IndexPortalKalenderFAQZoekenGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 Reunion [E7]

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Cynthia
Explorer
avatar

Aantal berichten : 325
Punten : 58

Over jouw personage
Leeftijd: 19 jaar
Groepsleider:
Relatie: A broken heart is like a broken mirror. You’d be better of leaving it alone, rather than get hurt trying to fix it.

BerichtOnderwerp: Reunion [E7]   za sep 28, 2013 1:41 am

Met een diepe zucht zette Cynthia stug door. Al dagen zwierf ze doelloos rond door heel Fanterria, niet wetend wat haar daadwerkelijke bestemming nu eigenlijk was. Het was alsof de reis naar de aarde haar herinneringen van hier hadden uitgewist, maar dat was absoluut niet het geval. Vooral de momenten waarbij ze in de problemen had gezeten, bleven haar nog altijd bij. Ze dacht er eigenlijk niet altijd aan, maar ze bezat wel degelijk angst voor deze wereld. Angst dat ze om het leven zou worden gebracht zonder dat ze zich kon verdedigen. Ondanks dat ze wel nog de herinneringen had, wist ze niet meer wat ze moest doen. Ze had geen doel. Geen doel hebben was vreselijk. Misschien had ze wel een doel, maar ze wist niet zeker of ze die moest uitvoeren. Iemand vinden in welke dimensie dan ook stond gelijk aan het vinden van een speld in een hooiberg en was praktisch gezien onmogelijk. Bovendien wist ze niet eens meer of de persoon die ze zocht wel te vertrouwen was. Nu had hij haar geen belofte gemaakt, maar het voelde wel alsof hij die gebroken had. Hij had haar bescherming en een reisgenoot geboden. Twee zelfs. En waar liep ze nu zonder? Juist. Bescherming en reisgenoten. Niet dat ze het een probleem vond om alleen te zijn. Dat was ze wel gewend. Althans, dat dacht ze. Ondanks dat ze niet veel zei, was ze wel content met het feit dat Gray bij haar was. Ze voelde zich niet meer zo eenzaam als voorheen, maar dat gevoel was dubbel zo hard teruggekomen toen ze teruggekeerd was van aarde… Zonder de magiër of zijn trouwe hond. Het deed haar best pijn. Niet om zoiets toe te geven, maar om zoiets te realiseren. Vertrouwde ze eindelijk weer eens iemand en dan gebeurde er dit. “Ik wist dat ik er niet akkoord mee had moeten gaan…” mompelde ze tegen zichzelf, waarna ze haar blik op de omgeving besloot te vestigen.
 
Ze was een tijdje geleden het bos van Grünland ingelopen, wetend dat ze hier niet voor haar leven hoefde te vrezen. Er waren hier wel veel wezens, maar die hielden zich bezig met hun dagelijkse taken en negeerden haar volkomen. Iets wat haar geruststelde, maar ook iets wat haar daadwerkelijk irriteerde. Ze had zich wel eerder gefrustreerd gevoeld omdat ze genegeerd werd, maar het was nieuw voor haar dat ze het wederom begon te voelen. Het was een gevoel die ze lange tijd geleden achter zich had gelaten, omdat ze ervoor gekozen had in de menigte op te gaan. Aandacht was niet haar ding, zeker het verkrijgen ervan niet. Toch was het iets wat ze nu wilde, bang dat de eenzaamheid haar anders van binnen langzaam opvrat. Cynthia besloot ergens tegen een boom aan te gaan zitten zodat haar voeten konden rusten. Ze deden ongelooflijk pijn van de vele wandelingen die ze de afgelopen dagen had gemaakt, maar het gezeur van haar voeten interesseerde haar maar bitter weinig. Als ze ergens te lang bleef zitten, had ze wel meer dan alleen pijn aan haar voeten. Van binnen was een oude wond opnieuw geopend. Ze had zowaar haar innerlijke stukgeslagen spiegel proberen te repareren, maar eindigde enkel in het verwonden van zichzelf erdoor. De wond die ze daardoor had opgelopen, begon te kloppen als een idioot wanneer ze er ook maar één seconde aan dacht. Het meisje zuchtte, proberend haar gedachte op iets anders te richten, maar al haar pogingen mislukten. Uiteindelijk gaf ze het op en begon spontaan een liedje te zingen, zonder haar gitaar er ook maar bij te pakken. Het zou vreemd hebben gevoeld als ze er nu op ging spelen, hoewel ze haar vinger niet op een waarom kon leggen.
 
“Can we pretend that airplanes in the night sky are like shooting stars? I could really use a wish right now, wish right now, wish right now,” begon ze, waarna ze het hele stuk nog eens herhaalde. De rede waarom ze dit liedje had uitgekozen, was simpel. Het voelde alsof ze een wens nodig had. Een wens die haar van deze gevoelens af kon helpen, want in alle eerlijkheid wist ze niet wat ze ermee aan moest. Had ze überhaupt nog wel nut? Het enige wat ze kon doen was zichzelf en anderen in de problemen helpen en anderen de schuld ervan te geven. Was dat niet het typische menselijk gedrag dat ze zo verachtte? Hypocriet die ze was. “I’m in the business of misery, let’s take it from the top. She’s got a body like an hourglass, ticking like a clock. It’s a matter of time before we all run out. When I thought he was mine she caught him by the mouth,” vervolgde ze, hoewel dit stuk van het lied absoluut niet bij haar paste. Het interesseerde haar maar vrij weinig, dus ging ze door met zingen, totdat ze bij haar favoriete stuk van het nummer was. Haar stem werd geleidelijk ook harder naarmate ze dichter bij dat stuk kwam. “She lives in a fairy tale, somewhere too far for us to find. Forgotten the taste and smell of the world that she’s left behind. It’s all about the exposure, the lens I told her. The angles were all wrong, now she’s ripping wings off of butterflies.” Cynthia kon zich heel makkelijk verplaatsen in de tekst die ze nu aan het zingen was. Niet alleen was ze werkelijk naar een andere dimensie gesleurd, maar ze was ook nog eens vergeten hoe het op aarde was om te leven. In haar eigen tijd. Niet vijfentwintig jaar later. “So one day he found her crying, coiled up on the dirty ground. Her prince finally came to save her, and the rest you can figure out. But it was a trick, and the clock struck 12. Well make sure to build your house brick by boring brick or the wolf’s gonna blow it down.” Inmiddels had ze haar ogen gesloten, zodat ze zich meer op het zingen kon concentreren. Hoe verder ze in het lied kwam, hoe meer gevoel ze erin begon te stoppen. Het was alsof ze alle emoties van zich af probeerde te zetten door middel van haar stem, wat haar aardig lukte. Het duurde niet lang of ze liet zich gewoon mee slepen, niet doorhebbend dat haar stem steeds luider werd en boven het gebruikelijke Cynthia volume uitkwam. Toen ze het refrein wilde herhalen, stopte ze abrupt. Ondanks dat ze zo gefocust was op de tekst die niet veel later uit haar mond kwam, kon ze toch een geluid opmaken die waarschijnlijk niet thuishoorde in het bos. Gealarmeerd liet ze haar grijze ogen rond het gebied gaan, waarbij ze haar gitaartas vastklampte zonder het door te hebben. Was daar nou iemand of had ze zich dat gewoon verbeeldt?  

OOC: & Gray~ Ik weet niet zeker of dit ook bij het event hoorde? Anders haal ik het uit de titel :3 Oh, en mocht je je afvragen welk lied Cynthia aan het zingen is: Klik

===========================

It's just my humble opinion
But it's one that I believe in
You don't deserve a point of view
If the only thing you see is you
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Kirito
Junior
avatar

Aantal berichten : 59
Punten : 15

Over jouw personage
Leeftijd: 15 Jaar
Groepsleider: X
Relatie: X

BerichtOnderwerp: Re: Reunion [E7]   za sep 28, 2013 4:37 am

De wind die de bladeren van de bomen afblies, de wezens die op dat moment een karkas verslonden en de zon die steeds zijn kracht leek te verliezen, dat was het begin van mijn herfst. De eerste twee klopten in zekere zin op aarde, mijn oorspronkelijke thuis en enigszins de tweede ook. Roofdieren aten soms ook karkassen, maar deze waren niets vergeleken met de draken die voorbij vlogen of met de reuzen die onderling iets uitvochten. Dit was een herfst puur op Fanterria waar elk seizoen weer een ander gevaar zich schuilhield. Niets beschermde je hier, geen auto, geen jas, geen pistool. Je had enkel jezelf. Jij zorgde voor je eigen overleving. En dat was wat ik de laatste tijd had ontdekt. Ik was gegroeid als persoon, niet enorm veel. Mijn vriendschap met een Raiju was vooral de oorzaker ervan. Ik kon op de bliksem wolf vertrouwen, zolang de magiër aan de slag was met de veranderingen in Fanterria qua geslachten. Dat maakte je niet bepaald mee op de aarde, in ieder geval, niet met behulp van magische krachten. Een spreuk kon in Fanterria meer dan een toename van technologische wonderen. Maar goed, ik was erachter gekomen dat een bekende van mij, Grijs, niet deze magiër bleek te zijn. Daar was ik vrij gerust op geworden, maar voordat ik verder iets aan mijn vriend kon vragen haalde de Raiju mij uit de situatie om verder te reizen. Ik hield zijn vacht steviger vast, terwijl de wind langs mijn lange zwarte haren gleed, waarvan een groot deel gelukkig in een strakke paardenstaart zat. Inmiddels was ik degelijk gewend geraakt aan dit lichaam, maar verder was ik niet veranderd. ‘Hey, doezel niet weg!’ snauwde de blauwe wolf, een Raij, waarop ik zat. Ik reageerde maar met een knik en hield me steviger aan zijn nekharen vast.
 
Ditmaal had Raiju een andere bestemming uitgekozen waar we zouden gaan kijken waar die magiër uithing: Grünland. Het gebied waren we inmiddels al binnengedrongen en direct hoorde ik de geluiden van diverse wezens hun aanwezigheid bekend maken. Maar was dat eigenlijk wel zo? Ik voelde mijn hart stevig in mijn keel kloppen, terwijl ik mezelf stil hield. Het klonk eerder alsof er stevig gevochten werd. Zouden we nog verder gaan? Ik wierp een blik op het achterhoofd van de Raiju, maar die zweeg. Het stelde me niet gerust dat hij zweeg. Zelfs als hij naar de geluiden probeerde te luisteren had hij zeker op mij gereageerd. Er moest iets anders aan de hand zijn. Terwijl ik me iets opzij bewoog, sloeg mijn hart een slag over toen de Raiju in een flits mij streng aankeek. Zijn felle gele ogen zeden genoeg en ik verplaatste me weer naar het midden van zijn rug. De Raiju leek wel iets langer dan normaal mij aan te kijken, alsof hij over iets niet zeker was of iets vreemds zag. Moest ik erop reageren? Ik beet op mijn onderlip en besloot te zwijgen en hoorde toen weer de geluiden van diverse wezens die vochten. Het was vreemd het te horen, maar niets te zien. Wacht, waarom zou ik het willen zien? Ik schudde mijn hoofd lichtjes en hield de haren van het wezen steviger vast. ‘Kijk uit!’ snauwde de Raiju plotseling. Niet begrijpend keek ik op, maar zag ik niets wat op gevaar wees. In betere woorden, geen verandering van de situatie. Verwart, maar onzeker keek ik voor de zoveelste keer naar het achterhoofd van de Raiju. Had ik het me anders verbeeld? Het volgende moment achter, schoten twee feniksen over hen. Sindsdien ging alles vrij snel. Ik werd ineens vastgegrepen door iets en het volgende moment zat ik zeker 50 meter boven de grond.
 
Mijn hart klopte zo hard dat ik dacht dat het zou knappen. D-Dit kon niet waar zijn?! Ik sloeg automatisch met mijn ledematen, maar schaafde enkel mijn nek er enkel bij. Maar ik moest kalmer worden. Kalmer. Ik ademde diep in en uit, maar wist van mezelf dat het maar moeilijk ging met het uitzicht op beneden. En waarschijnlijk was boven ook geen fijn gezicht. Een van de twee feniksen hield me namelijk vast, bewust of onbewust met zijn klauwen. Dit werd niets. Snel ging ik mijn zakken na, maar vond er niets bruikbaars in, buiten een kiezelsteentje. Deze was echter scherp. Maar het was haast zelfmoord als ik hem hier zou werpen naar de feniks. De hoogte was veel te groot. Verloren hield ik het steentje vast, terwijl er zich een stevige brok in mijn keel vormde. Ik kon mezelf dus niet verdedigen. En het was nog maar de vraag of Raiju iets wist uit te richten. Was ik nou verloren? Kreeg ik later een flits te zien van mijn hele leven, terwijl ik feniks voer of een karkas werd? De tranen rolden al over mijn warme wangen, voordat k er erg in had. Weer was ik zwak uitgebleken, niet in staat mezelf te beschermen. Ik kon niets. Altijd moest ik vertrouwen op anderen. Misschien was ik zelfs zwakker en hulpelozer dan voordat ik in Fanterria kwam. Ik verborg mijn gezicht in mijn handen, en voelde plotseling de koude steen tegen mijn hoofd aan. ‘Oja, de steen,’ bracht ik zachtjes uit, terwijl ik die voor mi hield. Door de tranen leek het echter op een wazige, grijs vlek. Dat was mijn enige hoop. Wat als het mij lukte om levend uit de situatie te komen met deze steen? Dan zou ik mijn leven verbeteren! Met mijn laatste spoor van vastberadenheid greep ik de kiezel stevig vast en wachtte ongeduldig op het moment dat de vogel vlak boven de grond vloog.
 
Het leek wel uren te duren, voordat de feniks laag over de grond vloog. Laag genoeg. De anderen keren was het 10 meter geweest of ruim 100 meter en een paar seconden was het eindelijk slechtst 5 meter geweest. Met mijn laatste waardigheid wierp ik de steen zo hard als ik kon tegen de poot van de feniks aan, hopend dat hij van de schrik mij los zou laten. Zo niet, dan was ik verloren en.. Nee, blijf positief denken! En het volgende moment liet de feniks van de schrik los. Eventjes voelde ik mij bevrijdt en trots dat het me gelukt was, maar toen de zwaartekracht werkte en de wind langs mijn lichaam suisde, trok het uit mijn lichaam en maakte de plaats voor grootse angst. ‘Ik ga dood,’ kraamde ik uit met volle verbazing, waarna mijn lichaam te pletter sloeg op een grasveldje. Bij de eerste directe aanraking met de grond trok een helse pijn door mijn lichaam, waardoor ik onbewust een pijnkreet sloeg en de misselijkmakende smaak van bloed mijn mond vulde. Een moment lang bewoog ik niet. Pijn, angst en verwarring was het laatste dat door mij heenging, voordat ik mijn ogen dichtsloot. Een bepaalde tijd later werd alles ineens licht en voelde ik dat de zonnestralen over mijn lichaam gleden zonder dat ik pijn voelde. Toen ik mijn ogen echter open deed, kwam de pijn in dubbele kracht terug, waardoor ik mij ogen weer dichtsloeg. ‘Argh!’ Direct sloeg ik mijn armen om mijn hoofd, terwijl ik mijn kaken stevig op elkaar hield. De p-pijn.. o-ondragelijk! De tranen van pijn rolden over mijn koude wangen, terwijl de smaak van bloed weer terugkeerde in mijn mond. Pas toen de pijn iets minder werd, kon ik weer helder nadenken. Ik voelde pijn, de zon scheen en voelde mijn hart stevig kloppen. Ik .. leefde n-nog!
 
Het duurde even, maar uiteindelijk wist ik op te staan en had ik de pijn enigszins overmeesterd. Mijn arm deed echter nog aardig zeer, maar dat kon ik nog wel aan. Een poel die gelukkig in de buurt zat was ideaal voor het schoonmaken van mijn schrammen en het verwijderen van het opgedroogde bloed dat een soort rode snor had gevormd op mijn gezicht. Een andere keer zou ik erom gelacht hebben, zolang het bloed nep was, maar nu walgde ik er absoluut van. En bovendien was mijn aardig gezwollen waardoor het leek alsof er een spierbal zat. Ik zuchtte diep en kwam moeizaam overeind. Mijn hart klopte weer stevig in mijn keel. Waar was de Raiju? En zou hij wel op zoek naar hem gaan? Mijn mondhoeken trilden al bij het idee. Ik hoopte dat het niet een dergelijk geval zou zijn. Het werkte misschien wel als ik hem zou zoeken. Het kwam niet in me op dat ik een makkelijke prooi zou zijn, maar de pijn leed mij. Terwijl ik stapje bij stapje vooruit kwam, moest ik denken aan een liedje die ik vaak had beluisterd op het internet en via mijn mobiel wanneer ik me depressief voelde. Altijd bang dat anderen me zouden zingen, neuriede ik enkel het liedje, maar nu gaf ik er niet meer om. ‘Can we pretend that airplanes in the night sky are like shooting stars? I could really use a wish right now, wish right now, wish right now. Can we pretend that airplanes in the night sky are like shooting stars? I could really use a wish right now, wish right now, wish right now!’zong ik, langzaamaan steeds luider en luider. De pijn in mijn arm werd nog pijnlijker. Maar om deze te negeren zong ik het liedje zonder een stop verder. ‘I could use a dream or a genie or a wish. To go back to a place much simpler than this. Cause after all the partyin' and smashin' and crashin' . And all the glitz and the glam and the fashion. And all the pandemonium and all the madness. There comes a time where you fade to the blackness. And when you're staring at that phone in your lap. And you hoping –‘  De pijn werd te erg. Ik kromp in elkaar en meende gek te worden toen een andere stem dezelfde lied zong. Een andere stem echter.  Moeizaam trok ik mijn hoofd omhoog, maar mijn groene ogen zagen enkel bomen. Verbeelding? Ach, ik moest verder. Ik kwam weer op mijn voeten terecht en liep regelrecht het bos in, terwijl de pijn in mijn arm verergerde. Weer besloot ik maar te zingen, maar ditmaal niet het vervolg. Het einde. Het voelde namelijk als het einde voor mij. Ik kon niet meer verder lopen en de pijn in mijn arm was te erg. ‘I could really use a wish. Like shooting stars, like shooting stars. I could really use a wish. A wish right now…’ Weer zat ik in elkaar gedoken, maar ditmaal zag ik nog net de schim van een ander mens verderop zitten.
Ik glimlachte. ‘Ik had het me toch niet verbeeld,’ Het volgende moment werd echter alles  zwart voor mijn ogen. Pijnloos.

===========================
So many questions
But I'm talking to myself
I know that you can't hear me any more
Not anymore
So much to tell you
And most of all goodbye
But I know that you can't hear me any more
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Graeham
Wezen
avatar

Aantal berichten : 296
Punten : 43

Over jouw personage
Leeftijd: 19 years
Groepsleider: /
Relatie: ...

BerichtOnderwerp: Re: Reunion [E7]   di okt 01, 2013 4:10 am

Al een dik aantal dagen zwierf ik weer rond in Fanterria. Het was fijn om weer hier te zijn, na die reis naar de aarde. Het feit dat ik weer terug was in mijn eigen wereld en dat Yuki nog steeds bij me was was dan ook een grote opluchting, maar ik voelde me toch nog niet honderd procent thuis. Er miste iets. Of beter gezegd, iemand; Cynthia. Nadat ik was teruggekeerd op Fanterria had ik haar niet meer gezien. Of ze al ergens anders heen was gegaan, of ze ergens anders naartoe geflitst was of dat ze nog op de aarde was, wist ik niet. Ik maakte me wel zorgen. Was ze gewond? Was ze in de buurt? Werd ze bedreigd? Zo veel vragen en geen enkel antwoord. Ik liep naar een boom en ging er met mijn rug tegenaan staan. Hoe kon ik Cynthia terugvinden? Fanterria was enorm groot en ze kon overal zijn. Ik zuchtte. Ik miste haar écht... En ergens was het vreemd. Ik miste haar op een andere manier dan ik Ul miste. Het was een gevoel dat ik niet kende en ik kon er niet meteen een naam aan geven. Het voelde alsof er iets ontbrak. Mijn blik gleed naar Yuki, die zoals altijd trouw naast mij zat. Hij leek niet helemaal te begrijpen wat er aan de hand was. Tja, hij had nooit echt veel aandacht besteed aan het meisje en leek haar ook niet te missen. Hij was dan ook een hond, wist hij veel waarom Cynthia überhaupt met ons was meegegaan.

Leunend tegen de boom dacht ik na over de beste manier om Cynthia te kunnen vinden. Als een gek heel Fanterria uitkammen zou niet bepaald slim zijn. Hoewel... Een andere manier was er niet. Ik begon weer te lopen, hopend dat ik Cynthia snel weer zou vinden. Ergens leek het niet logisch dat ik haar meteen zou vinden, maar het was het proberen meer dan waard. Ik miste de aanwezigheid van het zwartharige meisje. En ergens had ik het gevoel dat ik haar had verraden. Ik had haar beloofd om haar te beschermen, maar dat gaat niet bepaald gemakkelijk als jouw beschermelinge weg is. Ineens begon ik me af te vragen of Cynthia überhaupt nog iets met mij te maken wilde hebben – als ze nog in leven was... Ik schudde mijn hoofd. Niet aan denken nu! Op dit moment was het het belangrijkst om haar terug te vinden. Ik keek op toen er een grote schaduw over me heen vloog; het was een feniks. Op zich niets bijzonders, maar zijn prooi daarentegen... Het was een mens! Of tenminste, iets wat op een mens leek. Vanaf hier kon ik niet zien wie de persoon was, maar ik wilde geen risico nemen. Als ik dit slachtoffer zou negeren en het zou uiteindelijk Cynthia blijken te zijn, zou ik mezelf nooit kunnen vergeven. Ik rende de feniks achterna, met Yuki die mij op de voet volgde. Als de mens toch Cynthia niet zou zijn, dan... dan zou ik wel zien wat ik verder deed.

Ik had de feniks even uit het oog verloren, maar ik liep alsnog door in de richting waarvan ik vermoedde dat het wezen was heengegaan. Een aantal minuten later zag ik het beest weer opvliegen. Zónder mens in zijn klauwen. Had hij het laten vallen? Weer zocht ik verder, en weer was ik ongeveer een kwartier onderweg. Ondertussen hoorde ik een stem, zacht, maar herkenbaar. Het was de stem van Cynthia, en niet veel later hoorde ik nog een meisjesstem. Hoorde ik stemmen in mijn hoofd? Ik legde mijn handen tegen mijn slapen. Het kon toch niet zo zijn dat ik gek werd van bezorgdheid?! Zo ja, dan was dit wel een vreemde manier om me Cynthia te herinneren. Ik haalde diep adem en liet mijn armen weer langs mijn lichaam hangen. Ik hoorde niets meer. Weer liep ik verder, en het duurde niet lang voordat ik iemand op de grond zag liggen. Snel liep ik op de persoon af. Het was een meisje. Ik hurkte naast haar neer. Het was niet Cynthia, maar zij had duidelijk óók hulp nodig. En ergens herkende ik haar, maar ik kon me niet herinneren dat ik haar eerder was tegengekomen... tenzij... De laatste tijd gedroegen wezens zich abnormaal in Fanterria. Alsof ze zich niet thuis voelden in hun eigen lichaam – net zoals ik een tijd terug in een mens was veranderd. Was hetzelfde gebeurd, toen ik op aarde was? Nee, dat leek me niet logisch. Ik keek nog eens goed naar het meisje. De kleur en het model van haar haar, haar lengte... Mijn ogen werden groot. Dit... dit was... “...Kirito?” zei ik zacht. Was dit meisje werkelijk Kirito? Ze leek op hem. Ze had precies dezelfde kenmerken als de jongen – alleen dan een vrouwelijke versie. Ja, dit was Kirito. Een vrouwelijke, gewonde, bewusteloze Kirito. Ik keek op, en al snel merkte ik de tweede verrassing van vandaag op. Ik keek verrrast naar de persoon die tegen een boom aanzat, slechts een aantal meter bij mij vandaan. Zíj was het. Degene naar wie ik al die tijd had lopen zoeken. “Cynthia...” zei ik, nog te verbaasd om iets anders uit te brengen. Dit was letterlijk een geluk bij een ongeluk. Wie weet hoe lang ik nog naar Cynthia had lopen zoeken als Kirito niet letterlijk uit de lucht was komen vallen? “J-jij bent hier...?” stamelde ik. Het was meer als een bevestiging dan als vraag bedoeld. Langzaam drong het tot me door. Cynthia was echt hier! Even was ik blij, maar al snel gleed mijn blik weer naar de gewonde Kirito. Zij -of hij, hoe ik het nu ook moest noemen-, had hulp nodig, en gauw.

EDIT: Ik heb even de laatste alinea aangepast. Ik had iets over het hoofd gezien XD

===========================
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Cynthia
Explorer
avatar

Aantal berichten : 325
Punten : 58

Over jouw personage
Leeftijd: 19 jaar
Groepsleider:
Relatie: A broken heart is like a broken mirror. You’d be better of leaving it alone, rather than get hurt trying to fix it.

BerichtOnderwerp: Re: Reunion [E7]   wo okt 02, 2013 11:22 pm

Ze schrok op uit haar trans toen ze iemand hoorde zingen. Ze hoorde dezelfde woorden die ze net zelf met een melodische klank had gesproken en ging ervan uit dat die persoon het lied ook kende. Toen het echter een ander couplet werd, wist ze dat diegene het originele lied aan het zingen was, in plaats van de versie die zij geweldig vond. Het originele nummer had haar maar weinig geïnteresseerd, omdat het voor een groot deel werd gerapt door één of andere onbekende gast. Of in ieder geval iemand die zij niet kende. De enige die haar interesseerde was de zangeres van het lied, omdat het ook de lead zangeres van haar favoriete band was. Dat deze persoon het lied echter kende, betekende dat het een mens was. Iemand van haar tijd. Aan de klank van diens stem te horen, was het een meisje die het aan het zingen was. Haar grijze ogen gleden nogmaals rond en net toen het laatste stukje werd gezongen, zag ze van wie de stem afkomstig was. Een meisje met zwart, ietwat golvend haar en groene ogen stond een aantal meter van haar af. Aan haar houding te zien, had ze ergens pijn, maar Cynthia kon niet zien waar of waarom. Lichtjes fronsend keek ze de persoon aan, die niet veel later met een glimlach vertelde dat ze het toch niet had verbeeld en vervolgens naar de grond dook. Verwarring kwam al snel bij Cynthia opzetten, die niet wist wat ze moest doen. Hoewel ze een hekel aan haar eigen ras had, was ze niet zo harteloos om het onbekende meisje niet te willen helpen. Maar hoe? Wat moest ze doen?
 
Haar aandacht werd al snel getrokken door een tweede figuur die ten tonele verscheen. Het gebeurde nogal snel voor haar, maar toen de tweede persoon naast de eerste vreemdeling zat gehurkt, identificeerde ze ook de nieuwkomer. Haar ogen werden groot van verbazing toen ze herkenning voelde. Dit was niet zomaar een persoon. Het was een jongeman met zwart, stekelig haar en donkere ogen. Ogen die haar maar al te bekend voorkwamen. Hij mompelde iets, waarvan ze niet kon verstaan wat, waarna hij omhoog keek en haar eindelijk opmerkte. Ook hij staarde haar verrast aan toen hij haar zag zitten, maar ergens was dat ook wel te begrijpen. Aan de andere kant, wat voor een soort verrassing was het voor hem? Had hij niet verwacht dat ze hem weer tegen het lijf liep, omdat hij haar juist probeerde te ontlopen of was het omdat hij had gedacht dat ze elkaar voor goed kwijt waren? Voor Cynthia zelf gold overduidelijk het laatste. Ze werd echter uit haar gedachten gehaald door de lage stem van hem, waarmee hij haar naam uitsprak. Een vreemd gevoel overheerste haar toen ze de welbekende toon van hem hoorde, waar ze helaas haar vinger niet op kon leggen. “J-jij bent hier...?” stamelde hij, waardoor ze heel even dacht dat hij haar niet wilde zien. Ze merkte echter al snel de opgeluchte, vrolijke blik op in zijn ogen, voordat hij zijn aandacht vestigde op het bewusteloze meisje. Cynthia’s mondhoeken krulden lichtjes omhoog nadat ze dat had gezien. Hij had vast en zeker gedacht dat ze nog op aarde was.
 
Zonder iets te zeggen, kwam ze voorzichtig recht en begaf zich naar de twee andere aanwezigen. In de tussentijd liet ze haar kleine, bescheiden glimlach van haar gezicht vallen en knielde, net als Gray, naast het meisje neer. “… Ken je haar?” was het eerste wat ze vroeg, voordat ze het lichaam inspecteerde. Het was amper te zien, maar ze zag dat er toch lichte beweging inzat, wat aangaf dat ze nog ademde en dus nog leefde. Hoewel ze eigenlijk meer tegen hem had willen zeggen dan dat, wat niet eens over het onbekende meisje ging, was de situatie niet bepaald gepast. Daarom besloot ze de reünie maar even uit te stellen tot ze zeker wist dat de vreemdelinge in orde was. Vreemd genoeg deed het haar deugd om de ijsmagiër weer te zien, ondanks het feit dat ze twijfelde of ze hem nog wel in vertrouwen moest nemen. Dat konden ze echter beter later uitpraten. Cynthia liet haar grijze ogen nogmaals over het meisje haar lichaam glijden, om tot de conclusie te komen dat er gedroogd bloed boven haar lip zat. Wat er ook gebeurd was, het was best een tijdje terug geweest. Had ze zolang met pijn rondgelopen? “Tch. Mensen zijn zo koppig,” snoof ze, voor ze er erg in had. Helaas had ze nooit echt opgelet tijdens haar EHBO-lessen, te druk bezig met haar eigen gedachte, anders had ze nu wel wat kunnen uitrichten.  

===========================

It's just my humble opinion
But it's one that I believe in
You don't deserve a point of view
If the only thing you see is you
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Kirito
Junior
avatar

Aantal berichten : 59
Punten : 15

Over jouw personage
Leeftijd: 15 Jaar
Groepsleider: X
Relatie: X

BerichtOnderwerp: Re: Reunion [E7]   do okt 03, 2013 2:45 am

Het was stil. Heel stil. Bovendien, was alles pikzwart en dus donkerder dan welke schaduw ik ooit eerder had gezien. Ondanks dat voelde ik iets tegen mij aandrukken, iets warms en vertrouwds. Ik kende het echter niet. Plotseling werd de stilte verbroken door een zacht bonzend geluid dat langzaamaan steeds duidelijker begon te worden. Tegelijkertijd begon alles steeds meer vorm te krijgen en lichtte het in een rap tempo op. Ik vroeg me degelijk af wat er gebeurde, maar ik bood geen weerstand aan deze plotselinge verandering. Ik kon er niets tegen doen. En in een trage beweging wat als het openen van mijn ogen aanvoelde keek ik ineens recht naar twee gedaanten die tegenover mij zaten, elk met een bezorgd gezicht. De gezichten werden duidelijker, evenals de omgeving, maar ik herkende de twee niet. Beiden waren jongens van een oudere leeftijd, een met donkerblond haar en bruine ogen en de ander was iets korter van stuk en had blond haar en bruine ogen. ‘Kijk, wie eens wakker is geworden,’ zei een stem, die duidelijk niet van de twee was gekomen, maar van iemand naast mij. Verward wierp ik mijn blik opzij en zag daar nog een jongen zitten met zwart haar en bruine ogen die met een klein grijnsje zijn woorden had uitgesproken. Wie waren hun? En waar was ik? Mijn blik viel op het kleine tafeltje naast de zwartharige jongen en het landschap dat er net boven snel voorbij ging. We waren echter duidelijk niet in de lucht. Zaten we in een trein? Waarheen dan? Al spoedig vond ik een klein schermpje van de NS boven de blonde jongen hangen: 14:01-Amsterdam Centraal. Er net boven las ik dat we pas Leiden Centraal hadden verlaten. Wat deed ik werkelijk waar hier? De zwartharige jongen naast mij begon echter verder te praten over een manga die hij laatst gelezen had, terwijl de twee tegenover mij gezamenlijk achter de laptop van de donkerblonde jongen zaten. Vaagjes knikte ik maar op de opmerkingen van de ander over deze manga, en begon de stiltes er tussen te vullen met algemene dingen die ik over manga’s wist. Tussendoor stapten enkelen uit, ook de jongen naast mij die ik automatisch vaarwel had gezwaaid. Enkel ik en de donkerblonde jongen waren over en hij begon ineens te praten over een zekere les die we gehad hadden op de Hogeschool van Leiden. Wacht, ik zat op een hogeschool?! En bovendien, was ik zo oud al? De laatste keer was ik 14, toch?

Onverschillig ogend probeerde ik mijn reflectie in de treinraam te zien en ik schrok ervan. Ik was vier jaren ouder dan normaal, mannelijk met nog een jongensachtig gezicht en dezelfde licht golvende zwarte haar. ‘Gaat het wel, Kirito?’ Vroeg de donkerblonde jongen tegenover hem, waarna ik lichtjes knikte, ‘De les was nogal saai,’ De ander grinnikte en begon er verder over te praten. We reden verder, totdat hij erover begon dat ik bijna moest uitstappen. Nu al? En echt hier? En hoe wist hij dat? Een beetje aarzelend greep ik mijn tas vast-dat nam ik aan, omdat deze onder mijn voeten zat- en deed deze op mijn rug, waarna ik uiteindelijk uitstapte. Eenmaal uitgestapt verwelkomde de vrij realistische gevoel van zonlicht mij met zijn warmte, waarna ik snel mijn mobiel vastgreep en langs mijn contactenlijst ging. Iets was mij binnengeschoten, dit was namelijk ‘Aarde’ en ‘Amsterdam’, maar was er geen Fanterria meer? En had ik Masaomi of Sayonara erin staan? De namen die ik las zeiden mij niets, dus deed ik die terug in mijn jaszak en besloot op een bankje te zitten. Wat was er aan de hand? Ik staarde stilletjes voor mij en voelde een wind langs mijn haren strelen, totdat de trein die ik genomen had uit het zicht was verdwenen. Zachtjes beet ik op mijn lip. Wat nu? Ik was blijkbaar een student op de Hogeschool van Leiden en die drie waren mijn vrienden, maar Masaomi en Sayonara waren nog verdwenen? Was ik ineens teruggekeerd op de Aarde? Of was dit iets anders? Het kon ook allemaal en illusie zijn. Of juist een toekomst die ik zou hebben gehad als ik niet door Fanterria was opgezogen. Mijn twee ‘verdwenen’ vrienden waren er immers niet. In ieder geval, moest ik deze plek verlaten. Hoe? Geen idee. Wilde ik dat eigenlijk wel? Misschien wist ik niets over deze plek, buiten een paar dingen, maar hier hoefde ik niet te vechten tegen monsters. Ik was bovendien zelfs een student! En blijkbaar al zeker volwassen. Het leek een aardige optie om hier langer te verblijven. Het was veilig hier.


Tch. Mensen zijn zo koppig,’ Ik keek verbaasd rond, maar zag nergens waar de stem vandaan kon komen. Ik zat namelijk helemaal alleen. Er gebeurde echter wel een boel. De omgeving brokkelde in stukken af en weer keerde de pikzwarte kleuren terug die de plaats van de eerder staande gebouwen, rails, treinstation en eigenlijk alles weer aannam. “Nee, ga niet weg!” ging ik ineens heftig te keer, terwijl ik de bank stevig vastgreep en voelde dat een sterke machteloosheid mijn lichaam en geest vulde. Ik wilde niet terug! Hier was ik veilig! Geen enkel gevaar! Zelfs een student! Maar voordat ik er zin in had, besefte ik dat ik niets meer vasthield. Ik dompelde in een pikzwarte ruimte, wetend dat ik niet meer in die veilige wereld zou kunnen terugkeren. Het volgende moment echter werd het vrij snel licht voor mijn ogen en hoorde ik vaag de geluiden van vogels de plek vullen. En nu? Waar was ik nu beland? Weer in Fanterria? Moeizaam sloeg ik mijn ogen open en speurde ik de lucht tussen de takken van twee bomen af en zag toen de verschijning van een draak die machtig zijn vleugels op en neer sloeg. Nee, hea! De gedachte verdween echter toen ik de gezichten van twee personen bij me zag. Eentje was een meisje met lang, stijl zwart haar en grijze ogen en de ander een persoon met kort, zwart haar en blauwe/zwarte ogen. Het duurde even, voordat ik de jongen herkende, het bleek namelijk Grijs te zijn. Hij leek bovendien vrij bezorgd naar mij te kijken. Betekende dat ik nog gewond was? Ik voelde echter geen pijn, maar juist op dat moment keerde het weer als een blikseminslag terug. Zoveel pijn! Ik kromp in elkaar, sloeg een kreet en haalde onregelmatig adem. Het was te pijnlijk en het maakte nog moeilijker, doordat ik deze ene keer het verafschuwde om in Fanterria te leven in plaats van op de ‘Aarde’, alsof ik een keus had. En die had ik ook, soort van. Weer een pijnsteek, kreun en daarop weer een foetushouding op mijn andere zij. Mijn arm deed vreselijk veel zeer, en hoe erg ik de twee wilde bedanken voor het letten op me, ik kon het niet uitspreken. Dat was net te veel gevraagd van mijn lichaam. “H-Help…”kraamde ik moeizaam uit. Weer was ik zwak en weer moest men mij helpen. Niets was veranderd hier, in Fanterria.

===========================
So many questions
But I'm talking to myself
I know that you can't hear me any more
Not anymore
So much to tell you
And most of all goodbye
But I know that you can't hear me any more
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Graeham
Wezen
avatar

Aantal berichten : 296
Punten : 43

Over jouw personage
Leeftijd: 19 years
Groepsleider: /
Relatie: ...

BerichtOnderwerp: Re: Reunion [E7]   do okt 10, 2013 6:56 am

Een kleine glimlach verscheen op mijn gezicht toen ik zag dat Cynthia naar mij en de gewonde Kirito liep. Het was gelukkig niet zo dat ze niets meer met mij te maken wilde hebben, waar ik diep van binnen voor had gevreesd. Ze knielde ook neer naast het meisje. Het was duidelijk dat ook zij vond dat de reünie even uitgesteld moest worden. '… Ken je haar?' vroeg ze. Ik knikte. “We zijn elkaar al eens tegengekomen. En... eigenlijk is het een “hij”...” begon ik, en op datzelfde moment besefte ik pas écht hoe vreemd deze situatie was. Ik besloot voor de rest maar weer gewoon te reageren, verbaasd zijn kon later nog wel. “Hij heet Kirito,” zei ik uiteindelijk. Ik keek weer naar hem- haar-... de gewonde. Hij had wad gedroogd bloed op zijn lip, en het zou me helemaal niet hebben verbaasd als dat niet het enige bloed was dat buiten zijn lichaam was. Ik wist niet goed hoe ik dit moest aanpakken. De enige gewonden die ik de laatste jaren heb moeten verzorgen was ikzelf steeds geweest, met hier en daar een bloedende wond die ik met een laagje ijs bedekte. Dit was anders. Dit keer was ik het zelf niet, maar een ander mens; een meisje nog wel – of toch, min of meer. Haar hoofdwonden zou ik nog kunnen verzorgen zonder dat zij ervan zou schrikken, maar voor de rest... Als ze ook nog eens wonden had op haar lichaam zou de situatie niet bepaald gemakkelijker worden. Ik vroeg me af wat het slimste zou zijn. Wachten tot Kirito wakker werd? Maar hoe lang kon dat nog duren?

'Tch. Mensen zijn zo koppig.' Ik keek op toen ik Cynthia hoorde, en slechts een paar luttele seconden later begon Kirito te mompelen en te bewegen. Mijn blik gleed weer naar de gewonde en ik zag hoe hij moeizaam zijn ogen opendeed. Eerst zag ik verwarring in zijn ogen, en niet veel later herkenning. Haast onmerkbaar zuchtte ik. Hij was in ieder geval wakker, en hopelijk betekende dat dat hij buiten levensgevaar was. Ik had te vroeg gejuicht. Toen Kirito eenmaal weer terug op Fanterria leek te zijn met zijn gedachten, kromp hij in elkaar en schreeuwde het uit van de pijn. Het was vreselijk om te zien hoe hij de ene op de andere pijnscheut leek te krijgen. 'H-Help...' zei hij moeizaam. “Geen zorgen, we zullen je helpen!” zei ik, waarna ik probeerde in te schatten waar Kirito pijn had. Het duurde echter niet lang totdat ik tot de conclusie kwam dat dat overal was...  Ik keek Cynthia hoopvol aan. “Weet jij iets over het verzorgen van wonden?” vroeg ik, terwijl ik me probeerde te herinneren welke planten in deze streek geneeskrachtig waren. Ik kon het me niet bepaald goed herinneren – het was informatie die ik jaren geleden had geleerd –, dus besloot ik maar weer te peilen waar Kirito de meeste pijn had, zodat ik daar in ieder geval iets aan kon doen. Of in ieder geval, als het een bloedende wond was. En als de jongen er überhaupt mee instemde... of, meisje? Zijn lichaam was natuurlijk volledig veranderd, en het zou maar vreemd zijn als ik er ongevraagd aan zou zitten... Ik keek weer naar Cynthia, met een hulpeloze blik in mijn ogen. Wist zij wat ze moest doen? Ik hoopte het maar, ik kon het niet veel langer aanzien dat Kirito zo veel pijn had...

Sorry dat het zo lang duurde en dat je het moet doen met zo'n post...

===========================
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Cynthia
Explorer
avatar

Aantal berichten : 325
Punten : 58

Over jouw personage
Leeftijd: 19 jaar
Groepsleider:
Relatie: A broken heart is like a broken mirror. You’d be better of leaving it alone, rather than get hurt trying to fix it.

BerichtOnderwerp: Re: Reunion [E7]   vr okt 11, 2013 9:40 am

Gray beantwoordde haar vraag op een redelijk normale toon, waardoor Cynthia het gevoel kreeg dat hij het absoluut niet erg vond haar weer te zien. Dit zorgde ervoor dat haar laatste beetje twijfel wegzonk en ze tevreden kon zijn met de reünie, ongeacht de situatie waar ze zich nu in verkeerden. Gray vertelde haar dat hij het meisje wel eens eerder was tegengekomen… En dat het eigenlijk een jongen was. Verbaasd keek ze op, proberend zijn donkere ogen met haar eigen grijze ogen te vangen. Had ze dat nu goed gehoord?  “Hij heet Kirito,” vertelde hij vervolgens, wat haar nog net niet voorbijging. Hoe kon een jongen plots in een meisje veranderen? Was dat überhaupt wel mogelijk? Als ze Gray moest geloven, dan was het dat inderdaad. Nu ze er zo over nadacht, wat was nou niet mogelijk in Fanterria? Op verklaarbare en onverklaarbare manieren was alles dat wel. Ze was immers ooit in een draak veranderd, waar ze nog lang geen antwoord op had. Waarom en door wie? En was dit het werk van dezelfde persoon of wezen? Cynthia hees haar rechterhand naar haar slaap en wreef er zachtjes tegen, voelend dat er een lichte hoofdpijn opkwam. Ze dacht weer eens teveel na en het zou haar toch voor geen meter verder helpen. Ze had nu belangrijkere zaken aan haar hoofd, zoals het toezien van deze jongen, die momenteel in een meisjeslichaam verbleef. Of was het nog hetzelfde lichaam, maar dan lichtelijk vervormd? Ugh, wat maakte het ook uit. Ze noemde het wel gewoon Kirito. Direct nadat die gedachte door haar hoofd had gespookt, zag ze dat er ogen werden geopend, die eerst zoekend om zich heen leken te kijken. Cynthia zag de blik in Kirito’s ogen langzaam veranderen naar herkenning, waarschijnlijk omdat Gray naast hem zat.
 
Heel even, voor een kleine milliseconde, had Cynthia het idee dat ze het ergste hadden gehad. Dat bleek wel anders toen Kirito opeens in elkaar dook en een pijnkreet liet horen. Hier schrok het meisje zichtbaar zelf van, aangezien ze deze plotselinge reactie niet had verwacht. Er werd al snel om hulp gevraagd, maar ze zou eigenlijk zo één, twee, drie niet weten wat ze voor hem zou kunnen verrichten. Gelukkig wist Gray dat wel, die hem al snel beloofde dat ze hem inderdaad gingen helpen. Hoewel Cynthia het liefst geen lichamelijk contact had met mensen en alles behalve sociaal met ze om wilde gaan, was ze niet harteloos. Zij zou ook helpen. Al was het op haar eigen, speciale manier. De ijsmagiër vroeg haar vervolgens of ze iets wist over het verzorgen van wonden, maar als ze heel eerlijk moest zijn, was haar kennis maar beperkt. Ze schudde haar hoofd, leunde wat naar Kirito toe en probeerde zijn armen te bekijken. Misschien had ze het mis, maar één van zijn armen zag er sowieso niet gezond uit. Of in ieder geval niet zoals een normale arm. “… Kirito? Je kent me niet, maar ik ben er om je te helpen. Ik heet Cynthia,” begon ze voorzichtig. Het was van groot belang dat ze hem op z’n gemak liet voelen, vooral omdat ze eigenlijk een vreemde voor hem was. Het enige wat ooit echt bij haar was blijven hangen tijdens één van haar EHBO lessen, was dat ze het slachtoffer moest geruststellen en hem moest vertellen wat ze van plan was te doen. “Ik wil dat je diep in en uit ademt, kalmeert en me naar je armen laat kijken,” vervolgde ze resoluut. “En dat je me vertelt waar je precies pijn hebt.” Voor de verandering stond haar blik nu niet koud en afstandelijk, maar juist het tegenovergestelde. Ze wist niet waarom, maar ze wilde het dit keer niet verpesten met haar antisociale gedrag. Was het omdat Gray erbij was en ze zich daarom meer op haar gemak voelde? Daar zou ze waarschijnlijk nooit het antwoord op weten. Ondanks dat richtte ze zich niet op haar gedachtes, maar op de menselijke vorm die voor haar lag te creperen van de pijn. God, waar was ze aan begonnen? Ze wist niet eens hoe dit allemaal moest.  

===========================

It's just my humble opinion
But it's one that I believe in
You don't deserve a point of view
If the only thing you see is you
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Kirito
Junior
avatar

Aantal berichten : 59
Punten : 15

Over jouw personage
Leeftijd: 15 Jaar
Groepsleider: X
Relatie: X

BerichtOnderwerp: Re: Reunion [E7]   za okt 12, 2013 7:41 am

Ik haatte de pijn, nee, geeneens de pijn. Weer was ik de zwakkeling en een prooi. Een hapje voor een vleesetend wezen. Zachtjes beet ik op mijn lip. Ik wilde absoluut niet als voer eindigen, maar ik wist al dat het nu niet zou gebeuren. Op het moment werd ik zoals eerdere keren weer geholpen door net twee vriendelijk uitziende mensen tegen te komen, waarvan er een mij eerder wist te redden van een reuzin. Het leek naderhand echt normaal te worden voor mij om gered te worden door wie dan ook. ‘Geen zorgen, we zullen je helpen!’ zei de zware, maar vriendelijke stem van Grijs naast mij. Veel aandacht kon ik er echter niet aan besteden, terwijl de pijn aan mijn arm er nog was en niet leek te willen worden verzacht. Wat nu? Ik vestigde me weer op mijn rug met mijn pijnlijke arm stevig vast. In elke houding deed het evenveel pijn, het was nauwelijks comfortabel. Ondanks dat de pijn door mijn lichaam schoot, werd ik verder niet al te blij van de toestand tussen Grijs en het andere meisje. ‘Weet jij iets over het verzorgen van wonden?’ Ik wist nog net angstig te slikken, tussen het kreunen heen. Daar werd ik nou niet bepaald geruster op. Direct werd alle hoop op het meisje gevestigd, waarvan ik nauwelijks iets af wist. Het moest naar voor de ander zijn, maar een alledaagse mens kon toch nog wel iets? Onbewust had ik misschien wanhopig haar aangekeken, want ze reageerde direct en had haar blik op zijn pijnlijke arm geplaatst die langzaam bij de elle boog blauw begon te kleuren. ‘… Kirito? Je kent me niet, maar ik ben er om je te helpen. Ik heet Cynthia,’ zei het meisje, genaamd Cynthia zachtjes en haast voorzichtig. De stem van haar. Was dat niet dezelfde als die van de opmerking betreft mijn koppigheid? Een droge opmerking daarop leek me prima, maar mijn situatie was nog steeds niet optimaal, dus bespaarde ik ze voor een andere keer. Als die al kwam.


‘Ik wil dat je diep in en uit ademt, kalmeert en me naar je armen laat kijken,’ Ik knikte traag als teken dat ik het begreep en liet mijn pijnlijke arm voorzichtig los en liet deze met enige moeite zachtjes naast mij vallen, de kant van Cynthia. Het koste wat moeite om een kreet in te houden met de pijn die het gekost had om mijn arm naast mij te leggen en zo te houden. Mijn elle boog leek wel in twee stukken te zijn gehakt om vervolgens enkele keren met een kiezeltje bewerkt te zijn. Alsnog hield ik me sterk en volgde haar instructies op, hoewel mijn ogen vochtig werden, wegens de pijn. ’En dat je me vertelt waar je precies pijn hebt,’ vervolgde Cynthia. Was het niet duidelijk geweest dan? Ik was even overdonderd, maar wees met mijn blik de plek aan waar de pijn het ergst was: de elle boog van mijn arm. Toen pas kalmeerde ik iets, en haalde alles voor me. Ik vond het maar vreemd dat ik eerder wel de pijn kon verdragen. Het kon erger zijn geworden wat logischer leek. De klap van net op de grond had ook niet veel goeds gedaan. Het was nu maar echter hopen dat Grijs en Cynthia mij zouden helpen, zoals ieder ander, en ik eindelijk de kans zou krijgen eindelijk mezelf te kunnen verdedigen. Maar daarvoor moest ik natuurlijk met de Raiju, als hij al terugkeerde, Jellal zien te verslaan. Zwaargewond en dus levend, of dood. Dat was de keuze aan Raiju, hoewel ik niet bepaald een leven wilde ontnemen. Dat kon ik gewoon niet. Maar goed, daar kon ik pas aan denken als ik van die pijn af kwam en hun twee mij konden helpen. Ik durfde gewoon niet naar mijn arm te kijken, te bang van wat ik ervan verder kon verwachten. Hun waren dan al dapperder dan ik. Veel dapperder.

===========================
So many questions
But I'm talking to myself
I know that you can't hear me any more
Not anymore
So much to tell you
And most of all goodbye
But I know that you can't hear me any more
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Graeham
Wezen
avatar

Aantal berichten : 296
Punten : 43

Over jouw personage
Leeftijd: 19 years
Groepsleider: /
Relatie: ...

BerichtOnderwerp: Re: Reunion [E7]   zo okt 20, 2013 12:13 am

Cynthia leek nogal verbaasd te zijn toen ik vertelde dat Kirito een jongen was, maar het duurde niet lang voordat ze zich weer concentreerde op de situatie zelf. Kirito had duidelijk nog steeds enorm veel pijn, en ik voelde mezelf compleet nutteloos. Wat kon ik doen om hem te helpen? Ijsmagie gebruiken? Misschien, maar waar en op welke manier? Ja, ijs hielp goed om bloed te stelpen, maar in deze situatie? Ik wist het niet, en diep vanbinnen vervloekte ik mezelf dat ik me alleen maar op ijsmagie had geconcentreerd in plaats van eventuele genezingsmagie. Dat moest toch te leren zijn op de één of ander manier? Ik besefte me dat verwijten maken tegen mezelf Kirito niet zou helpen. Ik dacht na. Er moest toch een manier zijn om Kirito te helpen, al was het alleen maar door de pijn te stillen? Helaas leek het erop dat Cynthia ook niet helemaal wist wat ze hiermee moest. Oh Roc... dacht ik. We hadden allebei nauwelijks ervaring met wonden. Hoe konden we Kirito helpen zonder hem per ongeluk nog meer te pijnigen? In ieder geval deed Cynthia iets waar ik nog niet op was gekomen; Kirito geruststellen. '… Kirito? Je kent me niet, maar ik ben er om je te helpen. Ik heet Cynthia,' zei ze voorzichtig. Ik hoopte dat het werkte. Het zou het inderdaad makkelijker maken om Kirito te helpen.

'Ik wil dat je diep in en uit ademt, kalmeert en me naar je armen laat kijken,' vervolgde ze. Ik voelde me nutteloos op dit moment. Als het niet eens in mij opkwam het slachtoffer gerust te stellen, hoe kon ik dan ooit fatsoenlijk wonden verzorgen? Ik wist het niet, en ik hoopte dat Cynthia wist wat ze deed. 'En dat je me vertelt waar je precies pijn hebt.' Het viel me op dat Cynthia's blik vriendelijker dan normaal. Eigenlijk was het fijn om haar zo te zien... Even schudde ik mijn hoofd. Kirito was nu belangrijker dan welk opvallend detail ook. Nu ik weer mijn aandacht op Kirito had gevestigd, merkte ik dat hij inderdaad zijn best deed om rustig te blijven – wat waarschijnlijk alles behalve gemakkelijk was met al die wonden. Ook wees hij naar de elleboog van zijn arm. Daar had hij dus de meeste pijn. Net op het moment dat ik echt geen flauw idee meer had wat ik moest doen, schoot me iets te binnen: ergens in dit gebied groeide een plant die allerlei soorten wonden deels kon genezen. Ik had er ooit één gezien, toen ik hier was met Ul, jaren geleden. Of de plant überhaupt nog bestond of dat ik hem me juist herinnerde, deed er even niet toe. Ik keek Cynthia aan. “Ik weet iets waarmee we Kirito kunnen helpen. Wacht hier!” zei ik, waarna ik opstond en het bos in liep. Yuki – die al die tijd naast mij had gelegen – maakte aanstalten om mee te gaan, maar ik gebaarde naar hem dat hij moest blijven waar hij was. Cynthia en Kirito konden zichzelf niet tot nauwelijks verdedigen, dus het zou allesbehalve veilig zijn om hen hier achter te laten zonder enige bescherming.

Ik rende door het bos, erop lettend dat ik wegen koos die ik makkelijk kon terugvinden, en tegelijkertijd keek ik rond of ik de plant kon zien. Als ik het me goed kon herinneren, had de plant een blauw-achtige kleur met hier en daar een oranje tint. Dat zou niet zo moeilijk te vinden zijn, of wel? Ik wist niet hoe lang ik daar liep. Het konden minuten zijn, misschien uren. Hoe dan ook, op een gegeven moment vond ik de plant die ik in gedachten had; blauw met oranje tinten. Ik hurkte en rook wat aan de plant – voor het geval dat. Hij had allesbehalve een bedreigende geur en leek me niet bedreigend. Ik plukte de plant en rende zo snel als mijn benen mij konden dragen terug naar Cynthia en Kirito. Dat duurde weer even, maar uiteindelijk kwam ik hijgend en bezweet aan op de plek waar Kirito lag. Ik hurkte naast hem neer en keek van Kirito naar Cynthia en weer terug. “Dit zal moeten helpen...” zei ik nog wat hijgend. Langzaam en voorzichtig tilde ik Kirito's arm op, waarna ik het blad tegen zijn elleboog legde. Nu maar hopen dat het inderdaad een geneeskrachtige plant was – en dat het überhaupt de juiste soort was.

===========================
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Cynthia
Explorer
avatar

Aantal berichten : 325
Punten : 58

Over jouw personage
Leeftijd: 19 jaar
Groepsleider:
Relatie: A broken heart is like a broken mirror. You’d be better of leaving it alone, rather than get hurt trying to fix it.

BerichtOnderwerp: Re: Reunion [E7]   zo okt 20, 2013 10:42 pm

Kirito knikte en volgde haar instructies gehoorzaam op. Haar grijze ogen gleden meteen over zijn ledematen heen, waardoor ze bijna een grimas op wilde zetten, maar zich er nog net van kon weerhouden. Wat ze precies zag wist ze niet, hoewel het duidelijk was dat het op een arm moest lijken. Haar blik volgde de priemende vinger van de jongen, die inmiddels naar zijn elleboog wees om aan te geven waar hij precies pijn had. Bezorgd richtte ze haar aandacht even op Gray. Het leek haar dat Kirito zijn arm had verbrijzeld. Op z’n minst gebroken. Hoe dit precies tot stand was gekomen was onduidelijk, maar dat deed er nu ook niet toe. Wat ertoe deed was dat ze niet wist hoe ze dit verder aan moest pakken. Een gebroken arm zou in het gips moeten komen. Alleen verbinden zou niet werken. Maar een verbrijzelde elleboog? Ze wist bij god niet hoe ze dit moest verhelpen. Het was Gray die met een oplossing leek te komen. Of in ieder geval een poging tot. De ijsmagiër vertelde haar dat hij iets wist waarmee hij kon helpen en dat ze hier moest blijven wachten. Cynthia rolde met haar ogen, maar glimlachte licht als reactie op zijn opmerking. Waar zou ze op dit tijdstip heen moeten? Kirito zou door de pijn niet kunnen lopen – waarschijnlijk niet eens kunnen opstaan – en ze was niet van plan om hem hier achter te laten. Dat zou ze zichzelf nooit vergeven. “Ik weet niet wat Gray in gedachten heeft, maar ik hoop maar dat hij het snel vindt,” dacht ze hardop, hoewel het volume van haar stem nog altijd zacht was.
 
Die gedachte bracht haar tot het volgende: De ijsmagiër had zijn hond bij hen gelaten. Waarschijnlijk wist ze de rede hierachter wel, maar ze had zo haar twijfels of Yuki daadwerkelijk tegen bepaalde wezens zou kunnen vechten. Ze onderschatte zijn kracht niet, maar als een groepje wezens aan zou komen lopen of ze werden gevonden door een wezen die tientallen keren zo groot was als hen, zag ze het somber in. Ze moesten dus zo min mogelijk opvallen en dat ging moeilijk als één van hen het uitschreeuwde van de pijn. Kirito deed aanzienlijk zijn best om zich in te houden, maar Cynthia begreep als geen ander dat hij het eruit wilde gooien. Het binnen houden was geen optie. Het zou uiteindelijk alleen maar destructiever zijn dan normaal. Haar hand gleed omhoog en stak hem naar voren, waarna ze afwachtend haar blik op de jongen richtte, proberend de zijne te vangen. “Als de pijn je teveel wordt, knijp het dan weg in mijn hand,” stelde ze voor. Een andere optie zag ze op het moment niet en misschien gaf het hem wat afleiding. Iets wat hij duidelijk nodig had. “Het is misschien niet veel, maar…” Bah, wat haatte ze zichzelf. Ze verachtte het als mensen elkaar niet helpen als ze dat wel konden, maar op het moment kon ze zelf ook niks verrichten. Ze had geen magische krachten zoals Gray. Ze kon niet spontaan iemand genezen van de pijn. Ze kon niet eens zorgen voor meer afleiding voor de jongen.
 
Het was op dat moment dat haar iets te binnen viel. Vlak voordat ze hem had opgemerkt, had hij een lied gezongen. Een lied die ze op zich ook wel kende, omdat ze een deel ervan zelf had gezongen, wat waarschijnlijk een aanleiding voor hem was om verder te gaan. Zonder verder nog na te denken, begon ze het refrein weer zacht te zingen. “Can we pretend that airplanes in the night sky are like shooting stars? I could really use a wisht right now, wish right now, wish right now.” Haar grijze ogen stonden nog steeds afwachtend op Kirito gericht, hoewel het dit keer meer een hoopvolle blik verschool. Zou hij de hint begrijpen? Ondanks de aarzeling en haar twijfel ging ze toch door, hopend dat hij halverwege mee zou zingen.
 
Na een tijdje zag ze vanuit haar ooghoeken het bekende figuur van Gray op hen aflopen. Een aantal tellen later hurkte hij weer naast hun neer en presenteerde een vreemde plant waar Cynthia nog niet eens over durfde te dromen. Wat een vreemde kleuren voor een natuurlijk iets. But then again, ze was in Fanterria en niet op aarde. “Wat is het?” vroeg ze aarzelend, niet wetend of ze nu een domme vraag stelde. Had ze die plant moeten kennen of was het een niet veel voorkomend iets? In de tijd dat ze hier had geleefd, wat best lang was voor een normaal persoon als haar, had ze het nog nooit gezien.

===========================

It's just my humble opinion
But it's one that I believe in
You don't deserve a point of view
If the only thing you see is you
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Kirito
Junior
avatar

Aantal berichten : 59
Punten : 15

Over jouw personage
Leeftijd: 15 Jaar
Groepsleider: X
Relatie: X

BerichtOnderwerp: Re: Reunion [E7]   ma okt 21, 2013 1:27 am

‘Ik weet iets waarmee we Kirito kunnen helpen. Wacht hier!’ zei Grijs plotseling, en liet toen ineens hen achter met Yuki. De ijsmagïer had dus een idee ter betrekking tot zijn pijn, maar wat was dan zijn ingeving geweest? Het leek mij stug dat Grijs pijnstillers wist te vinden in Fanterria, of iets dergelijks wat ze op Aarde hadden. Het was echter niet zo dat ik geen vertrouwen in ze had, die had ik wel, maar de twee gaven overduidelijk eerder een indruk dat het niet zo was. Dat wilde iemand juist niet zien, wanneer ze geholpen werden. Een doodbloedende persoon zou toch ook niet enkel verbaasde gezichten willen zien en niet wetende blikken. Sommige stierven daardoor. Bah. Ik schudde mijn hoofd lichtjes, probeerde de gedachten uit mijn hersenen te stoppen. Ik was immers niet in een dergelijk vreselijke staat, toch? Er was iets met mijn arm, iets pijnlijks, maar voor de rest was ik oké. Dat nam ik aan, ten minste. Ditmaal wierp ik mijn blik maar op Cynthia. Wie was zij eigenlijk? Enkel haar naam was bekend en Grijs kende haar blijkbaar. Het speelde misschien geen grote rol in tegenstelling tot mij pijn, maar mijn nieuwsgierigheid bleef. Het viel me ook op dat ze iets zei, maar het klonk net te zacht om de woorden erin te verstaan. Het volgende moment hield ze wel opeens haar hand naast de mijne en wachtte ze op iets, een reactie. ‘Als de pijn je teveel wordt, knijp het dan weg in mijn hand,’ zei Cynthia. Even staarde ik naar de hand die naast de mijne lag, een behulpzaam gebaar. Ik moest toegeven dat ik ergens aan de pijn gewend begon te raken, zolang mijn lichaam in dezelfde houding verkeerde. Daarbij kon ik zelfs normaal nadenken, een beetje dan, maar het was al aardig wat. ‘Het is misschien niet veel, maar…’ vervolgde Cynthia vrij beschamend in mijn oren. Ze durfde meer dan ik in een dergelijk situatie zou doen. Ze hoefde nergens beschaamd voor te zijn, ze was sterker, niet waar? Met enige moeite stak ik de hand van mijn goede arm richting haar gezicht uit. Nog net raakten mijn vingertoppen haar wang. “Bedankt!” zei ik met een oprechte glimlach, terwijl ik tegelijkertijd de pijn weg probeerde te stoppen.
 
Voordat ik mijn hand weer neer had laten ploffen op de grond, begon het meisje ineens te zingen. ‘Can we pretend that airplanes in the night sky are like shooting stars? I could really use a wisht right now, wish right now, wish right now.’ Zong Cynthia, waarna ze hem afwachtend aankeek. Ik herkende dat liedje en de stem, Cynthia moest dus dat meisje van eerder moeten zijn geweest! Maar ik snapte nog steeds de reden niet dat ze dat opeens boven water liet komen. Bovendien, was haar blik afwachtend geweest en bijna hoopvol te noemen. Wilde ze nou dat ik-? Met een klein lachje vervolgde ik het liedje, zoals ik die kende. Ik meende alles wat ik ervan zong. Alles. De twee stemmen vloeiden samen. “Yeah, I could use a dream or a genie or a wish. To go back to a place much simpler than this. 'Cause after all the partyin' and smashin' and crashin'. And all the glitz and the glam and the fashion. And all the pandemonium and all the madness. There comes a time where you fade to the blackne-“ Een plotselinge pijnsteek door mijn arm, stopte mijn solo. Automatisch greep ik naar mijn pijnlijke arm, maar probeerde deze niet te verplaatsen. De pijn werd dan enkel erger. “Grmpf,” snoof ik, waarna mijn greep om mijn pijnlijke arm minder werd en deze naast mij sloeg. De pijn zakte weer tot het middelmatige niveau. Ondanks dat was ik zeker dankbaar voor het gevaar van Cynthia. Tijdens het zingen leek de pijn minder geworden te zijn en die tellen waren kostbaar geweest. Verder lag de hand van Cynthia nog naast de zijne, voor het geval dat. De indruk die zij en Grijs eerder hadden gegeven meende ik bijna vergeten te zijn. Bijna.
 

Tellen later verscheen Grijs weer met een wel heel exotische gekleurde plant.  Ik twijfelde er zelfs aan of je zoiets nog in de Amazone gebied zou kunnen vinden. Was het verder niet giftig? Fel gekleurde organismen betekenden weinig goeds, maar voor nu moest ik Grijs maar vertrouwen. Hij wist wel wat hij aan het doen was, al zag het er apart uit. De iets te ruwe handeling van Grijs met de plant en zijn elleboog, zorgde voor de meest pijnlijke steek tot nu toe. Mijn bovenlichaam schoot deels overeind en mijn kaken drukten zeer stevig op elkaar. Kon Grijs niet opletten?! Al spoedig plofte ik neer en zocht wanhopig de hand van Cynthia op en probeerde de pijn weg te knijpen. Ik wilde niet te hard knijpen, omdat zij dan zeer kon krijgen, maar ik had het niet onder de controle. Eventjes hoorde ik mezelf zwaar ademen, maar dat verminderde vrij snel. De pijn nam langzaam af en maakte plaats voor een tintelend gevoel. Het was net zoiets als jezelf branden aan brandnetels. De pijn was verder vrij klein geworden in een dergelijk korte tijd. Traag liet ik dan ook de hand van Cynthia los met een dankbare knik. Het leek mij niet slim om direct ook mijn elleboog te bewegen. Traag hees ik mezelf overeind, vrij moeizaam, en hield ik mijn beschadigde arm vast in een houding, dat het comfortabel was. Het was nog een raadsel hoe lang dat plantje effect zou hebben, maar lang genoeg om iets te vinden. Maar wacht, was ik ze geen verhaal verschuldigd? “Uhm, Cynthia en Grijs, bedankt. Sorry, dat ik jullie lastig viel. Het kwam doordat een feniks mij had vastgegrepen toen ik met iemand op een missie was, Grijs heeft misschien wel een idee welke ik bedoel,” Ik vermeed hun blikken en sprak zachtjes. Het was niet aan mij om meer details over de missie te vertellen.

===========================
So many questions
But I'm talking to myself
I know that you can't hear me any more
Not anymore
So much to tell you
And most of all goodbye
But I know that you can't hear me any more
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Graeham
Wezen
avatar

Aantal berichten : 296
Punten : 43

Over jouw personage
Leeftijd: 19 years
Groepsleider: /
Relatie: ...

BerichtOnderwerp: Re: Reunion [E7]   zo okt 27, 2013 8:22 pm

Mijn blik gleed naar Cynthia toen ik haar stem weer hoorde. 'Wat is het?' vroeg ze wat aarzelend. Er was geen twijfel mogelijk dat ze het over de vreemd gekleurde plant had. “Het is een plant met een genezende werking. Welke weet ik niet precies, ik weet alleen dat ik heb geleerd dat deze plant wonden kan genezen – hoewel ik niet zeker weet of dat voor alle wonden geldt. Ook is het zo dat de plant alleen in deze streek groeit, dus daarmee hebben we geluk gehad,” antwoordde ik. Dit was werkelijk alles wat ik over de plant kon zeggen voordat ik de uitwerking ervan had gezien. Eerst leek het erop dat ik het juist erger had gemaakt; Kirito klemde duidelijk zijn kaken op elkaar waarna hij zichzelf op de grond liet vallen en Cynthia's hand vastgreep. In gedachten riep ik dingen tegen mezelf die ik niet graag hardop wilde zeggen, maar het bleek dat ik mezelf te vroeg had beschuldigd. Langzaamaan begon Kirito rustiger te worden, en hij liet ook Cynthia's hand los. Hij hees zich langzaam overeind, en ik zuchtte opgelucht toen ik dat zag. De plant had een positief resultaat! Ik wilde er nog even niet aan denken dat er een vrij grote kans bestond dat het effect zou uitwerken. In plaats daarvan luisterde naar wat Kirito tegen ons te zeggen had. 'Uhm, Cynthia en Grijs, bedankt. Sorry, dat ik jullie lastig viel. Het kwam doordat een feniks mij had vastgegrepen toen ik met iemand op een missie was, Grijs heeft misschien wel een idee welke ik bedoel,' zei hij zacht, terwijl hij onze blikken vermeed. Even keek ik verbaasd. Niet alleen over die missie – wat die dan ook mocht zijn, maar ook over dat hij ons lastig viel. “Kirito,” begon ik, “jij valt ons helemaal niet lastig. Je hebt onze hulp nodig, of je het nu wilt of niet. Je hoeft je nergens voor te excuseren. Als we je niet hadden willen helpen, hadden we dat niet gedaan.” Ik keek even naar Cynthia, en ik hoopte dat dit ook voor haar gold. Anders was dit moment nogal vreemd geweest.

Kirito had het ook nog over een missie. En er bestond een kans dat ik wist wat voor een missie? Ik keek hem wat verward aan. Ik had werkelijk geen idee waar hij het over had. “...Wat bedoel je eigenlijk met 'missie'?” vroeg ik. “En met wie?” Het waren misschien wat veel vragen in één keer om te stellen aan een gewonde, maar ergens wist ik niet of ik het wel kon vertrouwen. Kirito zat vast in een compleet ander lichaam en was bezig met een missie met iemand van wie ik niet wist of ik die wel kende. Had het te maken met het feit dat Kirito was veranderd in een meisje? Waarschijnlijk. Ik snapte wel dat hij wilde weten waarom hij was veranderd, maar of het wel zo veilig was? Wie weet wat erachter kon zitten. Één of andere vreemde plant, een wezen,... Een wezen. Geen draak, geen feniks, geen centaur. Nee... een magiër. Dat kon bijna niet anders. Ik was opgegroeid tussen de magiërs en ik had al veel verschillende soorten magie gezien. Was er dan een mogelijkheid om iedereen van geslacht te laten veranderen? Nu ik er zo over nadacht, zou het me niet veel hebben verbaasd als het een magiër was. De vraag was; welke? Misschien dezelfde magiër die wezens in mensen veranderde en mensen in wezens... Ja... Dat kon haast niet anders! Ik dacht na. Er waren niet veel, maar ook weer niet weinig magiërs in Fanterria... en er was er één die echt bekend was, en niet bepaald op een positieve manier. “Jellal,” mompelde ik. “Natuurlijk...” fluisterde ik erachteraan, waarna mijn gedachten in mijn hoofd bleven zitten. Natuurlijk was het Jellal... Hij had al voor meer chaos gezorgd hier...

(Ik weet dat Gray het al heeft gehad over Jellal in het topic “[E7] Mages and power”, maar dat tel ik even niet mee aangezien dat topic min of meer is vastgelopen.)

===========================
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Cynthia
Explorer
avatar

Aantal berichten : 325
Punten : 58

Over jouw personage
Leeftijd: 19 jaar
Groepsleider:
Relatie: A broken heart is like a broken mirror. You’d be better of leaving it alone, rather than get hurt trying to fix it.

BerichtOnderwerp: Re: Reunion [E7]   ma okt 28, 2013 5:26 am

Gray legde haar uit dat het een plant met genezende krachten was. Hij wist niet de precieze genezende werking van de plant, maar het was zonder twijfel het proberen waard. Dat moest Cynthia zelf ook toegeven. De ijsmagiër vertelde haar overigens ook dat ze geluk hadden dat ze hier waren, omdat de plant blijkbaar alleen hier groeide en nergens anders. Ze wist niet zozeer of ze echt van geluk moest spreken, aangezien ze het effect nog niet wist en of het überhaupt wel werkte. In eerste instantie leek dit niet het geval te zijn. Kirito verkeerde bijna meteen weer in zijn vorige staat en Cynthia was bang dat hij weer ging schreeuwen van de pijn. Gelukkig merkte ze al snel dat hij naar haar hand zocht, die ze meteen naar de zijne toeschoof zodat hij haar hand kon vinden. Zoals ze had beloofd liet ze hem zijn pijn wegknijpen, hoewel ze zelf haar kaken op elkaar moest klemmen door de steken die nu door haar hand gingen. Voor een tijdelijk meisje had hij nog best een stevige grip, zelfs al kwam dat merendeel door de pijn die hij nu moest voelen. Het werk dat ze een paar minuten geleden had geleverd werd weer teniet gedaan en voor een moment voelde ze zich opnieuw nutteloos. Wat een dom idee was dat eigenlijk… Hoewel het Kirito zichtbaar goed had gedaan. Misschien was het zo slecht nog niet geweest.
 
Cynthia voelde de grip op haar hand verslappen, waarna ze de jongen overeind zag komen. Zo te zien stond het geluk dit keer wel aan hun zijde en had de plant zijn werk gedaan. Het was Kirito zelf die de stilte verbrak met een bedankje en een verontschuldiging. Zacht gegrinnik verliet haar lippen toen ze Gray’s bijnaam hoorde, voordat ze de jongen weer serieus aankeek toen hij de situatie uitlegde. Hij was op een missie? Wat voor een missie? … En had die te maken met het feit dat hij een meisje was? Veel tijd om na te denken had ze niet, want de ijsmagiër haalde haar weer uit haar gedachte. Hij vertelde Kirito dat hij hen helemaal niet lastig had gevallen. Als je het aan Cynthia had gevraagd, dan had zij gezegd van wel, maar dat kwam simpelweg omdat ze liever geen menselijk contact had. Dat zou ze echter alleen zo hebben toegegeven als hij niet gewond was geweest – iets wat in dit geval dus wel zo was. Nee, Kirito had haar niet lastig gevallen. Misschien had hij haar laten schrikken, maar meer ook niet. Ze kon voor het eerst toegeven dat ze zijn gezelschap niet erg vond, ook al waren andere omstandigheden gewenster geweest. Bovendien had ze op een vreemde, onverklaarbare manier Gray weer teruggevonden en dat was meer dan de bedoeling was geweest. Op dat moment was ze niet eens op zoek gegaan. Soms hoefde je dus echt niet eens te zoeken om het te kunnen vinden.
 
Ondanks dat Kirito had gezegd dat ‘Grijs’ misschien een idee had van wat zijn missie inhield, leek Gray het niet te snappen. Cynthia snapte het nog minder. Misschien was hij deze missie wel gewoon vergeten? Nee, dat leek haar niet. Hij leek niet het type om zomaar iets te vergeten. Zeker niet als het belangrijk was. Tenzij hij zijn hoofd had bezeerd toen ze weer terug op Fanterria belandden en daardoor een deel van zijn geheugen kwijt was? Zij had hetzelfde gehad, alleen had ze zich niet bezeerd. Nog altijd wist ze niet wat er precies had afgespeeld terug op aarde. Hoe was ze weer terug hier terechtgekomen? Ach, misschien was het maar beter ook dat ze dat niet wist. Het deed haar vast geen goed om dat te herinneren. “Jellal,” hoorde ze Gray toen zeggen. Ze keek op en richtte haar grijze jongen op de magiër. Had ze die naam niet eerder gehoord? Maar waar…? Haar antwoord kwam al snel. Toen het fiasco met de lichaamsruil nog bezig was, had ze die naam vaker horen vallen. Het was de schuld van Jellal dat ze een draak was geworden en vast en zeker ook de schuld van Jellal dat Kirito nu een meisje was. “Jellal… Hij was toch verantwoordelijk voor mensen die in wezens veranderden en andersom?” vroeg ze vertwijfeld. Ze beet zachtjes op haar onderlip, terwijl herinneringen van toen zich meester van haar maakten. Nee, daar wilde ze niet meer naar terug.

===========================

It's just my humble opinion
But it's one that I believe in
You don't deserve a point of view
If the only thing you see is you
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: Reunion [E7]   

Terug naar boven Go down
 
Reunion [E7]
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Fanterria :: Fantasonia :: Grünland :: Colorful Forest-
Ga naar: