IndexPortalKalenderFAQZoekenGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 Emptiness

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Gast
Gast



BerichtOnderwerp: Emptiness   vr mei 18, 2012 10:31 pm

Een vis schoot weg, nadat deze mijn schaduw had gezien. Een grijns sierde op mijn lippen, terwijl ik me langs de oever van het meer plaatste. Vissen waren zo'n onnozele beesten om bang te zijn. Ze wisten dat ze geen kans hadden, tegen zo verdomd veel roofdieren. Het veraste me soms hoe de water wezens hier vredig met hen wist te leven, zonder dat ze hen opeten. Hadden ze vrede gesloten, of enige samenwerking? Buiten dat vissen eitjes lagen, die voedzaam waren, kon ik niks bedenken. Dat leek wel zo'n beetje alles wat ze konden met hun zwakke lichaam. Wanneer ik hier ook maar eventjes langs liep, schoten er al een grote aantal vissen het diepe in. Soms zelfs, wanneer een mens langs liep met een gelijke uiterlijk. Die ogen van hen waren bagger, en ze waagden zich niet op het land, wat wel slim van hen was. Meerdere roofdieren zaten daar op hen te wachten. Ik vestigde mijn blik op de silhouet van een waterserpent die erg klein leek, maar enkel betekende dat deze zich in de diepte bevond en gigantisch moest zijn. Spoedig schoten 2 enorme kaken omhoog, die de vis grepen die eerder weggeschoten was. "Vissen, onnozele wezens," zei ik met enige teleurstelling, maar ook acceptatie in mijn stem. Een zwarte schim vloog over me heen, en viel nauwelijks op tegenover de donkere blauwe lucht en de maan die volop scheen. De zwarte schim bracht een rare kras uit, en landde toen op mijn schouder, en boorden zijn scherpe vogel klauwtjes in mijn schouderblad, terwijl het wezen mij keurde met zijn kraal oogjes. "Hey, nog wat gegeten?" Vroeg ik kort, zonder deze kraai een blik te tonen. De kraai kraste luid. Dat kon ik als een 'ja'opmerken. Dan kon ik maar vertrekken van deze plek. Ik hees me overeind, en wierp nog een blik richting het meer, waarin een grote plas bloed verspreid lag in het midden. Ik sloot even mijn rode ogen. Nog steeds, was ik blij met die vissen. Zo vol vlees en bloed. Ik liet mijn tong langs mijn scherpe tanden glijden. Ik draaide me spoedig om, en liep kalmpjes de oever verderop, terwijl de strak getrokken band over mijn schouder ervoor zorgde dat mijn zwaard tegen mijn rug op botste bij elke stap die ik verzette. Het was een speciale demonenzwaard, en als ik deze opende, werd ik omhuld door Satan's vlammen. Ik was geen normaal mens.

Mijn scherpe tanden, mijn zwarte staart die achter me hing, mijn scherpe oren. Allemaal tekens die bewezen dat ik geen normale mens was. En die vermoeden klopte; ik was geen volbloed mens. Mijn moeder was integendeel wel een mens, net als mijn broertje. Veel over mijn moeder en broertje wist ik niet; enkel dat ze dood waren. En mijn vader was Satan, de God van de onderwereld. Mijn moeder wist wel over de demonenwereld en wilde voor vrijheid zorgen, tussen de mensen en demonen, en Satan ook. Hij liet mij geboren worden, en ook mijn broertje. Enkel ik werd een échte half demon / half mens. Mijn vader had ik geprobeerd te doden, maar het mislukte en ik wist enkel zijn tijdelijke vorm te doden. Satan had zelden dezelfde verschijning. Als bestrafing werd ik naar deze wereld gebracht; Fanterria. Voor de rest, droeg ik een donkere kleding, en donkere schoenen. Het was lekker los zittende kleding, waarin ik me snel en behendig kon bewegen. Ook hield ik erg van de wapens die ninja's hebben, dus droeg ik buiten een zwaard ook nog een tas gemaakt van koeienhuid, waarin er ninja wapens en voedsel zat, en 1 foto van mijn hele familie....Buiten Satan. Hij kon er natuurlijk niet op. Ook was hij toen in de onderwereld, want hij speelde altijd de hond, als we bezoek kregen. Mijn broertje weer de hele tijd lachen, terwijl de 'hond'soms wat te aanhankelijk naar mij en mijn moeder toe werd. Als ik hem weg duwde, volgde een dodelijke blik in zijn ogen. Iedereen vragen waarom ik de hond wegduwde, maar ik hield het erbij dat ik 'honden' niet erg leuk vond. Iedereen weer raar reageren, maar mijn vader raakte duidelijk écht gekwetst. Na het bezoek, werd ik altijd in elkaar geslagen. De wonden en littekens wat ik nu nog had, was met het gevecht met hem en die mishandelingen. Vrienden had ik nooit gehad, door hem. Ik stopte even, en keek recht richting de maan, en mijn geliefde Sharp keek mee. Sharp was mijn vriend van de mensenwereld, en was hier ook terecht gekomen. Ik slaakte een zucht, en besloot te zitten op de grond, terwijl achter me weer een vis werd verslonden. Eenzaam, ja dat was ik ook en vond ik oké.
Terug naar boven Go down
Gast
Gast



BerichtOnderwerp: Re: Emptiness   za mei 19, 2012 7:33 pm

Spiers, 15 juli 1212

Een aantal dagen geleden had ik me aangesloten mij de kinderkruistocht, die geleid werd door Nicolaas uit Keulen. De stoet van achtduizend kinderen liep verder, met als doel Jeruzalem te bevrijden van de Saracenen. We zouden lopen naar Genua, waar de zee voor ons zou wijken, zodat we naar de overkant kunnen, net zoals dat lang geleden is gebeurd met Mozes en de uittocht uit Egypte. Dat wonder was aan ons beloofd. Na een tijdje gelopen te hebben, was ik erg moe. Ik ging even langs de kant van de weg zitten. Ik zag de duizenden kinderen langslopen, sommigen zingend en lachend, anderen schuifelden stil voort. Plotseling zag ik een felle flits, net als die van een bliksemschicht, maar dat kon het niet zijn, de lucht was redelijk helder. Ik voelde een klap, en toen ik op wilde staan, zat ik in een soort vreemde buis. Een paar mensen in witte kleren liepen naar me toe. Even dacht ik dat het engelen waren, maar engelen waren toch nog anders. Plotseling viel ik, steeds verder. Ik dacht dat ik eeuwig zou blijven vallen.

Ik deed mijn ogen open. Ik lag op een gigantisch grasveld, dat zich erg ver uitstrekte. Ik keek even naar de lucht, en ik was meteen klaarwakker. Zag ik dat nou goed? Vloog er echt een draak over? Nee, dat kon niet. Ik moest aan het dagdromen zijn. Ik kneep even mijn ogen dicht, en opende ze weer, hopend dat ik gewoon weer in de kruistocht meeliep. Maar dat was niet het geval, ik was nog steeds op hetzelfde grasveld, met dezelfde wezens die over me heen vlogen. Normaal gezien was ik niet echt bang aangelegd, maar dit was wel erg beangstigend. Ik stond op en probeerde mijn kalmte te bewaren. Ik raakte even het houten kruisje aan dat ik aan mijn nek had hangen. Dat hing er tenminste nog. Ik begon te lopen, niet dat ik wist welke kant ik uit moest. Ik ging op goed geluk een willekeurige kant uit. Na weer een tijd te hebben gelopen, kwam ik bij een gebied, wat mijn voorstellingsvermogen te boven ging. Ik zag een gigantisch meer, dat zich misschien wel honderden meters ver uitstrekte. In een oogoek zag ik een mens staan, maar ik kreeg de kans niet om te gaan kijken. Ik voelde me plotseling licht in mijn hoofd, en langzaam werd alles om mij heen zwart. Ik begon te wankelen. 'Nee, wakker blijven...' dacht ik.
Terug naar boven Go down
Gast
Gast



BerichtOnderwerp: Re: Emptiness   za mei 19, 2012 11:15 pm

Ineens vulde het zachte gekraak van de grond mijn oren. Huh? Waar kwam dat geluid nou vandaan? Er leefden hier toch enkel vis'achtigen, en van die fantasiewezens die het meer als hun thuis zagen en niet het land, of was ik nou zo gek om dat te geloven? Heel raar allemaal. Ik keek Sharp aan en hoopte dat hij het ook had gehoord. Met zijn kraaloogjes keek hij naar een bepaald punt verderop, en wist ik dat hij het ook had gehoord. Kraaien waren geen wezens die vanuit hun gehoor gingen. Hun zicht was veel beter, en dat bewezen ze telkens wanneer een voorbijganger hun kraaloogjes zag. Die hadden ze immers niet voor niets. Hun oren waren juist nauwelijks zichtbaar, ook met een reden. Ik integendeel had puntige oren en kon alles beter horen dan de kraai. Wij werkten op deze wijze gewoon samen. "Wat is het?" Vroeg ik zachtjes aan Sharp. Hij had de oorzaker van het geluid opgespoord met zijn ogen. Nerveus bewoog Sharp nauwelijks, waarna hij mij aankeek en op mijn neus pikte. Kort snoof ik, terwijl zich kleine schrammetjes op mijn neus vormde. "Waar was dat goed voor?" Snoof ik, maar ik snapte de hint die de kraai had gegeven. Hij leek het niet zeker te weten, maar hij gokte dat het een mens was. 'Hmm.. een mens, hé?' Dacht ik nadenkend, waarna ik een besluit had genomen. Ik hief mijn schouderblad op waar Sharp op zat als teken dat hij naar de mens moest toegaan en veel geluid erna moest maken, zodat ik hem weer kon vinden. Een mens was het dus?

Terwijl mijn kraai netjes wegschoot richting de mens, liep ik hem voorzichtig achter na. Mensen konden gevaarlijk zijn, maar Sharp en ik waren veel gewend. De laatste tijd leken wel meer mensen te verschijnen in Fanterria. Na zo'n lange tijd, twijfelde ik of ik wel met hen contact wilde hebben. Ik zat altijd met gemengde gevoelens bij dat soort. Ik was immers half mens, máár ook half demon. Niet alleen bij mensen, maar ook bij demonen had ik het. Laatst kwam ik er 1 zelfs tegen, maar deze viel mij aan en moest ik met behulp van mijn zwaard doden. De laatste woorden van het wezen waren; 'Vader..'. Ik zuchtte, en keek even naar mijn zwaard die op mijn rug zat. Toen ik deze uit de omhulsel haalde, kreeg mijn lichaam een blauwe gloed en werd ik omringd door blauwe vlammetjes; de teken van Satan. En Satan was de vader van de demonen. En weet je wat de zwakte van demonen zijn? Geboden. Maar bij mij werkte het niet. Een normaal mens zou enkel verveeld raken van die geboden. En ik dus ook, vreemd genoeg. Dus hoe moest ik op de mens reageren?

Sharp kraste luid, en snel rende ik geruisloos naar de plek waar zijn gekras vandaan kwam. Zwijgend volgde ik hem, en stond ik recht voor een wankelend, jonge vrouw. Droog keek ik naar de vrouw, waarbij haar zicht zeker vervaagde. "You're gonna die!" Zei ik met een poker face, waarna Sharp weer op mijn schouder nestelde. Het was een mens, met wel een hele ouderwetse klederdracht. Uit de informatie die ik vroeger van geschiedenis boeken verkreeg, leek deze vrouw vanuit de Middeleeuwen te komen. Raar? Tot nu toe zag ik enkel mensen van het heden. Toen pas zag ik dat ze een ketting met een houten kruis droeg. Oja, natuurlijk. Heksenjacht.. Gelovig, bla bla bla. Ja, dat hoofdstuk herinnerde ik me nog. Ik interesseerde me wel meer voor die ridders, dan die heksenjachten. " Achter je staat een heks!" Zei ik droog, terwijl mijn blik droog bleef. Ik wist niet wat ik écht moest doen. Helpen, of niet? Wat hielp eigenlijk tegen flauwvallen? Een harde klap gaf ik tegen het gezicht van het meisje. Misschien dat? Een tweede klap volgde. Nu wist ik wat ik beter kon doen. " Probeer kalm te ademen.." Besloot ik toen maar te zeggen.
Terug naar boven Go down
Gast
Gast



BerichtOnderwerp: Re: Emptiness   ma mei 21, 2012 6:15 am

Ik probeerde om rustig te ademen, maar het lukte niet. Mijn zicht werd steeds slechter, en steeds minder merkte ik wat van mijn omgeving. Plotseling hoorde ik een stem. "You're gonna die!", hoorde ik. Ik wist niet wat het betekende, ik sprak de Engelse taal niet. Toen hoorde ik dezelfde stem "Achter je staat een heks!" zeggen. Ik hoorde het wel, maar ging er niet op in. Ik zou er op dit moment niet veel aan kunnen doen. Plotseling, een harde klap in mijn gezicht, waarna er nog een klap volgde. Dat hielp niet bepaald. "Probeer kalm te ademen.." Alsof ik niets anders deed! Ik zakte op mijn knieën, maar probeerde mijn evenwicht met mijn handen op de grond te bewaren. Ik probeerde nog eens diep in-en uit te ademen. Langzaam trok het zwart voor mijn ogen weg, en voelde ik minder hoofdpijn. Ik wreef even over mijn voorhoofd en stond op. Toen ik weer op adem was gekomen, keek ik de jongen aan die voor me stond. Toen ik zijn donkere kleding en rode ogen zag liep er even een rilling over mijn rug, ik vond het er wat... Beangstigend uitzien. Maar ik wilde niet al te snel vooroordelen hebben over deze jongen, zoals de meesten wel hadden. Ik probeerde hem aan te kijken. 'Weet jij misschien waar de kruistocht heen is gegaan? Ik ben ze uit het oog verloren...' Deze jongen zal vast wel over de kinderkruistocht hebben gehoord, over onze Heilige missie. Hoewel, dit was wel een aparte wereld... Misschien dat ze hier niets wisten over de kruistocht, of nog erger - God niet kenden?
Terug naar boven Go down
Gast
Gast



BerichtOnderwerp: Re: Emptiness   di mei 22, 2012 1:36 am

De Middeleeuwse vrouw zakte op haar knieën. Oké? Straaange. Haar handen waren in de grond geboord, en het was duidelijk dat ze zo haar evenwicht wist te houden. Het meisje .. rouw.. iets er tussenin probeerde goed in en uit te ademen, maar terwijl ik dat deed, zweeg ik. Van binnen moest ik eigenlijk best wel van haar leed lachen, maar dat was mijn demonen kant. Demonen hielden niet zo van het menselijk ras... Buiten Satan en mijn moeder. En nou was ik weer een half mens. half demon wezen. Veel demonen zochten me om te gebruiken en vice versa. Dus eigenlijk moest ik mensen niet mogen, evenals demon. Luid spuugde ik even naast me, en keek de vrouw weer aan. Daarom was mijn beste vriend, een dier. Deze benutte voordelen en nadelen van hen beiden, en vooral de kraai. Dus dat ik genoot van het leed van het vrouwelijke mens voor me was iets tussen normaal en niet-normaal in, dat enkel ik kende. Ik was immers persoonlijk er ook tussenin. Ik werd op school altijd omschreven als een verwarrend persoon, die soms dingen niet kon kiezen en vooral met dieren speelde en vreemd genoeg, zijn eigen 'hond'haatte. Terwijl een 'hond'een dier is. Ik trok mijn rode ogen tot spleetjes, terwijl de vrouwelijke mens nog gehurkt zat. Waarom was het zo moeilijk..? Ik wilde liever volledig mens of volledig demon zijn. Net zoals het feit dat mijn broertje vooral een volledige mens leek te zijn. Hij had namelijk volop vrienden. En ik had er geen. Altijd weer mijn broertje die vroeg naar de reden, en ik moest tegen mijn zin liegen. Ik loog dat ik de populairste was, en ze dan van me af moest slaan en dat eindelijk effect leek te hebben. Die ogen vol bewondering van mijn broertje, wist ik nooit meer te vergeten.

De vrouwelijke mens wreef ineens haar hand over haar voorhoofd, en kwam overeind. Een klein grijnsje liet ik op mijn gezicht verschijnen, terwijl ik mijn armen over elkaar deed. "Goede rit gehad?" Vroeg ik sarcastisch, terwijl de vrouw/meisje nu pas de tijd nam om me te bekijken. Ik zag hoe ze naar mijn donkergekleurde kleding keek, mijn haar die ik voor het gemak los had gedaan en als laatst, bekeek ze mijn rode ogen. Hadden ze al vampiers in die tijd? Ik zag dat ze wel enige angst toonde door mijn 'duistere'uiterlijk. Maar geen geschreeuw volgde, ze rende niet eens weg. Geen knoflook te zien. Nee, er waren geen vampiers toen. Anders zou ze denken dat ik een vampier was door mijn bleke huid, haar, rode ogen en scherpe hoektanden. Ik maakte haar dus enkel bang door enkel hier te staan met mijn normale uiterlijk. Moest ik dat als een goeds iets zien? Ik sloot even mijn ogen, en snoof vervolgens. Die Middeleeuwse volk geloofde werkelijk alles wat ze aangeschoteld kregen. Hen bang maken was veel te gemakkelijk. Het verraste me dat ze niet mij als een heks aan zag. Net op het moment dat ik mijn ogen opende, zag ik hoe het meisje mij probeerde aan te kijken. Droog staarde ik haar aan. Ze vond me eng. 'Weet jij misschien waar de kruistocht heen is gegaan? Ik ben ze uit het oog verloren...' Ow... "Gheghe.." Wist ik enkel uit mijn mond te ontsnappen. Kruistochten? Oja, dat paragraaf! Maar veel ervan kon ik er niet van herinneren. Moest ik haar dus teleurstellen.. Ja. "Naar een begraafplaats... Kruistochten zijn niet meer. Je komt uit de Middeleeuwen, schat. Ik kom uit het jaar 2012. Dan hebben we middelen tegen diverse ziektes, platte dingen waarmee je kan bellen, licht af gevende apparaten. Oja, er bestaan trouwens géén heksen in de mensenwereld, maar hier wel. " Vrolijk had ik mijn handen in mijn zij gepropt. De dag verpest van haar.

Een sterke windvlaag raasde over het stukje grond heen, waarna mijn haren mijn zicht even blokkeerden. Wacht, nu ik toch bezig was. Direct greep ik de pols van het meisje en wenkte naar haar dat ze mee moest komen. Ik trok even aan haar pols, maar liet deze los en snelde zelf naar het meer toe, terwijl Sharp niet begrijpend op mijn schouder bleef zitten. Hij snapte geen bal van, wat er gebeurde. Ik deed mijn hand in mijn broekzak en wist nog oude aas te vinden; wormen. Deze greep ik stevig vast en wierp deze het meer in. De wormen vielen op verschillende plekken van het meer, en dansten kort rond in de weerkatie van het maan , wat in het meer te zien was. Maar al spoedig bubbelde het water onder de wormen, en grepen simpele vissen deze. Ik besloot in de kleermakerzit te zitten en naar het aankomende spektakel te kijken. Vissen waren immers domme beesten, right? En als bevestiging, schoot een gigantische serpent uit het water en greep de 4 vissen met 1 hap. Maar enkel zijn bek was uit het water gekomen. Uit schrik schoten enkele zeemeerminnen naar boven, die elkaar verward aankeken en mij en het meisje nauwelijks hadden opgemerkt en het water weer in schoten. Zonde van het aas, maar het was best oud. Grijnzend keek ik het meisje weer aan. "Dit is Fanterria, meis." Begroette ik haar, waarna mijn kraai kort kraste. Met mijn wijsvinger wees ik richting het schuim dat op het meer dreef, doordat de wezen regelmatig boven kwamen, maar in het schuim leefde ook wezens, kleiner maar wel zichtbaar. Een bredere grijns liet ik zien. "Je voelt je al thuis, niet waar?" Een droge, sarcastische opmerking maakte ik, maar ja.

Terug naar boven Go down
Gast
Gast



BerichtOnderwerp: Re: Emptiness   di mei 22, 2012 4:07 am

"Goede rit gehad?" vroeg de jongen. Ik rolde met mijn ogen. Dit was typisch zo'n vraag waarop geen serieus antwoord werd verwacht. Het gebeurde niet vaak in de 13e eeuw, maar ik kende het wel. Ik haalde mijn schouders op. 'Het kon beter.' De meeste Middeleeuwers waren erg bijgelovig, en sloegen om elke kleinigheid een kruis. Ik was gewoon gelovig, greep in sommige situaties naar mijn ketting of sloeg zelf een kruis, en ik bidde tweemaal daags, maar dat was het ongeveer wel. Ik maakte ook niet snel iemand uit voor een heks of iets dergelijks. Uiterlijk maakte weinig uit. Nadat ik de jongen had gevraagd waar de kinderkruistocht heen was gegaan, lachte hij. Ik keek hem wat verward aan, en gelukkig kwam er verdere uitleg. "Naar een begraafplaats... Kruistochten zijn niet meer. Je komt uit de Middeleeuwen, schat. Ik kom uit het jaar 2012. Dan hebben we middelen tegen diverse ziektes, platte dingen waarmee je kan bellen, licht af gevende apparaten. Oja, er bestaan trouwens géén heksen in de mensenwereld, maar hier wel. ", zei hij. Geschrokken keek ik hem aan. Was dit echt het jaar 2012, precies 800 jaar later dan ik leefde? En wat bedoelde hij met "Er bestaan geen heksen in de mensenwereld, maar hier wel,"? Dit was dus kennelijk een andere wereld. Gedachten schoten door mijn hoofd. Was dat misschien die eindeloze val? Was dat een soort poort naar deze wereld? Plotseling greep de jongen mijn pols vast, en wenkte me om mee te komen. Hij trok even aan mijn pols, maar liet toen los en rende naar het meer. Ik keek hem wat vreemd na. Waar was dat nou weer voor nodig? Hij gooide iets in het meer, en een paar vissen begonnen daarnaar te happen. Plotseling zag ik de bek van een gigantisch beest, die alle vier de vissen in één hap te pakken had. Een paar wezens verschenen wat verward uit het water, waarna ze weer onderdoken. Grijnzend keek de jongen mij weer aan. "Dit is Fanterria, meis." De kraai op zijn schouder - die ik nog niet eens had opgemerkt - kraste kort. De jongen wees naar het water, waar ik af en toe een vreemd wezen zag bewegen. "Je voelt je al thuis, niet waar?" Hoewel ik me nu erg verward voelde, wist ik dat dat weer een sarcastische opmerking was. Waarschijnlijk normaal in deze tijd. 'Op de waterwezens, de draken en het gevoel dat ik elk moment aangevallen kan worden door een of ander beest na voel ik me redelijk thuis, ja.' Dit was al net zo'n sarcastisch antwoord als ik daarnet gaf. Ondanks dat bleven dezelfde vraagtekens in mijn hoofd zweven; Ik was in een andere wereld beland, 800 jaar nadat ik me bij de kruistocht had aangesloten...
Terug naar boven Go down
Gast
Gast



BerichtOnderwerp: Re: Emptiness   wo mei 23, 2012 6:25 am

Direct zag ik enige verwarring optreden in de houding van de vrouw. Ik snapte haar wel. Ineens wezens, iemand uit de verre toekomst naast haar *kuch* en nog al die fantasie wezens die vrolijk rond vlogen, maar in dit geval zwommen. Ineens zeemeerminnen zien en kruistochten missen, blijkbaar. Kruistochten kende ik niet in het echt, maar I don't care. Ik was niet gelovig. Maar voor haar bestond God blijkbaar wel, en nu leek deze niet te bestaan. Wat een verwarring! NOT. Gewoon accepteren dat je niet meer in je oude leefgebied zat. Enkel op deze wijze kon je het hier overleven. Zonder dát nauwelijks. Je moest kunnen aanpassen aan tja.. dit alles, om een goede leven te hebben. Toen ik hier terecht kwam op mijn 13de had ik niet ook zitten zeuren. Sharp evenmin; hij bleef kalm op mijn schouder zitten. Een feniks had me begroet, maar wist dat ik geen normale mens was door mijn staart, hoektanden, en uiterlijk. De andere wezens die mensen begroetten waren zwak, dus het leek of Vader me expres deze Feniks liet ontmoeten. Deze zou me onder bedwang kunnen houden. Vrienden werd ik met deze feniks die juist mijn kraai verachtte. Vaak had ik ze verderop zien vechten, terwijl ik tegen een boom aanleunde en enkel over het heden dacht, uiterlijk dacht ik na over de volgende week om te weten hoeveel voedsel ik moest verkrijgen, maar dat was het. Aanpassen aan dit alles was niet moeilijk. 'Op de waterwezens, de draken en het gevoel dat ik elk moment aangevallen kan worden door een of ander beest na voel ik me redelijk thuis, ja.' Ik ontwaakte uit mijn gedachten, en grijnsde. Een sarcastische opmerking terug. "Leer te leven, meis. Niet zo moeilijk hoor!" Ik hees me overeind, en keek nogmaals over het meer heen.

Nu wist ik nog steeds niet hoe ik op deze jonge vrouw moest reageren. Ik was immers half demon, en tja. Met mijn rode ogen keek ik de vrouw strak aan. Sharp deed mij na, waarna hij de lucht in vloog en verdween. Ik sloot mijn ogen, en liet wat van mijn donkerkleurige haar voor mijn ogen hangen. Oké, er was één oplossing. Je échte zelf laten zien. Mijn hand greep naar de strakgebonden stuk stof dat om mijn zwaard zat en spoedig trok ik mijn zwaard eruit en hield deze toen recht voor de jonge vrouw. Zoals gewoonlijk veranderde mijn uiterlijk. Mijn oren werden puntiger, mijn hoektanden werden spitser, mijn staart schoot volledig uit mijn broek, en blauwe vlammen omringden enkele ledematen. "Rarara.. Wat ben ik?" Deze vlammen konden alle wezens pijn doen; zelfs feniksen. Daarom was Sharp weggevlogen. Ik schoof mijn zwaard weer terug en mijn uiterlijk werd weer hoe het eerst was. Nogmaals trok ik de zwaard erna eruit, en kreeg ik weer mijn demonenuiterlijk. Droog keek ik naar haar houten kruis. "Werkt niet," Snoof ik, terwijl ik mijn zwaard naast mijn lichaam hield en deze niet meer voor het gezicht van de jonge vrouw hield. Ik wilde eerst weten wat voor een persoon deze was... Ze kon namelijk wegrennen, zoals veel andere mensen hadden gedaan die nog enige moed hadden om naar me te kijken. Of zou ze blijven staan en vervolgens bewusteloos raken? Of... Ik slikte. Deze optie was minder fijn. Zou Satan dat lichaam overnemen, en bleek hij te sterk te zijn en de mens te doden. Satan had geen vorm en had wezens nodig om te kunnen communiceren. Dus wat werd het?

Terug naar boven Go down
Gast
Gast



BerichtOnderwerp: Re: Emptiness   wo mei 23, 2012 11:13 pm

Nog steeds had ik het vreemde gevoel dat er iets was met deze jongen. Hij was anders, dat had ik wel door. Maar hoe anders? "Leer te leven, meis. Niet zo moeilijk hoor!" Ik had niet bepaald zin om daar antwoord op te geven. Wist hij veel waar ik vandaan kwam. Hij heeft niet in de Middeleeuwen geleefd, helemaal alleen, waarbij elk moment een struikrover tevoorschijn kan springen en je hoofd inslaat om vervolgens al je spullen mee te nemen, hoe weinig dat ook mocht zijn. Daarom had ik geleerd om met een slinger en stenen om te gaan. Dat heeft me al vaak beschermd, en ik mis zelden mijn doel. Plotseling keek de jongen mij strak aan. Ik slikte, en ik kreeg een onbehagelijk gevoel. Er klopte hier iets niet, dat was zeker. Hij haalde zijn swaard uit zijn schede - nou ja, een stuk huid - en hield deze recht voor me. Voordat ik ook maar de kans had om te reageren, begon de jongen te veranderen. Zijn oren werden puntiger, zijn hoektanden spitser, en ik zag zelfs een staart verschijnen, en blauwe vlammen omringden een aantal van zijn ledematen. "Rarara.. Wat ben ik?" Ik deinsde achteruit, en kromp ineen. Ik sloeg haast automatisch een kruis en vouwde mijn handen om de hanger aan mijn hals, en in stilte "zei" ik schietgebedjes. Ik trilde, van angst, van wanhoop, van verwarring. Even zag ik uit een ooghoek dat hij zijn zwaard terug stopte, waarna hij weer "normaal" werd. Toen hij het zwaard er weer uithaalde, kreeg hij weer het angstaanjagende uiterlijk van een demon. "Werkt niet." Snoof hij. Ik wist dat hij doelde op het houten kruis om mijn nek. Ik dacht dat hij, zoals alle demonen, probeerde om mij van God weg te houden. Dat was immers het doel van Satan; de mensen weghouden van God. Ik bleef zitten, rillend, en gedachten schoten door mijn hoofd. Ik wist niet wat ik moest doen. Ik bleef in stilte bidden en het kruisje vasthouden. Dat relikwie gaf tenminste een beetje hoop en zelfvertrouwen.
Terug naar boven Go down
Gast
Gast



BerichtOnderwerp: Re: Emptiness   do mei 24, 2012 3:47 am

De vrouw deinsde achteruit, nadat ik mijn vraag had gesteld. Direct erna kromp ze in elkaar, omgeven door angst gevoelens over mij. Kort snoof ik, terwijl de jonge vrouw een kruis sloeg, maar ik die ene hoop had versplinterd. Al spoedig was er niks meer van die ene , sarcastische vrouw over. Ze was nu een rillende stukje vlees, met een houten kruisje. Een grijns sierde mijn lippen. Oké, ik wist nu hoe ze mij zag, namelijk als een gevaarlijk beest en ik zou me ook zo gedragen. De demondeel dat ik was. Het deel dat ik verborgen had gehouden binnen mijn familie, in de mensenwereld en ik pas hier kon laten zien. Maar trots erop was ik niet. Het was uiterlijk gunstig te noemen in benarde situaties. Mijn ogen gleden weer langs de vrouw, die in stilte leek te bidden, en het kruisje vasthield, alsof haar hele levenslust en hoop daarin opgesloten zat. Ik kreeg de neiging deze ketting kapot te breken. Hier was geen Satan, God of wat dan ook. Stiekem hoopte ik wel nog dat Satan in de buurt zou zijn. Dan kon ik hem vermoorden en héél misschien mijn reputatie als 'Satan's zoon'verbeteren. Ik werd altijd op deze wijze begroet door demonen. Toen ik en mijn familie 'bezoek'kregen van hen, begroetten ze mij altijd met die naam of met 'meester..'. Wanneer ze dat deden, greep ik altijd een voorwerp en wierp deze tegen hun kop aan, en snoof er duidelijk na. Maar ze leken dit gedrag juist leuk te vinden, omdat het duivels was en écht bij demonen paste. Appaerently. Helaas, vond ik dit gedrag bij mij passen en was het mijn écht zelf... Qua karakter dan. Zo blij was ik nooit geweest en zou ik nooit zijn, terwijl mijn broertje altijd vrolijk lachte bij bezoek van de demonen. Maar hij was toen een baby, dus was hij gewoon vaag bezig. Maar goed, die jonge vrouw. Bang, zwak. Nare deel van een menselijk karakter. Demonen en een mensenkarakter.. hmm.. En zij kon als gelovige hem lokken, maar ook bang maken.

Een schim verscheen achter Jenne. Direct voelde ik een naar gevoel in mijn onderbuik. Nee, hea. Een demon! Het had 2 grote ogen, groene vleugels, een grote bek, en kleine vogel-achtige pootjes. Een nare grijns stond op het gezicht van de demon die zeker 0,5 meter groot leek te zijn. De ogen van de demon waren op de mens gericht, maar het stille gebid weerhield hem om haar aan te vallen. H-Hoe was het mogelijk om hier een demon te zien? Wacht! Een angstig gevoel bekroop me. Nee, toch?! Was het toch mogelijk? Maar betekende dit dat Satan en God hier wel bestonden? De demon had mij gezien, en herkende me direct. "Satan's zoon!" Luid snoof ik en hield de zwaard weer recht voor me, terwijl ik langs mijn zwaard richting de demon keek. "Wat doe jij hier?" De demon antwoordde niet, en schoot direct naar mij toe. Wat een domme aanpak. Satan's vlammen omringden mijn zwaard en deze sloeg ik recht door het demon heen. Deze viel door midden en pas nadat hij op de grond viel verging zijn lichaam in blauwe licht gevende deeltjes die spoedig vervaagden. Ik trok mijn ogen verder tot spleetjes. D*mn. Het was een échte demoon. Spoedig vervolgden meerderen demonen van dezelfde soort, die nu de mens als doel zag. Het was een groep die uit zo'n 10 exemplaren bestond. Ik schoot naar voren en sprong over de vrouw heen die zat te bidden, waarna ik met mijn zwaard tegen de demonen aansloeg en het volgende moment, de plek was omgeven door kleine lichtgevende stukjes die vervaagden. Kalmpjes wist ik de vrouw weer aan te kijken. "Beter bidden.. Jij!" Snoof ik, waarna ik het puntje van de zwaard door de grond heen stak, en mijn kop op het bovenste deel van het zwaard verveeld naar voren leunde. Het was hier toch like de wereld waar ik gewend aan was.
Terug naar boven Go down
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: Emptiness   

Terug naar boven Go down
 
Emptiness
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Fanterria :: Fantasonia :: Lakeside :: Central Lake-
Ga naar: