei, iets stoms. ‘Gewoon… Wachten?’ Wilde zijn sterke broer het zo allemaal oplossen, met wachten? Dat hadden ze al die tijd gedaan en ze waren niet verder gekomen. De situatie in Fanterria was zelfs verergerd! “Broer, we hebben altijd zitten wachten! Als we van deze plagerij af willen moeten we wel actie ondernemen. De meeste wezens in Fanterria wilden dat dit eindelijk stopt en hebben er echt onder geleden, zeker door het mens-wezen ramp. Het moet worden gestopt en dat kunnen we niet alleen!” De stem van Masaomi kromp een beetje in elkaar bij dat laatste, omdat hij ineens een beeld van vechtende wezens onder elkaar zag die verder niets voor ogen hadden. Hij sloeg zijn handen voor zijn mond en hij voelde haast een huilbui aankomen. Echter, hij hield zich sterk met zijn laatste mannelijke waardigheid en keek Avani en Tetsuo recht aan. “We moeten dit doen,” kwam er zachter uit dan hij verwacht had, maar hij meende het!

===========================

And as we lie beneath the stars

We realize how small we are

If they could love like you and me

Imagine what the world could be


If everyone cared and nobody cried

If everyone loved and nobody lied

If everyone shared and swallowed their pride

Then we'd see the day when nobody died

When nobody died...



Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: [E7]Diepe(re) Wonden   za aug 17, 2013 3:08 am

De jongen keek ongelovig naar Masaomi, alsof hij niet kon geloven wat hij hoorde. Ik wíst het! Hij zou het toch niet geloven, dus waarom deden we nog in Rocsnaam moeite om hem er van te overtuigen dat we toch echt van geslacht gewisseld waren? Aan de andere kant vroeg ik me nog steeds af waarom hij dan niet van geslacht was veranderd. Er moest toch iets zijn waardoor dat mogelijk was? Alsof hij mijn gedachten kon lezen vroeg de blauwharige jongen iets. “Ben je ook op aarde geweest?” Hij keek nu eerder richting Masaomi. Dat snapte ik en ik respecteerde de twee wel, maar ik zat er nog altijd bij. Ik ging hierom even wat rechter zitten en keek de twee recht aan, hoewel de blauwharige jongen nog steeds naar Masaomi gewend stond. “Niet zo gek lang geleden werd ik in een portaal gezogen en belande ik terug op aarde, maar dan twintig jaar later ofzo! En niet eens thuis, maar in één of ander vreemd land!” Ik hield mijn hoofd niet-begrijpend scheef. Zei hij nou serieus dat hij op Aarde was geweest? Ik wist dat dat de mensenplaneet was waar deze twee vandaan kwamen, maar er was toch geen enkele manier om weer terug te keren? Of wel? Ik was zelf eigenlijk wel benieuwd naar deze 'Aarde', maar aan de andere kant.. Nu ik zag dat deze mensen zo klein waren, moest de rest van hun wereld dat ook zijn. Ik, een heel groot wezen zijnde, kon met gemak hun wereld verwoesten. Ik beet even op mijn lip. Hun wereld bezoeken zat er maar even niet in. Ik werd wakker geschud door stemmen. Stemmen die van de wezentjes voor me kwamen. “Wat belangrijker is, hoe verander je weer terug?” Ik merkte dat ik hier totaal buitengesloten werd, maar veel kon ik hier niet aan doen. Tenzij ik zelf wat ging zeggen. Toen ik dat echter wilde doen was Masaomi me al voor. Verdorie, ging hij mij ook al buitensluiten? Het moest niet mooier worden! “Er is maar een oplossing, gezien geen van ons een magiër is. De magiër zijn leven beëindigen,” zei de jongen die nu in een meisje was veranderd. Ik knikte. Dat was misschien ook de beste oplossing, anders dan zijn vorige oplossing om het lief en zachtjes te vragen. Ik wilde die magiër bij zijn hoofd en lijf vastpakken en dan zijn nek omdraaien, maar waarschijnlijk had hij dan al weer een spreuk bedacht om dat tegen te gaan. Vergeleken met Hunters was Jellal vele malen irritanter. Ik gromde en wilde al wat zeggen, maar nu was zijn broer mij al voor. Wat was dit in Rocsnaam? Zat het in die verdraaide familie ofzo? ‘Gewoon… Wachten?’ Ik keek verbaasd op en kon het niet laten om wat te zeggen. "Wáchten?" Dat ene woord zat vol verontwaardiging en was daarbij behoorlijk luid uitgesproken, zelfs voor mij. De stoere jongen met zijn blauwe haar was nu net zo erg als zijn broertje, die nu een zusje was! Ik gromde uit verontwaardiging en sterke afkeur. Ik keurde dit zeker af. Wachten en vragen waren de twee dingen die we sowieso niet moesten doen bij een magiër als Jellal! De magiër dacht dan dat we zwak waren, wat hij vast nu al dacht. Welke bevolking liet zich in Rocsnaam meeslepen door de magische spreuken van een magiër? Alleen zwakke wezens en mensen konden dat laten gebeuren en dat bleek wel uit de ervaringen. Direct nadat ik weer in een reus was veranderd had ik direct een haat naar de mensen ontwikkeld, die - op uitzonderingen na - nog steeds bij mij leefde. Maar dat was natuurlijk wat die heks wilde! Chaos, haat, oorlog. Hij wilde chaos in de orde scheppen. En ik moest toegeven dat dat hem behoorlijk goed was gelukt.

“Broer, we hebben altijd zitten wachten! Als we van deze plagerij af willen moeten we wel actie ondernemen. De meeste wezens in Fanterria wilden dat dit eindelijk stopt en hebben er echt onder geleden, zeker door het mens-wezen ramp. Het moet worden gestopt en dat kunnen we niet alleen!” Ik knikte. Wel knap dat hij dit maar even bedacht had, terwijl hij daarnet nog van plan was om het heel lief te vragen. Heel even leek de jongen over te gaan op een zielige huilbui. Ik rolde al met mijn ogen, aangezien ik - of eigenlijk mijn mannelijke kant - me vreselijk irriteerde aan dit zielige gedoe, maar de jongen leek zich te kunnen herstellen. “We moeten dit doen,” zei hij, wel wat zacht, maar toch wel met een zekere zekerheid in zijn stem. Alsof hij het ook echt meende, waar ik echt niet aan twijfelde. "Als we wachten, wie weet wat zijn volgende streek zal zijn. Misschien worden we wel ouder gemaakt, of worden onze lengtes veranderd. Ik wil helemaal niet wachten tot zijn volgende streek en ik neem aan dat ik dan voor heel Fanterria spreek," sprak ik de blauwharige jongen met een kunstmatig hogere stem tegen, aangezien ik anders helemaal niet te verstaan was. "Daarbij weet ik wel zeker dat bijna heel Fanterria hier last van heeft. Ik zag net nog wat honden en katten die ook omhuld werden door die wolken. Als we nou met zijn allen Jellal gaan aanvallen, heeft hij geen schijn van kans," ging ik verder, waarna ik mijn handen over elkaar vouwde en met een serieus gezicht keek. Zelfs als meisje had ik nog nooit zo serieus als nu gekeken. Ik keek altijd wel met een zachte glimlach, of anders gewoon boos, maar dit was misschien wel mijn toppunt van serieusheid. Ik keek weer naar de blauwe jongen, aangezien ik ondertussen had weggekeken. Hij was op Aarde geweest, maar waren er dan ook anderen bij geweest? Misschien was hij de enige. Dat zou belangrijk voor onze tactiek kunnen zijn. Of in ieder geval, de tactiek die nog gemaakt moest worden. Er was nog geen tactiek verzonnen. Ergens was dat ook volkomen logisch. Twee van ons waren net uit een periode van bewusteloosheid gekomen en de ander had eindelijk een familielid teruggevonden. Ik zat hier echter maar een beetje te kijken. Ik had er wel respect voor dat de broers blij waren om elkaar te zien, maar alsnog schoten we niks op met dat emotionele gedoe. Daarom wilde ik snel over op de oplossing, zodat we zo snel mogelijk van dit hele gedoe af konden komen. Ik had namelijk helemaal geen zin om nog langer een jongen te blijven. "Toen jij op Aarde was, waren er toen ook anderen bij je? Of was je de enige daar?" Ik keek hem even schuin aan. Voor eens vloog mijn blonde, golvende haar niet meer voor mijn gezicht. Ik had een kort kapsel gekregen na de geslachtswisseling, anders dan het lange, blonde haar wat ik eerst had. Dat was misschien het enige voordeel aan dit lichaam. Ik was wel sterker, maar tegen de prijs dat ik het nauwelijks onder controle kon houden. Ik wilde dan toch liever controle over minder kracht, dan geen controle over meer kracht. Bij deze wisseling kwamen de meisjes er echter beter uit dan de jongens, aangezien de meisjes nu veel sterker waren en minder zwakke plekken hadden. Er waren ook nadelen, maar gelukkig had ik mijn gezonde verstand nog. Zoals geduld hebben. Nog altijd kon ik netjes op een antwoord wachten, al merkte ik aan mijzelf dat mijn geduld langzaamaan opraakte. Dit liet ik echter niet zien. Mijn houding zag er namelijk rustig uit, evenals mijn blik. Hoewel dat zeldzaam was in situaties als deze, was het zeker nodig. Anders schoten we nooit op.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Tetsuo
Ervaren
avatar

Aantal berichten : 182
Punten : 36

Over jouw personage
Leeftijd: 18
Groepsleider:
Relatie: If we're fools, we're fools together. That's the kinda team I want.

BerichtOnderwerp: Re: [E7]Diepe(re) Wonden   wo aug 21, 2013 12:53 am

Reactie op zijn eerder gestelde vraag kreeg hij niet. Was Masaomi nu wel of niet op aarde geweest? Aan zijn gezichtsuitdrukking te zien was hij verrast, dus was de kans dat de hij op aarde was geweest vrij klein. Minuscuul, eigenlijk. Tetsuo fronste licht, maar ergens vond hij het ook wel begrijpelijk. Als ineens alle inwoners van Fanterria naar de aarde waren geteleporteerd, dan had die er wel minder… Aards uitgezien. Pas bij z’n volgende vraag kreeg de blauwharige jongen een antwoord van zijn kleine broertje. “Er is maar een oplossing, gezien geen van ons een magiër is. De magiër zijn leven beëindigen,” sprak deze. Met een lichte frons keek hij lichtelijk verward naar de blonde j- euh, meisje. Magiër? Waar ging dit over? Hij moest toegeven dat het inderdaad vreemd was geweest dat lichamen plots veranderden, maar hij had er eigenlijk nooit aan gedacht dat dit het werk van een magiër was geweest. Dus die leefden hier ook, huh? Bah. Wezens die zich verschuilden achter een mensengezicht. Om nog maar te zwijgen wat die magiër wel niet allemaal op z’n kerfstok had staan, buiten het veranderen van zijn kleine broertje naar een klein zusje. Hij hoorde dat de reus zijn woorden herhaalde, merkend dat hij of zij het er niet mee eens was. Niet dat het hem veel kon schelen wat een wezen vond, maar toen zelfs zijn broertje ertegen inging, begon hij enorm te twijfelen. “Broer, we hebben altijd zitten wachten! Als we van deze plagerij af willen moeten we wel actie ondernemen. De meeste wezens in Fanterria wilden dat dit eindelijk stopt en hebben er echt onder geleden, zeker door het mens-wezen ramp. Het moet worden gestopt en dat kunnen we niet alleen!” protesteerde Masaomi toen hij het over wachten had. Tetsuo keek even weg. Hij had het niet als een laffe daad bedoeld. Dat nooit niet. Hij zou zich niet zomaar gewonnen geven zelfs al kon hij amper nog vechten. Het was eerder een twijfelend voorstel geweest, omdat de vorige gedaantewisseling ook na een tijdje was uitgewerkt. Hij zag geen verschil tussen de vorige en deze, zeker niet nu hij wist dat dezelfde magiër dit geflikt had.
 
"Als we wachten, wie weet wat zijn volgende streek zal zijn. Misschien worden we wel ouder gemaakt, of worden onze lengtes veranderd. Ik wil helemaal niet wachten tot zijn volgende streek en ik neem aan dat ik dan voor heel Fanterria spreek," begon nu de reus aan een uitleg. De jongen wilde met zijn ogen rollen en zeggen dat hij dit niet wilde horen, maar hij moest toegeven dat de reus gelijk had. Ondanks dat hij z’n woorden niet zo bedoeld had als dat zij het hadden opgevat, moest hij ook toegeven dat hij behoorlijk stom was geweest door het überhaupt voor te stellen. Terwijl de reus nog een aantal woorden sprak, nam hij de conclusie dat hij die magiër weleens wilde ontmoeten om een ‘gesprekje’ met hem te voeren. “Ach zo,” mompelde hij nadat de reus was uitgesproken. Hij balde zijn handen opnieuw tot vuisten, terwijl een kwade frons op z’n voorhoofd verscheen. “Een magiër, was het?” Een lichte grijns verscheen langzaam op z’n gezicht, terwijl de eerder genoemde acties nog steeds zichtbaar waren. “Ik wil best wel even met hem praten,” vervolgde hij, waarna hij zijn handen naar elkaar toebracht en zijn knokkels begon te kraken. Die idioot zou spijt krijgen van z’n daden. Zeker omdat hij Masaomi zoiets niet één, maar twee keer had aangedaan. Dat kon hij die persoon niet vergeven. Dat zou hij die persoon nooit vergeven.  "Toen jij op Aarde was, waren er toen ook anderen bij je? Of was je de enige daar?" vroeg de reus plots. Tetsuo keek op en was even in tweestrijd of hij daar wel antwoord op wilde geven. Het kon echter belangrijke informatie zijn voor alles wat gaande was. “Ik weet niet hoeveel anderen er op de aarde zijn geweest en of we allemaal terug zijn gekomen, maar ik kwam twee andere wezens tegen. Een vampier en een weerwolvin die in een gewone wolvin was veranderd,” antwoordde hij maar. Vervolgens richtte hij zijn blik weer op Masaomi, wetend dat die wolvin een vriendin van hem was. “Die wolvin was Ilva,” sprak hij tegen hem. Op die manier wist zijn broertje dat zij ook weer veilig was, ondanks dat Tetsuo niet wist of ze het heelhuids terug heeft gebracht tot Fanterria. Nadat hij antwoord had gegeven, keek hij van Masaomi naar de reus. “Jullie hebben zeker geen idee waar ik die gast kan vinden?” vroeg hij uiteindelijk, terwijl zijn rechterhand op de hilt van zijn katana rustte en de ander ontspannen naast zijn lichaam liet hangen. Genoeg gekletst. Hij wilde informatie, zodat hij actie kon ondernemen, want dat was wat hij werkelijk wilde. Actie.

===========================
I'm going to work the straw
Make the sweat drip out of every pore
And I'm bleeding and I'm bleeding and I'm bleeding
Right before the Lord
All the words are going to bleed from me
And I will think no more
And the stains coming from my blood tell me go back home
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Masaomi
Administrator en Carer
avatar

Aantal berichten : 699
Punten : 87

Over jouw personage
Leeftijd: 16 Years
Groepsleider: -
Relatie: Ilva♥The best proof of love is trust.

BerichtOnderwerp: Re: [E7]Diepe(re) Wonden   vr aug 23, 2013 9:45 am

Masaomi keek op toen Avani het woord weer had genomen na een tijdje stil te zijn geweest. Dat was vrij apart, maar hij luisterde al naar wat ze te zeggen had. "Als we wachten, wie weet wat zijn volgende streek zal zijn. Misschien worden we wel ouder gemaakt, of worden onze lengtes veranderd. Ik wil helemaal niet wachten tot zijn volgende streek en ik neem aan dat ik dan voor heel Fanterria spreek," zei Avani. Het was tegen Tetsuo bedoeld, maar Masaomi schonk er toch aandacht aan. Hiermee bevestigde Avani wat hij eerder al tegen zijn broer al had zitten zeggen. Het was echter bizar dat zijn broer zelfs maar over dacht te zitten 'wachten', terwijl hij juist van de actie was geweest. Masaomi hield er niet van o- nee, dat was te lief- hij verafschuwde het om de levens van anderen te beroven, maar het leek erop dat ze enkel dit konden doen. En Tetsuo was er beter op gericht dan hem. Terwijl Masaomi een blik op Tetsuo wierp zag hij in een flits de houding van zijn broer veranderen. Zijn handen vormden vuisten en een diepe frons kwam op zijn voorhoofd te staan. Dat voorspelde niets goeds, maar nu konden ze deze woede gebruiken in de strijd. Terwijl hij zich op Avani probeerde te concentreren, hoorde hij Tetsuo iets mompelen. 'Daarbij weet ik wel zeker dat bijna heel Fanterria hier last van heeft. Ik zag net nog wat honden en katten die ook omhuld werden door die wolken. Als we nou met zijn allen Jellal gaan aanvallen, heeft hij geen schijn van kans,'vervolgde Avani. Masaomi knikte, maar wist dat ze haar punt had gemaakt. Tetsuo begreep het al een ogenblik terug al en reageerde snel, 'Ik wil best wel even met hem praten,' begon Tetsuo, waarna hij uitdagend zijn knokkels liet kraken. Hij hoopte maar dat Tetsuo niet ter plekke zou uitbarsten. Dat was namelijk ook niet de bedeling geweest. 'Toen jij op Aarde was, waren er toen ook anderen bij je? Of was je de enige daar?' vroeg Avani vrij plotseling. Masaomi beet op zijn onderlip. De aarde met hun bezorgde familie die hij niet wilde bezoeken, omdat hij niet in het gerucht had geloofd. Wat was het een stomme keuze geweest, maar hij kon zeker niet meer terug. De portalen waren zeker al dicht nu zijn broer terug was. Zelfs als hij het kon, zou het niet lukken. De portalen schenen naar diverse uithoeken van de aarde in de toekomst te gaan. Geen oplossing. 

Maar goed, ook Masaomi was  benieuwd naar zijn broer's antwoord op de vraag die Avani gesteld had. Waren er meerdere portalen geweest en ook meerdere wezens die opgezogen waren? 'Ik weet niet hoeveel anderen er op de aarde zijn geweest en of we allemaal terug zijn gekomen, maar ik kwam twee andere wezens tegen. Een vampier en een weerwolvin die in een gewone wolvin was veranderd,' Masaomi's ogen werden even groot van  verbazing toen Tetsuo over en wolvin begon. Doelde Tetsuo op de weerwolvin, Ilva? Tetsuo liet zijn blik vallen op hem, waarmee zijn vermoedens verduidelijkt werden. 'Die wolvin was Ilva,' Het was Ilva geweest! Er was ook een vampier bij geweest, dus meerdere wezens werden opgeslokt. Er moesten dus zeker meerdere portalen zijn geweest, wilden de drie arriveren bij dezelfde locatie. Een portaal was namelijk enorm instabiel en zou zeker maar een persoon of wezen per keer kunnen vervoeren. Masaomi keek bedenkelijk richting Avani en liet zijn theorie maar horen. "Waarschijnlijk waren het meerdere portalen, omdat een portaal meestal maar één mens of wezen kan vervoeren en als deze 'sterker' was, zouden Ilva, Tetsuo en de vampier elkaar net voor de portaal zien hebben staan, maar dat lijkt me niet zo. Dus, waren er meerdere portalen en wie weet naar meerdere plekken van de Aarde," zei Masaomi, waarna Tetsuo het gesprek naar een ander niveau optilde. 'Jullie hebben zeker geen idee waar ik die gast kan vinden?' Masaomi schudde zijn hoofd van niet. Dat wist hij helaas niet, maar het meest logische zou in het midden van Fanterria zijn waar hij zijn spreuk het effectiefst over heel Fanterria had kunnen verspreiden. Maar waar was het midden dan? Je kon op basis van gebieden gaan, maar een exacte locatie was handiger. Zelfs een wezen zou het moeilijk aan kunnen wijzen, maar Masaomi waagde een gok. "Wat is de exacte locatie van het centrum van Fanterria?" vroeg Masaomi in het algemeen, terwijl hij nadenkend zijn blik op het luchtruim wierp. Hoe zouden ze daar trouwens komen? Per griffioen? Masaomi slaakte zachtjes een zucht. Dat leek hem het beste. Nu maar hopen dat de Griffioen hem zou herkennen als Masaomi en niet als een meisje.




OOC: BAGGER! D:

===========================

And as we lie beneath the stars

We realize how small we are

If they could love like you and me

Imagine what the world could be


If everyone cared and nobody cried

If everyone loved and nobody lied

If everyone shared and swallowed their pride

Then we'd see the day when nobody died

When nobody died...



Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: [E7]Diepe(re) Wonden   do aug 29, 2013 9:46 am

“Ach zo,” zei de jongen toen ik mijn mening had verteld. Ik had al vrij snel door dat hij eigenlijk geen acht aan mijn mening schonk, maar eerder aan die van Masaomi. Dat vond ik ergens niet erg, want daar waren ze broers voor. Ik zou precies hetzelfde reageren als ik een van mijn broers of zussen weer tegen zou komen. Aan de andere kant bekroop een naar gevoel me. Ik had het gevoel dat ik genegeerd werd omdat ik een wezen was. En dat stond mij niet echt aan. Ik wilde hier al wat van zeggen, maar besefte me dat ik helemaal geen bewijs van zijn discriminatie had. Hoewel ik een jongen was, had ik nog steeds wel verstand. Ik wist dat het beter was om er niks over te zeggen, hoewel ik het er duidelijk niet mee eens was. De jongen kreeg een kwade uitdrukking op zijn gezicht en balde zijn vuisten. “Een magiër, was het?” De jongen toverde een grijns op zijn gezicht. “Ik wil best wel even met hem praten,” ging hij verder, terwijl hij zijn knokkels even kraakte. Dat was geen goed idee. Ik vond het wel goed dat hij het met ons eens was, maar hij kon zeker niet in zijn eentje naar Jellal toe! Dat was zeker een van de slechtste ideeën die er maar bestonden. Zelfs ik kon niet van Jellal winnen, ook al was ik groter en sterker dan de magiër. De blauwharige jongen keek op toen ik mijn volgende vraag had gesteld. Hij zei even niks. Misschien twijfelde hij over zijn antwoord. “Ik weet niet hoeveel anderen er op de aarde zijn geweest en of we allemaal terug zijn gekomen, maar ik kwam twee andere wezens tegen. Een vampier en een weerwolvin die in een gewone wolvin was veranderd,” vertelde hij. Ik knikte geïnteresseerd. Er waren dus andere wezens. Ik vroeg me af of het ook bekenden waren. Ik hoopte niet dat die vampier Moka was, want als dat zo was, dan wilde ik ook wel even met haar gaan praten. “Die wolvin was Ilva,” zei de jongen, al was dat meer tegen Masaomi dan tegen mij. Ik hief mijn wenkbrauwen uit verbazing op. Was dat Ilva geweest? Wauw. Voordat ik er meer over kon denken ging het gesprek al in rap tempo verder. "Waarschijnlijk waren het meerdere portalen, omdat een portaal meestal maar één mens of wezen kan vervoeren en als deze 'sterker' was, zouden Ilva, Tetsuo en de vampier elkaar net voor de portaal zien hebben staan, maar dat lijkt me niet zo. Dus, waren er meerdere portalen en wie weet naar meerdere plekken van de Aarde," zei Masaomi. Ik kon niet meedoen in dit gesprek. Ik had nog nooit een van die portalen gezien en had ook nog nooit de zuigende kracht van een portaal gevoeld. Ergens was ik er wel benieuwd naar. Ik wilde graag een keer de Aarde zien, ondanks dat ik er eigenlijk veel te groot voor was en dus hun hele wereld kon slopen. Hoe groot waren de dorpjes eigenlijk? Feit was wel dat ik hun dorpjes met gemak kon vernielen. Iets wat ik niet wilde, maar waarvan ik wist dat andere reuzen dat geweldig vonden. Dit waren echter mensenhaters en hielden er van om macht te hebben. Nu vond ik dat ook niet verkeerd, maar ik wilde niet macht gaan opeisen door waardevolle spullen te vernielen. Daarbij waren de meeste mensen heel erg bang voor reuzen en dan vooral om hun kracht en grootte. Als iemand bang voor een sterker iets was, zou deze eerder geneigd zijn om bevelen op te volgen. Door hier simpelweg te zitten kon ik al macht opeisen, maar dat deed ik niet. Dat was onnodig en het paste ook totaal niet bij de situatie waar we in zaten.
 
Opeens kreeg het gesprek een andere wending. “Jullie hebben zeker geen idee waar ik die gast kan vinden?” Ik schudde mijn hoofd. En dat was de waarheid. Ik had geen idee waar Jellal was. Hij kon misschien in een grot zitten ter bescherming, maar die grotten konden overal zitten. Van Volacia tot Giville, overal waren grotten. Ik haalde nog even mijn schouders op, ter bevestiging dat ik me afvroeg waar hij in Rocsnaam kon zitten. Even vroeg ik me af waarom hij dat wilde weten. Wilde hij nu al naar Jellal toe gaan? We hadden nog niet eens een tactiek! Aan de andere kant, het was wel handig om te weten waar de magiër was, dan konden we een betere tactiek verzinnen. "Wat is de exacte locatie van het centrum van Fanterria?" Ik keek richting Masaomi. Dacht hij dan dat Jellal in het midden van Fanterria zat? Wel logisch gedacht natuurlijk. Hij moest immers heel Fantasonia in zijn macht krijgen en dat ging het gemakkelijkste door een centraal punt te nemen. Het probleem was dat er geen kaarten van Fantasonia, laat staan Fanterria bestonden. Niemand wist waar het midden was, behalve de Roc natuurlijk. Ik wilde echter wel een gokje wagen. "Ik zou Horroria nog het meest logisch vinden," antwoordde ik, met een vinger in een bepaalde richting wijzend. "Dat is niet zo ver hier vandaan," ging ik verder, waarna ik mijn arm weer terug trok. Horroria was zo'n beetje het enige land dat niet aan de zee lag, dus dan moest het toch wel een centraal punt zijn? Ik snoof. Ik kreeg niet echt het gevoel dat we een beetje opschoten. Ik keek beide aan. "Als we op jullie tempo gaan lopen, zal het vast heel lang gaan duren. Hebben jullie een getemd wezen of moet ik jullie meenemen?" Hoewel ik nu een mannelijke reus was - iets wat veel gevaarlijker dan een vrouwelijke was - kon ik er best goed voor zorgen dat ze veilig waren. Aan de andere kant waren er best veel risico's en dan vooral het gevaar dat ik te onvoorzichtig met deze kwetsbare wezentjes zou zijn, nu ik een jongen was. Daarbij wilde de blauwharige jongen vast niks met wezens te maken hebben en Masaomi had al een griffioen getemd. Ik stond voorzichtig op, maar dat veranderde natuurlijk niks aan het beeld dat de ander had: het bleef een groot en gevaarlijk monster dat nu nog groter en dus nog gevaarlijker overkwam. Ik had een hele dreigende houding zonder deze aan te nemen. Deze gedachte was vaak stressvol, omdat ik vaak met wezentjes als deze twee mensen omging. Hoewel ik daar normaal een beetje zielig om zou doen, omdat ik anders met mijn vrienden moest omgaan dan wanneer ik een soortgenoot was, was het dit keer een reden om agressief te worden. Het uitte zich eerder in ongeduldigheid, al had ik echt de neiging om een van de bomen in elkaar te slaan. De ongeduldigheid liet zich duidelijk zien door trillende handen en ander redelijk onrustig gedrag. "Jellal gaat hier echt zo veel spijt van krijgen," gromde ik haast onverstaanbaar. Mijn trillende handen balden zich tot vuisten, die al snel in een boom zaten geramd. De boom kraakte nog wat na, waarna hij uiteindelijk in elkaar stortte. Het was alsof ik mijn frustraties van Jellal wilde afreageren op een boom. Een van de weinige bomen in dit gebied. Het was pas toen dat ik de omgeving om me heen wat beter begon te zien. Overal lagen lijken en skeletten. Bovenal was het echt verschrikkelijk warm. Voor de mensen vast niet, maar voor een wezen die altijd in de kou had geleefd was de warmte niet te harden. Terwijl ik wat zweet van mijn voorhoofd af veegde, wachtte ik een reactie af, al wilde ik niet al te lang wachten.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Tetsuo
Ervaren
avatar

Aantal berichten : 182
Punten : 36

Over jouw personage
Leeftijd: 18
Groepsleider:
Relatie: If we're fools, we're fools together. That's the kinda team I want.

BerichtOnderwerp: Re: [E7]Diepe(re) Wonden   zo sep 08, 2013 5:21 am

Tetsuo’s geduld raakte langzaam op, maar hij behield zijn fatsoen en bleef deelnemer van dit gesprek. Vooral omdat hij de locatie van zijn doelwit niet wist en er zelf niet echt achter kon komen. Hij kende die hele Jellal niet, had hem nooit ontmoet en dat zou waarschijnlijk ook nog wel even zo blijven. Dat was maar goed ook. Voor de magiër dan. Tetsuo wist dat hij af en toe te hard van stapel liep. Dat hij teveel van zijn kracht verwachtte. Dat hij zichzelf overschatte. Maar op een moment als deze kon hij niet stil blijven zitten. Hij kon niet ‘wachten’, zoals hij daarnet doodleuk had gezegd. Iemand had zijn broertje als doelwit gekozen en dat kon hij niet zomaar uit zijn vingers laten wegglippen. Zo waren oudere broers niet. "Waarschijnlijk waren het meerdere portalen, omdat een portaal meestal maar één mens of wezen kan vervoeren en als deze 'sterker' was, zouden Ilva, Tetsuo en de vampier elkaar net voor de portaal zien hebben staan, maar dat lijkt me niet zo. Dus, waren er meerdere portalen en wie weet naar meerdere plekken van de Aarde," hoorde hij de blondine vertellen. Ah, dit ging nog over zijn reis naar de aarde. Zoveel boeiends was daar niet gebeurd. Hij kwam er aan, leerde over de situatie en paste zich aan. Bovendien had hij nog nieuwe aanwinsten daar gekregen; namelijk zijn mes en katana. Hoewel zijn katana toen nog bot was, had hij een manier weten te vinden om die te slijpen en had hij nu meerdere manieren om zich te beschermen en te weren tegen de wezens. De blauwharige jongen grijnsde bij de gedachte dat zijn eerste slachtoffer de magiër zou zijn. Hij zou op het moment niets liever dan de katana in zijn vlees willen duwen, hopend dat het alleen maar pijn bezorgde bij zijn doelwit. Nee, Jellal kwam er niet zomaar vanaf als Tetsuo hem bij zijn kraag zou weten te vatten. “Als jij het zegt, broertje,” reageerde de jongen, niet wetend wat hij aan Masaomi’s uitleg zou moeten toevoegen. Hij was niet de slimste en dat wist de jongste ook wel. Hij liet zijn spierkracht voor hem spreken en liet het denkwerk liever aan anderen over. Hierdoor kon hij zich ook gemakkelijker aan bepaalde situaties aanpassen, omdat hij er niet veel aandacht aan schonk.
 
Vanuit zijn ooghoeken zag Tetsuo dat de reus en Masaomi hun hoofd schudden. Ze wilden de magiër wel uitschakelen, maar wisten niet waar deze zich bevond? Het begon al lekker. Gelukkig wist de jonge Kida daar wel al antwoord op; hij vroeg namelijk naar het middelpunt van Fanterria. Hij had dus al een vermoeden, of niet? Tetsuo keek glimlachend naar zijn kleine broertje. Zelfs al had hij het mis, hij vertrouwde erop dat Masaomi er wel wat op kon verzinnen. En waar hij tekort aankwam, daar schoot Tetsuo hem wel weer te hulp. Zo hoorde dat immers te gaan tussen broers en zussen, niet waar? Wetend dat het niet aan hem werd gevraagd, hield hij zich stil en luisterde naar het antwoord van de reus. Hoe erg hij er ook op tegen was, momenteel hadden ze wel zijn hulp nodig. "Ik zou Horroria nog het meest logisch vinden. Dat is niet zo ver hier vandaan." Zijn groene ogen volgden de priemende vinger van Avani, die een bepaalde richting op wees toen hij zijn antwoord gaf. Die kant op, dus? De reus maakte nog een opmerking, die hem eigenlijk helemaal niet beviel. Noemde Avani hem nou langzaam? Snuivend keek hij weg. Bah, hij was helemaal niet langzaam. Zijn snelheid en uithoudingsvermogen lagen hoger dan die van de gemiddelde mens. Natuurlijk zou hij zo’n afstand niet kunnen afleggen op steeds hetzelfde tempo, dat wist hij ook wel, maar zo’n opmerking had voor hem niet gehoeven. Hij liep nog liever dan dat hij hulp kreeg van de reus. Helaas lag de situatie nu anders en hij wilde wel heel graag zo snel mogelijk bij Jellal zijn. Tetsuo propten zijn handen in zijn zakken, schopte tegen een ronddwalend steentje en gromde lichtjes. “Ik heb geen getemd wezen en die afstand overbruggen is teveel voor me,” gaf hij uiteindelijk toe. Om hulp vragen deed hij echter niet. Daar was hij niet alleen te hardhoofdig voor, maar viel ook nog niet eens onder zijn principes. De blauwharige jongen negeerde de plotselinge uitbarsting van de reus, hoewel hij de boom toch even in zijn vizier kreeg en volgde. De kracht die Avani net liet zien was immens. Een kracht die hij graag zou willen hebben, maar waarvan het tot noch toe onmogelijk was gebleken om te verkrijgen. Dat kon zijn lichaam niet aan. Zijn spieren stonden niet op zo’n kracht ingesteld. En dat idee frustreerde hem alleen maar meer. Hij haalde zijn rechterhand uit zijn broekzak vandaan en legde zijn vingers op de sjaal die op zijn nek heen zat gewikkeld. De uiteindes hiervan dansten sierlijk in de wind. Met zijn andere hand hield hij het mes in zijn zak vast en speelde ermee, maar haalde hem niet tevoorschijn. Nee, dat mes moest nog even geheim blijven. Tenminste, totdat ze Jellal hadden bereikt.

===========================
I'm going to work the straw
Make the sweat drip out of every pore
And I'm bleeding and I'm bleeding and I'm bleeding
Right before the Lord
All the words are going to bleed from me
And I will think no more
And the stains coming from my blood tell me go back home
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: [E7]Diepe(re) Wonden   

Terug naar boven Go down
 
[E7]Diepe(re) Wonden
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Fanterria :: Fantasonia :: Zielonylas :: Golden Valley-
Ga naar: