IndexPortalKalenderFAQZoekenGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 Morning~

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Morning~   za jul 05, 2014 11:58 pm

“Hé, kom eens, ik heb iets gevonden!” Een jonge reuzin, hoogstens twaalf jaar oud, liet bomen trillen met haar stem. Ze rende over het gebied, een dat eerst nog vlak was geweest, maar door haar voeten in een heuvellandschap was veranderd. De jonge reuzin kon dat echter niet zo veel schelen, aangezien ze iets had gevonden. Achter haar stond een andere reuzin. Iets ouder, zo rond de 18. Dat was ik. “Hé, wacht! Je kan hier niet zomaar-” “Kom je nog, Avani? Ik heb iets geweldigs gevonden!” Ik zuchtte met een glimlach op mijn gezicht. De reuzin was mijn zusje, die ik al heel lang niet meer had gezien. Ik kwam haar zomaar tegen. Tijdens onze ontmoeting waren er geen woorden nodig. We waren altijd zo close geweest, dat een lange afscheid ons niet deed veranderen. Ik liep door het gehavende gebied, oppassend dat ik het niet nog meer ging vervormen, maar die hoop kon ik eigenlijk net zo goed opgeven. “Kijk hier! Hier! Machtig toch?” Er werd een steen in mijn gezicht gedrukt, nog voordat ik iets kon zeggen. Ik zwaaide wild met mijn armen uit schrik. Gelukkig stonden er geen bomen. Na mijn rust herpakt te hebben kon ik het voorwerp uit de handen van mijn zusje grissen. “Doe eens even rustig,” sprak ik haar toe, waarna ik naar het voorwerp keek. Het was een ronde steen, in de vorm van een bal, hoewel het duidelijk de werk van de natuur was geweest. Ik glimlachte. Ze was erg gefocust op stenen. In elk stukje rots zag ze wel iets moois. Ik zag enkel een grijze steen, maar zij zag er een diep doordacht kunstwerk in. Omdat ik er respect voor had, keek ik haar aan en vertelde ik haar dat het een mooie steen was. Ze maakte een sprongetje dat de grond deed trillen en rende snel door. Alweer moest ik achter haar aan. Helaas was de reuzin veel sneller, dus kon ik haar niet bijbenen. “As, doe eens rustig!” As was niet haar echte naam, maar meer een bijnaam die na lange tijd werd ontstaan. Niemand wist hoe we er aan kwamen. Zelfs As niet. “As?” Ze was nergens te bekennen, gaf geen antwoord. Helemaal niks. Bezorgd stopte ik met rennen en keek ik om me heen. As was misschien wel een lieve reuzin, ze had het nodig dat iemand haar constant in de gaten hield. Daarom vroeg ik me af waarom ze alleen was, maar ergens had ik wel een naar voorgevoel. Ze kon namelijk snel weglopen omdat ze volledig in haar grijzestenenobsessie opging. Waarschijnlijk was dat ook het geval geweest. “As!” Nu maakte ik me nog meer bezorgd. Dat gevoel werd alsmaar groter toen ik uit het niets een schreeuw hoorde. Die kon ik uit duizenden herkennen. As was in gevaar! Halsoverkop snelde ik in haar richting, of in ieder geval waar ik dacht dat ze zou zijn. Bij de plek aangekomen kreeg ik de schrik van mijn leven. Een gigantische steen was bovenop haar gevallen. Voordat ik er ook maar iets van kon denken zag ik in mijn ooghoek dat een net zo grote rots op mij af kwam.

“Nee! Stop! Help!” Geschrokken schoot ik wakker en zat ik rechtop op het plateau waar ik lag te slapen. Gelukkig was het maar een nachtmerrie, maar deze was wel heel erg heftig. Ik zuchtte en stond traag op, waarna ik naar het uitzicht keek. De eerste lichtstralen verwarmden mijn gezicht en lieten een grote schaduw op de rotsen achter me vallen. Het was ochtend, zoals de mensen dat noemden. Ik was precies op tijd wakker geworden. Ik ging op het randje van het plateau zitten en ging denken. Zoals ik dat altijd deed. Lange tijd was ik weggeweest. Ik had gemerkt dat ik veel trauma’s had achtergelaten in de rest van Fantasonia. Toen ik depressief in Giville was kwam het echter ook niet goed, aangezien ik toen aan het vasten was en makkelijk prooi aan Hunters viel. Daarom was ik in de bergen gebleven, tussen Fantasonia en Giville in, zodat ik bij beide gebieden evenveel aanwezig was. Ik kreunde en wreef in mijn slaperige ogen. Ik was helemaal de oude. De rustige, vriendelijke Avani die iedereen van me verwachtte, die iedereen had gemist. Mijn uitbarstingen kon ik onder controle houden. Ik herinnerde me het incident in Notoko, toen ik het halve bos had vernield en Masaomi me tot rust kon brengen. Masaomi.. Ik miste mijn vrienden. Het had ook veel van mijn uithoudingsvermogen gekost om weg te blijven van mijn vrienden, hoewel ik wist dat het fout zou aflopen als ik me door deze gedachten liet beïnvloeden. Ik moest mijn woede onder controle houden. Ik wilde niet nog meer angstige gezichten zien, hoewel dat onvermijdelijk was. Niet iedereen werd nu eenmaal rustig bij het zien van een reus. Dit was echter iets wat ik al heel lang meemaakte en nu als vaste prik bij ontmoetingen zag. Ik legde mijn beide handen op mijn schoot neer en liet mijn benen over het plateau hangen. Een kwaadwillende reus zou me zo kunnen duwen, maar die hoorde ik wel aankomen. Het plateau was zanderig. Zelfs kleine wezens waren, als ik mijn best deed, nog te horen. Daarom maakte ik me geen zorgen. Ik zat hier veilig. De lichtstralen werden steeds feller, maar nog steeds was de prachtige zonsopgang in al zijn magische schoonheid te zien. Ik werd er haast in opgenomen, zo mooi vond ik het. Ik werd wel vaker wakker bij zonsopgang, aangezien dat mijn natuurlijke manier was om wakker te worden, maar dit was iets wat ik niet kon bevatten. Want hoe kon het licht verschijnen en verdwijnen? Mijn rustmoment werd verstoord door een geluid. Veel aandacht besteedde ik er eerst niet aan, maar toch werd ik alert. Ik wilde zeker niet dat er een gevaar dreigde op momenten als deze. Want daar had ik geen zin in.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Aurik
Nieuweling
avatar

Aantal berichten : 12
Punten : 10

Over jouw personage
Leeftijd: 17 Jaar
Groepsleider:
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Morning~   wo jul 09, 2014 12:40 am


Het was nog vroeg in de morgen toen een jonge zwartharige reus zich door de grenzen van Giville baande met voorzichtig geplaatste stappen. Hoeveel dagen had hij sinds zijn vertrek niet meer de ijskoude lucht weten op te snuiven, de koude grassprieten onder zich gevuld en de sterke dennengeur niet meer geroken? Zeker een boel. De jonge reus stopte even met lopen en liet zijn blik over de dal van een dichtbij zijnde berg vallen. Achter de berg woonde zijn vrienden die zeker een lange tijd op hem hadden staan wachten als ze hem nog herinnerde. Ze zouden in ieder geval een boel moeten zijn gegroeid en zouden dus ook een jaar ouder zijn. Zou dit betekenen dat ze misschien al onderlinge relaties gevormd hadden? Bij zijn vertrek kon hij al de vlinders in de buiken van de meisjes gevoeld hebben, dus moesten er een paar van de vlinders hun bloem, een van de jongens, gevonden hebben. De reus hield een hand voor zijn mond, giechelend. Met zulke gedachte was hij benieuwd naar de koppels die misschien waren ontstaan, maar het waren mogelijkheden en ze stonden dus net vast. Hij kon ze pas ter plekke vestigen. Voldaan plaatste hij zijn handen tegen zijn zij om zijn weg te vervolgen. Het zou enkel een paar dagen duren, voordat hij weer herenigd met ze zou zijn. Tijdens het lopen dacht hij al aan welke verhalen hij ze kon vertellen over zijn reis door Fanterria, van de Carers die draken beschermden in Notoko tegen een groep Hunters tot een territoriumstrijd tussen twee roedels weerwolven. Het was een spectaculaire, heftige reis geweest wat niet enkel spanning te wegen gebracht had, maar ook nieuw vergaarde kennis over de organismen. Welk organisme de rol van prooi op zich nam en welke de jager of de manieren waarop ze zich konden verdedigen of aanvallen, dat allemaal van een behoorlijke reis. Een boel verhalen die wat langer dan een uur zouden duren om ze elk in kleur en geur te vertellen. Onbewust verscheen er al een vermakelijke glimlach op zijn gezicht en glansden zijn ogen. Hij verstevigde zijn pas, onrustig en ongeduldiger geworden door al deze verwachtingen die hij had.

In deze haast was hem bijna een schim in zijn ooghoek hem ontgaan. Met opgetrokken wenkbrauwen keek hij schuin achter zich en meende een reuzin te zien die op haar rug lag, maar duidelijk nog bij bewustzijn was. Hij voelde zijn hart van de spanning in zijn keel kloppen en verrast taste hij met zijn vingertoppen er langs. Waarom werd hij toch zo gespannen?  Kwam het doordat hij een lange tijd geen soortgenoot gezien had of speelde iets anders een rol, zoals… Herkenning? Aurik trok zijn ogen tot spleetjes en leunde iets meer naar voren en zag toen dat de reuzin lange blonde haren had, een zeldzame haarkleur onder reuzen. Deze opmerking… Hij had hem toch eens eerder gemaakt, maar wanneer? Hij krabde zijn zwarte haren en herinnerde zich het toen. Er was een blonde reuzin die hij kende, dat was.. “Avani..” Haar naam kwam onwennig uit zijn mond. Een jaar was vergaan sinds het moment dat ze elk hun eigen weg gingen en dat ze elk voor de laatste keer zagen. Was het mogelijk dat ze weer in Giville kon zijn? Aurik liet zijn arm langs zijn lichaam hangen en herinnerde zich ineens weer de woorden die ze eens uitgesproken had. 'Wat was er eigenlijk allemaal in Giville gebeurd? In de tijd dat ik in de buitenwereld was, ben ik eigenlijk amper in Giville geweest,'. Avani was echter weer in Giville en dat stelde hem gerust, wetend dat als hij haar aanbod afgewezen had een jaar geleden, nu zijn reis kon starten indien hij wist waar ze zat. Wacht. Waarom dacht hij er zo over? Hij schudde zijn hoofd. De reis was voorbij en Avani was geen middel om naar de buitenwereld te gaan, maar een vriend.


Zou hij dan naar haar toe gaan? Ze leek vrij vredig in het zachte gras te liggen dat hij haar liever met rust wilde laten. Zijn nieuwsgierigheid bleef echter sterk aanwezig en langzaam stapte hij op haar af en bijna schrok hij zo dat hij bijna op zijn achterste viel. Ze leek namelijk niet vredig in slaap te zijn-haar ogen waren open- en haar blik leek op iets in de verte gevestigd te zijn. Hij volgde haar blik naar een beeldschone zonsopgang, bijna adembenemend. Hoe lang geleden werd hij juist wakker met zulke zonsopgangen? Het leek een eeuwigheid, maar het hele jaar door zag hij zonsopgangen, elk verschillend door de omgeving, maar die van zijn thuisland bleef toch het mooist. De warmte van de zonnestralen tastten zijn huid af, terwijl hij verder richting de reuzin stapte. “Goedemorgen, slaapkop,” Grinnikte Aurik die zijn armen achter zijn rug hield en over haar heen boog om haar lichtjes te plagen. Nu hij haar beter zag, bleek het gelukkig écht Avani te zijn met haar groene kijkers en lange blonde haren. Zij was echter duidelijk gegroeid in tegenstelling tot hem. Zijn stem was enkel zwaarder geworden en zijn lengte toegenomen, daar bleef het bij. Helaas. Baardgroei bleek op zich te wachten. Langzaam trok Aurik zich terug en plofte hij op het zachte gras naast Avani neer met zijn armen voldaan achter zijn voorhoofd, terwijl hij ook richting de zon keek die toenam in haar warmte en grootte. “Je had gelijk, Fanterria zit vol gevaren, maar is ook beeldschoon in haar glorie,”


OOC: Ik moet echt weer inspelen op Aurik's karakter en dat is nogal moeilijk, hehehe.
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Morning~   do jul 10, 2014 12:07 am

Hoewel ik een geluid had gehoord, kon ik er niet precies achter komen wat het geluid dan wel mocht zijn. Ik vloekte even in mijzelf. Hoe kon ik, op een gevaarlijke plek als deze, nou niet bedenken wat dat geluid was? Was ik werkelijk zo opgenomen in de zonsopgang? Ik hoorde een paar stappen. Deze konden onmogelijk van mensen zijn geweest. Daar waren ze te luid voor. Hoewel deze ook niet al te luid waren, was het verschil duidelijk te merken. Het moest dus een groot wezen zijn. Een soortgenoot misschien? Aangezien de stappen steeds dichterbij kwamen, moest ik alert blijven. En daar had ik niet al te veel zin in. Konden ze niet wachten tot dit mooie tafereel voorbij was? Plotseling stopten de stappen. Vlak achter me. Of dit nu een bekende was of een kwaadwillend wezen, dit zou me normaal gesproken triggeren om in de verdediging te schieten. Ik zat op de rand van een plateau. Mijn benen hingen honderden meters in de lucht. Toegegeven, als reus was ik heel groot, maar een val als deze zou me zeker bezeren. Omdat elke vorm van me bezeren een nadelige was, keek ik meteen op door mijn hoofd haast in mijn nek te leggen. En dat deed al mijn negatieve gedachten als sneeuw voor de zon verdwijnen. Ik keek recht in de ogen van Aurik. Goh, die had ik ook al een tijd niet meer gezien! “Goedemorgen, slaapkop,” zei hij. Ik merkte dat het plagerig was bedoeld. Een grijns verscheen op mijn gezicht, een teken dat ik oprecht blij was om hem te zien. “Hee, goedemorgen,” antwoordde ik tegen het ondersteboven gedraaide hoofd. Zijn stem was zwaarder. Het was ook al een hele tijd geleden dat ik hem voor het laatst gezien had. Hoe lang wist ik niet. Ik had geen kalender zoals de mensen en een andere vorm van tijdsbesef had ik ook niet. Dat hielp me om in het hier en nu te leven. Het hoofd ging langzaam weg, waardoor ik gedwongen was om met mijn hele bovenlichaam te draaien. De reus ging naast me zitten, op het gras, die ik ook nu pas opmerkte. Gek dat ik in al die tijd het gras niet had opgemerkt. Mijn handen lagen nog altijd op mijn schoot, mijn benen waren over elkaar gekruist terwijl ze in de lucht hingen. Een andere vorm om het gras te voelen had ik niet, want ik was geen wezen die met haar hoofd in het gras zat.

Mijn blik gleed over Aurik. Veel veranderd was hij niet. Misschien iets langer geworden, maar dat was ik ook, hoewel ik de groeispurt al voorbij was. Ik groeide misschien nog enkele meters, maar niet tientallen meters zoals een puberreus dat zou doen. Verder zag hij er nog hetzelfde uit: hetzelfde donkere haar als eerst. Dat ik hem hier aan kon herkennen was ook raar, aangezien bijna elke reus donker haar had. Er waren maar een paar die blond haar hadden. Rood haar was nog zeldzamer. Ik wendde mijn blik weer richting de zonsopgang. Hij was nog steeds even mooi als altijd. De donkere lucht werd langzaamaan steeds lichter. De helft van de zon was inmiddels boven de bergen op de horizon uit gestegen. “Je had gelijk, Fanterria zit vol gevaren, maar is ook beeldschoon in haar glorie,” zei Aurik op een gegeven moment. Ik kon niks anders dan knikken. “Dit soort dingen zijn altijd weer momenten die me aan de goede kant van Fanterria laten denken.” En daar was geen een woord van gelogen. Rustgevende plekken, zoals een waterval, een stil, groen bos of een zonsopgang, boden mij de juiste sfeer om volledig tot rust te komen. Ook daar was ik achter gekomen, in al die tijd dat ik me teruggetrokken had van de rest van Fanterria. “Hoe gaat het met je? Het is al een hele tijd geleden,” zei ik, zonder mijn blik van de zon af te wenden. Pas na mijn vraag draaide ik mijn hoofd. Deze stond iets schuin. Niet alleen was het een teken van interesse, ook was het een manier om mijn haar niet in mijn gezicht te krijgen. Toen iedereen van geslacht was gewisseld, had ik dat probleem even niet. Daarom had ik het na de wisseling even verleerd om mijn haar uit mijn gezicht te houden. Er waren vast heel veel dingen gebeurd in de tijd dat ik weg was. Hoe lang wist ik niet, maar dat het lang was, wist ik wel zeker. Of het voelde als een eeuwigheid. Een zacht briesje blies tegen mijn gezicht aan en waaide mijn haar wat naar achteren. Deze haalde me uit mijn gedachten, hoewel ik niet aan het dagdromen was, want volledig weg zijn was altijd veel te gevaarlijk. Dat wist ik uit ervaring.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Aurik
Nieuweling
avatar

Aantal berichten : 12
Punten : 10

Over jouw personage
Leeftijd: 17 Jaar
Groepsleider:
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Morning~   do jul 10, 2014 9:06 pm


Het was duidelijk dat Avani hem wist te herkennen en dat had hem enigszins gerustgesteld. Zij was hem ook niet vergeten en dat voelde fijn aan. Als hij haar had begroet als een onbekende zou ze zich zeker bedreigd velen en om dan met een meisje te vechten was teveel van het goede, zeker na een lange reis. De vermoeidheid trok als een vlaag door hem heen, terwijl de zon haar warme zonnestralen over de bergen verspreidde. Hij besefte toen pas dat hij maar twee uur geslapen had om nog bij zonsopgang in Giville terug te zijn. Dat was achteraf niet slim geweest: hij was doodop. Als Avani het toeliet wilde hij zo meteen wel even dutten. Hij strekte zijn armen iets uit en legde ze toen op zijn knieën.  Een paar tellen nadat hij begonnen was over het prachtige landschap van Fanterria, leek Avani er aardig mee eens te zijn. ‘Dit soort dingen zijn altijd weer momenten die me aan de goede kant van Fanterria laten denken.’ Dat waren haar exacte woorden die goed gekozen waren. Even hield hij een hand voor zijn mond om een gaap te onderdrukken uit beleefdheid. Hij wilde niet dat hij een verveeld gebaar zou maken, zeker als het niet zo bedoeld was. Avani had echter wel hier gelijk in. In zijn reis had hij de goede , maar ook de slechten kanten gezien. Ze wogen echter tegen elkaar op, ze waren in balans. Zolang deze evenwicht bestond kon je als individu Fanterria zowel goed en slecht vinden als je het zo zwart wit wilde. Het was echter niet overduidelijk een vreselijk land of juist een Utopia van een land. Het zat er lekker tussenin. Dat was fijn.
 

Aurik glimlachte even, diep in gedachten verzonken. ‘Hoe gaat het met je? Het is al een hele tijd geleden,’ Direct schrok hij wakker en keek hij Avani recht aan. Even bijkomend van de schrik krabde hij aan zijn zwarte haar. Dat kon ze niet beter verwoorden, het was een lange tijd geleden dat ze elkaar voor het laatst zagen. “Het gaat wel en..” Een gaap doorbrak zijn woorden, waarop hij verontschuldigend Avani aankeek, ”Sorry, heb weinig geslapen.  Verder hadden de Hunters zich vrij rustig gehouden in de tijd dat ik in een bepaald gebied zat. Of ik wist ze onbewust te vermijden of ze lieten zich niet zien, bang voor een jonge reus.  Ach, ik mag niet klagen,” Hoe minder Hunters, hoe beter. Het bleef echter mysterieus of waren zijn verwachtingen te hoog gespannen geweest?  Hij merkte toen pas dat Avani hem aankeek, zeker aandachtig naar zijn verhaal luisterend. Met een grinnik draaide hij zich iets meer naar haar toe. “Voor de rest gebeurde er weinig speciaals hoor,” Vervolgde Aurik die eigenlijk al zijn verhaal afgemaakt had. Er was niets wat echt uitschoot boven de rest in zijn avontuur. Nu hij zijn woord gedaan was hij des te meer benieuwd naar hoe Avani al die tijd doorgekomen was. Bleef ze al die tijd in Giville, of was ze ook op stap geweest? “En… hoe ben jij al die tijd doorgekomen?” Vroeg hij met een zachte glimlach, nogmaals een gaap onderdrukkend.
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Morning~   za jul 19, 2014 2:38 am

Blijkbaar was Aurik in gedachten verzonken, aangezien mijn stem hem wakker schrok. Ik bewoog reflexmatig mijn arm als reactie op zijn angstreactie. Hij deed me ook schrikken en op zich was dat niet zo gek. Ik had namelijk niet verwacht dat ik iemand zou kunnen laten schrikken met mijn stem. Of in ieder geval, iemand van mijn eigen soort. Aurik gaapte een paar keer. Dit kon twee dingen betekenen. Of de jonge reus was moe, wat ik me best goed voor kon stellen, of hij had extra zuurstof nodig. Ik nam maar aan dat het die eerste was. Het was immers behoorlijk vroeg. Zelfs voor mijn doen, want zo vaak zag ik de zonsopgang niet eens. “Het gaat wel en..” Alweer gaapte Aurik. Dit keer stak hij mij aan. Ik kon mijn gaap nog met moeite onderdrukken, hoewel ik wel tranen in mijn ogen kreeg. Dit was echter niet omdat ik verdrietig was. Door het inhouden van mijn gaap zette ik druk op mijn traanklieren, waardoor mijn ogen vochtig werden. Onwennig glimlachend veegde ik enkele tranen weg. ”Sorry, heb weinig geslapen.  Verder hadden de Hunters zich vrij rustig gehouden in de tijd dat ik in een bepaald gebied zat. Of ik wist ze onbewust te vermijden of ze lieten zich niet zien, bang voor een jonge reus.  Ach, ik mag niet klagen,” ging Aurik verder. Ik knikte. Inderdaad, hoe minder Hunters, hoe beter. Ik had al heel vaak Hunters tegengekomen en hoewel ik niet een makkelijke prooi was, wist ik uit levenservaring dat Hunters heel erg.. Vervelend waren. “Geeft niet, het is nog vroeg,” antwoordde ik op zijn verontschuldiging. Hij hoefde geen sorry voor het gegaap te zeggen. Ik was er zelf al achter gekomen. Soms gingen mijn gedachten heel snel. Zelfs zo snel dat ik het al pratend niet bij kon houden. Daarom kwam het soms voor dat mijn zinnen warrig werden omdat ik iets zei, maar in mijn gedachten al bij een ander onderwerp was. Dat was echter op dit moment niet het geval, aangezien het nog vroeg was en ik het liefste weer zou willen slapen. Als ik niet door een nachtmerrie wakker was geworden, had ik het wel geweten. “Voor de rest gebeurde er weinig speciaals hoor,” zei hij vervolgens. Ah, oke. Ik wist niet of dat goed of slecht was, maar ik ging maar uit van het positieve. In de tijd dat ik in Fanterria was geweest, waren er teveel negatieve dingen gebeurd, dus eigenlijk was ik al die actie een beetje beu.

“En… hoe ben jij al die tijd doorgekomen?” Ik keek even naar de zon, alsof ik nadacht over een antwoord. Dat was ook het geval. Want wat had ik wel niet gedaan? Ik was heel lang in Giville geweest, rust gezocht, me afgezonderd van de andere wezens. Ik was klaar met al die wezens die elkaar uitmoordden om voedsel en terrein, mensen die probeerden Fanterria te claimen als hun eigen planeet, wezens die steeds banger werden voor die kleine wezentjes. Ik was klaar met magie, zwarte magie die zoveel schade had aangericht in Fanterria, die chaos had gecreëerd. Letterlijk. Ook ik was even in chaos veranderd. Daarom was ik naar de bergen gevlucht, weg van alle ellende, weg van al het gedoe en gezeik. Eigenlijk kwam dat er op neer dat ik de narigheden ontvluchtte, dat ik wegliep voor de problemen, terwijl heel wat wezens vonden dat een reus dat niet kon doen. Reuzen moesten sterk zijn, opstaan voor de problemen, zorgen dat het anders werd. Samen met draken waren ze de sterkste wezens. Ik zuchtte. Ik had echter al teveel meegemaakt voor mijn leeftijd. Ik was al een aantal keer de controle over mijzelf kwijtgeraakt. Dat was misschien wel de beste verklaring. Ik keek op en opende mijn mond om iets te zeggen. Pas daarna rolden de woorden uit mijn mond. “Ik heb rust gezocht, hier in de bergen van Giville,” begon ik, waarna ik mijn blik naar de afgrond wendde. Al deze tijd keek ik Aurik niet aan, hoewel ik hem in mijn ooghoeken nog wel kon zien. “Ik had teveel gezien. Al het gedoe met Jellal, met de Hunters, ik was er op een gegeven moment klaar mee. Dus ik heb me teruggetrokken. Weg van alle problemen, weg van alle ruzies,” ging ik verder. Ik keek nu Aurik aan, maar zonder mijn hoofd te bewegen. Mijn groene ogen waren echter wel op hem gericht. “Ik weet dat de andere wezens daar bepaalde gedachten over hebben, maar ik had dit nodig. Even rust. Even weg van alles. En het heeft me geholpen. Zowel van binnen als van buiten ben ik rustig.” Ik vouwde mijn handen in elkaar, terwijl ze nog altijd op mijn schoot lagen. Een glimlach vormde op mijn gezicht. “Ik wil binnenkort weer terug naar Fantasonia. Ik ben er weer klaar voor. Eigenlijk wil ik vandaag al gaan, maar nu is het nog te vroeg,” zei ik, terwijl ik weer naar de zon keek. Deze raakte de bergen in de horizon niet meer aan. Het verbaasde mij dat de zonsopgang dit keer zo snel ging. Zou het wat kunnen betekenen? Niet wetend wat ik nu kon zeggen, zonk ik in mijn gedachten, hoewel ik nog wel wakker bleef. Want ik wilde niet graag schrikken van plotselinge geluiden.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Aurik
Nieuweling
avatar

Aantal berichten : 12
Punten : 10

Over jouw personage
Leeftijd: 17 Jaar
Groepsleider:
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Morning~   di jul 22, 2014 11:15 pm


Spoedig nadat hij gevragen had hoe Avani de tijd had besteedt, keek ze naar de rijzende zon. Ze leek haast in gedachte verzonken te zijn op het moment dat de zon leek te weerspiegelen in haar ogen. Het kon echter een hint zijn dat ze een boel had beleefd. Dat zou niet als een verassing moeten komen, elke dag moest je immers overleven. Er waren namelijk nog vreemde gebeurtenissen geweest die door een machtige tovenaar te weeg waren gebracht. In zijn reis was hij bizarre veranderingen in zowel de mens als wezens tegengekomen.  Het leek allemaal haast een nachtmerrie te zijn geweest in plaats van de realiteit, het alledaags leven.  Nu was hij juist meer benieuwd naar Avani’s verhaal, gezien ze er misschien ook iets over gehoord had moeten hebben. Het was zo groots en het was zelfs in Giville gaande, volgens geruchten. Het leek hem met de tel logischer dat Avani er vast meer over begreep, gezien zij Giville vaak achter zich liet. Avani sloeg plotseling een zucht. Het leek erop dat ze uit haar gedachtegang gekomen was, maar niet heel vrolijk leek met de uitkomst. Aurik ontmoette haar blik en luisterde toen naar de woordenstroom die haar mond verliet met volle aandacht. ‘Ik heb rust gezocht, hier in de bergen van Giville,’ Dit verraste hem erg, gezien ze juist dit gebied vaak verliet. Het legde ook direct uit waarom hij haar nog nauwelijks tegengekomen was. Ze wendde haar blik van hem af, richting de dreigende afgrond onder hen. ‘Ik had teveel gezien. Al het gedoe met Jellal, met de Hunters, ik was er op een gegeven moment klaar mee. Dus ik heb me teruggetrokken. Weg van alle problemen, weg van alle ruzies,’Aurik kon enkel hierop reageren met een knik. Hiermee was ook bevestigd dat ze inderdaad op de hoogte was van de fratsen die de tove-nee- Jellal uitvoerde op Fantasonia. Het veroorzaakte enkel chaos en meer confrontaties tussen wezens die ooit vredig met elkaar konden leven. Deze tovenaar had al zoveel schade bezorgd dat zelfs het beëindigen van zijn acties nauwelijks nut zou hebben.  Het was makkelijk te begrijpen dat Avani rust zocht, maar het zou niets oplossen, enkel voor het individu. Hij voelde toen Avani’s blik weer op hem gericht staan al keek ze hem eerder in haar ooghoeken aan. ‘Ik weet dat de andere wezens daar bepaalde gedachten over hebben, maar ik had dit nodig. Even rust. Even weg van alles. En het heeft me geholpen. Zowel van binnen als van buiten ben ik rustig.’ Verwees ze naar hem als ‘andere wezens’? Dat moest wel en haar vermoeden klopte, hij had een andere mening hierover. Hij kon haar standpunt echter wel begrijpen en dus ook respecteren. De rust had ook klaarblijkelijk Avani overgenomen in haar woorden. Dat was ook goed nieuws. Het was haar gelukt. Avani vouwde haar handen in elkaar en vervolgde haar verhaal, ‘Ik wil binnenkort weer terug naar Fantasonia. Ik ben er weer klaar voor. Eigenlijk wil ik vandaag al gaan, maar nu is het nog te vroeg,’ Een zachte glimlach vormde op Aurik’s gezicht na het horen van haar boodschap. Ze wilde dus terug naar Fantasonia, en wel vandaag! Ze was er zeker klaar voor nu ze haar rust hervonden had. Hij wilde graag ook Fantasonia weer in, maar toen schoot de waarheid hem binnen. Was hij vandaag niet eindelijk teruggekeerd om zijn vrienden weer op te zoeken voorbij de berg? Het zou onmogelijk zijn om nog vandaag met Avani dan te vertrekken, helaas. Hij sloeg een zucht en liet zijn blik rusten op de berg achter zich die hij nog moest passeren. “Ik moet juist de andere kant op, voorbij een berg om wat vrienden te bezoeken. Wat ik daarna ga doen weet ik nog niet. Het lijkt mij leuk om ook terug naar Fantasonia te keren na mijn bezoek, maar dan laat ik hen weer achter in Giville. Ze kunnen beter ook Fantasonia in trekken, zodat ze leren overleven dan jarenlang in een rustig oord te zitten,” Licht verrast van zijn eigen woorden keek hij Avani aan. Hij had dat laatste niet gemeen bedoeld. “Dat laatste…. Ik bedoelde het niet zo!” Lichtjes ongemakkelijk speelde hij met zijn vingertoppen met zijn zwarte haren. Er viel een stilte en hij had geen idee hoe hij deze kon opvullen. Hoe langer de stilte aanhield, hoe ongemakkelijker hij zich voelde. Hopelijk had hij Avani niet gekwetst. 

Misschien was het een beter idee om van onderwerp te wisselen? Jellal en de chaos in Fantasonia kwam direct in hem op. Avani leek er meer verstand van te hebben dan hij. “Heb je trouwens ooit deze Jellal ontmoet? Zo ja, heb je een vermoeden waarom hij continu van die betoveringen loslaat over Fantasonia? Als hij enkel chaos wilde, kon hij lang geleden al stoppen, maar hij wilt duidelijk dan meer of iets bekend maken aan ons. Wat datgene is… Tja, dat kan van alles zijn. Van een dreigend gevaar tot iets filosofisch. De mogelijkheid dat hij enkel in tijden van chaos de macht wilt overnemen lijkt mij raadselachtig. Dat had hij anders al kunnen doen,” Aurik kruiste zijn armen weer achter zich en keek weer richting de snel stijgende zon. Iets schoot hem te binnen. Al deze betoveringen stopte na een tijdje, dan leek het er niet op dat hij perse de bewoners van Fantasonia te lang wilde belemmeren, anders duurde deze zich voort. Dan leek de grip op macht ook uitgesloten, wanneer een ongemakkelijke situatie voortduurt kan hij zich openbaren en de macht tot zich nemen. Het was bizar. Een tel later keek hij Avani, hopend dat zij misschien meer over hem wist dan hij.
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Morning~   vr jul 25, 2014 1:15 am

“Ik moet juist de andere kant op, voorbij een berg om wat vrienden te bezoeken. Wat ik daarna ga doen weet ik nog niet. Het lijkt mij leuk om ook terug naar Fantasonia te keren na mijn bezoek, maar dan laat ik hen weer achter in Giville. Ze kunnen beter ook Fantasonia in trekken, zodat ze leren overleven dan jarenlang in een rustig oord te zitten,” antwoordde Aurik. Mijn blik stond net zo verrast als die van hem. Niet vanwege dat hij juist de andere kant op moest, want dat kon ik goed begrijpen. Hij was immers niet de enige die hier vrienden en familie had achtergelaten om Fantasonia in te trekken. Ikzelf zou ook heel graag terug willen naar familie en vrienden, maar ze waren allemaal in Fantasonia, of te ver in Giville. Ik had niet zo’n leuk apparaatje om ze op te sporen, zoals de mens die wel had. Als ik ze zou opzoeken, was ik weer een lange tijd verder voor ik ze zou vinden, aangezien ze door Giville trokken en het land zelfs al voor reuzen heel groot was. Nee, wat mij eerder raakte was dat hij eigenlijk Giville een rustig oord noemde. Misschien bedoelde hij dat niet zo, maar hier moest ik wel iets van zeggen. Giville was zeker geen rustig oord! Ik herinnerde me nog als de dag van gisteren toen ik verzwakt bij de riviermond lag en bruut werd aangevallen door een groep Hunters, waarna ik ook nog eens aangevallen werd door een meisje die een vriend van een vriend had vermoord. Zonder dat ik er erg in had gromde ik lichtjes. Zolang je groot en sterk was, was dit misschien een rustig oord, de strenge kou – die ik nu nog altijd voelde – daargelaten. Maar een groot lijf eiste veel hulp en verzorging, iets wat soms moeilijk te verwezelijken was. Feit was wel dat het in de rest van Fantasonia lastiger was om jezelf te onderhouden dan in het land der reuzen, maar nog steeds vond ik deze opmerking ongegrond. Zelfs toen Aurik zich verontschuldigde bleef de zin nog in mijn hoofd zitten. Afijn, hij bedoelde het niet gemeen. Misschien moest ik mijn gedachten maar veranderen om ze wat positiever te maken.

„Het is al goed. Je bedoelde het niet verkeerd, dus moet ik het ook zo inzien.”

Het was duidelijk genoeg dat ik mijzelf tegensprak, aangezien ik een stalen gezicht had, iets wat ik haast nooit bij geruststellende uitspraken had. Dit had voor mij weer een goede reden. Als ik mezelf verdrietig kon maken door deprimerende gedachten, dan kon ik mijzelf ook blij maken door positieve gedachten. Ik probeerde dat laatste nu uit. Voor ik het wist maakte mijn mond een licht boogje. Ik glimlachte lichtjes, mijn ogen straalden wat. Ik moest de dag niet negatief beginnen. Dat was voor niemand goed. Gelukkig begon Aurik ook weer te praten. “Heb je trouwens ooit deze Jellal ontmoet? Zo ja, heb je een vermoeden waarom hij continu van die betoveringen loslaat over Fantasonia? Als hij enkel chaos wilde, kon hij lang geleden al stoppen, maar hij wilt duidelijk dan meer of iets bekend maken aan ons. Wat datgene is… Tja, dat kan van alles zijn. Van een dreigend gevaar tot iets filosofisch. De mogelijkheid dat hij enkel in tijden van chaos de macht wilt overnemen lijkt mij raadselachtig. Dat had hij anders al kunnen doen,” zei hij. Ik knikte. Het was vreemd dat de twee heftigste spreuken – de wezen-mensverwisseling en de geslachtsverwisseling – juist elkaar de andere kant lieten zien. Wezens wisten nu hoe moeilijk mensen het hadden en de mensen wisten hoe het overlevingsspel voor wezens hier werkte. Jongens wisten waarom meisjes altijd op emoties en gevoelens speelden en meisjes wisten nu waarom de jongens altijd maar hun kracht wilden inzetten. Het was voor mij niet helemaal duidelijk waarom hij dit alles deed, maar het was voor mij wel duidelijk dat het hem niet alleen maar om de lol ging. Of hij was gestoord.

„Ik weet nog wel dat ik tijdens de geslachtswisseling met anderen een plan had gemaakt om naar de grot van Jellal toe te gaan, maar dat was het dichtste wat ik ooit bij Jellal ben gekomen. Een andere ontmoeting kan ik me niet herinneren. Maar ik denk ook dat hij iets wil zeggen, maar wat weet ik niet. Misschien dat hij ons als bewoners van Fanterria iets over elkaar wil laten weten, maar ik vraag me af wat het dan precies zou kunnen zijn.”

Mijn schouders zakten wat, de spanning van net ebde langzaamaan weg. Het onderwerp Jellal was niet bepaald een rustgevend onderwerp, maar aangezien er nu niks aan de hand was kon iedereen weer rustig ademhalen. Zachte stemmen bereikten mijn oren. Voorzichtig boog ik me voorover, om te kunnen zien waar het geluid vandaan kwam. Het waren mensen die in de afgrond liepen. Ze waren vast bezig om de bergen te beklimmen. De stemmen waren te zacht voor mij om ze te kunnen horen, maar het gebaar wat een van hen liet zien, sprak boekdelen: een mens wees naar de richel waar wij zaten, waarna de groep vaart maakte in onze richting. Ik bleef echter rustig zitten: het kon even duren voor ze bij ons kwamen, in mensentijd misschien een kwartier tot een half uur, als ze snel waren.

„Volgens mij komen er Hunters aan. Wat gaan we doen?”

Ik glimlachte iets meer. De groep was namelijk niet zo groot en ze deden er wel even over om ons te bereiken. Daarom was de vraag meer als een grap bedoeld dan dat ik het echt meende. Ik legde mijn handen naast mijn heupen neer, maar bleef in dezelfde houding zitten. Er was geen haast, daarom bleef ik kalm zitten, benieuwd of Aurik iets wilde ondernemen tegen de Hunters, of dat hij ook geen zin had om iets te doen.

OOC: Even een andere lay-out uitproberen XD

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Aurik
Nieuweling
avatar

Aantal berichten : 12
Punten : 10

Over jouw personage
Leeftijd: 17 Jaar
Groepsleider:
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Morning~   ma jul 28, 2014 10:07 am


Het schuldgevoel bleef hangen. Hij had immers Avani weten te beledigen met een zin die hij zonder erover nagedacht te hebben uitgesproken had. Het pijnigde hem hoe het mogelijk was dat hij geen rekening gehouden had met haar en hoopte enkel op vergiffenis van zijn woorden.  Toen hij haar even had aangekeken leek ze in gedachten verzonken te zijn en meer dan dat gegeven kon hij niet aflezen. Jammer genoeg. Geen enkele emotie was te bespeuren, totdat haar ogen levendiger leken en ze eindelijk haar mond open getrokken had. ‘ Het is al goed. Je bedoelde het niet verkeerd, dus moet ik het ook zo inzien.’ Hij was verbijsterd over de manier waarop ze vrij redelijk met zijn mening leek om te gaan. Het leek er echt haast op alsof het haar niets gedaan had, maar waarom bleef deze ongemakkelijke gevoel in zijn onderbuik hangen? Was er een kans dat ze toch zwaar beledigd was, maar toch vriendelijk probeerde te zijn? Het versterkte enkel zijn schuld gevoel. Een blik op Avani’s gezicht en zijn vermoedens werden bevestigd: de stalen, haast bevroren gezicht sprak boekdelen. Direct keek hij weg, weer richting de zonsopgang, zijn enige toevluchtsoord in de conversatie.
Naarmate de tijd verstreek nam echter zijn onderbuikgevoel af en toen hij na zijn vraag betreft Jellal haar kant weer opkeek zag hij zowaar een zwakke glimlach staan. Dat stelde hem gerust, maar wat deze glimlach veroorzaakt had bleef voor hem een mysterie. Tja, zo goed kende hij Avani niet. Na zijn verhaal over Jellal te hebben gedaan in een poging het onderwerp te veranderen leek Avani ditmaal met hem eens te zijn door een klein knikgebaar te maken nadat hij uitgesproken was. Ze leek er echter even over na te denken wat niet als een verassing kwam. Aurik liet zijn armen langs zijn lichaam liggen en frummelde lichtjes aan de licht sompige aarde en vochtige grassprietjes. Deze tovenaar, wat had hij eigenlijk tot nu toe allemaal uitgespookt? Het eerste wat in hem op kwam was de geslachts-en wezen wisseling. Deze twee hadden ook voor de meeste rumoer en chaos gezorgd in Fantasonia, gezien ze ineens hun standaardlichaam inruilden voor een compleet ander lichaam. Het was niet gemakkelijk geweest voor elk individu om zich eraan aan te passen, maar toen bijna iedereen eraan gewend was, was het ook plotseling direct voorbij. Betekende dit misschien dat deze Jellal hen iets wilde laten inzien? Zijn blik gleed terug naar Avani, terwijl hij lichtjes steunde op zijn rechterarm die Avani’s kant op stond. Was zij op dezelfde conclusie uitgekomen?

 ‘Ik weet nog wel dat ik tijdens de geslachtswisseling met anderen een plan had gemaakt om naar de grot van Jellal toe te gaan, maar dat was het dichtste wat ik ooit bij Jellal ben gekomen. Een andere ontmoeting kan ik me niet herinneren. Maar ik denk ook dat hij iets wil zeggen, maar wat weet ik niet. Misschien dat hij ons als bewoners van Fanterria iets over elkaar wil laten weten, maar ik vraag me af wat het dan precies zou kunnen zijn.’ Zei Avani. Hij staarde haar even na, hopend dat ze nog iets eraan zou toevoegen, zoals een vermoeden wat hij wilde laten weten, maar er volgde niets. Het verraste hem verder wel dat ze toch degelijk met andere een plan had gemaakt om deze Jellal aan te pakken, maar het was niet gelukt of niet doorgegaan, helaas. Hij had nu wel meer bewondering voor haar dat ze al opgestapt was om Jellal te stoppen, dat was al heel wat. Aurik had in tegenstelling tot haar vrij passief toegekeken, barstensvol frustratie en agitatie jegens die tovenaar, zoals vele andere wezens in Fantasonia. Als hij al iets zou verrichten, wat zou hij dan doen? Met zijn fysieke kracht kon hij weinig uitrichten, want Jellal was tenslotte een tovenaar en met een spreuk was hij maar een dwerg of zelfs maar een elfje. Nu was hij wel benieuwd naar het plan van haar en deze vrienden, wat hield het in om effectief te zijn? En nog belangrijker, waarom deden ze niets? 

‘Volgens mij komen er Hunters aan. Wat gaan we doen?’ Aurik keek hiervan op. Hij was zeker zo erg in gedachten gedompeld dat hij nauwelijks nog opgelet had op zijn omgeving. Absoluut niet handig! Proberend het ritme weer op te pakken zocht hij rond naar deze ‘Hunters’ en meende toen een kleine groep mensen ver onder hun te zien. Ze leken echter hun al opgemerkt te hebben wat niet heel voordelig was en ze liepen al hun kant enigszins op, gezien ze een stuk moesten omlopen om aan de top van de klif te komen. Voor wezens met zulke korte ledematen moest het zeker even duren. Geen groot gevaar. Hij had echter nog een sterke afschuw jegens deze hebzuchtige Hunters en het leek erop dat ze net zo erg bleven, ondanks Jellal’s invloed. Het waren net elfjes die storend langs je oor vlogen met enigszins gezoem. Zulke irritante figuren. Maar goed, Avani leek iets te willen doen en hij had geen bezwaar hierop. Hij kon gerust die Hunters eens wat laten zien, de grootte van hun groep leek niet bedreigend. Het bleef echter onverstandig om zelf de confrontatie te zoeken. Hij kwam overeind en sloeg zijn armen met een zucht over elkaar heen. “We kunnen hen wegjagen door wat aarde hun kant op te schoppen. Als ze ons fysiek aanvallen dan g-“In zijn ooghoeken merkte hij de glimlach van Avani pas op. Ze leek de Hunters geen gevaar te vinden in tegenstrijd met haar woorden. Licht ongemakkelijk stopte hij verder met de zin en keek haar met opgetrokken schouders op aan. “Ach ja, zo erg zijn ze ook niet,” Nog steeds wist hij niet zeker of ze beter wel de Hunters zouden aanpakken of niet. Ze kwamen zeker dichterbij en doodden zonder een moment erbij na te denken de moeders, broers, zussen, vader of zelfs de vrienden van wezens. Had hij opeens enige vrede met hun bijzijn? Avani leek ze een lachertje te vinden, zeker deze groep. Er waren verschillende manieren om mee om te gaan. 
De Hunters kon je verafschuwen en dingen aandoen of juist niet, of je zag ze als een lachertje of je negeerde hen. Je kon ze ook joinen als mens, maar dat was uitgesloten voor wezens. Aurik wilde echter zich niet verlagen tot het niveau om Hunters te doden, hoe erg hij ze verachtte. Dan was hij haast één van hen, maar wel met een andere mindset al scheelde dat vrij weinig. Hij sloeg een zucht en keek van de zonsopgang naar de weg waar de Hunters weldra zouden verschijnen. “Is er geen manier om beide kanten gerust te houden? I-Ik bedoel.. Uhm.. Ik wil niet de levens van Hunters afnemen, want tja… dan doe ik hetzelfde wat zij doen en dat is niet wat ik wil. Ze negeren is ook geen optie, wat ze doen kan ook niet genegeerd blijven. Er moet iets ertussen zijn…” Stotterde hij onzeker, hopend zijn mening te verklaren. Misschien was zijn mening in dat jaar ook gewoon veranderd, nu hij meer over ze wist. Daarvoor mocht hij ze niet en wilde hij hun afmaken, maar nu… het was anders.  Het was nu nog de vraag hoe Avani hiermee om zou gaan.
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Morning~   ma aug 11, 2014 4:34 am

Alsof het een reflex was stond Aurik op na het horen van mijn woorden en de Hunters op te merken. Ik volgde zijn beweging door mijn hoofd nieuwsgierig mee te draaien. Mijn glimlach verdween, verbaasd als ik was. Misschien moest ik toch maar oppassen met sarcastische opmerkingen. Niet iedereen dacht hetzelfde over dingen zoals ik. “We kunnen hen wegjagen door wat aarde hun kant op te schoppen. Als ze ons fysiek aanvallen dan g-“ Nu pas leek Aurik echter te beseffen dat ik het niet gemeend had. Niet omdat ik de Hunters minachtte, maar puur omdat ze maar met zijn zessen waren en op groentjes leken, van wat ik vanaf hier had kunnen zien. Een brul of stamp was al genoeg om deze mensen de stuipen op het lijf te jagen. Daar hoefde geen woord of moord aan te pas te komen. “Ach ja, zo erg zijn ze ook niet,” zei hij vervolgens om zijn woorden in te slikken. Voorzichtig stond ik op, oppassend dat ik niet van de richel af zou vallen, want zelfs voor mij was het een flink eind vallen. Ik trok mijn mond open om wat te zeggen, maar op hetzelfde moment deed Aurik hetzelfde. Vlug sloot ik mijn mond weer, voordat hij hetzelfde zou doen en er een ongemakkelijke stilte zou ontstaan. “Is er geen manier om beide kanten gerust te houden? I-Ik bedoel.. Uhm.. Ik wil niet de levens van Hunters afnemen, want tja… dan doe ik hetzelfde wat zij doen en dat is niet wat ik wil. Ze negeren is ook geen optie, wat ze doen kan ook niet genegeerd blijven. Er moet iets ertussen zijn…” Ik glimlachte en knikte. Nu kon ik wat zeggen.

“Volgens mij is dat niet eens nodig. Ze zien er niet uit als doorgewinterde Hunters, dus ik denk dat ze met een brulletje wel te verjagen zijn.”

Ik kon het natuurlijk ook fout hebben, maar de jongens hadden geen wapens bij zich die een echte Hunter wel had. Ik had alleen maar stokken gezien. Daar haalde je een reus sowieso niet mee neer. Ik keek naar Aurik, die wat ongemakkelijk zijn standpunt had verklaard. Dat was nergens voor nodig! Het was zijn eigen mening, ik had geen recht om hem te straffen voor wat hij zei.

“Je hoeft niet zo onzeker te zijn, Aurik. Het is toch je eigen mening?”

Ik hield mijn hoofd een tikkeltje schuin en keek de jonge reus aan. Wat ik zei, meende ik dit keer wel. Dit was geen sarcasme. Zelfs aan mijn blik was het te zien. Hoewel ik een vriendelijke glimlach op mijn gezicht had, was ik toch duidelijk serieus. Helaas trok een beweging achter Aurik mijn aandacht, waardoor dat ene moment van korte duur was. Achter de reus verscheen een groepje mensen. De Hunters! Wacht, zo snel al? Ik zette een paar stappen in hun richting, zodat ik naast Aurik stond, maar wel met mijn gezicht naar de Hunters gericht. Deze verroerden zich niet. Ze leken totaal niet onder de indruk. De meeste groentjes zouden nu al bang zijn geweest. Ik liet me echter niet kennen en gromde een keer. Ook dat hielp niet. Het leek wel alsof ze ervaring hadden met reuzen. Ik keek verbaasd op. Met die wapens? Dan moesten ze wel heel slim zijn. Een jongeman liep naar voren, totdat hij vlak voor ons stond. Met zijn armen op zijn rug gevouwen en zijn hoofd opgeheven nam hij een zeer arrogante houding aan, alsof hij wist dat hij beter was dan een reus, laat staan twee. De arrogante houding beviel me totaal niet. Ik pikte nooit zomaar een arrogante houding en al helemaal niet van een Hunter. De jongeman keek achterom en zei wat, maar omdat hij in verhouding zo klein was kon ik hem amper verstaan.

“Hé, als je het lef hebt om zo arrogant te staan, heb je ook het lef om luider te praten!”

Mijn woorden drongen echter totaal niet tot hem door. Iets wat me duidelijk irriteerde. Toch hield ik de woorden van Aurik in mijn achterhoofd. Ik hield me daarom in. Pas als zij iets gingen doen, dan ging ik wat doen. Helaas deden ze al heel snel wat. Twee jongens, een met zwart haar en de ander met rossig haar, liepen naar voren. De zwartharige had een lange speer bij zich, de rossige had niets bij zich. Ik zag alleen maar wat bij hem glinsteren, maar dat kon net zo goed ook een sieraad zijn. Daarom richtte ik me vooral op de zwartharige, aangezien de rossige niet echt een gevaar vormde. Ik schopte wat zand in hun richting. Hoewel ze even stopten met lopen, hield het hun nauwelijks tegen. Al snel liepen ze gewoon verder.

“Ga weg, wij hebben jullie niks misdaan!”

Ook dit keer drongen mijn woorden niet tot de Hunters door. Het was haast alsof ze mij niet verstonden. De zwartharige was intussen bij mijn rechtervoet aangekomen, de rossige bij mijn linkervoet. De laatste hurkte neer. Voor ik er wat van kon zeggen, voelde ik een pijnscheut in mijn rechtervoet. De zwartharige Hunter had zijn speer in mijn voet geschoven. Niet zomaar in mijn voet, maar onder mijn teennagel. En dat deed pijn. Heel veel pijn. Ik schreeuwde met gesloten kaken, mijn hoofd van de groep afgewend en mijn ogen dichtgeknepen. Mijn rechtervoet wilde ik bewegen, maar toen ik druk op de voorste delen van mijn voet zette, kwam er ook meer druk op de speer onder mijn nagel. En dat zorgde voor nog meer pijn. Ik opende mijn ogen weer. Boos als ik was, merkte ik te laat op dat ik de wereld om me heen als een waas zag. Dat was niet door boosheid. Nu pas besefte ik me wat hun plan was geweest: de zwartharige leidde me af, terwijl de roodharige mij verdoofde. Dat was ook het glinsterende geweest. Langzaamaan raakte ik het gevoel in mijn onderlijf kwijt, hoewel ik nog een beetje kon staan. Omdat ik niks meer kon voelen werd ik ook misselijk en duizelig. De wereld om me heen draaide en vervormde. Ik keek naar de vier Auriks naast me. Ik had me heel erg vergist. Omdat ik zo lang buiten Fantasonia was geweest, had ik de ontwikkelingen van de Hunters niet meegekregen. Dat ze nu reuzen out konden laten gaan, wist ik dus niet en kon ik ook nooit geweten hebben.

“Ik.. Ik.. Ugh..”

Ik raakte de kracht in mijn onderbenen kwijt en kwam met een klap op de grond terecht. De val veroorzaakte een windvlaag voor de Hunters, waardoor de meeste Hunters omver werden geblazen. Door de aardbeving, die mijn val ook veroorzaakte, konden ze ook niet direct opstaan. Twee van de Hunters vielen door mijn val ook van de richel af. De blonde jongen, die eerder arrogant had gestaan, keek mij nu aan. De combinatie van haarkleur en oogkleur kwam mij zeer bekend voor.

“T.. T..”

Op dat moment werd alles zwart.

-------------------------------------------------------

De Hunter grijnsde toen hij de reuzin zag verslappen. Dit ging precies volgens plan! De reuzin moesten ze eerst out laten gaan, want deze kon nog wel voor problemen zorgen. Nu ze de zwakkere hadden uitgeschakeld, konden ze nu gaan focussen op de reus. “Ach heden,” grijnsde de jongen. Trevor was zijn naam. Hij keek op in een poging Aurik recht aan te kijken. “Is de grote boze reus nu verdrietig omdat zijn vriendinnetje out is?” Hij had een spottende ondertoon, waarmee hij zeker weten een boze reactie kon uitlokken. Dit was wat hij graag wilde sinds zijn ervaring bij de Horroriaanse heks. Deze had hem immers van Carer naar Hunter veranderd. Hij was zo erg gemanipuleerd dat hij zelfs Avani had aangevallen, terwijl hij dat normaal niet eens zou durven! Haast niemand wist echter van de manipulatie af, dus mocht hij er van af komen, dan kwam hij flink in de problemen. Trevor keek even naar twee van zijn groepsgenoten. De een was de zwartharige. De andere had lang, blond haar. De rossige jongen was samen met een andere jongen van de berg af geblazen. “Dood hem,” siste de jongen, zodat Aurik hem niet kon horen. Met een grijns keek hij weer terug naar de reus, waarna hij een onschuldige blik tevoorschijn haalde.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Aurik
Nieuweling
avatar

Aantal berichten : 12
Punten : 10

Over jouw personage
Leeftijd: 17 Jaar
Groepsleider:
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Morning~   za aug 23, 2014 6:56 am


Avani stelde hem gerust dat hij geen zorgen hoefde te maken om zijn mening, maar hij zou er voorzichtig mee blijven. Er waren zat wezens en mensen die er niet op dezelfde manier naar kijken door hun ervaringen en zijn mening zou hen kunnen pijnigen. Met een frons keek hij echter op toen Avani naar iets achter hem keek en gespannen werd. Wat was het… ? Spoedig wist hij wat haar aandacht getrokken had; de Hunters. Het was onmogelijk hoe ze hier zo snel konden zijn gearriveerd. Aurik kende dit deel van Giville vrij goed en een mens kon enkel maar een route nemen, of… hadden ze een nieuwe gevonden? Inmiddels had hij zich omgedraaid richting de kleine groep Hunters die elkaar soms dingen in fluisterden. Waarom kreeg hij het vage onderbuikgevoel dat ze gevaarlijk waren? Nog gevaarlijker dan normale Hunters? Aan zijn zij probeerde Avani passief de groep weg te jagen door te brullen en zand hun kant op te vegen. 

Het werkt amper en de Hunters richtten zich op haar. Zwijgend keek hij toe, terwijl ze onder zijn ogen werd gepijnigd met wapens. Hij was sprakeloos. Eerder wilde hij een soort vrede behouden tussen de twee groepen, maar nu Avani werd verzwakt wilde hij de Hunter’s lijven verscheuren en zelfs opeten als het moest. De woede steeg naar zijn hoofd en toen Avani bewusteloos naast hem lag, besefte hij door het gedrag van de Hunters wat hu intentie geweest was. Ze wilde hem woedend krijgen, zodat hij zijn concentratie verloor en hij makkelijker was te overwinnen. Vastberaden ging hij voor Avani staan met zijn vuisten gebald voor zich. “Waag het niet! Ze gaat nergens heen, Hunters. Wat is de reden voor jullie aanval?” De woede was amper in te houden en zijn lichaam trilde ervan. Het was nog zijn geest die hem in stand hield en niet liet doordraaien en alles op zijn pad zou verwoesten. De drie Hunters verroerden echter geen vin, waarop Aurik een dichtbij zijnde boom vastgreep en met enige moeite lostrok van de grond. Beschermend hield hij deze voor zich, zoals de mensen vaak deden met een glimmend voorwerp. Dezelfde als waarmee ze Avani hadden aangevallen.
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: Morning~   

Terug naar boven Go down
 
Morning~
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Fanterria :: Fantasonia :: Giville :: Giant Mountains-
Ga naar: