IndexPortalKalenderFAQZoekenGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 Leave me alone!

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Leave me alone!   wo aug 15, 2012 9:23 am

Ik werd gek. Echt, ik kon er helemaal gek van worden! Dat ik mijzelf niet genoeg kon beheersen was een ding, maar het feit dat het verschrikkelijke iets mij achtervolgde maakte mij helemaal gek. Wanneer de wezentjes voor mij een aardbeving hoorden schoten ze zo snel mogelijk aan de kant. Voor mijn gevoel waren ze niet bang om door de gestoorde en rennende reus vertrapt te worden. Nee, ik hield mijzelf voor dat ze hetzelfde lot als die vijf honden niet wilden ondergaan. Niemand wilde dat. Zelfs ik had het nooit willen doen. Maar ik deed het. Verdomme, ik deed het! De hoofdpijn, die inmiddels aardig was verzwakt, deed niet veel goeds aan deze pessimistische gedachtegang. Ik was werkelijk zo kwaad op mijzelf.. Ik sloeg al rennend met mijn vuist tegen een boom aan, die op de plek waar hij geslagen werd vrijwel direct scheurde en op de grond viel. De wezens slikten. Nu ontweken ze mij, maar dat was niet genoeg. Het was belangrijk dat ze me helemaal niet zagen, dat ze me ook nooit hadden gezien. Alleen dan hadden ze een kans om levend te blijven. Ik gromde en schreeuwde gefrustreerd. Ik moest me ergens afreageren, dat moest wel. Maar het zou me vast niet lukken. Om me af te kunnen reageren had ik heel wat bomen nodig. Die stonden niet allemaal in dit bos. Nog beter, ze stonden niet allemaal in Fanterria. Mijn blik ging voortdurend heen en weer. Op dit moment was ik niet de rustige en vriendelijke Avani. Nee, ik was een op hol geslagen wezen, haast niet in staat om helder na te denken. Nee, daarvoor was ik te ver heen. Toen twee wezens voor mij gingen staan, om mij te dwingen om te blijven staan, rende ik gewoon over de twee heen. Toen twee andere wezens dat probeerden ging ik bijna op hun staan. Nog net op tijd beseften de twee dat dit niet zo verstandig was. Op dit moment was ik namelijk levensgevaarlijk, even gevaarlijk als een kudde op hol geslagen pegassi. Alleen kon ik niet vliegen, maar dat was ook echt het enige. Die vliegende paarden konden je pijnlijk raken met hun hoeven. In dat geval was ik minder erg. Bij mij was je op slag dood.

Ik brulde van de frustratie die in mijn lijf opgesloten zat. Ik had een groot lijf, dus ook veel frustratie. Ik was nog net niet zo ver dat ik mijn haren aan het uittrekken was, of dat ik andere wezens ging doden met een krankzinnige lach. Ik hield halt en draaide me haast meteen naar een boom, waarna ik mijn vuist tegen de bruine bast ramde. Er zat een grote deuk in de boom, maar geen scheur. In mijn vingers ontstonden wel hier en daar wat schrammen. Een paar splinters vonden ook hun weg in mijn huid. Ik schreeuwde, niet uit pijn maar van pure frustratie. Ik kon me hier werkelijk niet goed afreageren.. De hele wereld was daar te klein voor. Ik gaf nog een stoot tegen de boom, die nu scheurde, maar het topje viel op mijn hoofd. Zo geïrriteerd als ik nu was greep ik het stukje boom en smeet ik die een heel eind verderop. Het was groter dan een mens, dat stukje. Ook behoorlijk zwaar. Geen wonder dat het wezen dat ik raakte direct knock-out ging. Eigenlijk boeide me dat helemaal niks. Helemaal niks interesseerde mij op dit moment. Het enige wat echt belangrijk was, was toch echt wel om uit deze 'fury' te komen. Maar hoe moest ik hier nou uit komen? Dit waren allemaal gevoelens en eerdere gebeurtenissen, die door een klein incident direct naar boven kwamen. Het had lang geduurd tot ik in deze staat was. Omdat ik zo veel zo lang had vastgehouden, moest het toch wel logisch zijn dat ik nu in een gigantische moordmachine was veranderd. Of nou, moorden deed ik op het moment niet en als ik het al deed was het per ongeluk. Er hoefde echter nog een klein dingetje te gebeuren voordat ik werkelijk helemaal zou doordraaien. Met een krachtige duw duwde ik de rest van de boom op de zachte grond, die bezaaid met allerlei plantjes was. Deze plantjes zouden dus nooit meer licht kunnen krijgen en sterven. In feite was ik nu dus aan het moorden, al was dit nog niet op dieren. Enkel op planten die niet konden schreeuwen en gillen van de pijn. Hopelijk zou het niet met dieren gebeuren. Hopelijk niet.

Met grote ogen stapte ik verder. Natuurlijk wel langzamer dan eerst, maar alsnog was ik best gevaarlijk. Een klein wezentje, nog kleiner dan een mens, schoot voor mijn voeten langs. Helaas niet snel genoeg: al snel klonk het akelige geluid van krakende botten. Het geluid dat mij eventjes volledig ontgaan was. Het arme beest was te klein om nog door mij te worden opgemerkt. Een steek in mijn hiel deed me kwaad omkijken. Wat was dit? Ik keek recht in de ogen van een kwade kat, die zijn klauwen in mijn voet had gezet. Het wezen begon te blazen naar mij, de vacht op zijn rug ging overeind staan. Waarschijnlijk was dit familie of een vriend. Dat schrikte mij echter niet af. Met een zwaai van mijn been sloeg ik het kleine wezentje van mij af, waarna ik verder liep. Wat ik echter niet wist, was dat een grote groep katten mij achtervolgde. Het leek haast wel een clan. Dat had ik pas door toen de hele groep op mijn rug sprong. Oke. Nu was het zover. Nu was het hele bos in gevaar. Ik stootte mijn rug expres tegen een boom, waardoor sommige katten van mijn rug af vielen. Ze werden geplet of raakten bewusteloos. Vervolgens legde ik mijn voet op het groepje. Direct sprongen ze allemaal van me af, maar dat was te laat. Ik zette gewicht op die voet. Mijn ademhaling was zwaar, ik was overduidelijk niet mijzelf. Maar wisten de katten dat eigenlijk wel? Nee.. Ze dachten vast en zeker dat ik een kwaadaardige reus was. Nu waren de meeste reuzen wel vriendelijk, maar er zaten een paar kwaadaardige tussen. Met die moest je zeker niet sollen. Het waren wezens die hun grootte en vooral hun gewicht in gevechten misbruikten om andere wezens te doden of angst aan te jagen. Het was door deze reuzen dat iedereen een angst voor die grote wezens had ontwikkeld. En natuurlijk wist ik zelf ook wel dat een groter wezen gevaarlijk overkwam, maar tot daar moest het blijven. En niet dat iedereen bang moest afwachten of het wezen vriendelijk hoi zou zeggen, of dat het wezen zijn voet op je legde.

Een luide brul van mij joeg de katten duidelijk heel wat angst aan. Een paar van hen schoten weg, maar de rest bleef dapper staan. Het was inderdaad wel heel dapper van hen, maar o zo dom. Dit kalmeerde me zeker niet. Het maakte mij juist nog agressiever dan ik al was. Mijn gedachtegang was meer als: 'als ze nu niet vluchten, dan kunnen ze nooit meer vluchten.' Ik was nu nog steeds bij bewustzijn, want ik was niet zoals de draken. Maar oh, wat was ik nu echt pissig. Ik deed een paar stappen naar voren, de katten deden evenveel stappen naar achteren. Opeens deed ik sneller een paar stappen naar voren, waarna ik met mijn rechtervoet middenin het groepje stampte. De katten sprongen op en stoven weg. Ik keek om me heen. Geen kat meer te bekennen. Net toen ik weg wilde lopen om nog meer afleiding te zoeken kreeg ik plotseling de hele groep op me. Dit keer was het niet gewoon een aanval. Het was werkelijk een gevecht op leven en dood. Een grote groep katten tegen een op hol geslagen reus. De katten zouden niet zo snel opgeven, maar de reus zou dat ook niet doen. Ik brulde en met een krachtige zwaai schudde ik een paar van die kleine wezens van mijn arm af. Alsof het kleine parasieten waren sprongen ze echter weer op die arm. Ik kneep mijn ogen tot spleetjes. Hmm, dit was mijn kans. Met mijn tanden greep ik een kat bij zijn rug, die nu luide pijnkreetjes slaakte. Met zijn pootjes sloeg het beestje wild maar hulpeloos in de lucht. Al snel lieten de katten mij los. Hetzelfde als de honden, besefte ik me. Heel kort kreeg ik weer enigszins de controle over mijn lichaam. Ik spuwde hierom de kat uit, die met een sneltreinvaart door de lucht vloog en pijnlijk op de grond landde. Ik gromde, mijn gezichsuitdrukking werd weer kwader. "Ga," bromde ik met een lagere stem dan normaal. Het was niet dat mijn stem lager werd van deze 'fury', maar mijn stem werd altijd wel wat lager als ik boos was. Ik snoof, bukte lichtjes en keek recht in de ogen van de voorste kat, waarna ik adem haalde om wat te kunnen zeggen: "Ga weg!"

De kleine katjes bedachten zich geen moment en stoven weg. Even bleef de voorste kat nog staan, om te kijken of mijn blik wat rustiger werd, maar toen ik een stap naar voren zette vluchtte deze gestreepte kat ook, met het besef dat ik echt niet zo snel tot rust kwam. Ik draaide me om en liep weg. De trillingen waren een soort alarm, een alarm dat iedereen de stuipen op het lijf joeg. Een alarm dat zei: "Kijk uit, want hier komt gevaar!" Een alarm dat ik, diep van binnen, nooit had willen maken. Waarvan ik wilde dat hij nooit bestond. Helaas was het heel moeilijk om mijzelf weer rustig te krijgen, zoals het bij iedere reus was. Ik ramde nogmaals een vuist in een boom. Die vuist begon te bloeden, omdat de schrammen open gingen en de splinters op ruwe wijze uit mijn vingers werden getrokken. Ook werden een paar splinters dieper in mijn huid geduwd, iets wat zo verschrikkelijk veel pijn deed dat ik tijdelijk 'wakker' werd. Helaas was ik alsnog kwaad op mijzelf, dus viel ik al snel weer in die 'fury'. Ik baande een weg naar het einde van het bos. Mijn voeten raakten een open plek aan. Het was eigenlijk behoorlijk prachtig, dat groen en o zo vredig. De wezens hier waren niet echt bang voor mij, tot ze naar mijn gezicht keken en met name mijn blik. Ze renden weg, iets wat logisch was, maar niet voor mij. Het was toen dat ik me besefte dat ik verkeerd bezig was. Het was verkeerd om zomaar een heel bos op zijn kop te zetten, om zomaar wezens angst aan te jagen. Mijn blik kalmeerde enigszins, mijn ogen werden vochtig. Verdomme, kon ik dan nooit iets goeds doen? Boos op mijzelf balde ik mijn vuisten en keek ik naar de grond, waarna ik me omdraaide en terugrende. Terug het bos in, waar iedereen angst voor mij had. Waar iedereen slikte bij het zien van een boze, blonde reus. Ik hield halt bij een boom, waarna ik voorzichtig ging zitten. De wezentjes die net bij de boom stonden, stonden in een grote cirkel om mij heen, met argwanende blikken. Argh, vreselijk! Vreselijk dat een wezen bang voor mij moest zijn! Voor mij! Ik kon er niet meer tegen. Ik ademde schoksgewijs doch diep in en uit, waarna het begon.

Net als mijn ademhaling begon mijn lichaam opeens ook te schokken. Mijn hoofd was verborgen tussen mijn armen die op mijn knieën rustten, iets wat maar goed was ook. Ik huilde helemaal niet vaak en als het dan toch een keer gebeurde wilde ik niet dat iemand het zag. De wezens die zojuist nog bang gevlucht waren kwamen nu voorzichtig dichterbij. Ik walgde echt van mijzelf. Eerst nog op een gruwelijke manier een paar honden doden, nu een heel bos op zijn kop zetten.. En dan nu zielig doen in datzelfde bos. Ik wilde echt boos worden, maar was bang dat ik weer helemaal gek zou worden. Ikzelf was geen moordenaar, ik doodde niet zonder reden. Het liefste deed ik dat helemaal niet, maar zo nu en dan was het wel nodig. De vruchten hier waren niet genoeg voor mij. "S-S.." Ik kon niet meer uit mijn woorden komen. Ik vond het gewoon té erg, zo erg dat ik niet eens mijzelf kon verontschuldigen. Een rode kat met zwarte vlekken legde zijn pootje op mijn been, wat ik natuurlijk niet voelde. Het dier miauwde wat, maar dat verstond ik ook niet. Ik verstond de taal wel, maar hoorde het simpelweg niet. Wat ik wel merkte, was dat de wezens dichterbij kwamen. Nee. Dat wilde ik dus helemaal niet! Ze moesten mij met rust laten. "Laat me met rust," klonk mijn stem in mijn eigen taal. Even aarzelden de wezens, maar ze besloten toch om bij mij te staan. Verdorie, luisterde dan helemaal niemand naar mij? "Laat me," zei ik weer, waarna ik opkeek en de wezens strak aankeek, "met rust!" De wezens renden nu wél weg. Ik zuchtte en legde mijn hoofd weer tussen mijn armen, zodat mijn gezicht niet te zien was. Alleen als je onder mij ging staan zou je mij kunnen aankijken. Ik sloot mijzelf expres af van de rest van het bos. Ik wilde niet dat andere wezens mij zo zouden zien, ook al wist ik dat het onzin was. Er was niks mis met hoe ik me gedroeg. Omdat ik niet meer lette op de omgeving rondom mij, merkte ik ook niet dat iemand naderbij kwam.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Natsu
Wezen
avatar

Aantal berichten : 22
Punten : 2

Over jouw personage
Leeftijd: 17
Groepsleider: I lead myself.
Relatie: ~

BerichtOnderwerp: Re: Leave me alone!   wo aug 15, 2012 10:36 am



Met laaghangende schouders sjokte de 17-jarige jongen door het enorme bos. Naast hem zweefde een blauwe kat. Het dier droeg een groen zakje op zijn rug, en had spierwitte vleugels. 'Happy, welke kant moeten we uit?' vroeg de jongen aan zijn kat. Happy bleef even hangen, en keek met een geconcentreerde blik rond. 'Weet ik niet,' besloot het toen. Natsu staarde hem even bewegingloos aan. 'Maar je zei daarnet nog dat je dit stuk van het bos kende!' jammerde Natsu. 'Katten hebben een heel slecht geheugen, daar moet je nooit op vertrouwen,' zei Happy beschuldigend. Natsu zweeg. 'Ik weet het!'! riep Happy plots. Natsu keek opgewekt op. Happy wist een weg! 'Aye!' riep Happy blij. Natsu rende achter de vliegende kat aan, tot hij plotseling voor een meertje bleef hangen. Natsu, die deze stop niet verwacht had, rende het water in. Geschrokken spartelend kwam hij boven. 'Dit is niet de uitweg!' zei hij beschuldigend. 'Nee, maar ik heb honger! Natsu, wil je gaan vissen?' zei Happy blozend, en hij keek naar zijn pootjes. Natsu keek boos naar Happy, en kwam drijfnat het water uit. 'Ik heb geen hengel,' zei hij. 'Natsu!' riep Happy geschokt en beschuldigend. 'Hoe kon je! Je weet dat je altijd een hengel mee moet nemen!' Natsu keek hem even beschuldigend terug aan. 'Draag hem dan zelf!' zei hij. 'Nee,' begon Happy. 'Waarom niet?' vroeg Natsu. 'Omdat jij groter bent en jij moet voor mij zorgen, niet andersom!' besloot Happy. 'Maar jij wilt vis!' riep Natsu. 'Ja, maar jij moet er ook van eten!' zei Happy.

Een paar uur later sjokte ze nog steeds door het bos. Eigenlijk sjokte alleen Natsu, want Happy zweefde met hangende schouders achter hem aan. 'Ik wil niet meer lopen, Natsu!' riep Happy uiteindelijk klagelijk. Natsu bleef staan, en keek om. 'Maar je loopt niet, je vliegt!' zei hij verbaast. Happy begon te stralen. 'Aye, wieeh!' riep hij blij, en hij vloog een salto. 'Happy, draag me!' zei Natsu bevelend. Plotseling verdwenen de vleugels. 'Kan niet, de tijd is op! Natsu, draag me!' zei Happy. Natsu keek hem even aan, en liep door. Happy ging zelf maar lopen. Plots hoorde ze een paar gefrustreerde brullen. 'Woaah, Happy, wat was dat?' zei Natsu opgewekt. 'Aye, laten we gaan kijken!' riep Happy. Er verschenen weer vleugels. en de kat vloog vooruit. 'Happy! Je had al teveel magie gebruikt!' riep Natsu beschuldigend. 'Oh, eh, nee ik wou jou niet dragen!' zei Happy. Hij keek vrolijk, en vloog toen verder. Mokkend rende Natsu achter hem aan.

Het duurde even voordat ze bij de bron van het geschreeuw kwamen. Doordat Happy besloot waar ze heen gingen, raakte ze een paar keer verdwaald, maar uiteindelijk zagen ze een groot lichaam zitten, met schokkende schouders. Natsu bleef staan, en Happy hing naast hem. Even keek Natsu medelevend naar de reus. 'Kom Happy, ik wil haar van dicht bij zien! Een reus! Misschien kan zij in de lucht kijken en Igneel voor me zoeken!' riep Natsu, en hij stormde op de reuzin af. Happy vloog achter hem aan. Het meisje, waarvan Natsu totaal geen leeftijd kon bedenken, merkte hen niet op. Happy vloog naar het gezicht van het meisje. 'Happy! Neem mij dan mee!' riep Natsu stampvoetend. 'Nee, jij bent zwaar! Klim zelf maar!' riep Happy. 'Ik kan toch niet op iemand anders gaan klimmen!' zei Natsu. 'Aye, ik draag je wel!' riep Happy. Hij kwam naar beneden vliegen, en pakte met zijn voorpootjes de bovenkant van Natsu's hesje vast. Hij tilde hem met gemak op, en ze vlogen naar het gezicht van het reuzenmeisje. Natsu prikte een paar keer in haar wang. Zijn hand leek net een muis op haar grote gezicht. 'Hai!' riep Natsu. Het meisje huilde. 'Natsu, vraag wat er is!' zei Happy. 'Doe het zelf!' wierp Natsu tegen. Happy hield zijn mond. 'Vlieg me naar haar ogen!' zei Natsu. 'Aye!' antwoordde Happy, en hij vloog naar het linkeroog van het meisje. 'Haaaaaallo!' riep Natsu opgewekt.
Een nogal zielige post naast die van jou, het is moeilijker dan het lijkt Happy en Natsu te spelen .__.



===========================
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Leave me alone!   wo aug 15, 2012 10:24 pm

Stilletjes bleef ik schokken, terwijl mijn gezicht nog altijd tussen mijn armen verborgen was. Het beeld wekte vast wel wat medelijden op bij de wezens in het Viridi Forest, maar zou het ook begrip opwekken? Begrip dat ik niet expres de honden had gedood? Begrip dat ik niet expres het bos wilde vernielen? Begrip dat ik.. Helemaal niet kwaadaardig was? Ik hoopte echt dat dit begrip er wel was. Ik wilde niet door een bos lopen met allemaal angstige blikken. Nu waren die er altijd wel, er waren immers weinig reuzen die uit Giville vertrokken, dus de wezens wisten niet zo heel veel van ons af. Maar als al die wezens nu bang werden door dit soort gebeurtenissen.. Oh Roc. Ik wilde er niet aan denken. Ik had spijt, te veel spijt van wat ik allemaal had gedaan, terwijl ik wist dat ik er helemaal niks aan kon doen. Zo zat iedere reus in elkaar. Vaagjes hoorde ik wat geluiden, maar besteedde er niet zo veel aandacht aan. Het zou toch wel een vaag wezen zijn en daarbij wilde ik de aandacht van het wezen niet trekken. Een zacht briesje blies tegen mij aan, waardoor mijn blonde haren lichtjes opzij werden geduwd. Op de plek waar de tranen gleden, voelde ik dat de lucht iets kouder was. 'Kom Happy, ik wil haar van dicht bij zien! Een reus! Misschien kan zij in de lucht kijken en Igneel voor me zoeken!' Ik keek traagjes op, waardoor alleen de bovenkant van mijn gezicht was te zien. Daar zag ik een jongen van ongeveer mijn leeftijd. Hij had een rare haarkleur, het leek wel roze. Nou, die kleur zou ik niet zo snel meer terug zien. Naast hem zweefde een blauw wezentje met vleugeltjes. Wat was dat nou weer? Het leek wel een.. Kat? Oh Roc. Door die kat dacht ik meteen weer aan de katten van net. Ze hadden me werkelijk willen doden. Ik nam het hen zeker niet kwalijk, na alles wat ik - onbewust, maar toch - had gedaan. De blauwe en vliegende kat gaf mij een verschrikkelijk gevoel, ook al wist hij dit waarschijnlijk niet. Ik begroef mijn hoofd weer tussen mijn armen, zodat mijn gezicht niet te zien was. Hopelijk. Ik wilde namelijk niet dat iemand mij zo zou zien, maar misschien was het nu wel te laat. Misschien hadden ze mijn gezicht al gezien.

Ik merkte een heel zachte wind op, die alleen maar op een bepaald deel van mijn hoofd blies. Ik keek weer op. De blauwe kat die mij verschrikkelijke herinneringen terug liet brengen, vloog nu bij mijn hoofd. Oh Roc. 'Happy! Neem mij dan mee!' Ik richtte mijn blik op de jongen, die nog steeds op de grond stond. Oh, natuurlijk, hij kon niet vliegen. 'Nee, jij bent zwaar! Klim zelf maar!' riep de kat. K-Klimmen? Dat zou de jongen dan op mij moeten doen. Nee! Over mijn lijk! Hij ging zeker niet op mij klimmen. Ik stond op het punt mijn mond te openen om te schreeuwen dat ze weg moesten gaan, toen ik mij besefte dat het geschreeuw niet zo verstandig was. Iedereen zou dan toch een angst voor mij hebben. 'Ik kan toch niet op iemand anders gaan klimmen!' Goed zo. In ieder geval een jongen met manieren. Dat deed je niet zomaar. 'Aye, ik draag je wel!' Het blauwe wezentje daalde en greep de jongen bij zijn kleding. Het verbaasde me dat de kat hem met gemak kon optillen, want het wezentje was kleiner dan de jongen. Veel kleiner. Toen ze bij mijn gezicht waren voelde ik wat prikken in mijn wang. Waarschijnlijk om de aandacht te trekken. 'Hai!' Ik draaide mijn gezicht, zodat ik hem recht aankeek. Hai? Was hij.. Hyper? 'Natsu, vraag wat er is,' klonk de stem van de kat. 'Doe het zelf,' zei de jongen weer, maar de kat zei niks. 'Vlieg me naar haar ogen!' 'Aye!' Ik moest mijn hoofd bijdraaien, zodat ik hun kon aankijken. Ze stonden nu bij mijn linkeroog, maar ik vond het prettiger als ik ze recht kon aankijken. 'Haaaaaallo!' riep de jongen opgewekt. Ik keek de andere kant op en zuchtte. "Hallo," prevelde ik, niet in staat om zelfs een vaag glimlachje op mijn gezicht te toveren. Waarom kon niemand mij gewoon met rust laten? Ik wilde geen aandacht trekken met mijn zielige gedoe, maar zo'n groot lijf trok altijd wel de aandacht. "Laat mij maar gewoon met rust. Er-" Ik haakte mijn zin af omdat ik niet op de bekende huilerige manier wilde praten. "Er is niks," loog ik, na een keer goed in- en uitademen. Ik keek de twee weer aan, maar nog geen seconde daarna voelde ik al wat tranen opwellen. Ik probeerde dit wel te verbergen, maar dat zou toch niet lukken. Ze hadden me al gezien.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Natsu
Wezen
avatar

Aantal berichten : 22
Punten : 2

Over jouw personage
Leeftijd: 17
Groepsleider: I lead myself.
Relatie: ~

BerichtOnderwerp: Re: Leave me alone!   do aug 16, 2012 12:35 am



Het reuzenmeisje keek weg. 'Laat mij maar gewoon met rust. Er -' Ze maakte haar zin niet af. Natsu bleef hangen, en keek even op naar Happy. 'Er is niks,' besloot ze toen. Ze moest even een paar keer diep ademhalen, en keek Natsu en Happy even aan. Daarna keek ze vlug weg, omdat er een paar tranen in haar ogen opwelde. Natsu vroeg zich even was hoe het zou voelen als zo'n reuzentraan op hem uiteen zou spatten. Natsu haalde zijn schouders op. 'Nou, oké,' zei hij niet erg overtuigd, 'ik ga daar wel zitten, het is toch niet leuk om helemaal alleen te zijn? Ik ben trouwens Natsu, en dit is Happy!' Natsu glimlachte even naar haar, en Happy vloog hem naar de grond. Natsu ging zitten, en Happy's vleugels verdwenen. Het was best warm hier, maar Natsu had daar natuurlijk geen last van. Het gebied was leeg, maar toch kon Natsu een kaal, klein boompje vinden. Hij ging ertegenaan zitten, met zijn blik over de enorme vlakte. Happy plofte op zijn roze haren, en keek net als Natsu langs de dorre grond, tot de horizon. Natsu had altijd in Volacia geleefd, totdat Igneel zeven jaar geleden verdween. Hij had een jaar gewacht in de grot, tot hij elf was. Toen ging hij naar Grünland, en daar bleef hij een hele tijd. Uiteindelijk, op zijn vijftiende, ging Natsu naar Igneel zoeken. Hij had lang genoeg gewacht, op de draak die verdwenen was. Hij was al in Giville geweest, op de hoogste toppen, maar in de lucht had hij Igneel niet kunnen vinden. Daarom was hij verder getrokken, maar er waren nog een heleboel plekken die hij niet kende.

Natsu ging liggen. De grond was korrelig en hard onder zijn hoofd. Happy ging tegen Natsu's been aanzitten, en zakte direct onderuit. Natsu wou graag met dit meisje praten, maar besloot dat ze misschien even alleen wou zijn. Natsu vond dat alleen zijn betekende dat hij stil was en deed alsof hij er niet was. Daarom bleef hij naar de eindeloze vlakte kijken. Soms hupte er een mager konijntje of haasje langs. Happy had ook besloten om stil te blijven, en bleef tegen Natsu's been zitten. Natsu wist zeker dat de reuzin wel zou gaan praten, hij zou gewoon blijven zitten. Zijn maag protesteerde echter. Een luid geknor steeg op. Natsu kromp even in een. Hij had eigenlijk wel honger. Hij negeerde het geknor en geklaag van zijn maag. Hij kon hier toch niks te eten vinden, dus het maakte niet uit of hij nu ging zoeken of straks. Eigenlijk wel, want hij zou straks nog meer honger hebben, en dan moest hij eerst uit deze dorre vlakte weg, en hij zou sowieso verdwalen. Helaas had Natsu dat nog niet door.


===========================
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Chrysalis
Wezen
avatar

Aantal berichten : 19
Punten : 2

Over jouw personage
Leeftijd: 20 years
Groepsleider: I'm my own leader
Relatie: Do I look like I can love someone?

BerichtOnderwerp: Re: Leave me alone!   do aug 16, 2012 7:22 am

Ik liet mijn hoofd naar beneden zakken en nam een paar gretige slokken van het heldere water, dat een heerlijk verfrissend gevoel gaf in deze warmte. Achter me hoorde ik geluiden, waaronder van blazende katten en het gebrul van een kwade reus. Ik kneep mijn ogen tot spleetjes en sloop voorzichtig dichterbij, maar bleef op veilige afstand staan. Een grote groep katten viel inderdaad een reus aan, die zich hevig verdedigde en het verbaasde me niets dat er een aantal katten op slag stierven door een aanval van de reuzin. Ik bleef verborgen tussen de bomen en de dichte struiken, want ik wilde beslist niet zo eindigen als de gevleugelde katten. "Ga," hoorde ik de reuzin roepen, waarna ze licht bukte en recht in de ogen van de voorste kat keek. "Ga weg!" De voorste kat bleef nog even staan, terwijl de rest maakte dat ze wegkwamen, maar al snel verdween ook die laatste kat tussen de struiken. De reuzin beukte met haar vuist tegen een boom aan, en ik zag dat haar hand begon te bloeden. Medelijden? Nee, dat had ik niet. Dat had ik nooit gehad, en zou ik waarschijnlijk ook niet zo snel hebben. Maar goed, de reuzin baande zich een weg verder door het bos. Hoewel ik wist dat ze veel sneller was dan ik, volgde ik haar via een weg door de struiken. Ik had hier toch niet veel beters te doen, en bovendien was ik benieuwd naar hoe de reuzin verder zou vergaan. Al snel was ik haar uit het oog verloren, maar dat gaf niet. Ik kon ongeveer net zo goed ruiken als een hondachtige en kon gemakkelijk haar geur volgen. Wat verbaasd keek ik op toen ik de grond weer voelde trillen. Vreemd, was de reuzin teruggekomen? Ik liep nog wat verder, en zag dat ze tegen een boom aan was gaan zitten. Ik liet mezelf tegen de grond zakken, achter de struiken, zodat ik niet gezien zou worden. De wezens die in de buurt waren, zaten in een soort onregelmatige kring om de reuzin heen. Het lichaam van de reuzin begon te schokken, net als haar ademhaling. Het leek me duidelijk genoeg dat ze huilde. Niet dat het mij veel uitmaakte. De reuzin zei iets in een taal, waarvan ik vermoedde dat het de taal was die in Giville werd gesproken, waarna de wezens wat aarzelden. "Laat me," begon ze, waarna ze de wezens strak aankeek, "met rust!" De wezens renden snel weg, waarna de reuzin weer haar hoofd tussen haar armen legde, zodat ik haar gezicht niet meer kon zien. Mijn blik gleed opzij toen ik gekraak hoorde, wat verderop.

Een blauwe, gevleugelde kat kwam tevoorschijn van tussen de bomen. Dat vond ik best apart, aangezien de meeste katten natuurlijkere kleuren hadden, zoals bruin of zwart, met hier en daar misschien een wit voetje of een aantal strepen. Ook zag ik dat er een jongen aan kwam lopen, met roze haren, wat ik niet bepaald gewend was bij mensen. 'Kom Happy, ik wil haar van dicht bij zien! Een reus! Misschien kan zij in de lucht kijken en Igneel voor me zoeken!’ zei hij. Igneel? Wie was dat nou weer? Ach, het zal wel. Ik was nieuwsgierig naar hoe de reuzin zou reageren op de nieuwkomers, dus trok ik me wat verder terug in het bos, zodat ze me in ieder geval niet zouden kunnen zien. De punt van mijn hoorn begon een groen licht af te geven, en binnen een paar tellen was mijn hele lichaam omhuld door het licht, waardoor alleen nog maar mijn silhouet zichtbaar was. Dat silhouet veranderde, en toen het licht vervaagde, was ik in een bruinrode kat veranderd, met bruine vleugels. Dat patroon had ik al regelmatig gezien, dus ik wist niet precies in welke kat ik was veranderd. Het was in ieder geval een neutrale kleur, zodat het moeilijker zou zijn om de kat te herkennen. Ik kon namelijk niet in een “eigen” versie veranderen, alleen maar in wezens die ik eens heb gezien. De stem van dat wezen kreeg ik dan ook gelijk. De wezens zelf merkten er niets van. Toen ik eenmaal een andere gedaante had aangenomen, liep ik de struiken uit, en ging zitten met mijn staart om mijn voorpoten gekruld, om zo het schouwspel te kunnen zien zonder argwaan te wekken. Ik zag nog net hoe de blauwe kat de jongen optilde, zodat hij ongeveer bij het hoofd van de reuzin zweefde. ‘Hai!’ riep de jongen. 'Natsu, vraag wat er is!' hoorde ik de gevleugelde kat zeggen. ‘Doe het zelf!’ antwoordde de jongen weer. Ik rolde met mijn ogen. Tsk, dit waren van die types die ik maar moeilijk serieus kon nemen. ‘Vlieg me naar haar ogen!’ zei hij. ‘Aye!’ De kat gehoorzaamde en vloog naar het linkeroog van de reuzin. 'Haaaaaallo!' riep de jongen opgewekt. Probeerde hij haar op de vrolijken ofzo? Het zal ook wel.

De reuzin keek het tweetal even aan. “Hallo,” zei ze weinig enthousiast. "Laat mij maar gewoon met rust. Er-" ze haakte af. Waarom, wist ik niet. "Er is niks," vervolgde ze. Hoewel mijn gezicht op “gewoon nieuwsgierig” stond, had ik een voldaan gevoel. Ik wist namelijk dat er écht wel iets aan de hand was, wat voor mij niet veel bijzonders was, maar waarschijnlijk vreselijk geweest moest zijn voor haar. ‘Nou, oké,’ zei de jongen, weinig gemeend, 'ik ga daar wel zitten, het is toch niet leuk om helemaal alleen te zijn? Ik ben trouwens Natsu, en dit is Happy!' De kat – die dus blijkbaar “Happy” heette – vloog weer naar de grond en zette de jongen weer neer. Hij – Natsu - ging bij een boom zitten en keek wat voor zich uit, terwijl de kat naast hem ging zitten. Ik bleef zitten waar ik zat, en hield mijn hoofd nieuwsgierig schuin. Niet dat dat was hoe ik op dat moment dacht. Ik was natuurlijk wel nieuwsgierig, maar in mijn ware gedaante zou ik dat nooit zomaar laten merken. Met mijn twintig jaar ervaring als changeling had ik geleerd om realistisch te acteren. Vaak zag men niet in wie ik werkelijk was, misschien een tovenaar of heks wel, maar dat is een ander verhaal.

===========================

I'll be lying when I say,
"That through any kind of weather
I want us to be together"
The truth is I don't care for him at all

Oh, the wedding, they won't make,
He'll end up marrying a fake
Your prince charming will be mine, all mine
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Avani
Administrator en Wezen
avatar

Aantal berichten : 524
Punten : 94

Over jouw personage
Leeftijd: 20 jaar
Groepsleider: Just me :)
Relatie: Geen.

BerichtOnderwerp: Re: Leave me alone!   do aug 16, 2012 9:24 am

Het leek er op dat de jongen met het roze haar niet al te overtuigd was. Waarom niet? Was het dan te overduidelijk dat ik loog over dat er niks was? Hmpf, kon ik dan echt niet liegen? Volgens mij was ik er best goed in. Toen ik een traan over mijn wang voelde rollen besefte ik me dat het dat niet was. Ik kon wel goed liegen, maar in een boze bui kon je gewoon niet zeggen dat je je fijn voelde en andersom. Dat kwam gewoon niet serieus over. 'Nou, oké,' antwoordde de jongen die zijn schouders even ophaalde. 'Ik ga daar wel zitten, het is toch niet leuk om helemaal alleen te zijn? Ik ben trouwens Natsu, en dit is Happy!' Hij glimlachte een keer. Ik kon niet glimlachen. Ik wilde deze jongen best vertellen waar ik mee zat, maar ik kende hem nauwelijks. Ik zag hem voor de eerste keer. Ik had meer behoefte om dit te vertellen aan iemand die ik al langer kende, dan aan iemand die ik voor de eerste keer in mijn leven zag. Maar als ik het nooit vertelde zou ik het opkroppen en opkroppen tot ik op een gegeven moment helemaal zou uitbarsten. Dan kon ik mijzelf in alle woede doden of verwonden. Dat wilde ik mijzelf, maar ook mijn vrienden niet aandoen. Ik moest het wel zeggen, anders kwam het niet goed. Ik merkte een kat op, net toen ik op het punt stond wat te zeggen. Ik knikte even ter begroeting naar de kat. Wie was dit? Hopelijk niet een van die katten van net. En nu ik het zo zag.. Een van de katten van die groep zag er haast precies zo uit als deze! Even gromde ik zachtjes, maar besefte me dat deze kat vast niet een van de groep kon zijn. Dan was ze niet alleen. Tenzij.. Deze kat aan het spioneren was, maar het gewoon op deze manier deed. Nee, wacht, waar dacht ik nu wel niet aan? "Sorry," fluisterde ik naar de kat, om me voor die grom te verontschuldigen. Waar deze kat vandaan kwam wist ik niet zeker, maar ach, zoals het beestje er nu bij zat kon hij toch geen gevaar vormen? Ik richtte mijn blik weer op de jongen met zijn blauwe kat. Oh ja, ik wilde hem vertellen wat mij dwars zat. Ik zuchtte, waarna ik anders ging zitten, om vervolgens het hele verhaal met tegenzin uit te leggen.

"Nou," begon ik mijn verhaal. Nou. Een simpele nou. Dat was alleen maar tijdrekken! Verdorie! "Zoals het bij iedere reus is, heb ik ook een gevaarlijke woede. Ik bedoel, ik word best snel boos en het duurt even voordat ik weer rustig ben. In die woede kan het soms gebeuren dat ik me niet kan beheersen. Dan ben ik echt heel gevaarlijk," legde ik hem eerst uit, zodat hij niet opeens ging denken dat ik dit expres had gedaan. "Laatst werd ik in Zielonylas aangevallen door een groep gevleugelde honden. Ik probeerde echt van alles om ze weg te jagen, maar het lukte echt niet," ging ik verder. Ik nam een korte pauze. "Het kon ook door de hoofdpijn komen die ik toen had, dat ik daardoor het deed, maar opeens hapte ik naar een hond die dichtbij mijn mond zat, zodat ik hem vasthield met mijn tanden," vertelde ik. Ik wilde niet meer verder vertellen, maar het moest wel. Ik zat er al in, ik kon nu niet zomaar het verhaal afsluiten. "Een paar andere honden probeerden hem te redden, maar door een snelle beweging kwamen ze allemaal in mijn mond terecht. En toen.." Ik ging niet verder vertellen. Waarschijnlijk konden ze wel raden dat ik ze had opgegeten. De tranen rolden al over mijn wangen, ze konden echt wel zien dat ik het niet expres had gedaan. "Dat was zeg maar de druppel, want zulke woedeaanvallen zijn al eerder gebeurd. Alleen nog niet dat ik werkelijk iemand had gedood. Toen werd ik echt helemaal gek en belandde ik hier." Ik slikte. Ze zouden nu vast bang voor me zijn. "Wees alsjeblieft niet bang voor mij, of word alsjeblieft niet boos. Ik heb er verschrikkelijk veel spijt van. Ik zou nooit zoiets uit vrije wil hebben gedaan!" Ik probeerde mijzelf nog rustig te maken, maar het lukte niet. Ik moest mijn hoofd weer tussen mijn armen verbergen. "Daar zit ik nu nog steeds mee, niet alleen die honden, maar ook de vorige gebeurtenissen," verklaarde ik. Ik vroeg me eigenlijk af hoe ik die woedeaanvallen tegen kon houden. Als ik al boos was kon ik me nog wel beheersen, maar ik wilde eigenlijk niet boos zijn. Hmm, eerst de reactie van deze wezens afwachten, maar ik had zo'n gevoel dat ze liever wilden vluchten.

===========================
Better days are coming,
Just remember one thing,
Wherever you are,
Near or far,
You know you're never alone..
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://fanterria.clicboard.com
Chrysalis
Wezen
avatar

Aantal berichten : 19
Punten : 2

Over jouw personage
Leeftijd: 20 years
Groepsleider: I'm my own leader
Relatie: Do I look like I can love someone?

BerichtOnderwerp: Re: Leave me alone!   za aug 18, 2012 12:10 am

De reuzin leek mij gezien te hebben en keek me wantrouwend aan. In gedachten ging ik even terug naar het gevecht, en ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan. Van alle katten waarin ik had kunnen veranderen, had ik gekozen voor deze kat, die toevallig bij die clan hoorde en die ik toevallig al eerder had gezien en niet had opgelet wie er tijdens het gevecht aanwezig waren. Maar ik hield mezelf onder controle en keek de reuzin niet-begrijpend aan. “Sorry,” fluisterde ze in mijn richting. Gelukkig, ik hoefde niet in de grijpen. Ik gaf een knikje richting de reuzin, hoewel ik het in feite helemaal niet meende. Ze richtte haar blik weer op de jongen en de blauwe kat, en zuchtte even. Ik vermoedde dat ze ging vertellen wat er daarnet gebeurd was, en ik kwam uit zogenaamde nieuwsgierigheid dichterbij. “Nou,” begon ze, "Zoals het bij iedere reus is, heb ik ook een gevaarlijke woede. Ik bedoel, ik word best snel boos en het duurt even voordat ik weer rustig ben. In die woede kan het soms gebeuren dat ik me niet kan beheersen. Dan ben ik echt heel gevaarlijk." Tja, dat was wel duidelijk geworden in dat bos. "Laatst werd ik in Zielonylas aangevallen door een groep gevleugelde honden. Ik probeerde echt van alles om ze weg te jagen, maar het lukte echt niet," Even hield ze een korte pauze. Ik had al een vermoeden van wat ging komen, maar dat liet ik met geen beweging merken. "Het kon ook door de hoofdpijn komen die ik toen had, dat ik daardoor het deed, maar opeens hapte ik naar een hond die dichtbij mijn mond zat, zodat ik hem vasthield met mijn tanden," vertelde ze. Ik had de indruk dat ze niet verder wilde vertellen, maar ze is er nu eenmaal mee begonnen, dan moet ze het ook maar afmaken. "Een paar andere honden probeerden hem te redden, maar door een snelle beweging kwamen ze allemaal in mijn mond terecht. En toen.." De tranen rolden over haar wangen en het was duidelijk dat ze die daad niet expres had begaan. Om geen argwaan te wekken liep ik voorzichtig naar haar toe en legde troostend een voorpoot op haar voet. "Dat was zeg maar de druppel, want zulke woedeaanvallen zijn al eerder gebeurd. Alleen nog niet dat ik werkelijk iemand had gedood. Toen werd ik echt helemaal gek en belandde ik hier." Ze slikte even, en even trok ik angstig mijn poot terug – wat natuurlijk weer acteerwerk was, want in geval van nood kon ik nog altijd in één of ander wezen veranderen en wegvluchten. Ík wel.

“Wees alsjeblieft niet bang voor mij, of word alsjeblieft niet boos. Ik heb er verschrikkelijk veel spijt van. Ik zou nooit zoiets uit vrije wil hebben gedaan!" Ik deed alsof ik mijn vlucht wilde afbreken en liet mezelf ontspannen. "Daar zit ik nu nog steeds mee, niet alleen die honden, maar ook de vorige gebeurtenissen," vervolgde ze, en terwijl ze dat zei, zou het me niet veel verbaasd hebben als ze het over het gevecht met de katten had waar ik zogenaamd niets van wist. Mijn blik gleed even naar de jongen. Er was iets anders aan hem, maar wat wist ik niet precies. Hij leek me niet volledig menselijk. Bovendien, een “normaal” mens met zo’n karakter kán gewoon niet lang overleven hier in Fanterria. Ik vroeg me af wat het precies was, maar daarvoor moest ik het juiste moment afwachten. Even keek ik naar de blauwe kat en meteen nam ik mijn rol als “nieuwsgierige kat” weer op me. Ik liep naar hem toe met mijn gezicht op “pure nieuwsgierigheid” en keek met grote ogen naar de kleur van zijn vacht. Mijn blik gleed naar zijn gezicht. Oogcontact wilde ik niet vermijden, dat zou te veel opvallen. ‘Ik heb nog nooit een blauwe kat gezien!’ riep ik verrukt uit, met de stem die van deze kat was, en best jong en hoog klonk. Het was dan ook geen oude kat geweest, hooguit een jaar of 2. Ik deed alsof ik de reuzin al compleet vergeten was, en bleef verbijsterd kijken naar de blauwe kat. En nu ik erover nadacht, hij had toch eerst vleugels? Ik besloot om dat ook maar gelijk ter sprake te brengen. ‘Je had daarnet toch witte vleugels? Waar zijn die gebleven?’ De stem bleef nog steeds een vrolijke, nieuwsgierige klank houden en mijn gezicht stond vrolijk met en al even nieuwsgierige blik.

===========================

I'll be lying when I say,
"That through any kind of weather
I want us to be together"
The truth is I don't care for him at all

Oh, the wedding, they won't make,
He'll end up marrying a fake
Your prince charming will be mine, all mine
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: Leave me alone!   

Terug naar boven Go down
 
Leave me alone!
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Fanterria :: Fantasonia :: Latica :: Viridi Forest-
Ga naar: